Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek juli 2013

Werkbezoek juli 2013 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in februari 2015. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. Hij werd tijdens zijn reis vergezeld door zijn vrouw, Frederique Schoenmakers, haar zus Claire de Groot en voorzitter Nanneke van Drunen. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

Zaterdag 13 juli 2013

HET WEERZIEN
Twee dames springen enthousiast op uit hun stoel in de wachtruimte op Mandalay International Airport. Het zijn Yi Mon en Cho Cho, twee stafleden van The Golden House. Ze lopen naar de grote glaswand die de bagagebanden scheidt van de wachtruimte. We houden zoals altijd even onze handen tegen het glas. Nog een minuut of tien en dan kan ik ze echt knuffelen. We hebben elkaar ditmaal negen maanden niet gezien. Dat is een lange tijd om je vrienden niet te zien. Want vrienden zijn ze na viereneenhalf jaar écht geworden. Vrienden voor het leven. “Ni kaun là”, vraag ik, zonder geluid te maken? “Kaun dè” zeggen ze, zonder dat ik ze hoor, want de glaswand is echt te dik. Ik had niet anders verwacht dan dat het goed met ze zou gaan. Hoewel ik ze negen maanden niet heb gezien, heb ik bijna elke week wel even contact met Yi Mon of één van de weeskinderen. Maar dat is dan per mail of een enkele per telefoon. Heerlijk om ze de komende drie weken weer allemaal in levende lijve te zien. Als tien minuten later mijn rugzak van de band gepakt heb, staan Yi Mon en Cho Cho al bij de deur klaar. Er volgt een hartelijke omhelzing. En daar blijft het bij, want kussen doe je hier in Myanmar (Birma) niet. Zelfs niet je ouders of beste vrienden.

DE CYCLOON
Ik ben ditmaal samen met Nanneke van Drunen naar Myanmar gevlogen. Zij is sinds anderhalf jaar de nieuwe voorzitter van onze stichting World Child Care. Ze heeft het stokje overgenomen van Frank Dirks, die het project met de weeskinderen is gestart. Dat was in mei 2008, naar aanleiding van de cycloon ‘Nargis’. De storm en de daarmee gepaard gaande vloedgolven hadden één miljoen mensen dakloos gemaakt, honderdduizend mensen gedood en tienduizenden kinderen half of geheel wees gemaakt. Noodhulp vanuit het buitenland werd niet geaccepteerd. Het militaire regime in Myanmar duldde geen pottenkijkers. De kinderen werden in tentenkampen gestopt en ’s nachts geroofd voor kinderarbeid en prostitutie. De Boeddhistische monniken en nonnen in dit land hebben ze uit de kampen gehaald en onderdak en onderwijs geboden op hun kloosterscholen.

DE SCHOOL EN DE WOONGOREP
Frank was enkele dagen na de ramp in Myanmar en ontmoette een monnik van de Phaung Daw Oo (PDO) High School. Die vertelde Frank dat ze op zijn school ook een groep weeskinderen wilden opvangen. Frank is gaan kijken en wist niet wat hij zag. Maar liefst 7.000 kinderen uit arme gezinnen krijgen dagelijks onderwijs op deze school. Omdat je getraumatiseerde kinderen niet zomaar in een slaapzaal stopt zonder begeleiding, heeft Frank de school geholpen met de aankoop van twee woonhuizen aan de rand van het schoolterrein. Dat gebeurde met hulp van vele sponsors en donateurs uit Nederland. Kort daarna arriveerden zeventig kinderen uit het deltagebied. Zij werden onder de bezielende leiding van Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai geplaatst. Drie jonge vrouwen van rond de dertig jaar. Zij leven permanent met de kinderen samen. Het jongenshuis wordt geleid door vier jongemannen die dat op vrijwillige basis doen.

DE STICHTING
Omdat Frank zijn zakenrelaties, familie en vrienden aanschreef voor steun, ben ik bij het project betrokken geraakt, evenals Tim, een vriend van Frank, en natuurlijk Frederique. Samen hebben we stichting World Child Care opgericht en steunen nu The Golden House, zoals de kinderen het weeshuis zelf genoemd hebben. Frank is intussen gestopt als voorzitter en heeft de rol van adviseur opgepakt. Nanneke van Drunen uit Den Bosch is onze nieuwe voorzitter geworden en we hebben onze groep vrijwilligers uit mogen breiden met twee gepassioneerde mensen: Miriam Spijkers en Camiel van der Heiden uit Rosmalen.

OVER DE SCHOOL
Voor de beeldvorming: Er wonen momenteel1300 kinderen permanent op het schoolterrein. Dat zijn ruim 700 novicen (jonge monniken), 200 meisjes uit de regio, 200 meisjes van etnische afkomst, 75 straatkinderen en 150 (wees)kinderen. Ze wonen in grote gebouwen die veelal door buitenlandse NGO’s neergezet zijn. De leeftijd van de kinderen ligt tussen de 4 en 18 jaar, met enkele uitschieters naar boven.

HET REISGEZELSCHAP
Hoewel Nanneke ook in Myanmar is, staat ze niet samen met mij op Mandalay International Airport. Ze is namelijk eerst naar de hoofdstad Yangon gevlogen om daar wat te bezichtigen en gaat ook een paar dagen naar het indrukwekkende tempelcomplex in Bagan. Aanstaande zaterdag zal ze samen met Frederique en Claire in Mandalay te arriveren. We zullen dan met z’n vieren twee weken doorbrengen op het project, in en om Mandalay en op het Inle meer. Daarover later meer. Nanneke heeft al veel gereisd, ook in Azië. Ze is echter nog nooit in Myanmar geweest en dus nog nooit op het project. Voor Claire is het zelfs de allereerste keer in Azië. En dan meteen in één van de armste landen. Dat zal een behoorlijke cultuurshock opleveren, in de positieve zin van het woord. En voor Frederique? Voor haar zal het net zoals voor mij een gevoel van ‘thuiskomen’ geven. Flower, zoals ze hier door de kinderen genoemd wordt, is ook al vele keren op het project geweest. Ik ben de tel een beetje kwijt. Ik weet wel dat het voor mij de negende keer is en de tiende keer in het land.

MET EEN GERUST HART
In oktober zou Flower eigenlijk met me meegaan. Maar dat plan viel in duigen toen haar moeder kort daarvoor de diagnose acute leukemie kreeg. Moeder moest direct aan een zware chemokuur beginnen en was in oktober behoorlijk ziek en verzwakt. Frederique heeft in oktober haar verantwoordelijkheid thuis genomen en ik mijn verantwoordelijkheid in Myanmar. Het was deze keer opnieuw spannend of Flower én Claire mee konden naar Myanmar. De leukemie is een tijdje weg geweest, maar inmiddels weer terug. Moeder krijgt nu een nieuw medicijn. Maar dan moet je er geen zware infecties bij krijgen. En dat was drie weken geleden nog het geval. Anderhalve week geleden was de infectie bestreden en bleek uit de beenmergpunctie dat het nieuwe chemo-medicijn aangeslagen is. Dat was een enorme opluchting voor ons allemaal. Helaas is het ook tobben met de vader van Flower en Claire. Die is recent aan zijn prostaat geopereerd. De operatie is gelukt en alles is schoon, maar hij heeft er allerlei vervelende complicaties bij gekregen, waardoor hij veel pijn heeft aan zijn stuitje en nog steeds met een katheter rondloopt. Toch kunnen we met een gerust hart op vakantie. Dat waren ook de woorden van mijn schoonmoeder, toen ze de onverwacht positieve uitslag kreeg van de oncoloog. Mijn schoonouders krijgen gelukkig veel hulp van vrienden, buren en familie.

NIEUWE AANWAS
Ik zit intussen in een taxi die Yi Mon geregeld heeft en we rijden over de nieuwe tolweg naar Mandalay. Dat scheelt een half uur reistijd. We zijn nu binnen een uur bij de school. We hebben elkaar zoveel te vertellen. Nadat ik het vervelende nieuws over mijn schoonouders met de dames gedeeld heb, gaat het gesprek over op de kinderen van The Golden House. Inmiddels is dat een mengelmoes geworden van weeskinderen, kinderen uit arme gezinnen die onder begeleiding op de PDO High School studeren en kinderen die om wat voor reden dan ook uit huis zijn geplaatst. Van de oorspronkelijke groep van 70 weeskinderen is nog ongeveer de helft over. Yi Mon vertelt me dat de totale groep inmiddels is uitgebreid naar 150 kinderen. Daarmee loopt het schoolhoofd reeds vooruit op de nieuwe woonsituatie. Eind september zal namelijk huis 2, dat we momenteel aan het herbouwen zijn, gereed zijn. Tot die tijd is het overvol in de drie andere huizen. In het bamboehuis wonen 41 jongens, in huis nummer 1 zo’n 30 meisjes en in The Pandaw House tijdelijk bijna 80 meisjes. Nog voordat ik kan vragen of ze het met de huidige staf wel aankunnen, vertelt Yi Mon dat er een nieuw staflid bijgekomen is. Ze heet Yi en komt uit hetzelfde dorpje waar Cho Cho oorspronkelijk vandaan komt. Haar hoofdtaak is eten koken. Dat is een pittige klus voor 150 kinderen. Maar ze krijgt gelukkig veel hulp van Cho Cho, Tsai Tsai en de oudere meisjes.

LIEFDE GEVEN EN ONTVANGEN
Ik zal dus weer veel nieuwe gezichten gaan zien. Verlegen jongens en meisjes die me in eerste instantie nauwelijks een hand durven te geven en over enkele dagen constant aan me zullen hangen en me de oren van de kop zullen vragen. Schatten van kinderen, die blij zijn met alle aandacht die ze krijgen, de gesprekjes die ik met ze voer, de liedjes die ik met ze zing, de spelletjes die ik met ze doe, het Engels wat ik met ze oefen en het plezier dat we samen hebben. En het mooie is: Daar geniet ik net zo van als zij. Ook Nanneke en Claire zullen dat gaan ervaren. Al zou ik hier projectmatig niks meer kunnen betekenen dan nog zou ik er terugkomen. Simpelweg omdat dit wederkerige proces van liefde en aandacht schenken mij persoonlijk zo goed doet en tegelijkertijd een extra stukje zingeving geeft aan mijn leven. Ik heb mijn hart verloren aan Myanmar, aan Mandalay, aan de PDO High School met deze (wees)kinderen en hun stafleden. Ze zijn me zo dierbaar geworden. Frederique noemt het terecht ‘mijn tweede liefde’ en daarmee slaat ze de spijker op de kop!

