Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek februari 2012

Werkbezoek februari 2012 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in februari 2012. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. Hij werd tijdens zijn reis vergezeld door Tim van Ederen en Frank Dirks. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

Zaterdag 18 februari 2012

Ik zit in de schooltaxi en ben op weg naar de stad Mandalay. Ik kijk om me heen, sla het dagelijks leven gade, snuif de geuren op en luister naar het ruisen van de wind. Een gelukzalig gevoel maakt zich van mij meester. Ik ben weer terug in het land waar ik me zo thuis voel. Ik ga dadelijk  de mensen ontmoeten waaraan in mijn hart verloren heb. De namiddagzon kleurt de natuur goudgeel en een warm zomerbriesje kietelt mijn huid. Ik kijk achterom als we over een hobbel rijden en vanuit de laadbak lachen Cho Cho en Tsai Tsai geruststellend. De twee stafleden van The Golden House zijn het gewend om zo vervoerd te worden en vallen niet zomaar uit de auto. Ik mocht niet mee in de laadbak, omdat de bak te vies was. Een kwartier geleden stonden de dames dolenthousiast te zwaaien achter de glazen wand die de aankomstruimte scheidt van de bagagebanden. Terwijl de koffers binnenrolden heb ik mijn handen tegen de ramen gedrukt en zonder woorden ‘Nga mi koo loeèn dè’ gezegd. De meiden hebben hetzelfde gedaan en ja, ze hebben mij ook gemist.

Ik ga voor de zevende keer een bezoek brengen aan de Phaung Daw Oo High School (PDO High School) in de stad Mandalay in Myanmar. Ditmaal reis ik alleen naar het weeshuisproject, dus zonder mijn Flower, zoals de kinderen Frederique noemen. Frederique is in mei 2011 nog geweest. Ditmaal komen Frank Dirks en Tim van Ederen ook naar het project en dan is er zoveel te bespreken en te regelen dat Frederique niet zoveel aan me heeft. Frank is het project gestart, vlak nadat de cycloon ‘Nargis’ in 2008 het zuiden van Myanmar had geteisterd. De storm en vloedgolven hebben één miljoen mensen dakloos gemaakt, honderdduizend mensen gedood en tienduizenden kinderen half of geheel wees gemaakt. Noodhulp vanuit het buitenland werd niet geaccepteerd. Het militaire regime in Myanmar duldde geen pottenkijkers. De kinderen werden in tentenkampen gestopt en ’s nachts geroofd voor kinderarbeid en prostitutie. De Boeddhistische monniken en nonnen in dit land hebben ze uit de kampen gehaald en onderdak geboden op hun kloosterscholen.

Frank was enkele dagen na de ramp in Birma en ontmoette een monnik van de PDO High School. Die vertelde Frank dat ze op zijn school ook een groep weeskinderen wilden opvangen. Frank is gaan kijken en wist niet wat hij zag. Maar liefst 7.000 kinderen uit arme gezinnen krijgen dagelijks onderwijs op deze school. Omdat je getraumatiseerde kinderen niet zomaar in een slaapzaal stopt zonder begeleiding, heeft Frank de school geholpen met de aankoop van twee woonhuizen aan de rand van het schoolterrein. Dat gebeurde met hulp van vele sponsors en donateurs uit Nederland. Kort daarna arriveerden zeventig kinderen uit het deltagebied. Zij werden onder de bezielende leiding van Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai geplaatst. Drie jonge vrouwen van (inmiddels) einde twintig. Zij leven permanent met de kinderen samen. Het jongenshuis wordt geleid door vier jongemannen die dat op vrijwillige basis doen.

Omdat Frank zijn zakenrelaties aanschreef voor steun, ben ik bij het project betrokken geraakt, evenals Tim, een vriend van Frank en natuurlijk Flower (Frederique). Samen hebben we stichting World Child Care opgericht en steunen nu The Golden House, zoals de kinderen het weeshuis zelf genoemd hebben. Frank is zojuist gestopt als voorzitter en heeft de rol van adviseur opgepakt. Nanneke van Drunen uit Berlicum is de nieuwe voorzitter geworden en we hebben onze groep vrijwilligers uit mogen breiden met drie gepassioneerde mensen: Anke van Dongen uit Berlicum, Miriam Spijkers uit Rosmalen en Sandra Lemmen uit Someren.

Voor de beeldvorming: Er wonen inmiddels 1300 kinderen permanent op het schoolterrein. Dat zijn ruim 700 novicen (jonge monniken), 200 meisjes uit de regio, 200 meisjes van etnische afkomst, 75 straatkinderen en 125 weeskinderen. Ze wonen in grote gebouwen die veelal door buitenlandse NGO’s neergezet zijn. De leeftijd van de kinderen ligt tussen de 4 en 18 jaar.

Genoeg achtergrondinformatie. Cho Cho, Tsai Tsai en ik zijn na een rit van ruim een uur door de drukke avondspits gearriveerd bij het hotelletje waar ik altijd verblijf. De dochter van de hoteleigenaar begroet me hartelijk, terwijl haar tweede telg - een mooi bruin knulletje van twee maanden oud - aan haar borst drinkt. Papa wijst trots naar zijn stamhouder en ik zeg: ‘Kaun dè’, oftewel ‘Goed werk!’ Leuk om deze hartelijke mensen weer te zien. Ik laat Cho Cho en Tsai Tsai even wachten en breng snel mijn spullen naar mijn kamer. Het hotelletje bestaat uit vijf kleine, smaakvol versierde en geschilderde huisjes. Eén van de huisjes heeft twee verdiepingen en ik krijg tot mijn verrassing de kamer op de eerste etage. Daar heb ik altijd al eens willen slapen.

En nu vlug naar de kinderen! Ze hebben bijna drie uur extra moeten wachten, omdat de vlucht vanuit de hoofdstad Yangon naar Mandalay drie uur uitgesteld was. Ik stap over de stang van de toegangspoort en kijk het schoolterrein op. Wat een verschil met mijn eerste bezoek, precies drie jaar gelden. Toen was de oprijlaan nog een stoffig zandpad, stond er nog geen groot gebouw met werkplaatsen aan mijn rechterzijde en lag alles bezaaid met afval. Er is hier veel verbeterd in de loop der jaren, voor een groot deel met steun van buiten. Tot mijn verbazing zit het schoolhoofd U Nayaka op een stoel aan de poort. Hij springt op en begroet me hartelijk. Hij ziet er een stuk fitter uit dan de vorige keer. Hij is helemaal hersteld, zegt hij. Als ik hem vraag of hij poortwachter is geworden, moet hij lachen. ‘Ja’, zegt hij. ‘Er komen steeds vaker vreemde jongens op het schoolterrein en dat is niet de bedoeling. Als ik hier een weekje ga zitten, is dat weer voor een tijdje afgelopen.’ Hij breekt de conversatie abrupt af. ‘Ga jij maar gauw naar de kinderen’, zegt hij. ‘Die zitten met smart op je te wachten en wij spreken elkaar deze week nog wel.’ Hij heeft gelijk!

Het eerste kindje dat me ziet schreeuwt in het Birmees: ‘Nico is hier!’ en tien seconden later komen de dertig jongste meisjes en jongens op me afgestormd. Ze vliegen me om het lijf - om de hals gaat niet want ik ben te veel groot - en met een hele sliert kinderen aan mijn armen loop ik verder het terrein op. Daar komt de rest aanlopen. Het eerste half uur doe ik niks dan kindjes knuffelen. De nieuwe meisjes en jongens staan op een afstandje nog wat verlegen toe te kijken. Als ik over twee weken vertrek, zal dat wel anders zijn! De groep bestaat niet meer alleen uit weeskinderen. Een flinke groep oudere meisjes en enkele jongens uit de regio zijn inmiddels onder de hoede van de staf geplaatst. Ze kunnen in hun dorpjes geen eindexamen doen en doen dat nu hier op de PDO High School.

Yi Mon, de hoofdleidster, begroet me hartelijk en neemt me mee voor een rondje langs de huizen. Eerst bewonder ik het nieuwe huis dat door een Engelse sponsor voor onze kinderen is gebouwd. Een glimmend schildje met de naam van de Engelse NGO prijkt op de gevel. ‘Panwaw House’ staat erop. Het is een enorm gebouw van twee verdiepingen met veel hoge kamers. Het oogt nog heel donker, omdat het nog niet geschilderd is en de grijze beton weinig licht weerkaatst. De eerste stapelbedden staan erin en zo’n twintig oudere meisjes slapen sinds een week in het nieuwe gebouw. Als dit gebouw een likje verf krijgt, ziet het er opeens een heel stuk vriendelijker uit.