STAPJES VOORWAARTS EN ACHTERWAARTS
Myanmar is de laatste anderhalf jaar regelmatig in het nieuws. Het huidige regime lijkt het een stukje beter voor te hebben met de mensen in het land. Het huisarrest van de oppositieleidster is opgeheven, haar partij heeft zitting genomen in het parlement, politieke gevangen zijn vrijgelaten, er mag weer vrijuit over politiek gepraat worden, internet is vrijgegeven, buitenlandse multinationals zijn uitgenodigd om te investeren, het grootste deel van de handelsboycot is opgeheven en ga zo maar door. Het lijken voor ons in de westerse wereld enorme stappen - en dat zijn het natuurlijk ook - maar de gewone man - die elke dag hard werkt om zijn kostje bij elkaar te verdienen - merkt daar nog weinig van. In schril contrast hiermee staan de onlusten met de moslimminderheden in het land. Wie had gedacht dat de vredelievende Boeddhisten ooit in opstand zouden komen tegen hun al even vredelievende Moslimbroeders? Toch is het vuur opgelaaid en naar het schijnt wordt het aangewakkerd door de overheid. En de Moslims zijn niet de enige etnische minderheid in Myanmar. Het land barst ervan. Als al die bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet worden, is een burgeroorlog een logisch gevolg. Hopelijk komt het nooit zover.

DE WERELD AAN JE VOETEN
Hopelijk zal de jonge generatie Birmezen de vruchten gaan plukken van de toenemende welvaart. En dan heb ik het met name over de kinderen die nu op school zitten. Hier op de PDO High School bijvoorbeeld. De kinderen die zo enorm hun best doen om te slagen voor hun middelbare school en een vak willen leren. Kinderen die dagelijks bezig zijn om hun Engels te verbeteren, omdat daarmee de wereld letterlijk en figuurlijk aan hun voeten ligt. Hopelijk zet het democratiseringsproces langzaam maar zeker door. Waar het zeker niet aan zal liggen is de levensvreugde, het optimisme en de werklust van de gemiddelde Birmees.

GESPREKJES
Met een aantal van de kinderen kan ik al echt gesprekjes in het Engels voeren. Dat was twee jaar geleden nog ondenkbaar. Dat maakt het contact veel spontaner en intenser. Yi Mon is niet meer constant nodig om met de kinderen te kunnen kletsen. En kletsen kunnen ze. Het is weliswaar steenkolenengels, maar dat maakt niet uit. Hoewel, sommige kinderen gaan naar de Fast Track Class en krijgen al hun lesstof in het Engels aangeboden. Die kinderen spreken al een behoorlijk mondje over de grens. Best knap, want Engels leren betekent andere letters, andere klanken, andere zinsbouw en ga zo maar door. En wat zijn de meeste kinderen weer gegroeid. De oudsten, die inmiddels klaar zijn met school en naar de deeltijd universiteit gaan, vertellen me over hun ‘boyfriends’ en hun ‘future plans’. Leuk is dat! Eain Thit Sar Shin bijvoorbeeld vertelt me dat ze momenteel stage loopt in de schoolkliniek. Ze krijgt drie maanden les van een docent uit Duitsland en mag daarna waarschijnlijk mee op stage in Duitsland. Ze wil daarna een officiële opleiding voor verpleegster gaan volgen. Ondanks haar bescheidenheid voel ik hoe trots ze is.

PROBLEMEN
Natuurlijk zijn er ook kinderen waar het minder goed mee gaat. Thet Aung bijvoorbeeld, het sponsorkind van onze vriendin Sandra. Hij heeft echt een motivatieprobleem. Hij wil graag bij de groten horen, maar is nog erg speels. Hij zou dit jaar hard moeten studeren, maar kan het moeilijk opbrengen. En dat terwijl zijn oudere broer Phyo Ko Ko al in het tweede jaar van zijn vervolgstudie zit en bijles geeft aan de kinderen die in het afstudeerjaar zitten. Ik zal deze week eens kijken of ik Thet Aung een beetje gemotiveerd kan krijgen. Een ander voorbeeld is May Thu. Ze heeft afgelopen jaar geprobeerd om te slagen voor haar eindexamen, maar heeft het niet gehaald. De lesstof is echt te moeilijk voor haar. In de zomervakantie (die hier in april en mei is) heeft haar moeder haar meegenomen naar de hoofdstad Yangon. Daar werkt ze nu samen met haar moeder. Yi Mon heeft geprobeerd om May Thu en haar moeder op andere gedachten te brengen, maar dat is niet gelukt. May Thu is niet het type meisje dat goed gedijt in een grote groep. Dat heb ik vanaf het begin af aan al gevoeld. Ze was stil en erg op zichzelf. Tja, deze dingen gebeuren ook.

ONTMOETING MET U NAYAKA
’s Middags heb ik een korte ontmoeting met het schoolhoofd U Nayaka en zijn broer U Jotika. Ze zijn blij om me weer te zien en ik vertel ze over de plannen voor de komende weken. U Nayaka vertelt dat hij morgen voor een paar dagen naar het andere schoolterrein in de hoofdstad Yangon vertrekt. Ook de schoolingenieur is daar nu. Er wordt in Yangon een nieuw schoolgebouw geplaatst. Gelukkig ben ik drie weken op het project en kan ik eerst eens goed rondkijken en de gesprekspunten verzamelen. U Nayaka deelt zijn zorgen met me over de watervoorziening op het schoolterrein. Er moet eigenlijk een tweede grote waterput geslagen worden, vertelt hij. Als er even later bezoek binnen komt voor hem, beëindigen we ons gesprekje. We zullen elkaar volgende week nog uitgebreid spreken. Dan is ook Nanneke erbij.

JETLAG
De eerste middag in The Golden House vliegt voorbij. Omdat ik in het vliegtuig nauwelijks geslapen heb, besluit ik om vanavond vroeg te gaan slapen. Ik wil zo snel mogelijk in het ritme van Myanmar geraken. Dat is een heel logisch ritme: opstaan met de zon en naar bed gaan als de zon een paar uur onder is. Oftewel: rond 7.00 uur opstaan en rond 22.30 uur gaan slapen. Na het avondeten haal ik de rugzakken leeg en leg ik alle kleding en andere spullen netjes in de kasten in mijn hotelkamer. En om 21.00 uur val ik als een blok in slaap, om de volgende ochtend om 7.00 uur wakker te worden. Tja, was dat maar waar. De jetlag speelt me duidelijk parten. Rond middernacht ontwaak ik en ben ik gelijk klaarwakker. Ik besluit om maar wat te gaan lezen. Frederique heeft met het boek ‘Denk aan Sarah’ van schrijver Chris Mooney meegegeven. Ik lees eigenlijk nooit een goed boek, behalve op vakantie. Op één of andere manier heb ik daar thuis de rust niet voor. Hier gelukkig wel. Na ruim twee uur lezen val ik eindelijk weer in slaap.

Zondag 7 juli 2013

MIJN EERSTE ONTBIJTJE
En zo kan het verkeren dat ik pas om 10.00 uur ’s morgens wakker word. Uiteraard zo fris als een hoentje. Als ik me gedoucht heb is het tijd voor een lekker ontbijtje op de overdekte veranda aan het water. De zon schijnt inmiddels weer en ik geniet van een sneetje toast met aardbeienjam, nam ja (een soort naan) met een heerlijk omeletje met tomaten en ui, een schaaltje vers fruit en een groot glas sinaasappelsap. Het wordt een warme en vochtige dag. Dat wordt zweten geblazen, maar ach, da’s gezond. Spaar ik weer een dagje sauna uit. De plannen voor vandaag? Eigenlijk nog niks concreets. Het is vandaag zondag, alle kinderen zijn vrij en het is lekker om een dag te relaxen.

DISCIPLINE
Als ik bij The Golden House aankom, is het net lunchtijd. Yi heeft vanmorgen samen met een aantal kinderen gekookt. Op het menu staan witte rijst, bruine bonen, een soort Chinese kool met gekookte aardappel en chili. Sommige kinderen eten de gedroogde chili zonder blikken of blozen en andere kinderen gaan er uiterst spaarzaam mee om. Het is maar net wat ze gewend zijn en lekker vinden. Het uitserveren van het eten is een geoliede machine. Yi en een aantal oudere meisjes zitten klaar om alles op te scheppen en één voor één worden de roestvrijstalen bakjes van de kinderen die aan komen lopen vol geschept. Het valt me op dat met name de jongens nog een tweede keer terug komen. Ook het opruimen verloopt heel gedisciplineerd. Ik wou dat het schoonmaken van de verfbakjes aan het eind van mijn lessen beeldende vorming zo ordelijk verliep! Degenen die deze dag corvee hebben, ruimen de laatste restjes op en een uur later lijkt het alsof er niks gebeurd is.

EXCURSIE
Enkele kinderen weten al dat we over twee weken op excursie gaan. Shine Bo Bo, een schattig klein kereltje, kwam gisteren al naar me toe en zei: “Tomorrow I go to Pyin Oo Lwin.” Dat is een prachtig park in de heuvels van de Shan State. We zijn daar al tweemaal eerder geweest en het staat helemaal bovenaan het verlanglijstje van veel kinderen. We moeten echter nog bepalen wat we met de kinderen gaan doen. Mijn reactie op de uitspraak van Shine Bo Bo was daarom: “Alone”. De kinderen kwamen niet meer bij en ook Shine Bo Bo moest lachen. De rest van de middag hoefde ik geen antwoord meer te geven op de vraag of we wellicht naar Pyin Oo Lwin gaan. De kinderen reageerden keurig op elkaar met het antwoord “alone”.

MONNIKENLEVEN
Zar Ni Khaing, één van mijn oogappeltjes, vertelt dat ze vanmiddag naar haar oudere broer gaat. Hij is al vijf jaar novice in een klooster vlakbij de PDO High School. Ze wil een paar vriendinnen meenemen. Als ik vraag of ik mee mag, roept ze meteen ‘Yes, of course’. En zo hobbel ik met enkele meiden naar het nabij gelegen klooster. Normaal zou je er in tien minuten naartoe lopen, maar niet in de brandende zon en niet in het sloftempo van de meiden. Maar ja, ze hebben ook zoveel te kletsen. In het klooster wonen zo’n 200 novicen in de leeftijd van 12 tot en met 19 jaar. De hoofdmonnik vertelt dat deze jongens niet de reguliere middelbare school doorlopen, maar elke dag de geschriften van Boeddha bestuderen (geschreven in Pali, een dode taal) en veel mediteren. Sommige novicen kiezen ervoor om vanaf hun negentiende als monnik door het leven te gaan en andere novicen kiezen ervoor om de monnikenpij in te ruilen voor gewone kleding en alsnog naar de middelbare school te gaan. Daarom zie je in sommige klassen op de PDO High School veel te oude jongens en monniken in klassen met jongere kinderen zitten. Simpelweg omdat ze vooraan moeten beginnen op de middelbare school. We kletsen wat met de broer van Zar Ni Khaing, maar het gesprek verloopt wat moeizaam omdat hij erg verlegen is door mijn aanwezigheid en geen Engels spreekt. Maar het lijkt Zar Ni Khaing en de meiden niet te deren. Ik krijg nog een kleine rondleiding over het schoolterrein en dan hobbelen we weer terug.

RONDJE LANGS DE HUIZEN
’s Middags maak ik met Yi Mon een rondje langs de huizen. Wat me opvalt is dat huis 2, dat we aan het herbouwen zijn, twee meter verder naar achteren is geplaatst dan oorspronkelijk bedacht. Dat betekent dat er achter het huis weinig ruimte over is voor de tuin die we wilden aanleggen om de kinderen in te laten studeren. Dat is jammer. De waterbak aan de achterzijde is ook afgebroken. De pomp staat er nog wel. Ik zal met de schoolingenieur praten of we die grondwatervoorziening kunnen aansluiten op de douches en toiletten. Wat me verder opvalt is dat de doorgang naar huis 1 veel smaller is dan gepland. Dat ga ik ook nog bespreken. Onder de nieuwe trap wil Yi Mon graag een opslagruimte voor rijst. Als we even later voor The Pandaw House staan, vertelt Yi Mon dat de grondwaterpomp aldaar niet optimaal werkt. The Pandaw House hebben we vorig jaar opgeleverd met steun van een Australische private sponsor. Brian Bringle participeert ook weer in de herbouw van huis 2. Als beide pompen optimaal zouden werken, kan The Golden House helemaal losgekoppeld worden van het centrale watersysteem van de school. We zullen het bedrijf dat beide pompen geplaatst heeft eens op gesprek vragen.

PLANNEN VOOR INKOPEN
Ik spreek met Yi Mon af dat we morgen al een deel van de inkopen gaan doen. Ze heeft dringend behoefte aan extra rijstkokers, keukenspullen, tapijt voor huis 1 en The Pandaw House, waterbakken voor in de douches, kussens en klamboes. Haar verlanglijst is nog veel groter, maar de spullen die daar op staan kan ze beter kopen als ik er niet bij ben. In sommige winkels hanteren ze namelijk hogere prijzen als ze merken dat de aankopen gesponsord worden. Op dit moment is de koers van de euro heel gunstig. In oktober kreeg ik voor 100 euro zo’n 104 briefjes van 1000 kyat. Nu zijn dat 120 briefjes van 1000 kyat. Dat is mooi, want de prijzen van het materiaal zullen ook wel wat gestegen zijn. Als we morgen toch in de stad zijn, kan ik ook meteen de vliegtickets ophalen voor onze korte trip van vier dagen naar het Inle meer. Daar gaan we volgende week dinsdag tot en met vrijdag naartoe. Enerzijds om een paar dagen lekker vakantie te houden en mooie excursies te maken, en anderzijds om het weeshuis in Mine Thauk te bezoeken. Dat weeshuis wordt beheerd wordt door stichting Care for Children. Met die stichting uit Landsmeer hebben we sinds een jaar goed contact.

NANN MYINTS PROBLEEM
Na het avondeten wil Nann Myint (25), de jongere zus van Yi Mon, graag een persoonlijk probleem met me bespreken. Nann Myint woont net als Yi Mon op het schoolterrein. Tot vorig jaar was ze staflid in het kantoor van het schoolhoofd U Nayaka. Ze is een intelligente en charmante meid, die heel begaan is met de school en iedereen die er rondloopt. Ze spreekt uistekend Engels, is communicatief sterk en kan veel verantwoordelijkheid aan. Ze volgt op dit moment een opleiding om helemaal klaar te zijn voor een jaar studeren aan een universiteit in het buitenland. Binnenkort gaat ze een studiebeurs aanvragen. De opleiding is haar op het lijf geschreven. Helaas heeft zich in het afgelopen jaar een meisje aan haar vastgeklampt die haar het leven zuur maakt. Dit meisje geeft les op de PDO High School en spiegelt zich enorm aan Nann Myint. Maar helaas op een niet al te positieve wijze. Ze probeert Nann Myint helemaal in te palmen, roept steeds hoe geweldig ze haar vriendin vindt, wil alleen maar met haar samenwerken, is jaloers op de vriend van Nann Myint, komt te pas en te onpas haar kamer binnenvallen, kan soms helemaal omslaan en agressief gedrag vertonen en maakt Nann Myint het leven zuur. Het meisje is Christen, komt uit een gebroken gezin en is opgevoed door familieleden. Telkens als Nann Myint afstand probeert te houden, begint ze enorm te slijmen, te huilen of dreigt zelfs met zelfmoord. Ze is getraumatiseerd en heeft een groot minderwaardigheidscomplex. Ze weet Nann Myint telkens weer op haar zwakke plekken te raken. Nann Myint is heel oprecht, meegaand, respectvol en zachtaardig en daar maakt het meisje dankbaar misbruik van. Nann Myint heeft haar al op alle mogelijke manieren geprobeerd meer eigenwaarde te geven, maar tevergeefs. “Op dit moment wil ik het liefste hier weg”, vertelt Nann Myint, terwijl ze wezenloos voor zich uitstaart. “Ik zie het leven op de PDO High School niet meer zitten.”

VLUCHTEN OF EEN LEVENSLES
Ze vertelt me dat ze erover denkt om maar op de school in Yangon te gaan werken, waar ook haar vriend werkt en woont. Of om terug te gaan naar haar geboortedorp. Ik zet eerst eens samen met haar de plussen en minnen van die beslissingen op een rijtje. Het wordt uiteraard meteen duidelijk dat Nann Myint eigenlijk helemaal niet weg wil uit Mandalay, graag op de PDO High school wil blijven werken en hier heel gelukkig was, tot vorig jaar. Ik vraag Nann Myint wat Boeddha gedaan zou hebben? Die zou deze uitdagingen op zijn levensweg niet uit de weg gegaan zijn, zegt Nann Myint. Juist, zeg ik. Dit is een belangrijk leermoment in jouw jonge leven. Ga de confrontatie aan met het probleem en loop er niet van weg. Maar doe het wel op een respectvolle manier, zoals Boeddha dat ook zou doen. Praat met het meisje, maar probeer tegelijkertijd de gesprekken naar een hoger abstractieniveau te tillen. Op die manier kan ze jou minder snel raken. Ze zal merken dat jij sterker wordt. Verzamel ondertussen mensen om je heen die jouw positieve energie, kracht en inzicht geven. Die bevinden zich al die tijd al om je heen, maar je ontmoet ze op dit moment niet, omdat je je meer en meer in je schulp terugtrekt. Laat je leven niet bepalen door een ander, maar neem zelf de touwtjes in handen. Dat zal met vallen en opstaan gaan, maar dit is jouw uitdaging die je aan moet. Eigenlijk is het een uitdaging met jezelf. Ik voorspel je dat als je naar Yangon vertrekt, je vroeg of laat opnieuw die confrontatie met jezelf aan moet. Doe het nu, stel het niet uit. Nann Myint knikt regelmatig instemmend en stelt de juiste vragen. Ik weet dat het een moeilijke opgave voor deze schat van een meid zal zijn, maar ik weet zeker dat ze het kan. Na twee uur intensief praten bedankt ze me voor mijn advies en vriendschap. Ik geef haar een knuffel en dan gaan we allemaal slapen. Yi Mon en Cho Cho zitten ook al te gapen naast ons. The Golden House is al voor een groot deel in diepe rust. Alleen wat eindexamenleerlingen zitten nog te studeren. Ee pjoo baa see, oftewel welterusten.

Maandag 8 juli 2013

INKOPEN
Om 10.30 uur komen Yi Mon en Cho Cho het hotelterrein opgelopen. We gaan vandaag inkopen doen. De meiden moeten enorm lachen als ik tot drie keer toe terug naar mijn kamer moet. Eerst om het papier van Air Mandalay te pakken, dan om extra geld te halen om de vliegtickets te kunnen betalen en ten slotte om mijn paspoort te pakken. Je lijkt wel een meid, roept Yi Mon. We beginnen bij een winkel waar ze alles verkopen wat van plastic gemaakt wordt, zoals tuinstoelen, waterbakken, wasmanden en keukengerei. De tweede zaak is een winkel waar alleen slaapgerei wordt verkocht. De jonge jongens in het bamboehuis hebben dringend nieuwe kussens en klamboes nodig. We zoeken goed spul uit. De derde winkel is een grote tapijtenzaak. Yi Mon wil graag nieuwe vloerbedekking op de eerste verdieping van huis nr. 1. Daar slapen nu 31 meisjes en het zeil wat er nu ligt, is helemaal kapot. Ook wil ze tapijt in de centrale hal van The Pandaw House, waar tijdelijk 20 meisjes slapen. Daar ligt nu een vies en versleten groen tapijt. Ook op de kamer van Tsai Tsai moet tapijt komen. Of zeil, vraag ik? Dat kan eventueel wel op de eerste etage van huis 1, zegt Yi Mon, maar niet op de tegels van The Pandaw House. Veel kinderen studeren en slapen daar momenteel op de grond en dat is te koud. Hoewel de tarieven in de zaak vast staan, vind ik ze erg hoog. Ook de kwaliteit van het tapijt en het zeil bevalt me niet. We besluiten om naar een andere zaak te gaan en daar slagen we. Het tapijt is goedkoper, heeft een sterkere rug en heeft een mooie bruingele kleur, passend bij de lichtgele muren van de huizen. Alles wordt keurig op maat gesneden en twee knullen dragen drie dikke rollen naar onze taxibus. De bak ligt al aardig vol. Ik stel voor om Cho Cho in een grote plastic wasbak te stoppen. Ze moet lachen en gaat zolang bovenop de tapijtrollen zitten.