Huis nummer 1 is helemaal opgeknapt. Ik bewonder de toiletten en douches met waterbak, de bestrating rond het huis, het afdak aan de achterzijde, de nieuwe keuken en het schilderwerk. Huis nummer 2 verkeert in een slechte staat. We gaan dat als stichting niet meer renoveren. Tim gaat samen met de schoolarchitect Chan Chan een calculatie maken voor het plaatsen van een nieuw huis. De begane grond wordt nu gebruikt voor remedial teaching. Daar moeten we rekening mee houden als we nieuwe tekeningen laten maken. Het bamboehuis, waar de oudere jongens wonen, ziet er nog steeds hetzelfde uit. Dit is het meest primitieve huis van de vier. Maar de jongens hebben er geen moeite mee. In de dorpjes waar ze vandaag komen zijn alle huizen zo. Hier hebben ze een goede wasplaats, een toiletgebouwtje en elke dag drie fatsoenlijke maaltijden.

Als ik ga zitten, krijg ik tientallen vragen op me afgevuurd. Toen mijn verbazing spreken een aantal kinderen een stuk beter Engels dan de vorige keer. Ze vertellen me zelf dat ze nu in de ‘fast track class’ zitten. Dat zijn klassen voor kinderen die goed kunnen leren en extra Engelse les krijgen van gekwalificeerde docenten. Dit maakt het converseren met de kinderen een stuk gemakkelijker. In combinatie met de 150 Birmese woordjes en korte zinnetjes die ik inmiddels ken komen we een heel eind zonder hulp van Yi Mon. Wat me opvalt is dat de conversatie binnen de kortste keren gaat over vriendjes, vriendinnetjes, verliefdheid en verkering. Je kunt goed merken dat de kinderen alweer negen maanden ouder zijn. In geuren en kleuren wordt vertelt wie er op wie verliefd is. En dat vertellen ze het liefste over elkaar en niet over zichzelf. Een zinnetje dat ik dan ook steeds hoor, is: ‘Collah hallah’. Ik wil natuurlijk weten wat het betekent. Ik had het kunnen weten. Het betekent: ‘Dat is niet waar!’ Ik vermoed dat niet alleen de kinderen, maar ik dit zinnetje nog vaak zal gebruiken de komende twee weken. Al was het maar om de kinderen te plagen. Dat vinden ze geweldig en dan wordt er flink gelachen.

Nann Myint, de jongere zus van Yi Mon, komt stralend aangelopen. Even een knuffel. Ze had me overal gezocht en was zelfs al op kantoor gaan kijken. Daar werkt ze als gastvrouw, als rechterhand van U Nayaka en als vertrouwenspersoon voor de buitenlandse organisaties. Ze is een pientere meid, die goed Engels spreekt en veel verantwoordelijkheid aankan. Leuk om haar weer te zien. Ze vertelt me dat Günther Hoffmann van de Förderverein Myanmar ook op school rondloopt. Dat is handig, want we hebben nog een aantal zaken met de Duitse NGO te bespreken. Ik heb het gevoel dat het een vruchtbaar bezoek wordt. Op het vliegveld van Yangon, waar ik ruim zes uur heb zitten wachten, heb ik een script geschreven voor een nieuwe video, waarin met name de kinderen aan het woord zijn en over hun toekomstplannen vertellen. De werktitel is: ‘I have a dream…’. Het is met name een kapstok, want ik wil eerst nog uitgebreid met een aantal kinderen praten. Daarnaast gaan we inkopen doen om het nieuwe huis verder in te kunnen richten. En er is veel te bespreken.

Als ik na een heerlijk maal op het idyllische terrasje van het hotel terugkom bij The Golden House, ploft alles direct weer bij me op de bank. De kinderen genieten van de fulltime aandacht die ik ze geef en ik kan niet ontkennen dat ik dat precies hetzelfde ervaar. Er is geen enkele drempel meer dan dat is echt zó ontzettend leuk. Ik vertel Cho Cho en Tsai Tsai dat ik graag weer een keer wil koken voor de kinderen deze week. Dat vinden ze leuk. Met handen en voeten leg ik uit welke ingrediënten ik allemaal nodig heb voor een heuse Indiase curry. Het Engels van Cho Cho en Tsai Tsai is lang niet zo goed als dat van Yi Mon. Maar we komen er uit! Als we na een tijdje op de klok kijken, is het inmiddels 01:00 uur. We schrikken er allemaal van. Het is gelukkig zaterdag, maar dat neemt niet weg dat het tijd is om naar bed te gaan. De kleinere kinderen liggen boven al te slapen. We gaan via een andere poort naar buiten en ik word naar het hotel vergezeld door de staf en wat kinderen. Daar aangekomen volgt het vaste ritueel: Ik probeer in het beste Birmees ‘slaap lekker’ en ‘droom zacht’ te zeggen. En de rest slingert op z’n Brabants ‘Houdoe hè’ en ‘Slaap lekker’ om mijn oren.

Zondag 19 februari

Het is 11:00 uur als ik wakker word. Ik hoor de geluiden van de stad, die al zeker vijf uur wakker is. Er lopen mensen door de straten die hun koopwaar luidkeels aan de man brengen. Ik hoor een paar rammelende kettingkasten en het getoeter van scootertjes. De vogels fluiten en het zonlicht straalt door de ramen van het voorkamertje. Buiten is het vast al lekker warm. Gisteren was het zo’n 30 graden en ’s avonds koelde het af tot een graad of 25. Dat is heerlijk ‘winterweer’. De kinderen hadden het koud. In de zomer kan het hier zomaar 10 graden warmer zijn. Om 12:00 uur zit ik aan mijn ontbijt… eh… brunch. Mijn vaste recept is Nam Ja (een kruising tussen een wrap en naan), een omeletje met tomaat en uien, wat jam, een groot glas jus d’orange en zelfgezette thee. De zwarte Engelse thee die ze hier drinken is namelijk zo zwart dat je er mes en vork bij nodig hebt.

Ik heb me voorgenomen om de dag met de kinderen door te brengen. Het is zondag, dus de kinderen zijn vrij. De oudere kinderen zitten te studeren en de jongere kinderen zijn binnen en buiten aan het spelen. Ik heb een rugzak vol kleine presentjes meegebracht van de sponsorouders in Nederland. Yi Mon roept de kinderen één voor één naar haar kantoortje en daar vertalen we de brieven en kaartjes. Ze staan te trappelen om hun pakje open te maken. Ik heb in Nederland gezegd dat het echt een kleinigheidje moet zijn en daar hebben de meesten zich keurig aan gehouden. De kinderen weten gelukkig hoe het zit met de sponsorouders en jaloersheid zie je nauwelijks. Speelgoed wordt vaak gedeeld en ze trekken ook elkaars kleren aan. Neemt niet weg dat het voor de kleintjes toch even slikken is. Twee van de kleinsten, Su Hlaing Htet en Su Su Hein, zijn echt teleurgesteld. Het pakje van Luc en Bineke Soes biedt uitkomst. Ze sponsoren een kindje, maar hadden voor Yi Mon enkele armbandjes meegegeven. Yi Mon kiest zelf het mooiste armbandje uit en geeft Su Hlaing Htet en Su Su Hein ook ieder een armbandje. Weg tranen en dansend gaan de meisjes het kantoortje uit. Als ik even later de snoephartjes van Flower uitdeel, is het helemaal goed.

De rest van de middag staat in het teken van woordjes leren. Flower ko tsi là, wordt me gevraagd. Tsi dè, zeg ik, want natuurlijk houd ik van Flower. Bà djoun leej, is de volgende vraag? Eh ja… waarom hou ik van Flower? Haat ie loo, is het juiste antwoord: Omdat ze mijn hart gestolen heeft! Dat moet natuurlijk ook even op Yi Mon uitgeprobeerd worden. Eén van de oudere meisjes is niet te beroerd om expres op luide toon te vragen: Yi Mon koo tsi là? De rest ratel ik op en de reactie laat zich raden: Yi Mon met rode koontjes op haar wangen en de kinderen liggen dubbel van het lachen!

Als ik aan het avondeten zit op het terrasje bij het hotel, komt Günter aanlopen. Hij vertelt dat hij met Nann Myint en haar vriend een hapje gaat eten. Haar vriend uit Yangon, vraag ik? Is hij hier? Geen wonder dat Nann Myint ondanks haar buikpijn gisteren zo liep te stralen. Even later zitten we met z’n vieren wat te drinken. Haar vriend zegt niet zoveel, maar zo te zien is het een vriendelijke en lieve jongen.

Yi Mon denkt daar anders over. Als ik haar even later vertel dat ik net de vriend van haar zusje heb gezien en gesproken, zegt ze: Ma kaun boe! Ze vindt het maar niks dat Nann Myint een latrelatie heeft met een jongen uit de hoofdstad. Ik vraag haar of ze bezorgd is om haar zusje of dat ze de jongen niet zo leuk vindt? Allebei, antwoord ze. Ik schat in dat het een combinatie van bezorgdheid en jaloersheid is. Ze is denk ik ook bang dat Nann Myint op een dag de school zal verlaten en een eigen leven gaat opbouwen. Ondanks dat de twee zussen heel verschillend zijn, hangen ze toch erg aan elkaar. Wat er precies achter zit, vis ik nog wel uit. Ik klets nog wat met de kinderen en ga rond 21:00 uur naar het hotel om een start te maken met mijn reisverslag. En om weer een normaal dagnachtritme te krijgen, moet ik sowieso wat eerder gaan slapen.