HEERLIJKE BROODJES
Het is inmiddels al 14.00 uur en we hebben alledrie honger en dorst. We rijden naar een groot warenhuis, waar we al eens eerder hebben gezeten, omdat ze er heerlijke broodjes hebben. Brood is iets bijzonders in Myanmar. Uiteraard trakteer ik de dames op een broodje en glas vers geperst vruchtensap naar keuze. Onze taxichauffeur sleutelt ondertussen wat aan zijn truck, want die was vanmorgen al een keer stilgevallen. De laatste shop wordt een winkel waar ze huishoudelijke apparaten verkopen. Hier hebben we anderhalf jaar geleden vijf enorm grote rijstkokers gekocht van het merk Panasonic en die doen het nog steeds uitstekend. Ze produceren al anderhalf jaar lang elke dag drie rondes rijst. We kopen er nog een grote en kleine bij, alsmede een strijkijzer. Inmiddels is het 15.30 uur en we besluiten om de rest van de inkopen over enkele dagen te doen. Er moet nog het nodige keukengerei en -gereedschap aangeschaft worden en een aantal grote pannen en schalen. Koken voor 150 kinderen is een stuk intensiever dan voor 120 kinderen.

TAPIJT LEGGEN
Aangekomen bij The Golden Housen helpen de kinderen met uitladen. De meisjes krijgen instructie om alle spullen uit hun slaapruimtes te sjouwen en de ruimtes goed schoon te maken, zodat daarna het tapijt gelegd kan worden. Dat gebeurt keurig, maar tapijt leggen is iets waar ze wel wat hulp bij kunnen gebruiken. Ik maak me de rest van de middag verdienstelijk als tapijtlegger. We hebben een hoop lol samen als ik met handen en voeten in het Engels en Birmees probeer uit te leggen wat ze allemaal moeten doen en vooral niet moeten doen. Na het avondeten leg ik het laatste stuk tapijt in huis 1. De oudere meisjes komen pas om 19.30 uur uit school en moeten eerst nog eten. Daarna zetten ze keurig hun spullen aan de kant. Ze vegen de vloer aan en laat Yi Mon ze de planken ook nog even dweilen. En na een uurtje ligt ook het laatste stuk tapijt. Ik guts van het zweet, want het is echt ‘poe deh’ op de eerste etage. Eén van de ventilatoren is stuk. Die schaffen we ook maar een nieuwe aan, evenals een goede stofzuiger om de slaapruimtes schoon te houden. Boven installeren de meiden zich op het nieuwe tapijt, de kleintjes rollebollen er nog even overheen om daarna hun klamboes op te hangen en te gaan slapen. Ik klets nog wat na met Cho Cho en Yi Mon en loop dan naar mijn huisje. Het waait stevig en er drijven flinke onweerswolken voorbij. Zo nu en dan laat de maan zichzelf zien. Zou het vannacht dan eindelijk gaan regenen? Het regenseizoen is al ruim een maand begonnen, maar er is nog nauwelijks een bui gevallen in Mandalay.

Dinsdag 9 juli 2013

ADMINISTRATIE
Yi Mon en ik gebruiken maken eind van de ochtend de financiën op orde. Yi Mon heeft keurig alle aankoopbonnen genummerd. Ook de bonnen van de schoolspullen en schooluniformen, die twee maanden geleden al gekocht zijn en voorgeschoten zijn door de school. Yi Mon vermeldt op de bonnen in het Engels wat er aangeschaft is en ik zet alles in een spreadsheet. Daarna lopen we even naar het kantoor van het schoolhoofd om bij de kassier de euro’s af te geven voor de reeds aangeschafte spullen. Ziezo, dat is ook weer afgewerkt.

VOORBEREIDING EXCURSIE
Terug in The Golden House bespreken we de excursie die we met de kinderen willen gaan maken. Al sinds ik gearriveerd ben, gonst de naam Pyin Oo Lwin door de huizen. De kinderen willen zo graag naar dit prachtige park, dat nog aangelegd is tijdens de Engelse bezetting. Maar wat kost het om met vijf trucks die kant op te rijden? Yi Mon pakt de telefoon en al gauw weten we dat dit 300 euro gaat kosten. Dat is ook wat we begroot hadden. Mochten we de entree ook moeten betalen - wat nog nooit hoefde omdat U Nayaka altijd een aanbevelingsbrief schrijft - dan zijn we nog 75 euro meer kwijt. Dat is te overzien. Yi Mon wil de afstudeerders vrij laten om wel of niet mee te gaan. Ze verwacht echter dat veel nieuwe meisjes graag mee willen, omdat ze nog nooit in het park geweest zijn en het een droom is om daar een keer rond te lopen. Terwijl we dit aan het bespreken zijn in het kantoor van Yi Mon, komen allerlei kinderen toevallig even langs de open deur gelopen. Kleine potjes hebben uiteraard grote oren, want als we het kantoortje uit komen, horen we overal op de eerste etage Pyin Oo Lwin. May be, roep ik flink hard, en er wordt gelachen boven. We zijn dus ‘per ongeluk’ afgeluisterd!

SCHOOLTUIN
Eind van de middag loop ik met Yi Mon naar de schooltuin. Aangezien er inmiddels zoveel kinderen in de vier huizen wonen waarvoor elke dag gekookt moet worden, mag Yi Mon voortaan aangeven wat er allemaal in de schooltuin geplant wordt. De schooltuin is een stuk land van een ander klooster, tien minuten lopen verwijderd van de PDO High School, dat U Nayaka mag gebruiken om er groente op te verbouwen. Ik schrik ervan hoe de tuin erbij ligt. Ik herinner me het stuk land als een oase van groente. Het ligt er allemaal kaal en verloren bij. Yi Mon ziet mijn reactie en vertelt dat het nu het seizoen voor het planten is en niet voor het oogsten. De man en vrouw die op het stukje land wonen en het bebouwen, zijn aan het werk in de schooltuin. De man vertelt wat er over een maand of twee allemaal geoogst kan worden: snijbonen, aubergine en tomaten. Als ik goed kijk, zie ik inderdaad overal kleine stekjes uit de grond komen. Toch zouden wat meer fruitbomen niet misstaan op dit land. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld komkommers en pompoenen. Die groeien altijd. Vroeger bemoeide Förderverein Myanmar, de Duitse NGO uit Saarbrücken, zich intensief met de tuin, maar ik denk dat die aandacht wat verslapt is, sinds ze een enorm nieuw schoolgebouw aan het neerzetten zijn tegenover The Golden House. Ik zal het er eens met U Nayaka over hebben als hij terug is uit Yangon. Als we terug zijn op het schoolterrein maken we nog een afspraak met de schoolingenieur. Morgenvroeg om 11.00 uur spreken we de herbouw van huis nummer 2 door. Ik neem het huis nog eens goed in me op en maak wat opnames.

GOEDE VOORNEMENS
Ik loop wat vroeger terug naar het hotel aan de overkant van de straat dan normaal. Ik wil vanavond het eerste deel van mijn reisverslag versturen, dus dat moet ik nog even bijwerken. Ook wil ik een flinke wandeling maken. Mijn onderrug doet pijn van de vele uren in het vliegtuig en de (te) kleine stoelen en bankjes in The Golden House. Wat zal ik eens eten vanavond? Net als gisteren de kip met cashewnoten, gewokte groenten en rijst? Nee, vanavond worden het gefrituurde noodles met kip en groeten. Daar zitten van die kleine kwarteleitjes bij en die zijn erg lekker. Ook moet ik echt wat eerder gaan slapen. Tot nu toe ben ik pas aan het eind van de ochtend opgestaan en dat ritme moet verlegd worden. Als we over anderhalve week naar de ouders van Yi Mon gaan en de dag erna op excursie, moet ik al om 5.00 uur langs mijn bed staan. Goede voornemens genoeg. Nu moet ik ze nog waarmaken.

AVONDWANDELING
Ik sluit mijn avond af met een stevige wandeling. Ik loop eerst een stukje over de drukke oostelijke uitvalsweg. Als je deze straat overdag meemaakt dan kun je je niet voorstellen dat het er tussen 22:00 en 6:00 uur stil en leeg is. Nu krioelt het er van de fietsen, brommers en auto’s, die allemaal de stad uitrijden. Alle winkeltjes en kraampjes zijn nog open, het is druk op de twee markten in de straat en hoor je overal geluid en muziek. Straks snuffelen de honden tussen het zwerfvuil, kijken groepjes jongelui voetbal in de eenvoudige cafeetjes, gaan de laatste luiken van de winkeltjes dicht en rijden er nog wat mensen op hun brommertje naar huis. Ik vind het heerlijk om zo ’s avonds nog wat door de stad te lopen. Maar omdat het nog zo vroeg is, kies ik wat rustige straatjes. Het handige van de stad Mandalay is dat het stratenplan uit vierkanten bestaat. Je kunt je dus goed oriënteren en vindt altijd de weg terug. Ik word er rustig van en het voelt heel vertrouwd. Op een straathoek staat een groepje jongemannen. Eé¬n van hen roept naar me: Hello, where you going? Ik roep terug: to Holland! Ze kijken me aan alsof ze water zien branden. Dan zeg ik op z’n Birmees: Haa taa bee. Dat betekent ‘grapje’. Ze liggen in een deuk en als ik honderden meters verder ben, praten ze er nog steeds over.

Woensdag 10 juli 2013

WAAR IS IEDEREEN?
Als ik iets voor 11.00 uur bij The Golden House ben, is Yi Mon nergens te bekennen. We hebben om 11.00 uur een afspraak met de schoolingenieur om te praten over de nieuwbouw van huis nummer 2. Ik loop naar het kantoor van de man, maar dat zit op slot. Ook in het kantoor van U Nayaka is hij niet. Als ik tien minuten later weer bij The Golden House aankom, vertelt Cho Cho, die net aan komt lopen, dat Yi Mon zich aan het douchen is. Maar we hebben toch om 11.00 uur een afspraak met de schoolingenieur? Cho Cho haalt haar schouders op. Ze weet het ook niet. Twintig minuten later komt Yi Mon eraan en vertelt me dat de architect was weggeroepen in verband met een sponsor die onverwachts naar de school kwam. En jij dan, vraag ik? Oh, moest ik erbij zijn, vraagt ze? Nou, zeg ik, de man spreekt niet echt goed Engels, dus dat leek me wel handig. Ik ben inmiddels gelukkig een beetje gewend aan dit soort zaken. De bus rijdt hier nooit op tijd, meetings beginnen te laat, afspraken worden eenzijdig opgezegd en ga zo maar door. Ik heb geleerd om er gewoon rustig onder te blijven. Je kunt er toch niks aan veranderen. Yi Mon stelt voor om maar meteen inkopen te gaan doen. De schoolingenieur spreken we vanmiddag nog wel, zegt ze.

INKOPEN DOEN
Ditmaal mogen we de schooltruck meenemen, dus hebben we geen taxikosten. Uiteraard met chauffeur. Het is in de verkeerschaos in de stad Mandalay niet aan te raden om zelf te rijden en Yi Mon en Cho Cho hebben geen rijbewijs. Voordat we gaan shoppen, moet ik eerst geld wisselen. We zijn er sinds gisteren achter dat de City Bank de beste wisselkoers in de stad heeft. Het scheelt maar drie euro op honderd euro, maar omdat ik 2500 euro moet wisselen is het zeker de moeite waard. Tot mijn grote verbazing zie ik buiten een grote ATM (pinautomaat) staan, waar ik zelfs met mijn bankpas uit Nederland terecht kan. Dat is wat we noemen vooruitgang. Nadat ik gewisseld heb, gaan we op pad. Op het programma staat een drietal winkels met keukenmateriaal. De grote wokpan van 80 cm doorsnee is gebarsten en we gaan twee nieuwe exemplaren kopen. Evenals een paar andere grote pannen, deksels, opscheplepels en snijdgereedschap. In de volgende winkel kopen we bezems en een pook. In de laatste winkel schaffen we een nieuwe waterkoker aan, een ventilator voor aan het plafond van huis 1 en een grote Panasonic stofzuiger, om het eergisteren gelegde tapijt schoon te houden. Terug bij The Golden House is met name Yi, de nieuwe kok van onze woongroep, helemaal gelukkig met de nieuwe aankopen. Zij moet er per slot van rekening elke dag mee werken.

DE NIEUWBOUW
Nadat ik wat fruit gegeten heb in het hotel, zoeken we opnieuw de schoolingenieur op. Nu is hij wel in zijn kantoortje. We lopen richting de bouwplaats om de vorderingen te bekijken en een aantal punten te bespreken. De ruwe betonvloeren van de begane grond en eerste verdieping zijn al gestort. De ruwe beton van het plafond van de eerste verdieping wordt binnenkort gestort. Daar zijn tien mannen nu de houten constructies voor aan het bouwen. Ik denk dat ik het storten nog wel ga zien de komende twee weken. Het trappenhuis is al bijna klaar. Op de benedenverdieping zijn de muren al half opgemetseld. De schoolingenieur vertelt dat de bouw eind september klaar zal zijn en dat een week of drie later alles afgewerkt zal zijn. Dat betekent dat dan ook de tegels gelegd zijn, de elektriciteit en het water aangesloten zijn en het huis geschilderd is. We bespreken dat er onder de trap een grote opbergkast opgemetseld wordt voor het droog opslaan van de grote zakken rijst. De kast moet hermetisch afgesloten kunnen worden. Nu liggen de zakken rijst in huis 1 en ’s nachts knagen de muizen eraan. We bespreken waar de douches en toiletten komen. De voorbereidingen daarvoor zijn al getroffen. Ook bespreken we dat de achterplaats een wasplaats wordt. Veel kinderen wassen zich liever buiten, omdat ze dat zo gewend zijn en buiten kunnen ze ook hun kleren wassen en te drogen hangen. De oude waterbak is afgebroken, maar er wordt een nieuwe gemaakt en de grondwaterpomp wordt opnieuw aangesloten. Die moet voldoende water kunnen produceren voor het nieuwe huis. Eigenlijk wilden we van de achterplaats een soort studietuin maken, maar het huis is helaas twee meter verder naar achteren geplaatst dan oorspronkelijk bedacht, waardoor de achterplaats maar twee meter diep is. De begane grond van het nieuwe huis ligt bijna 50 cm hoger dan die van huis 1. Er komt een trap in de vloer van het nieuwe huis en de deuropening naar huis 1 wordt verbreed tot 2 meter. Er komt ook een trap op de eerste verdieping van huis 1. De staf kan dan gemakkelijk van slaapzaal naar slaapzaal lopen om de boel in de gaten te houden. We spreken verder af dat er buiten nog een loos stuk muur afgebroken wordt en dat een deel van het afvoerkanaal, dat voor het huis langs loopt, afgedekt gaat worden, zodat de jongens fatsoenlijk van het nieuwe huis naar het bamboehuis kunnen lopen en terug. Yi Mon, de schoolingenieur en ik zijn het eens over alle zaken, dus dat moet goed komen. Bij de kostencalculatie is rekening gehouden met al deze zaken, dus veel extra kosten zullen er niet komen. Dat wordt nog eens bevestigd door de schoolingenieur.

GEZONDE MAALTIJDEN
Eind van de middag loop ik met Yi Mon nog even naar de markt in de straat. Ze heeft nog wat groente nodig en ik wil graag limonadesiroop kopen. Ik drink elke dag bijna drie liter water, maar zonder smaakje vind ik er echt niks aan. We kopen een fles limoensiroop en een fles exotische siroop. Dit is een mooi moment om over het eten in The Golden House te beginnen. Het is me opgevallen dat de kinderen meer rijst krijgen en minder groeten en vlees dan voorheen. Klopt, zegt Yi Mon. Sinds er 150 kinderen zijn om voor te koken, krijg ik van het schoolhoofd U Nayaka wel iets meer geld, maar te weinig om maaltijden van dezelfde kwaliteit aan te bieden. Ik vraag haar of de etenssponsor van de groep straatkinderen (75) inmiddels officieel gestopt is? Ja, zegt ze, en zoals je weet heeft de etnische groep (200) al lang geen etenssponsor meer. Voeding wordt echt een probleem voor de kinderen in de woongroepen. Ik vertel Yi Mon dat wij er als World Child Care uiteraard zijn om dit probleem bij The Golden House op te vangen. Tot nu toe hebben we nog weinig aan eten hoeven sponsoren en hebben we het geld van de kindsponsors met name gebruikt voor schoolspullen, kleding, toiletartikelen en keukengerei. Ik spreek met yi Mon af dat we eens uitrekenen hoeveel ze per maand tekort komt. We kunnen dan binnen het bestuur bespreken wat we hiermee kunnen en willen doen. Ik beloof Yi Mon dat ik het onderwerp in mijn gesprek met U Nayaka ook zal aanroeren. Als we als stichting elke maand wat extra geld geven voor gezonde maaltijden dan willen we ook de garantie dat het daaraan besteed wordt.

UITETEN MET NANN MYINT
Terug bij The Golden House komt Nann Myint, de zus van Yi Mon aanlopen. Ze ziet er nog steeds niet happy uit. Ik nodig haar uit om vanavond ergens een hapje met me te gaan eten en dan alleen over leuke dingen te kletsen. Als ik me wat opgefrist heb, loop ik met Nann Myint naar een restaurantje warr ze me mee naartoe wil nemen. Het is een wijk van Mandalay waar ik nog nooit geweest ben. Echt een volksbuurt met houten hutjes en winkeltjes, waar het leven zich op straat afspeelt. Veel mensen die op de bouw werken, in de stad maar ook op school, komen uit deze buurt, vertelt Nann Myint. Ik vraag haar of ze net als ik het gevoel heeft dat dit een heel andere wereld is dan de beschermde omgeving van de school? Dat bevestigt ze. In mijn eentje zal ik hier nooit lopen, zegt ze. Niet omdat ik er bang ben of zo, maar het is inderdaad een andere wereld, waar ik weinig aansluiting mee heb. Het restaurantje is wel een beetje fancy voor Birmese begrippen. Er hangen schommelstoelen voor verliefde stelletjes. Ik vraag Nann Myint of ze er al eens met haar vriend heeft gegeten. Ja, zegt ze, maar we hebben nog niet in zo’n love seat gezeten. We eten onder een boom een rijk gevulde Chinese soep, met visballetjes, kwarteleitjes, paddenstoelen en veel groeten. Het smaakt heerlijk. En ja, ditmaal praten we over allerlei leuke dingen, over ons werk en over de toekomst. Als we terugwandelen, vallen de eerste regendruppels van het regenseizoen, maar het zet weer niet door.

VOLWASSENENPRAAT
Terug bij The Golden House klets ik anderhalf uur met Thu Zar Win en Eain Thit Sar Shin. Het zijn twee meiden die al afgestudeerd zijn en wat verantwoordelijkheden hebben gekregen in The Golden House. Ze willen graag voor vol aangezien worden, maar hebben niet altijd het gevoel dat ze ook als volwassenen worden behandeld. Maar tegelijkertijd gedragen ze zich ook niet altijd zo. Ik vertel ze dat praten op een gelijkwaardig niveau iets is wat langzaam moet groeien. De staf moet ervaren dat jullie verantwoordelijkheid kunnen dragen en jullie beloftes nakomen en andersom moeten jullie proberen om op een volwassen manier te communiceren met de stafleden. Niet meteen in de verdediging schieten of boos worden, als je een keer gecorrigeerd wordt. Ik leg de meiden ook uit dat het voor de staf best moeilijk is om de hele dag te schakelen tussen een jongetje van 6 die een vraag stelt, dan weer een meisje van 12 die iets wil, dan een knul van 15 jaar die z’n grenzen opzoekt en dan weer een bijna volwassen meid van 18 jaar die als een gelijkwaardige gezien wil worden. Ik vertel ook dat Yi Mon met name goed is met de jongere kinderen en Cho Cho en Tsai Tsai meer hebben met de oudere kinderen. Dat hebben ze me al menig maal verteld. Thu Zar Win en Eain Thit Sar Shin knikken instemmend. Langzaam maar zeker ontstaat een heel interessant gesprek over de weg naar volwassenheid, waarbij de meiden gelukkig vrijuit durven te praten. Als Yi Mon en Cho Cho en later bij komen zitten, worden de zaken opeens heel open besproken. Leuk is dat! En dan is het tijd om naar bed te gaan. Ik wordt door de vier naar het hek gebracht en weer is er een leuke en vruchtbare dag voorbij.