Maandag 20 februari

De dag begint met een gesprekje met Yi Mon. Ik vertel haar dat we huis 2, dat in een slechte bouwkundige staat verkeert, willen afbreken en er een nieuw huis neer willen zetten. Ze knikt instemmend want ze kent de plannen. We lopen samen naar huis 2. Op dat moment wordt er remedial teaching gegeven op de benedenverdieping voor de leerlingen van leerjaar 10 en 11. Docenten van de universiteit spijkeren onze kinderen gratis bij. In een week komen alle vakken voorbij. Ik vraag Yi Mon of het wenselijk is dat het nieuwe huis ook een klaslokaal heeft. Ja, heel graag, zegt ze, want de andere huizen zijn daar niet op berekend. De indeling van het nieuwe huis zal dus niet veel afwijken van het huidige huis: Beneden een grote multifunctionele ruimte en boven een slaapzaal. We kijken samen rond of er nog zaken hergebruikt kunnen worden in het nieuwe huis, maar we komen niet veel verder als de schoolbankjes, een kast boven (die overigens half kapot is), een ventilator en de kisten van de kinderen, waarin ze hun persoonlijke zaken en kleding bewaren.

Yi Mon heeft in januari een lijst gestuurd met zaken die ze nodig heeft. Als we die lijst samen doorlopen, komen we tot de conclusie dat de meeste spullen sowieso aangeschaft moeten worden. Met de schooluniformen en de schoolspullen wil ze nog 2 maanden wachten, maar al wel graag het geld voor reserveren. Ze is bang dat beesten of insecten aan de opgeslagen spullen gaan knagen. Als we naar het nieuwe huis lopen, vertelt Yi Mon nogmaals dat er momenteel alleen met de ramen dicht geslapen kan worden, omdat er nog geen horren aangebracht zijn. Ook hangen er nog geen ventilatoren. Het is ’s nachts dus bloedheet binnen. Ze adviseert me om hierover met het schoolhoofd U Nayaka te praten, omdat ze niet zeker weet of de sponsor die het huis heeft betaald nog geld heeft achtergelaten voor de horren.

Ik zal alvast een verkennend gesprekje voeren met U Nayaka. Als Tim donderdag arriveert, kunnen we doorpakken. Mijn gevoel zegt dat we snel moeten handelen. Het nieuwe schooljaar start in mei. Als het oude huis er dan nog staat, zou dat voor U Nayaka aanleiding kunnen zijn om weer meer kinderen te plaatsen. Dat gebeurt in de andere woongroepen ook.

Ik vertel Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai dat ik deze week graag een nieuwe film wil schieten, waarin met name de kinderen aan het woord zijn. De film heeft de werktitel ‘I have a dream…’ en daarin gaan een aantal kinderen vertellen over hun toekomstplannen. Natuurlijk stippen we ook kort het verleden en het heden aan. Ik vraag aan de dames welke kinderen ideeën hebben over hun toekomst? Liefst een gemengde groep en verschillend van leeftijd. Het is handig als ze een klein beetje Engels spreken en niet verlegen zijn. Al pratende komen we uit bij vijf kinderen en een staflid van de jongensgroep. Yi Mon roept de kinderen één voor één bij zich voor een kort interview. Ik merk dat het praten over de cycloon en alle ellende van dien ze gelukkig een stuk beter afgaat dan twee jaar gelden. Maar de focus van ons gesprekje ligt met name op de toekomst.

Ei Thazin Myat is zes jaar oud en ze zit in leerjaar 2. Ze houdt van dansen en zingen. Ze wil graag een beroemde artiest worden, zoals Justin Bieber of de Birmese zangeres A Thin Cho Swe. Terwijl ze dit vertelt, kijkt ze me grote ogen aan en moet er steeds bij lachen. Ze droomt er ook van om staflid te worden van The Golden House. Niet verwonderlijk, Yi mon, Cho Cho en Tsai Tsai zijn haar grote voorbeeld.

Zar Ni Khaing is twaalf jaar oud en ze zit in leerjaar zes. Sinds kort in de FT-class (fast track class) waarin ze veel meer Engels krijgt van goede docenten. Ze wil dokter worden en wel in het bijzonder een hartspecialist. Ze weet maar al te goed dat ze daarvoor hoge cijfers moet halen op de PDO High School. Anders komt ze voor een dergelijke studie niet in aanmerking. Haar grote hobby is dansen en ze wil graag een modern meisje worden, vertelt ze met een twinkeling in haar ogen.

Thet Aung is veertien jaar oud en hij zit in leerjaar negen. Hij is klein voor zijn leeftijd. Hij heeft echt een arm om zijn schouder nodig, maar gezien zijn leeftijd kan Yi Mon dat niet openlijk doen, want dan zou hij daarmee geplaagd worden. Hij is met name vrolijk als hij een fototoestel mag dragen en foto’s mag maken. Ik heb dat al een paar keer meegemaakt als we op excursie gingen met de groep. Hij wil graag de baas worden van een bouwbedrijf. Als ik vraag of hij dan met een dikke sigaar vanachter zijn bureau orders gaat uitdelen, moet hij lachen. Nee, hij wil zelf ook meewerken in het bedrijf. Met het geld dat hij verdient wil hij arme mensen helpen.

Thuzar Aung is zestien jaar oud en ze zit in leerjaar 11. Dat is de examenklas en dat betekent hard werken. Ze wil niks liever als slagen en verder studeren. Haar ouders zijn heel arm. U Nayaka helpt hen financieel, zodat hun dochter niet thuis hoeft te helpen maar naar school kan. Ze is de jongste van vijf kinderen. Ze wil graag ingenieur worden en gebouwen tekenen, berekenen en bouwen. Met de bouwput recht voor The Golden House in gedachte is dat niet verwonderlijk. Op dit moment zet de Duitse NGO namelijk een nieuw trainingsgebouw neer. Als ik haar vraag of er veel meisjes ingenieur worden, schudt ze haar hoofd. Maar de mannen zullen mijn instructie ter harte nemen omdat ik de kennis bezit, oppert ze. Ook Thuzar Aung wil haar salaris afstaan. Zij heeft beide ouders nog en wil hen een beter leven geven.

Mar Lar Tun is eenentwintig jaar oud en ze zit in leerjaar tien. Nadat haar moeder was gestorven tijdens de cycloon Nargis, moest ze voor haar drie jongere zusjes zorgen. Dat werd natuurlijk niet altijd in dank afgenomen door haar zusjes. Het betekende voor Mar lar Tun ook dat ze zelf niet naar school kon. Toen de vier zussen op PDO High School arriveerden, kon ze wel naar school. Nu heeft ze een duidelijk beeld van de toekomst: Ze wil kleermaakster worden. Ze volgt al een jaar lang lessen in het nieuwe naaiatelier op school. Uiteindelijk wil ze zelf kleren ontwerpen, maken en verkopen in haar eigen winkeltje. 

Htoo Thwin is een vrijwillig staflid van de oudere jongens. Hij is 22 jaar oud en studeert scheikunde aan de deeltijd universiteit. Hij zit in het tweede jaar en moet nog twee jaar meer. Daarna kan hij eventueel leraar worden op een High School. Maar zijn passie ligt bij het lesgeven in de timmerwerkplaats van de PDO High School. Hij heeft er al drie jaar timmerles opzitten en geeft nu instructie aan de eerstejaars. Zijn ogen glinsteren als hij vertelt dat hij het liefste nog veel meer studenten zou willen begeleiden. Geen wonder, want zijn grootvader, zijn vader en zijn ooms zijn allemaal timmerman. Het is zijn hobby en zijn passie.

Wat ontzettend leuk om met deze kinderen over hun toekomst te praten. Al is die soms nog vaag of ver weg, ze denken er wel over na! We spreken af dat we morgenmiddag gaan filmen. Yi Mon zal de schooltaxi regelen en die brengt ons naar de Yankin Paya. Dat is een tempelcomplex op een heuvelrug aan de oostzijde van de stad. Het is een oase van rust en we kunnen er werken zonder dat we gestoord worden. Ik kom er heel graag, ook als ik zelf tot rust wil komen of met mijn ziel onder mijn arm loop. Dat zal morgen niet het geval zijn. Dan loop ik met mijn laptop en camera onder mijn arm. Yi Mon zal wat fruit en drinken meenemen en dan zullen we vast en zeker een leuke middag hebben.

Als we klaar zijn het de interviews, vraagt Yi Mon of ik mee wil naar de markt in de stad. Ze moet groente kopen voor de komende week. De schooltaxi komt voorrijden en samen met Thu Zar, Thu Zar Win en Eain Thit Sar kruip ik in de laadbak. Oh, dit is niks voor mij. De meiden zitten gewoon een half uur op hun hurken, maar ik ben daar veel te stijf voor. Iedere keer als ik kreunend ga verzitten, moeten ze lachen. Het is spitsuur in de stad en het is mistig van de uitlaatgassen en het stof. Gezond is het niet in Mandalay. We halen bloemkolen, groene kolen, aubergines, aardappels, paprika’s en chilipepertjes. Op de terugweg ligt de laadbak halfvol en zitten de meiden bovenop de groente. Als we bij The Golden House aankomen, komt iedereen die toevallig buiten is mee uitladen, de bak wordt schoongeveegd en vijf minuten later rijdt de schooltaxi weer weg. Zo gaat dat hier tweemaal per week. Ik verbaas me over de geoliede machine, maar de kinderen halen er hun schouders bij op.