Donderdag 11 juli 2013

WATERHUISHOUDING
Vandaag heb ik een afspraak met iemand van het bedrijf dat in en om Mandalay waterputten slaat. We hebben twee waterbronnen bij onze huizen. De eerste is vorig jaar aangelegd bij The Pandaw House. Dat is het huis dat gezet is door de private Australische donateur Brian Pringle en wat we samen afgewerkt en ingericht hebben. De tweede waterbron bevindt zich achter het huis dat we nu aan het herbouwen zijn. Het zijn buizen van 1,5 inch doorsnee, die vijftig meter de grond in gaan. Ik wil allereerst weten of die twee bronnen voldoende water zouden kunnen produceren voor de vier huizen. Volgens de expert is dat niet het geval. De buizen krijgen te weinig watertoevoer onder de grond om een pomp constant te laten draaien. Het vullen van een tank moet dus met een compressor gebeuren, die schoksgewijs water aanvoert. Ten tweede wil ik weten of we de bron achter de nieuwbouw zouden kunnen testen. Dat gaat wel zegt de man. Sluit er de oude pomp maar eens op aan en kijk wat er naar boven komt. De oude pomp is echter al vergeven aan de etnische groep, maar daar is volgens Yi Mon wel iets op te verzinnen. Ten derde wil ik weten wat het zou kosten om een put te slaan met een diameter van 10 inches. Dat kost zo’n 4.000 euro, vertelt de expert. Dat is inclusief pomp en exclusief watertank. Ze boren net zo lang tot ze het gewenste resultaat hebben en de prijs staat vast. Ik weet dat het schoolhoofd U Nayaka een waterprobleem heeft op de school. Er is maar één andere bron met een diameter van 10 inches en die produceert niet genoeg water voor alle 1300 bewoners op het schoolterrein. Er kleeft ook een zeker risico aan als je maar één grote watervoorziening hebt. Stel dat we de waterhuishouding voor de vier Golden Houses op orde zouden willen brengen met een grote bron, dan blijft er nog meer dan genoeg water over om bijvoorbeeld ook de meisjesslaapzaal elders op het terrein van water te voorzien. Wellicht is U Nayaka in dat geval bereid om de helft van de kosten voor zijn rekening te nemen en onze Australische sponsor Brian Pringle en wij als World Child Care de andere helft. Ik weet dat Brian wel geïnteresseerd is in de waterhuishouding. Hij heeft onlangs ook geïnvesteerd in een waterzuiveringsinstallatie. Ik zal eens polsen hoe U Nayaka hierin staat, uiteraard zonder enige toezegging, want we moeten dit natuurlijk eerst binnen ons eigen bestuur bespreken. Afijn, het was weer een leerzame ontmoeting.

JE ZOU EEN BOEK MOETEN SCHRIJVEN
Begin van de middag check ik mijn email. Ik krijg allerlei leuke reacties op deel 1 van het reisverslag binnen. Mijn collega Ingrid van school schrijft: Je zou een boek moeten schrijven. Wel, dat is in het afgelopen half jaar gebeurd, Ingrid. Samen met Frederique, Nanneke en een aantal andere personen hebben we een boek geschreven over de dromen van vier generaties Birmezen. De titel is ‘I have a dream’. Het was Frederique’s droom om een dergelijk boek uit te brengen. Ik heb in oktober tien kinderen geïnterviewd over hun dromen, toekomstplannen en leven, alsmede het schoolhoofd U Nayaka, hoofdleidster Yi Mon, haar ouders en haar oma. Nanneke heeft het interview met Frank, de oprichter van het project, voor haar rekening genomen. Ik heb zelf veel foto’s gemaakt, maar we hebben ook gebruik mogen maken van foto’s van vrienden. Frederique heeft het voorwoord geschreven. Het is een prachtig boek geworden, dat door mijn oom, Wim Vos, in het Engels is vertaald. Leonie, een vriendin van Nanneke, heeft het boek vormgegeven. Als Flower, Claire en Nanneke gearriveerd zijn, zullen we het boek officieel overhandigen aan alle betrokkenen. Dat zal een bijzonder moment zijn voor iedereen. Met naam en toenaam in een officieel boek staan, in combinatie met mooie foto’s, is absoluut iets bijzonders. Dus Ingrid, het boek is klaar en als het nieuwe schooljaar begint, geef ik je een exemplaar cadeau. En bedankt voor de complimenten over mijn schrijfstijl. Ook Frederique heeft nog de nodige mailtjes gestuurd. Ze wordt vanavond samen met Claire door onze vriendin Sandra naar het vliegveld van Düsseldorf gebracht.

WAAR SCOOR IK EEN SCOOTER?
Ik heb bedacht dat ik morgen eens met een scooter rond wil rijden door Mandalay en omgeving. Er is zoveel moois te zien, waar we met de taxi steeds aan voorbij rijden. Met een scooter kan ik stoppen waar ik wil. De fiets is geen optie, want daarvoor is het echt veel en veel te warm. Als ik het idee met Yi Mon bespreek, vertelt ze dat de zus van Tsai Tsai een scooter heeft en die waarschijnlijk wel wil uitlenen. Als Tsai Tsai even later haar zus belt, is het zo geregeld. De scooter staat morgen om 8.30 uur klaar en moet uiterlijk 16.30 uur weer terug zijn. Afgesproken! Eind van de middag vraagt Htet Htet Lin me of ik de speelfilm wil zien, die vorig jaar op school is opgenomen door een buitenlander, en waarin zij en een aantal andere kinderen van The Golden House een rol spelen. Al gauw staan er zo’n dertig kinderen mee te kijken. De film is Engels ondertiteld en zit echt leuk in elkaar. Helaas begeeft de DVD-speler het na een uur. Dat gebeurt elke vrijdagavond, vertelt Htet Htet Lin, als we allemaal samen film zitten te kijken. Ik spreek met Yi Mon af dat ik een nieuwe speler zal aanschaffen. Deze is al twee jaar oud en heeft z’n beste tijd gehad. Als Flower, Claire en Nanneke hier zijn, moeten we de speelfilm absoluut samen kijken.

LEKKER UITLEVEN
Na het avondeten loop ik terug naar The Golden House. Een stuk of vier meiden willen met me het dak van het nieuwe vier verdiepingen hoge schoolgebouw op, dat de Duitse NGO Förderverein Myanmar tegenover The Golden House heeft gebouwd. Bovenop het dak hebben ze me even voor zich alleen en we kletsen over van alles en nog wat. Er staat een koele bries. Voor mij is dit heerlijk, maar de meiden hebben het best fris. Als we weer naar beneden lopen, staat er een flinke groep jonge meisjes te dansen en te zingen in het donker. Ik ga erbij zitten en het wordt een klein feestje. Ze dansen, zingen en springen alsof hun leven ervan afhangt. Het zijn allemaal pop- en rapsongs met een Birmese tekst en de kinderen kennen ze vanbuiten. We hebben de grootste lol. Heerlijk dat ze zich zo durven uitleven met mij in de buurt.

BIJLES ENGELS
Daarna breng ik ene bezoekje aan het jongenshuis. Het valt me op dat de jongens nog steeds nauwelijks een woord Engels spreken. Zelfs niet de leerlingen die nu in leerjaar 10 en 11 zitten en alleen Engelstalige studieboeken hebben. De jongens zijn sowieso veel meer verlegen dan de meisjes en praten nauwelijks met de buitenlanders die op het schoolterrein rondlopen. Eén van de vrijwillige stafleden vertelt me dat alleen de leerlingen in leerjaar 11 bijles in Engels krijgen, maar dat het dan eigenlijk al te laat is, omdat ze het jaar daarvoor (in leerjaar 10) al nauwelijks iets van de lesstof begrepen hebben. Als ik dit later met Yi Mon bespreek, geeft ze aan dat de kinderen eigenlijk al in leerjaar 7, 8 en 9 Engelse bijles zouden moeten krijgen. Eén avond per week zou al een enorm verschil maken. Er zijn wel eindexamenleerlingen in de fast track klassen, die goed Engels spreken en die deze bijles zouden willen verzorgen. Maar waarschijnlijk heeft U Nayaka hier geen geld voor. Ook dit is een mooi bespreekpunt als ik volgende week samen met Nanneke een overleg heb met het schoolhoofd. Yi Mon geeft nog eens aan dat niet voor niets maar 30% van de leerlingen bij de eerste poging hun eindexamen haalt. Het gat tussen het onderwijs tot en met leerjaar 9 en het staatssysteem in leerjaar 10 en 11 is te groot. Een mooie conclusie om de avond mee af te sluiten. Ik word door Yi Mon en een paar kinderen naar het hek gebracht en steek dan de bijna uitgestorven straat over om te gaan douchen en lekker te gaan slapen.

Vrijdag 12 juli 2013

OOGSTTIJD
Om 10.30 uur zit ik op de scooter en rijd ik de stad uit in oostelijke richting. Dat is in de richting van de Yankin Pagode en de heuvels van de Shan provincie. Deze kant heeft me altijd gefascineerd. De Yankin Pagode is een heuvelrug met eindeloos veel stupa’s en pagodes, waar ik al vaak geweest ben. Soms om de rust op te zoeken en wat te schrijven en de laatste keer om er de foto’s te maken van de kinderen die we geïnterviewd hebben voor ons boek. Als je boven op de heuvelrug staat en je de laatste pagode hebt bereikt, zie je een weg lopen die naar een dorpje loopt. Ik rijd tussen de rijstvelden door, waar op dit moment geoogst wordt. De rijst wordt in grote bossen van het land gedragen en langs de kant van de weg opgestapeld. De volgende dag worden de bussels naar het dorp gebracht. Vaak helpt het halve dorp mee met de oogst. Als de rijstkorrels van de aren afgehaald zijn, worden de korrels gedroogd in de zon. Vaak gebeurt dat op het dorpsplein of bij de pagode. Later wordt de rijst ontdaan van de vliesjes en is het resultaat de witte rijst die we kennen. Het is een arbeidsintensief proces. Je begrijpt bijna niet hoe rijst in de winkel zo goedkoop kan zijn.

DE HERSENEN VAN BOEDDHA
Uiteindelijk rijd ik de bewuste weg in. Naarmate je verder de stad uit bent, worden de dorpjes steeds eenvoudiger en authentieker. Groepen schoolkinderen komen langsgelopen en kijken een beetje schichtig. Veel buitenlanders zullen ze hier niet zien. Ze moeten lachen als ik Minggalaaba (hallo) roep. Als ik willekeurig wat weggetjes ingeslagen ben, kom ik een kloostercomplex tegen, met een pagode. Er staat een groot bord aan de weg met een liggende Boeddha van hout erop geschilderd. Ik rijd het complex op en word vriendelijk ontvangen door één van de monniken. Hij vraagt of ik Christen of Boeddhist ben. Als ik vertel dat ik Christen ben, begint hij me van alles uit te leggen over het Boeddhisme. Het is hier blijkbaar een bijzondere plek, waar pelgrims komen kijken naar de grote houten Boeddhabeelden en het prachtige houtsnijwerk. De stam waaruit de liggende Boeddha is gesneden is bijzonder. De stam was hol en er groeide een struik doorheen. Toen ze de stam doormidden zaagden, leken de takken net hersenen. Dat was zo speciaal, dat deze stam door een aantal vaklieden bewerkt is tot liggende Boeddha. Het hoofd van het beeld is half open en je kunt de takken - lees hersenen van Boeddha - nog zien. Buiten knopen de pelgrims een vriendelijk gesprekje met me aan en zwaaien me uit als ik met m’n scooter wegrijd.

PRACHTIGE WANDELING
Ik zie al de hele tijd wat kloosters en stupa’s tegen de helling liggen. Daar wil ik graag naartoe. Als ik de berghelling bereik, zie ik een klein tempelcomplex waar het stikt van de apen. Ze worden gevoerd door wat jongelui en vangen de pinda’s uit de lucht. Er zijn wat kleintjes geboren en die worden fel beschermd door de moederapen. Als ik de weg verder volg, rijd ik een spelonk in. Ook daar zijn allerlei kleine stupa’s tegen de rotswand gebouwd. Na een half uur bereik ik een dorpje, dat helemaal geïsoleerd ligt tussen de berghellingen. Het is er rustig en vredig. Ik gebaar naar wat dorpelingen waar het pad is om naar boven te rijden. Ze gebaren terug dat het een pad is dat je alleen maar kunt lopen. Hoe lang, vraag ik in het Engels, wijzend naar de plek waar mijn horloge hoort te zitten. Lee sè nga, hoor ik ze zeggen. Laat ik nou toevallig kunnen tellen in het Birmees. Dat betekent 45. Als ik in het Engels 45 minuten herhaal, wordt er instemmend geknikt. Dat is te doen. Ik loop naar boven en al gauw is het klimmen en klauteren over een rotsachtig pad. Het is ongeveer windstil, flink vochtig en dus goed warm. Heerlijk, die fysieke inspanning, die beloond wordt met prachtige vergezichten. Ik zie op een gegeven moment zelf Mandalay liggen. Ik herken de stad aan de slotgracht rond het oude koninklijk paleis. Die gracht is 2 kilometer bij twee kilometer in het vierkant en 50 meter breed. Onderweg kom ik nog een monnik tegen die in een grot woont. Hij is bezig om een boeddhabeeld te schilderen of repareren. Dat kan ik er niet helemaal uit opmaken. De grot is duidelijk een pelgrimsplek. Ik praat wat met de monnik, half in het Engels en half in het Birmees.

MOOI EN VREDIG
Helemaal boven op de top vind ik inderdaad een kleine goudkleurige stupa van een meter of vier hoog. Dat is een kleintje, voor Birmese begrippen. Ik ben er niet alleen. Drie jongemannen uit Mandalay hebben de klim naar boven ook gemaakt. We kletsen wat, filmen elkaar en ik eet mijn lunch. Als de jongens weg zijn, ga ik lekker uit de wind in de zon zitten, met mijn rug tegen de stupa. Wat is het hier mooi en vredig. Als ik ergens mijn tent op moest slaan dan was het hier. Ik sluit mijn ogen en geniet van het ruisen van de wind en het fluiten van de vogels. Wat een verschil is dit met de drukte van de stad. En hoever ben ik er vandaan? Hemelsbreed misschien 15 kilometer. In de verte zie ik de Yankin Pagode liggen, waar ik vanmorgen langs gereden ben en verderop ligt de stad. Na een half uur pak ik mijn rugzak en camera en loop ik weer terug naar beneden. Dat gaat uiteraard een heel stuk sneller. Onderweg kom ik nog meer mensen tegen die de klim naar boven maken. Ik rijd een andere weg terug naar de stad. Als ik de spoorlijn bereik, weet ik dat ik die kan volgen en vlakbij de PDO High School uit zal komen.

EEN BIJZONDERE ONTMOETING
Twee straten verwijderd van school heb ik nog een bijzondere ontmoeting. Ik sta stil op een druk kruispunt en wacht tot ik kan oversteken, als een oude man op een bankje in heel behoorlijk Engels vraagt waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga. Ik vertel hem dat ik actief ben op de PDO High School. Als Engelse leraar, vraagt hij? Nee, zeg ik, voor een NGO. We helpen de weeskinderen die de cycloon Nargis overleefd hebben. Maar in Nederland ben ik wel leraar, zeg ik. Hij vraagt in welk vak. Ik zeg: in beeldende vorming. Ah, zegt hij enthousiast, ik ben ook schilder. Wil je mijn werk zien? Voor ik het weet zit ik een half uur op het bankje voor zijn winkeltje naar prachtige waterverftafereeltjes te kijken, die hij in de afgelopen 30 jaar geschilderd heeft. De vriendelijke man heet Thaung Sein en is 76 jaar oud. Ik vraag hem waar hij zo goed Engels heeft leren spreken en hij vertelt dat hij een tijdje voor Engelse diplomaten heeft gewerkt. Zijn schilderstukjes zijn echt prachtig. De mooiste vijf leg ik apart. Ik wil er best een paar van hem kopen. Als ik er uiteindelijk twee kies, mag ik ze gratis meenemen. Het is mijn hobby, zegt Thaung Sein, ik hoef er niks aan te verdienen. Ik heb er nog nooit eentje verkocht. Ik dank hem heel hartelijk en neem dan afscheid. Hij zwaait lachend naar me als ik met de scooter de straat oversteek. Als ik de weg verder afrijd, herken ik opeens de straat. Hier heb ik deze week met Zar Ni Khaing gelopen, toen we haar broer in het nabij gelegen klooster bezocht hebben. De straat komt precies bij het hotel uit. Ik bedenk me dat ik komende twee weken een keer met Flower, Claire en Nanneke naar hem toe wandel. Dat zal hij leuk vinden!

BRAND, BRAND!
Het is 16.00 uur en net op het moment dat ik de scooter langs de schoolpoort parkeer, komt er een brandweerwagen met loeiende sirene langs. En nog één, en nog al één. Het is materieel dat bij ons net na de oorlog rondreed. Verdorie, in vijf minuten tijd komen er nog eens tien wagens voorbij. Ik zie de mensen telkens opzij springen en verdwaast naar de voorbij stuivende brandweerwagens kijken. Ik aarzel even en spring dan op mijn scooter en rijd de wagens achterna. Ik ben niet de enige. Honderden scooters met jongelui scheuren richting de Yankin Pagode. In de verte voor de heuvels zie ik een enorme rookwolk. Terwijl ik de drukke oostelijke uitvalsweg opnieuw afrijd, word ik ingehaald door nog eens vijftien brandweerwagens en tankwagens, die uit alle delen van de stad komen. Dit is wel sensatie. Als ik in het dorp aankom waar de brand is, zijn veel wegen al afgezet. Politiemannen zorgen ervoor dat de enorme brandweerwagens de steeds smaller wordende straten in kunnen rijden. Het is een wonder dat er onderweg niemand overhoop gereden is. Ik volg wat jongelui die allerlei fietspaden weten en nog geen vijf minuten later sta ik vlakbij de brand. Ik stap af, zet mijn scooter aan de kant van de weg en loop richting de rookpluimen. Als ik er aankom, is het grootste deel van de brand al geblust. Vijf huizen zijn in rook opgegaan, vertelt een brandweerman met handen en voeten aan mij. Er zaten mensen te koken en toen heeft er iets vlam gevat. Gelukkig is er niemand gewond geraakt of overleden. De nabij gelegen houten huizen worden door de brandweer nat gehouden. Er staan honderden mensen in de straatjes te kijken. Omdat iedereen staat te fotograferen met z’n mobieltje, waag ik het erop om ook wat te filmen. Een politieman die aan komt lopen, knikt gelukkig instemmend. Als ik even later terugrijd, komt dezelfde agent met zijn scooter naast me rijden. Hij is van de verkeerspolitie, vertelt hij. Hij is 33 jaar oud en houdt van Aerosmith, Bon Jovi en andere hardrock bands. Een beetje maf is hij wel. Maar ja, anders wordt je in dit land ook geen politieagent of militair, denk ik maar. Op een gegeven moment zwaait hij naar me en roept: Nice to meet you. Tot de volgende keer, roep ik in het Birmees en hij rijd lachend een zijstraat in.

FILM KIJKEN
Terug bij The Golden House wil iedereen natuurlijk de beelden zien. Er rijden niet elke dag 25 brandweerwagens met loeiende sirenes door de straat langs de school. Alle kinderen hebben ze gehoord. De sirenes op de wagens worden overigens nog met de hand aangeslingerd. Bij ons zouden we deze wagens in het museum zetten, zeg ik tegen Nann Myint, de zus van Yi Mon, die toevallig binnen komt lopen. Ze komt niet meer bij. Nann Myint is twee jaar geleden in Duitsland geweest, dus ze weet maar al te goed het verschil tussen het wagenpark hier en bij ons. Als ik wat gegeten heb in het hotel, loop ik nog even terug naar de kinderen. Vrijdagavond is het filmavond en de helft van de kinderen zit in huis 1 televisie te kijken. Ik dol nog wat met de jongens naast me en achter me, en loop dan terug naar het hotel. Nadat ik mijn belevenissen in de computer heb gezet, ga ik slapen. Morgen is de grote dag: dan arriveren Flower, Claire en Nanneke. Kan ik eindelijk weer Nederlands praten.