Tijdens het avondeten schuif ik aan bij Günter Hoffmann van de Duitse NGO. We praten wat over de ongelooflijke veranderingen die er op dit moment in Myanmar gaande zijn. Overal waar je kijkt zie je posters hangen van de oppositieleidster die is vrijgelaten. Er komen verkiezingen aan, maar slechts 8% van de zetels komt vrij in het parlement. Maar goed, het is een begin. De stem van het volk zal nu vaker en nadrukkelijker klinken. Günter is ook bezig met een lampenproject in dorpen aan de Ayeyarwady rivier. Ze werken op zonne-energie. Ze worden gesponsord door een Duitse firma, die ze vanuit China naar Myanmar exporteert. De Duitse NGO traint technici die voor het onderhoud zorgen. De gezinnen die een lamp leasen betalen daar 1000 kyats (1 euro) per maand voor. Dat geld wordt gebruikt voor de training van de technici en het opzetten van een lokaal onderhoudsbedrijfje. Een aantal lampen voor The Golden House zou geen overbodige luxe zijn. Günter zegt toe dat we een lamp mogen uitproberen in The Golden House. Ze kosten zo’n 40 euro per stuk, dus we zouden er enkele kunnen aanschaffen. De levensduur is vele malen langer als de grote accu’s die we nu hebben staan. En nog een groot voordeel: ze kosten geen stroom.

Na het eten loop ik nog even naar de kinderen. Het is al laat en de kleintjes liggen al te slapen. We bedenken met een aantal kinderen een nieuwe naam voor huis 2. Huis 1 heet Swee San Ee (gouden stenen huis), huis 3 heet Swee Wah Ee (gouden bamboe huis) en huis 4 (het nieuwe huis) heet Swee Pandaw Ee (gouden Pandaw huis, naar de naam van de sponsor). En huis nummer 2? Als ik zeg: Swee Na Boe Ee, liggen ze in een deuk. Dat betekent zoveel als gouden gekkenhuis. We komen er nog niet echt uit, maar dat komt nog wel. Om 22:00 uur stap ik weer door de schoolpoort, die ik sinds vandaag weer zelf kan openen en sluiten omdat ik een sleutel heb gekregen. Slaap lekker allemaal.

Dinsdag 21 februari

De ochtend gebruik ik om het script voor de video verder af te schrijven en aan mijn reisverslag te werken. Om 12:30 uur loop ik richting school. Eerst even het script kopiëren in het katoor van U Nayaka. Ik tref er Nann Myint en ze maakt keurig acht printjes. Ruim drie pagina’s tekst. Ik hoop dat we het vanmiddag allemaal op de band krijgen. Als we maar op tijd kunnen vertrekken. Ik heb nog even tijd en loop door naar de Novicen. U Zar Nay Ya, de monnik die de leiding heeft over deze groep van 700 jonge monnikjes, is vandaag niet op school. Khaing Mar Oo wel. Zij heeft de leiding over de etnische groep. Ze ziet er pips uit en ze vertelt dat ze buikpijn heeft. Er zijn gisterennacht een aantal leraren van andere scholen gearriveerd voor een training en die moest ze ontvangen. Ik houd het gesprekje kort en zeg dat ze maar snel weer moet gaan liggen.

Als ik keurig om 13:30 uur bij The Golden House ben, is Yi Mon net een douche nemen. Ik roep alvast de kinderen bij elkaar, maar uiteindelijk moeten we een half uur wachten. Als Yi Mon op de video gaat, wil ze zich namelijk even optutten. En ‘even’ is een relatief begrip. We tikken allemaal op onze denkbeeldige horloge als Yi Mon komt aanlopen en ze loopt rood aan. Hilariteit alom.

We rijden met de schooltaxi naar de Yankin Paya. Ik weet dat je ook met de auto naar boven kunt via de achterkant van de berg en vraag de chauffeur om dat te doen. We rijden tegen een enorm steil pad omhoog en Zar Ni Khaing, die voorin naast me zit, zit te springen van opwinding. Dit scheelt een half uur steile trappen beklimmen en dat is fijn, want als we boven zijn, hebben we er nog veel te gaan! Ik deel de scripts uit en we gaan gauw aan de slag, want het is inmiddels 14:30 uur. Sommige Engelse zinnen gaan van een leien dakje en andere moet ik ter plekke vereenvoudigen, omdat de schatten er gewoon niet uitkomen. Met name Ei Thazin Myat, Zar Ni Khaing, Thuzar Aung en Htoo Thwin doen het geweldig. Vaak staat het er na twee of drie keer goed op. Thet Aung en Mar Lar Tun hebben erg veel moeite met de Engelse uitspraak en snappen veel zinnen niet. Gelukkig is Yi Mon erbij en als een echte lerares oefent ze de zinnen met de kinderen.

We lopen steeds een stukje verder over de trappengalerij tussen de stupa’s en tempeltjes door. Maar na anderhalf uur zijn we nog niet op de helft. En één van de batterijen is al leeg. Om 16:30 uur komt de schooltaxi alweer. Dus hup, de vaart erin. Sommige regels laat ik Yi Mon zeggen en dat schiet wel op. Maar om 16:30 uur zijn we nog steeds niet klaar. Uiteindelijk staat het laatste shot er om 17:15 uur op. We hebben Htoo Thwin al naar de chauffeur gestuurd om te melden dat we een uur later zijn. Ik leer snel in het Birmees sorry te zeggen en loop naar de chauffeur. Maar hij kan er gelukkig mee lachen en zegt Ja ba dè, oftewel geen probleem, graag gedaan! Oh wat ben ik moe! En Yi Mon en de kinderen ook. Maar de missie is geslaagd en ze vonden het allemaal erg leuk om te doen.

Ik plof in een stoel op het terrasje van het hotel en drink eerst twee flesjes cola leeg. Dan komt Günter aanlopen en al gauw raken we verzeild in een aangename conversatie over Myanmar, PDO en The Golden House. Günter is bijna 70, maar ik merk dat hij hetzelfde gevoel deelt als ik voor de mensen in dit land, de stafleden op de school en de kinderen. Geen pretenties, geen opschepperij, maar oprechte emoties. Dat is leuk. Ik vertel hem over de belevenissen in mijn jeugd als ik met mijn ouders in Duitsland op vakantie ging. Met name over de fratsen van mijn vader. En hij ligt in een deuk! We besluiten ons gesprek met het maken van een afspraak over het testen van een lamp op zonne-energie. Hij heeft een lamp achtergelaten in The Golden House en vanavond kunnen we de lichtopbrengst meten. Na een heerlijk maaltje van kippengehakt, roerbakgroenten en rijst voel ik me als herboren.

Op naar The Golden House! Gelukkig heb ik nu een sleutel van de poort en kan ik mezelf binnenlaten. Ik ga op het bankje in huis 1 zitten bij Cho Cho en Tsai Tsai. Als even later Yi Mon en Nann Myint aan komen lopen, gaat Yi Mon snel het pakje halen dat Flower (Frederique) heeft meegegeven. Ik vertel de dames dat er een mooi cadeautje inzit voor ieder van hen en dat het vijfde cadeautje meegaat naar Nederland en bestemd is voor Flower. Nann Myint leest het kaartje voor en dan worden één voor één de verzilverde kettinkjes tevoorschijn gehaald. Ze hebben alle vijf een ander hangertje. De dames vinden ze prachtig en de symboliek spreekt ze erg aan. Ze willen dat ik er eerst één uitzoek voor Flower, maar dat is niet de bedoeling. Flower vindt ze allemaal even mooi en de ketting die overblijft heeft een speciale betekenis. Als ze die draagt zal ze altijd aan hen denken.

Tsai Tsai mag eerst kiezen, dan Cho Cho, dan Yi Mon en Nann Myint. Ze worden uiteraard meteen omgehangen en Yi Mon maakt er foto’s van. Het overgebleven kettinkje wordt zorgvuldig ingepakt en krijg ik terug. Yi Mon, Cho Cho, Tsai Tsai en Nann Myint vinden het een geweldig cadeau en Yi Mon gaat Frederique een mailtje sturen om haar te bedanken. De dames bedanken mij ook, maar ik verzeker hen dat dit helemaal Frederique haar idee en symboliek is. Missie geslaagd!

Een goed moment om Yi Mon en Nann Myint bij te praten over de veranderingen in onze stichting. Ik vertel ze ook over de nieuwe groep vrijwilligers die aan de slag gaat. De twee dames zijn heel enthousiast en willen heel graag contact leggen met Nanneke, Anke, Miriam en Sandra. Met Sandra mailt Yi Mon overigens al regelmatig. Ik vertel de dames ook over de ideeën om de kinderen die verder studeren na PDO en in The Golden House blijven wonen iets terug te laten doen voor hun verblijf. We zouden bijvoorbeeld een tweede schooltuin kunnen realiseren, een kippenfarm kunnen opzetten of het naaiatelier kunnen uitbreiden. De jongeren kunnen dan naast hun studie - in ruil voor het betalen van de studiekosten en verblijf in het weeshuis - wat werken. De producten kunnen weer ten goede komen aan PDO en The Golden House. Nann Myint ziet het helemaal zitten en vraagt wanneer ik dit met U Nayaka wil bespreken. Ik zeg: Als Tim en Frank er zijn.

Als Yi Mon naar bed gaat, praat ik met Nann Myint nog een tijdje verder. Ik vertel haar over het idee van onze nieuwe vrijwilligster Miriam Spijkers. Miriam heeft verteld over een uitwisselingsproject tussen studenten Engels van de HAN en de hogeschool van Cambridge. Deze studenten zoeken een plek in het buitenland om Engelse les te geven voor een aantal maanden. Nann Myint spitst haar oren en als ik klaar ben met mijn introductie vertelt ze dat dit precies is waar PDO naar op zoek is. Ze zoeken een partnerorganisatie die volgens de estafettemethode docenten Engels kunnen sturen. We gaan dit idee deze week verder met U Nayaka bespreken. Nu ik Nann Myint voor mezelf heb, vraag ik haar waarom Yi Mon zo’n moeite heeft met het feit dat Nann Myint een vriend heeft. Nann Myint vertelt dat ze heel anders is dan haar zus Yi Mon, maar dat ze toch heel erg aan elkaar hangen. Einde van het jaar wordt de vriend van Nann Myint overgeplaatst van Yangon naar Mandalay en gaat daar voor hetzelfde bedrijf werken. Ze zal hem dan veel vaker zien en er zal een moment komen dat ze gaan samenwonen. Dat zal moeilijk zijn voor Yi Mon. Nu negeert ze stelselmatig de vriend van Nann Myint. Ik druk Nann Myint op het hart dat dit vast en zeker goed zal komen. Yi Mon zal een keer met hem moeten praten en dan zal ze inzien dat het een schat van een jongen is. Yi Mon heeft een groot hart, waar zeker ook de vriend van Nann Myint in past. Nann Myint moet lachen. Ze gelooft zelf ook dat het met de tijd wel goed zal komen.

Het is inmiddels bijna twaalf uur en hoog tijd om naar bed te gaan. Nann Myint kan haar slaapgebouw niet meer in. Dat wordt om 23:00 uur gesloten en ze is vergeten de sleutel mee te nemen. Cho Cho biedt aan om haar bed te delen. En zo komt ook op de valreep van dinsdag 21 februari alles nog goed!

Woensdag 22 februari

Ik begin de dag met wat buikkramp. Tja, Myanmar is geen schoon land. De hele dag hangen de kinderen om mijn nek, pakken mijn handen vast, plukken en trekken aan me en zo verspreiden we met z’n allen een enorme hoeveelheid bacteriën. Je hoeft maar een keer per ongelijk langs je mond te vegen en het is raak. Als het erger wordt, heb ik een pilletje dat tot nu toe altijd voortreffelijk heeft gewerkt. Maar misschien is het morgen alweer over. Het maakt me wel een beetje slap en ik besluit maar eens een dagje rustig aan te doen. Ik heb ook wat spierpijn van het traplopen gisteren. En mijn Nordic Walking stokken heb ik niet bij me. De stadsbewoners zouden hier niet weten wat ze zien. In Nederland loop ik al voor joker, laat staan hier!

Ik neem mijn filmcamera mee naar The Golden House en ga met Zar Ni Khaing en Thet Thet Lin wat opnames maken van de slechte staat van huis nummer 2. De dames mogen zo nu en dan wat voor de camera zeggen en dat vinden ze natuurlijk heel stoer. De beelden kan ik in onze promotievideo monteren en zo het sponsordoel voor 2012 goed in beeld brengen. Wat een drama is dit huis. Het is echt helemaal uitgeleefd, kapot en smerig. Als ik aan de achterzijde wat wil filmen, vluchten er gillend vier meiden om de hoek, die zich net aan het wassen zijn. Oeps, sorry! Niet dat je hier iets kunt zien, want de dames in Myanmar wassen zich namelijk met een omslagdoek rond hun lijf. Maar goed, toch maar even netjes wachten tot ze klaar zijn en dan kan ik ook de achterzijde van het huis op de band zetten.

Halverwege de middag film ik Mar Lar Tun nog even in het naaiatelier. Gisteren heeft ze verteld dat ze graag naaister wil worden. Om dat verhaal kracht bij te zetten heb ik wat shots nodig van haar achter de trapnaaimachine. Vergeleken met haar drie jongere zussen is Mar Lar Tun de rust zelve. Heel gewillig naait ze wat lapjes aan elkaar en lacht ze zo nu en dan naar de camera. Als ik klaar ben, loop ik Chan Chan, de schoolarchitect, tegen het lijf. En dat is maar goed ook, want ze vertelt dat ze vanavond voor een week naar de dependance van PDO in Yangon vertrekt. Dat is net de periode waarin Tim hier is en we afspraken willen maken over de herbouw van huis 2. Ze heeft nog een uurtje tijd en dus maken we samen met Yi Mon wat schetsen en een grove calculatie. Jammer voor Tim dat Chan Chan er niet is, maar ze heeft ook nog een collega die wat voor ons kan betekenen. Daar komen we samen wel uit!

De rest van de middag gebruik ik om met de kinderen te kletsen. Knap hoor hoeveel ze inmiddels begrijpen. Als je dat vergelijkt met drie jaar geleden… toen was een gesprekje zonder Yi Mon als tolk niet mogelijk. Nu wel! Om 17:30 uur lopen we met een groepje meiden naar de markt om bananen te kopen. Normaal is er geld om slechts eenmaal per week fruit te kopen. Nu trakteer ik op bananen. 150 banaantjes kosten 6,5 euro. Waar hebben we het over? Als Yi Mon morgenmiddag Tim op gaat halen, brengt ze ook nog watermeloenen mee. Halverwege het vliegveld en de stad zijn op een kruispunt zeker tien enorme fruitstallen met watermeloenen. En daar zijn ze heel goedkoop, vertelt Yi Mon. En zo moet ze elke week weer de eindjes aan elkaar knopen voor de 125 kinderen waar ze de verantwoordelijkheid over heeft. Maar ze doet het fantastisch! Ik heb veel respect voor haar.

Als ik terugwandel naar het hotel om wat te eten, bedenk ik me hoe gelukkig ik eigenlijk ben tussen al die kinderen. Ik ben blij dat ik een week eerder ben gegaan dan Tim en Frank. Dit geeft me de gelegenheid om er écht voor de kinderen te zijn. Die vaderrol ligt me goed en de kinderen vinden het geweldig, zo’n fulltime papa erbij. Lekker elementair bezig zijn, zonder stress. Ik bedenk me dat ik sinds ik hier ben geen stress meer gevoeld heb. Toen ik vertrok uit Nederland zat ik onder de eczeem. En hier heb ik nergens last van. Behalve van buikpijn dan. Hoewel, dat gaat alweer een stuk beter. Als ik hier ben, mis ik niks van leventje in Nederland. Behalve iedereen die me dierbaar is natuurlijk. Maar inmiddels wonen hier ook zoveel mensen die me dierbaar zijn geworden. Echt, ik zou hier best kunnen wonen en heel gelukkig kunnen zijn. Maar met Flower ben ik ook heel gelukkig in Nederland. En zo word ik steeds heen en weer geslingerd tussen verstand en gevoel. Stress? Nee, daar ben ik vandaag echt veel te relaxed voor!

Donderdag 23 februari

Als ik rond 11:00 uur bij The Golden House arriveer, wordt net alles klaargezet voor de lunch. Er wordt hier drie keer per dag rijst gegeten met een groentecurry. Soms met vlees, vis of ei erbij. Omdat er ’s morgens vroeg gekookt wordt, is het eten alleen rond lunchtijd warm. ’s Avonds en de volgende morgen bij het ontbijt is het eten koud. Dat is heel gebruikelijk in Myanmar. Hoewel ik al heel vaak gezien heb hoe het eten bereid wordt, heb ik er nooit van durven eten. Het zal wel gaan, maar ik neem liever geen risico. Er zijn elke dag kinderen die meehelpen met koken. Vaak dezelfde overigens. De voorbereiding is een heel sociale bezigheid. Er worden kleine krukjes rond een lage ronde tafel gezet en iedereen helpt mee uien snijden, de ingewanden uit de kip halen, gember vijzelen, knoflook fijnhakken, groente wassen, bonen pellen, eieren koken, etc.. Als de kinderen naar de centrale ruimte in huis 1 komen, is er een handig systeem bedacht voor het opscheppen. Enkele kinderen zorgen daarvoor en dat loopt gesmeerd. Zondag ga ik voor de kinderen koken en kan ik het allemaal weer eens van dichtbij meemaken. Dat zal overigens de enige keer zijn dat ik wel mee-eet.

Als ik zit te kletsen met wat kinderen, hoor ik opeens: ‘There is Frank’. En warempel, Frank is al gearriveerd. Een dag eerder dan aangekondigd. Alle kinderen blij. Frank logeert ditmaal niet in het hotelletje tegenover de school, maar in een groter hotel in de stad. Hij had vanmorgen al zitten werken en is nu komen lopen. Dat was een wandeling van bij anderhalf uur. Mandalay is een hele overzichtelijke stad, vanwege de rechte straten en het koninklijke paleis dat midden in de stad ligt, maar tegelijkertijd ook een enorm grote stad. Er wonen meer dan 1 miljoen mensen. Frank ziet er uitgerust uit en samen kletsen we een tijdje met de kinderen en de staf. Uiteraard bekijken we ook The Pandaw House, het nieuwe huis dat door de nieuwe Australische (ik schreef eerder ten onrechte Engelse) sponsor is gebouwd. Frank is wel onder de indruk. Het is van alle gebouwen in beton op dit schoolterrein absoluut het fraaiste gebouw.

Om 14:00 uur gaan Frank, Yi Mon en Cho Cho naar het vliegveld om Tim op te halen. Het geeft mij de gelegenheid om Mar Lar Tun te filmen in het naaiatelier c.q. winkel onderin het schoolgebouw. Dinsdag heb ik haar gefilmd op de heuvels van de Yankin Pagode. Om de film wat levendiger te maken, heb ik wat opnames nodig terwijl ze achter de naaimachine zit te werken. Mar Lar Tun volgt gewillig alle aanwijzingen op. Het valt me sowieso op dat mensen in Myanmar niet wegduiken voor de camera. Ze vinden het over het algemeen geen probleem of zelfs leuk als ze gefilmd of gefotografeerd worden. Als ik dat vergelijk met de jongelui op mijn school in Nederland… die duiken vaak hysterisch weg als ik met mijn camera een project kom vastleggen. Grappig dat verschil.

Om 16:15 uur arriveert ook Tim op school. Zonder watermeloenen overigens, want de chauffeur had de nieuwe tolweg genomen en dan kom je niet langs het eerder genoemde kruispunt. De kinderen zijn echt door het dolle heen. Ze rennen, springen, dansen en stuiteren om ons heen. We worden er kierewiet van. Tim en Frank gaan een potje met de jongens voetballen en dat put ze lekker uit. Tim wil uiteraard graag de veranderingen en verbeteringen aan de huizen zien. Met de nieuwbouw van huis 2 zal hij zich de komende dagen bezighouden. Ook hij is onder de indruk van het nieuwe huis. Maar helaas heeft de sponsor alleen in het gebouw voorzien en niet in vloerbedekking, meubilair, horren, schilderwerk en ventilatoren. Zo’n twintig grote meisjes zijn al over en slapen in stapelbedden in de zes slaapkamers. Op de grond staan hun kisten met persoonlijke spullen en schoolboeken. Het oogt allemaal nog grauw en donker. Toch zal schilderen niet onze prioriteit zijn deze keer.

Frank stelt voor om ’s avonds iets in de stad te eten met z’n drieën, maar we zijn pas zo laat weg en hebben zoveel te bepraten, dat we besluiten om toch maar in het hotelletje van Tim en mij te blijven. We eten en drinken daar wat. Als Frank vertrekt en Tim gaat slapen, ga ik nog een uurtje naar de kinderen. Even gezellig kletsen voor het slapengaan. Terug in het hotel ga ik snel slapen, want morgenvroeg hebben we een overleg met U Nayaka over huis nr. 2 en die bespreking is al om 9:00 uur.

Vrijdag 24 februari

Als Tim en ik bij The Golden House arriveren, komt Frank net aanlopen. Samen met Yi Mon lopen we naar het kantoor van U Nayaka. Dat is ongeveer halverwege het ruim 500 meter lange schoolterrein. Gezamenlijk lopen we naar de bibliotheek, trekken onze slippers uit en lopen de trap op naar de vergaderzaal op de eerste verdieping. We vertellen U Nayaka dat we graag huis nr. 2 willen herbouwen, maar dat we graag een offerte willen hebben voor een gebouw in beton en voor een gebouw in hout en stenen. Het eerste ziet U Nayaka natuurlijk het meeste zitten, omdat er dan nog ooit twee verdiepingen bovenop geplaatst kunnen worden. We maken ons zorgen om de fundering, omdat huis 2 strak ingeklemd staat tussen huis 1 en het huis van een familielid van U Nayaka. Omdat Chan Chan op dienstreis is naar Yangon, wordt de oude schoolarchitect erbij gehaald. Hij tekent op het whiteboard hoe de fundering er in dit geval uit moet zien. Dat moet wel gaan.

We spreken met U Nayaka ook over de zaken die nog gerealiseerd moeten worden in het nieuwe Pandaw House, voordat de meisjes die nu nog in huis 2 wonen kunnen verhuizen naar dit nieuwe gebouw. En dat is nogal wat. We zullen niet alles kunnen doen, want anders kunnen we huis nr. 2 niet meer bouwen. Na een uur gaan we uit elkaar en spreken af dat we vanmiddag samen met de architect een schets gaan maken van het nieuwe huis. Op basis daarvan kunnen we dan maandag een globale begroting krijgen. Nann Myint geeft ons nog het advies om contact op te nemen met de Australische sponsor van The Pandaw House. Ze vertelt dat Yi Mon namelijk vandaag een email gekregen heeft van sponsor Brian Pringle. Hij wil graag wat extra geld doneren om het huis in te richten. Hij is namelijk niet blij dat het huis nog steeds niet officieel bewoond is. Ik spreek met de groep af dat ik een mail zal opstellen. Ik heb namelijk precies in een overzicht staan wat er allemaal nog nodig is voor The Pandaw House en wat daarvan de kosten zijn.

Nadat ik de hoteleigenaar de opdracht heb gegeven om mijn terugvlucht op vrijdag 2 maart te regelen en nadat we geluncht hebben, gaan we van start met onze creatieve sessie. Tim, Frank en ik gaan in gesprek met de schoolarchitect en U Zar Nay Ya, de hoofdmonnik van de novicengroep. Ook hij heeft veel technische kennis. Al pratende en discussierende komt er een aardig idee voor huis nr. 2 op het whiteboard te staan. De begane grond zal via schuifdeuren verbonden worden met huis nr. 1. Zo creëer je een grote multifunctionele ruimte. De bovenverdieping wordt een grote slaapruimte. Tussen het nieuwe huis 2 en het bestaande huis 1 worden de toiletten en douches gebouwd. Aan de voorzijde komt een naar binnen vallend balkon over de volle breedte van het huis. We hebben het ook over een verbinding op de eerste etage en de plaats van de trap. Uiteindelijk zijn we allemaal tevreden met het resultaat en gaat de architect aan het tekenen. Dat gebeurt hier gelukkig op de computer in een officieel tekenprogramma. We spreken af dat we zondag de eerste tekening te zien krijgen en dat we maandag einde van de dag een globale begroting krijgen. Dan kunnen we beslissen of we in beton of in hout en baksteen gaan bouwen.

Na deze intensieve, maar zeer succesvolle sessie, besluiten we om naar Ko’s Kitchen te lopen, aan de andere kant van de stad. Dat is een lekkere wandeling van zo’n anderhalf uur. We lopen eerst een flink eind door wat rustige straatjes en daarna een flink eind over de drukke straat langs de paleismuur van het oude koninklijke paleis. Onderweg kijken we naar de Chinezen die zich uitleven op oude trimapparaten die permanent op de stoepen zijn geplaatst. Ook praten we over de grote veranderingen die op dit moment gaande zijn in Myanmar. Vierentwintig grote bedrijven praten op dit moment met de regering over het openen van vestigingen in Myanmar, de handelsembargo’s van Europa en de VS zullen waarschijnlijk opgeheven worden, internet is opengesteld voor hotmail en google en er komen binnenkort simkaarten op de markt voor mobiele telefoons die nog maar 5 euro per stuk kosten i.p.v. 50 euro. Ook op politiek gebied verandert er veel. Het toerisme is ook enorm aan het aantrekken. Hoe zal het land er over tien jaar uitzien? We spreken naar elkaar de hoop uit dat alle mensen een graantje mogen meepikken van de veranderingen en de welvaart, en dat het niet beperkt zal blijven tot de upper class.

In Ko’s Kitchen genieten we van een uitstekende Thaise maaltijd. Een leuk moment om onze boevenstreken van vroeger eens aan elkaar te vertellen. Na het eten brengen we Frank naar zijn hotel en nemen Tim en ik een taxi terug naar ons hotel. Daar kruip ik achter de laptop om een mail te schrijven voor Brian Pringle. Ik ga ‘m nog niet versturen, omdat ik Nann Myint beloofd heb dat zijn ‘m nog mag lezen. Wel check ik de privé-mail omdat ik nieuwsgierig ben naar de reisverhalen van Frederique. Zij is met Sandra vijf dagen naar Marokko geweest. Helaas nog geen mail van Flower, maar wel veel leuke reacties op deel 1 van mijn reisverslag. Bedankt allemaal voor het meelezen en meeleven!

Zaterdag 25 februari

Als ik op zaterdagmorgen om 10:00 uur onder de douche wil springen, wordt er op de deur geklopt. De hoteleigenaar heeft Nann Myint aan de lijn en die vraagt of ik snel naar The Golden House wil komen. Yi Mon wil namelijk inkopen gaan doen en heeft nog geen geld van me gekregen. Dat is waar ook. Ik douche me snel en een kwartier later kan Yi Mon met Cho Cho naar de markt. Ik verstuur vervolgens de mail naar Brian Pringle. Daarna laat Nann Myint me de foto’s zien van de bruiloft van haar broer en schoonzus. Ze hebben twee dagen gefeest: de eerste dag in Swebo, waar ze wonen en de tweede dag in hun geboortedorp. Daar hoort uiteraard ook een zegening door de monniken bij, die in een nabijgelegen klooster leven. Tijdens de receptie komt het halve stadje langs. Broer en schoonzus hebben 500 vrienden, familieleden en bekenden te gast gehad. Allen komen even een cadeautje brengen, wat drinken en zijn dan weer weg. De bruid ziet er als een prinses uit en ook Yi Mon en Nann Myint ogen knap in hun mooie kleding en met make-up op hun gezicht. Iedereen straalt en Nann Myint vertelt in geuren en kleuren hoe het er allemaal aan toegegaan is.

Als ik terugloop naar The Golden House komen Yi Mon en Cho Cho net terug van het inkopen doen. Uit de wagen worden slippers, kleding, schoonmaakspullen en nog veel meer geladen. Als alles binnen ligt, heb ik met Yi Mon een serieus gesprek over vervolgstudies in Myanmar. Wanneer we als stichting de kinderen financieel willen steunen bij hun vervolgstudie, is dat een genereus gebaar, maar absoluut geen garantie op een baan. Want ook al heb je aan de deeltijd universiteit of de voltijd universiteit gestudeerd, de banen liggen niet voor het oprapen. Ik kom met Yi Mon nog niet echt verder. Ze weet te weinig van de mogelijkheden. Ik ga hierover komende week met U Nayaka nog een boom opzetten.

Nadat ik Htoo Thwin gefilmd heb in timmerwerkplaats en een boodschappenlijst gemaakt heb voor mijn kookescapades op zondag, gaan we met een stel kinderen alvast wat inkopen doen op de lokale markt aan het eind van de straat. Frank en Tim lopen ook mee. We kopen o.a. kerriepoeder, ananassen, vissaus, citroengras en koriander. We kopen ook tien kokosnoten. Ik zie helaas te laat dat ze er het water gewoon uit laten lopen. Dat wil ik morgen ook gebruiken voor mijn kipcurry. Het vocht van de andere zes wordt wel opgevangen. De kokosnoten worden met een machine uitgeraspt en van het raspsel wordt kokosmelk gekookt. Dat kan Yi Mon morgen ophalen. Ze moet dan toch naar de grote markt, midden in de stad om de kip, paprika’s en watermeloenen te kopen. Hand in hand lopen we met z’n allen terug naar de school en hebben veel bekijks van de lokale bevolking.

Nann Myint overhandigt een zeer positief bericht van Brian Pringle. Hij is bereid om nog eens 5.000 euro te sponsoren voor de inrichting van de Pandaw House. Hij vraagt ons om de rest bij te leggen, supervisie te houden, goede afspraken te maken met U Nayaka en als prioriteit het schilderen van het huis te overwegen. Dat is echt geweldig nieuws. Terwijl Frank en Tim in de stad gaan eten, schrijf ik een nieuwe email naar Brian Pringle en eet wat samen met Günter, die vanavond zijn laatste avond heeft in Mandalay en het er net zo moeilijk mee heeft als ik dat aanstaande vrijdag zal hebben. Als ik om 21:30 uur de mail verzonden heb, gaan we in The Golden House samen met de kinderen de promotievideo van ons project bekijken en de vakantievideo van Frederique, Sandra en mij, die ik gemaakt heb n.a.v. ons bezoek aan het project en het land in januari 2010. Voor de kinderen is dit een feest van herkenning. Ze vinden het heel leuk om zichzelf, The Golden House en de school terug te zien, ook al snappen ze niks van de Nederlandse teksten en ondertiteling. Tijd om te gaan slapen, want morgen om 8:15 uur begint het grote kookavontuur.

Zondag 26 februari

Om 7:30 uur gaat de wekker. Zo vroeg ben ik deze week nog niet opgestaan. Als ik om 8:15 uur langs huis nr. 1 loop, zie ik dat iedereen nog zit te ontbijten. Een leuke gelegenheid om dat ook eens te filmen. De jonge kinderen zitten in kleermakerszit aan kleine ronde tafels en de grote kinderen zitten op bankjes aan grote langwerpige tafels. Zo gaat dat hier drie keer per dag. Het ontbijt bestaat uit rijst met gestoofde Chinese kool. Iedereen heeft z’n eigen stalen bakje en dat maken ze ook weer netjes schoon na de maaltijd. Er worden een paar kinderen aangewezen om te vegen en de keuken te dweilen en dat wordt zonder mopperen gedaan. Dan gaat iedereen weer zijns weegs.

Als de kinderen klaar zijn met eten, komt Yi Mon terug met de kip, de paprika’s, de kokosmelk en de watermeloenen. Goede genade, wat zijn dat reusachtige meloenen. De kleine kinderen kunnen ze echt niet dragen, maar proberen het wel. We liggen allemaal in een deuk! Ze rollen alle kanten op. De ronde tafels zijn inmiddels schoongemaakt en het snijwerk kan beginnen. Er zijn vijftien grotere meisjes die graag mee willen helpen. Dat schiet lekker op. Hoewel, aardappeltjes schillen met een mesje gaat lang niet zo snel als met een dunschiller. Maar ach, wat maakt het uit, ze zijn het hier gewend. De paprika’s, uien en ananassen worden ook kleingemaakt. Terwijl ik me over de knoflook en gember ontferm, gaan Tsai Tsai en Cho Cho met de kip aan de slag. Stel je geen malse kippenpoten of kipfilet voor, maar scharminkelige kippen die net geplukt zijn, zomaar in tien stukken gehakt, waar de poten nog aan hangen en waaruit de ingewanden, inclusief beginnende eieren, nog verwijderd moeten worden. De ingewanden gaan uiteraard niet weg, maar worden alvast gebakken voor het ontbijt van morgenvroeg.

Rond 11:00 uur is alles voorbereid en kunnen we gaan koken. Er worden twee enorme pannen op het houtgestookte fornuis in de nieuwe keuken gezet. Eerst de aardappels en de kip koken in de kokosmelk, vervolgens het kerriepoeder erbij, dan de paprika’s en de uien erbij, gevolgd door de knoflook, de gember en het citroengras, vervolgens de ananas en als laatste de koriander. We brengen het geheel op smaak en kleur met gehakte groene chilipepertjes, kurkuma en zoute vissaus. Er wordt nog een bakje bijgeplaatst met gekookte rode chilipepers. Eén druppel zou ons Westerlingen reeds in vuur en vlam zetten, maar de meeste kinderen eten het zonder blikken of blozen op.

Het eten wordt verdeeld en als de meeste kinderen te eten hebben, vraag ik: A jaa daa sjie là? Sjie dè, roepen de kinderen in koor. Ze vinden het echt heel lekker. Missie geslaagd. Vanavond krijgen ze pan twee geserveerd, maar dat zijn ze hier gewend.

Als we klaar zijn met eten, komen Günter en Nann Myint aanlopen. Nann Myint geeft me de reactie van de Australische NGO, die feitelijk neerkomt op: Zet alles maar in gang! Dat is goed nieuws en ga ik zeker doen de komende dagen. Günter komt afscheid nemen. Vanmiddag vertrekt hij naar Yangon. Hij eet nog even een hapje mee, maar krijgt bijna niks door zijn keel. ‘Jij weet wel waarom’, zegt hij tegen mij en ik kijk in twee bedroefde ogen. En daar heeft hij gelijk in. Ik heb Günter in de afgelopen dagen leren kennen als iemand die op dezelfde intense manier van deze mensen houdt als ik. Als hij een uur later vertrekt, omhelst hij me en vraagt hij of we alsjeblieft contact willen houden. Dat beloof ik hem. We hebben gisteren al adressen uitgewisseld.

Ook Thae Nu Khaing komt afscheid nemen. Ze gaat een paar weken naar haar moeder in de deltaregio. Ze reist samen met een paar andere kinderen met een monnik mee. Dat is eerst twee dagen met de bus, dan een halve dag met een grote boot en tenslotte een halve dag met een kleine boot. Over een paar weken komt ze samen met haar moeder terug naar The Golden House om tijdens de zomervakantie verenigd te zijn met haar twee jongere broertjes Ko Ko en Bo Bo. Ze roept: ‘Nico goodbye’. Als ik mijn armen naar haar uitsteek, springen de tranen in haar ogen en komt ze op me afgerend. Even een dikke knuffel en dan zeg ik dat ze de hartelijke groeten moet doen aan haar moeder. Ze veegt haar tranen af, belooft de groeten te doen, lacht weer en huppelt weg.

Ik ben moe en besluit om lekker rustig in het hotel wat aan mijn reisverslag te werken. Als ik om 15:00 uur huis nr. 1 binnenloop komen de kinderen net aangesjouwd met de meloenen. Die zijn echt driemaal zo groot als in Nederland. Vakkundig hakt Tsai Tsai ze in hapklare brokken. Hoewel hapklaar… de kinderen verdwijnen er half achter en het sap druipt op de grond. Ze staan te dringen om een stuk te krijgen, zelfs de groten. Yi Mon vertelt dat ze echt verlekkerd zijn op watermeloen. Leuk om te zien!

Om 16:00 uur lopen we met de kinderen tot een jaar of 13 naar de straat voor het schoolgebouw. Daar is een estafetteparcours uitgezet door met een gieter lijnen te trekken op de kurkdroge weg. Er volgen anderhalf uur lang spelletjes zoals een estafetterace met aardappels, een zaklooprace, koekhappen en nog veel meer. De kinderen vinden het hartstikke leuk. Ik heb nog een spel bedacht wat Frank, Tim en ik met de kinderen kunnen doen. Aangezien het toverwoord deze keer ‘Collah Hallah’ is, wat zoveel betekent als ‘niet waar’, poneren wij steeds een stelling en moeten de kinderen raden of het waar of niet waar is. Langzaam maar zeker vallen er steeds meer kinderen af en uiteindelijk blijft er dan één winnaar over. Mijn eerste stelling is: Flower (Frederique) heeft tijdens de vakantie haar haar zwart laten verven, net zoals de kinderen in Myanmar. Tweederde gelooft wat ik zeg, dus dat dunt lekker uit. Tim beweert dat hij eerder is geboren als zijn broer. Frank beweert dat zijn vriendin uit Cambodja komt. En zo gaat het verder. De kinderen vinden het zo leuk dat we het spel twee keer spelen. Ze proberen steeds aan onze ‘pokerfaces’ af te lezen of we de waarheid spreken. Soms wel en soms niet, natuurlijk!

Na de geslaagde spelletjesmiddag gaan we met Yi Mon, Nann Myint, Jerry, Mo Myint en een vriend eten in een goed en betaalbaar restaurant in de stad. Frank heeft beloofd te trakteren, omdat Jerry en Mo Myint vorig jaar getrouwd zijn. Jerry weet wel wat lekker is en zorgt ervoor dat de tafel vol staat met heerlijke gerechten. We smullen ervan en hebben veel plezier samen. Rond 21:00 uur zijn we weer terug bij het hotel. Tim gaat nog wat lezen en ik maak deel 2 van het reisverslag klaar om te mailen. En dat heb je dus zojuist gelezen!

Maandag 27 februari

Ik heb vanmorgen om 10:00 uur een afspraak met Thantar Moe, Ei Shwe Sin en Khaing Mar Oo. Dat zijn docenten en stafleden op de PDO High School. Het gaat over een uitwisselingsproject voor docenten Engels en Engels sprekende docenten die andere vakken kunnen geven. De vierdejaars studenten van Fontys in Nederland hebben een uitwisselingsprogramma gehad met studenten van Cambridge. Eén van de studenten wil na zijn afstuderen uitwisselingsprogramma’s gaan opzetten en is op zoek naar plaatsen waar dit kan plaatsvinden. Dat kan uiteraard uitstekend op de PDO High School. Daar lopen sowieso al drie projecten die hiervoor in aanmerking komen.

Thantar Moe is verantwoordelijk voor de FT-klassen (Fast Track Classes). Daarin zitten kinderen van 4 t/m 17 jaar die een bovengemiddeld intelligentieniveau hebben en alle vakken in het Engels aangeboden krijgen. Daarnaast is Thantar Moe ook verantwoordelijk voor het NTTC-project, waarbij enkele klassen elke week extra Engelse les krijgen, maar waarbij de andere vakken wel gewoon in het Birmees aangeboden worden. Er zijn in totaal zo’n 30 docenten bij betrokken, die heel graag op reguliere basis ondersteuning willen krijgen van docenten uit het buitenland. Continuïteit is daarbij van groot belang, anders stagneren de onderwijsprogramma’s.

Ei Shwe Sin en Khaing Mar Oo zijn op hun beurt verantwoordelijk voor het Pre College Program. Net afgestudeerde middelbare scholieren met een bovengemiddelde beheersing van de Engelse taal, Leraren In Opleiding (LIO’s) en afgestudeerde docenten aan de deeltijd universiteit hebben de kans om zich op de PDO High School voor te bereiden op een officiële universitaire studie. Ze krijgen een jaar lang les in vier vakken: General education, Academic reading & writing, Academic listening & speaking en als laatste Introduction to Social Sience. De leeftijd van deze studenten is 17 tot 25 jaar.

Voor alledrie de programma’s kunnen ze derde- en vierdejaars studenten van Fontys en van Cambridge gebruiken. Het idee voor deze uitwisseling is afkomstig van Miriam Spijkers, één van de nieuwe vrijwilligers van onze stichting World Child Care. Ik noteer alles wat ik moet weten en ga er straks een verslag van maken. In dit reisverslag ga ik er niet te diep op in. Als deze uitwisseling tot een structureel project uit zou kunnen groeien, is dat geweldig voor de studenten van Nederland en Engeland én voor de leerlingen en docenten van PDO High School. Uiteraard gaan we beide partijen rechtstreeks met elkaar in contact brengen en zullen we er als stichting waarschijnlijk een keer tussenuit stappen. De dames worden er helemaal enthousiast van en we gaan allemaal blij naar buiten.

Als ik bij The Golden House aankom, is Yi Mon aan het rondbazuinen dat er gedoucht moet worden. Sommige kinderen doen dat trouw elke dag, maar niet allemaal. Ik wil natuurlijk weten hoe ik kan vragen of ze al gedoucht hebben. ‘Jee Tjoe Là’ is de vraag. Uiteraard ben ik niet te flauw om even mee te helpen. De reactie laat zich raden: De kinderen die al gedoucht hebben liggen in een deuk en de kinderen die dat nog niet gedaan hebben, krijgen een rode kleur en vluchten snel met hun spullen naar de douches. Een hoop lol om niks. Washokjes is trouwens een beter woord voor de douches hier. Het zijn niet meer dan betegelde ruimtes met een grote waterbak. Maar o zo functioneel!

Ik maak van de gelegenheid gebruik om met Yi Mon de laatste dagen van mijn verblijf op PDO door te nemen. Dinsdag gaan we inkopen doen. Woensdag hebben we een Boeddhistische inwijdingsceremonie, waarover ik later meer ga vertellen. Die dag zullen we ook de financiën uitwerken voor het schoolhoofd U Nayaka. Donderdagmorgen wil Yi Mon met de kleinste kinderen naar de Horti Culture rijden. Dat is een groot landgoed dat de school bezit, een uur rijden vanaf de school, in de heuvels aan de oostzijde van de stad. Daar kunnen we lekker zwemmen. Goede plannen!

Frank komt naar het hotel om afscheid te nemen. Hij vertrekt zo meteen naar Yangon. Hij vertelt kort over de plannen die hij op persoonlijke titel gemaakt heeft met allerlei mensen op school. Ik wens hem een goede reis en een fijn verblijf bij zijn vriendin Oy in Thailand. De tijd tot de volgende vergadering met U Nayaka, Tim en de schoolarchitect vul ik met het maken van het verslag van het overleg van vanmorgen. Ik ga op het overdekte terrasje van het hotel zitten en verwen mezelf met een groot plateau met fruit. Even lekker relaxen, want het zijn enerverende dagen. Mede ook omdat de temperatuur ’s middags begint te stijgen. De zomer is duidelijk in aantocht! Tim schuift nog even aan om een hapje te eten en dan lopen we samen naar de bibliotheek.

De betrokkenen zitten al klaar. De oudere school architect heeft een grove calculatie gemaakt voor de herbouw van huis nr. 2. Die berekening valt tegen. Als we het gebouw in hout en stenen laten bouwen kost het inclusief douches en toiletten 40.000 euro en als we voor betonbouw kiezen, wat inmiddels ook onze voorkeur geniet, gaat het grofweg 53.000 euro kosten. Dat kan nog wat lager uitvallen, zegt de architect, als hij de exacte tekeningen en berekeningen heeft gemaakt. Na beide opties goed afgewogen te hebben, kiezen Tim en ik toch voor beton. We maken met U Nayaka de afspraak dat wij als stichting 40.000 euro zullen bijdragen en hij een sponsor zoekt voor de rest. Ook spreken we af dat er geen half werk afgeleverd wordt. Het huis wordt geschilderd en gemeubileerd opgeleverd. Geen toestanden zoals bij de Pandaw House. U