Zaterdag 13 juli 2013

HALLUCINATIES
Om 10.00 uur komt het taxibusje voorrijden, waarmee we Flower, Claire en Nanneke gaan ophalen. Tot mijn grote verbazing zit Nann Myint, de zus van Yi Mon, in het busje en niet Yi Mon zelf. Nann Myint vertelt dat Yi Mon teveel groene theeblaadjes gegeten heeft en alles vanmorgen voor haar ogen draaide. Gelukkig zijn het niet de blaadjes die je in Myanmar op elke straathoek kunt kopen. Daarin rollen ze stukjes betelnoot en wat kruiden. Op die blaadjes wordt gekauwd en dat levert knalrood speeksel op. Dat wordt dan weer op straat uitgespuugd. Overal langs de straatranden zie je rode plekken. Dit goedje heeft een licht hallucinerende werking. Gelukkig kauwt onze hoofdleidster alleen op onschuldige theeblaadjes! In het busje zitten ook twee kinderen, die mee mogen naar het vliegveld. Het zijn Thu Zar Win en Su Htet Myat. De chauffeur van ons busje ziet er een beetje sjofel uit. Als we de stad uitrijdt, stopt hij bij een stalletje, koopt een pakje van de groene blaadjes met betelnoten en kruiden en begint driftig te kauwen. Nog geen half uur later slingert hij over de weg en schat de verkeerssituaties niet goed in. We zijn allemaal blij als we uiteindelijk om 11.00 uur zonder brokken op het vliegveld aankomen.

AANKOMST VAN DE DAMES
In de wachtruimte zit Nanneke al twee uur te wachten. Haar vliegtuig komt uit Bagan, terwijl Flower en Claire om 12.15 uur vanuit Bangkok komen. Nann Myint en de twee kinderen hebben alle tijd om alvast met Nanneke te kletsen en op deze manier hoeven we niet tweemaal heen en weer naar het vliegveld. Om 12.30 uur komen Flower en Claire de bagagebandruimte ingelopen. We zien de twee blonde kopjes al van verre en de dames zwaaien naar ons. Even later kunnen we ze echt knuffelen. Ze hebben een goede reis gehad en zien er fris uit. Onderweg terug wordt er druk gepraat over van alles en nog wat. Maar het onderwerp dat steeds terugkeert is of de kinderen wel kunnen zien wie Flower en wie Claire is. Onze chauffeur valt inmiddels zo ongeveer in slaap, rijdt midden op de weg en veel te langzaam. Dit is echt gevaarlijk. Ik roep zo nu en dan iets naar hem, want anders gaat het nog fout. Gelukkig rijden we om 13.30 uur zonder ongelukken het terrein van The Golden Mandalay Hotel op. We worden hartelijk begroet door de hoteleigenaar, zijn dochter en schoonzoon. Als ik later tegen de hoteleigenaar vertel wat de chauffeur voor een mafkees is, bevestigt hij mijn verhaal. Hij kent de man, zegt hij, en zal hem nooit aanbevelen. Ik zal Yi Mon hierover ook inlichten. Dit is levensgevaarlijk.

EINDELOOS KNUFFELEN
Claire en Nanneke krijgen een mooi huisje toegewezen en Flower, ja, die trekt bij mij in. Ik heb vanmorgen al gevraagd of ze bij de schoonmaak onze bedden tegen elkaar aan willen zetten en dat is keurig gebeurd. Uiteraard heb ik de kamer ook netjes opgeruimd. Heerlijk om Frederique weer te zien en te knuffelen, maar het is ook wel een beetje wennen, na een week alleen geweest te zijn. Een half uurtje later zitten we op het prachtige terrasje aan het water met z’n vieren te lunchen. We hebben elkaar natuurlijk veel te vertellen. En dan steken we rond 15.00 uur de straat over en lopen het schoolterrein op. Flower, wordt er vanuit de verte geschreeuwd, en een horde kleine kindjes komt op ons afgerend. Ik roep nog: This is Flower, en wijs naar Claire, maar de kinderen trappen er niet in. Al gauw worden ook de handen van Claire en Nanneke vastgepakt en worden we allemaal samen naar huis 1 geleid. Daar worden vier stoelen neergezet en dan volgen er anderhalf uur van kletsen, lachen en knuffelen. Dit is waar je het allemaal voor doet: een stortvloed van liefde en aandacht. Vanuit het raam staan veel grotere kinderen wat verlegen toe te kijken. Het zal niet lang duren of de helft daarvan komt ook een praatje maken. Om 16.30 uur worden we nog even ontvangen door het schoolhoofd U Nayaka, zijn broer U Yotita en nog een monnik. Ik leg de monniken uitleg wat de onderlinge relatie is van het gezelschap hier aan tafel. Als ik vertel dat ik twintig jaar net zo verliefd was op Claire als op Flower moeten ze erg lachen. We maken meteen wat afspraken voor morgen. Om 14.30 uur zullen we het boek overhandigen aan U Nayaka, Yi Mon, Cho Cho, Tsai Tsai en de kinderen die eraan meegewerkt hebben. Om 15.00 uur zullen Nanneke en ik dan met U Nayaka en Yi Mon een vergadering houden.

OP TIJD NAAR BED
Rond 17.00 uur sluiten we het begroetingstafereel af en gaan we terug naar het hotel. We kletsen nog wat na op het terras en bestellen dan wat te eten. Ik vertel wat er allemaal te krijgen is en het wordt kip met groeten en cashewnoten en witte rijst. Voor alle vier hetzelfde, da’s lekker handig voor de keuken. Terwijl het eten klaargemaakt wordt, hang ik bij Claire en Nanneke de klamboes op. Het eten smaakt goed en we raken niet uitgepraat. Het is inmiddels 21.30 uur en we besluiten om niet meer terug te gaan naar The Golden House, maar om vroeg te gaan slapen. Flower en Claire hebben er net een flinke reis opzitten en Nanneke is ook moe.

Zondag 14 juli 2013

RONDLEIDING
Om 9.30 uur zitten we aan het ontbijt. Wat er allemaal op tafel staat heb ik al eerder beschreven. We laten het ons smaken en maken dan een planning voor de komende dagen. We beginnen met een rondleiding over het schoolterrein. Claire en Nanneke hebben nog helemaal niks gezien en voor Flower is het ook al ruim twee jaar gelden dat ze op het schoolterrein rondliep. Yi Mon regelt dat Nann Myint ons zal begeleiden. Als de dames de slaapzaal in huis 1 bekijken, moeten ze natuurlijk meteen bij de kinderen op de grond gaan zitten. Dertig koters er omheen en kletsen maar. Htet Htet Lin haalt de spullen tevoorschijn om Thanaka te maken en tien minuten later hebben de dames alledrie een Birmees snoetje met Thanaka erop. Dat is een papje wat gemaakt wordt van de schors van de Thanakaboom. Het wordt gebruikt als een soort make-up en als zonnebrandmiddel. Nann Myint is inmiddels ook gearriveerd. We bekijken samen met haar achtereenvolgens The Pandaw House, het bamboehuis, de slaapzaal voor de docenten en oudere meisjes, de timmerwerkplaats, het enorme schoolgebouw, de omgeving vanaf het dak, de schoolkeuken, de bibliotheek, de schoolpagode, het enorme novicenverblijf, de schoolkliniek, het verblijf van de etnische groep en als laatste het hostel van de straat kinderen, waar Yi mon en Cho Cho ooit als stafleden begonnen zijn. Een grote schare kinderen loopt met ons mee en het is echt bloedje heet. Maar tegelijkertijd erg gezellig.

DE BOEKCEREMONIE
Om 13.00 uur zitten we aan de lunch op ons terrasje. Nanneke en ik houden een korte voorbespreking voor het gesprek met U Nayaka en we hebben het samen even over de opzet van de boekuitreiking. Als we om 14.30 uur het schoolterrein weer oplopen, staat Thu Zar Win ons in de verte al te wenken. In een grote hal in het schoolgebouw is een lange tafel neergezet en daar zitten de kinderen en de staf al klaar. Als U Nayaka ook gearriveerd is, houd ik mijn praatje. Ik vertel dat het Flower’s droom was om dit boekje te maken. Ze heeft de juiste mensen om zich heen verzameld om het te kunnen realiseren. Aanleiding zijn alle fantastische dromen die jonge en oude mensen in Myanmar koesteren. Iedereen heeft kleine en grote dromen en ondanks dat het land arm is en de onderdrukking groot, is iedereen zo vrolijk en optimistisch. Koester die dromen, zeg ik tegen de kinderen en de rest van het gezelschap, en eerdaags zullen ze uitkomen. Er wordt instemmend geknikt. Ik vertel ook dat we alle foto’s afgedrukt hebben die ik in oktober gemaakt heb. In het boek hebben we er maar één per persoon op kunnen nemen. De rest krijgen ze in een envelopje. Het eerste exemplaar van het boek overhandig ik aan U Nayaka, het tweede aan Yi Mon en dan volgen alle kinderen, Cho Cho, Tsai Tsai en Nann Myint. Met name de grotere kinderen zijn echt verwonderd en ontroerd. Dit is de kers op de taart wat betreft ons project. We geven Yi Mon nog één exemplaar, wat door alle kinderen in The Golden House bekeken mag worden. Tegen de kinderen zeggen we dat ze zuinig moeten zijn op hun eigen exemplaar. Maar dat is eigenlijk overbodige informatie, want dat zullen ze zeker zijn. Het is heel bijzonder dat hun levensverhalen opgetekend staan in een boek.

MEETING MET U NAYAKA
Na deze kleine ceremonie gaan Flower en Claire wat lezen in het hotel en hebben Nanneke en ik een meeting met U Nayaka en Yi mon. We praten over de planning van de nieuwbouw van huis 2. Naar verwachting is het huis eind oktober helemaal gereed en bewoonbaar. We hebben het over de waterinstallatie van de school en de vier huizen die we The Golden House noemen. We doen U Nayaka wat suggesties aan de hand die hij kan overdenken en die wij binnen onze stichting zullen bespreken. We spreken onze zorgen uit over de voeding voor de kinderen. Yi Mon heeft vertelt dat ze nog maar eenmaal per week vlees, vis of eieren kan kopen in plaats van tweemaal per week. We berekenen wat het zou kosten om dit terug op het oude peil te brengen en wat dat eventueel voor ons als stichting zou betekenen. Ook dit is een bespreekpunt als we terug in Nederland zijn. Dat geldt ook voor Engelse bijles voor de kinderen die in leerjaar 6, 7, 8 en 9 zitten. U Nayaka kan dit niet betalen. Wellicht kunnen wij daar als stichting iets in betekenen. Veel kinderen beginnen nu aan leerjaar 10, waarin alle boeken in het Engels geschreven zijn, zonder voldoende kennis van de Engelse taal. Geen wonder dat het slagingspercentage maar 30% is. We praten U Nayaka en Yi Mon ook bij over de komst van Annemarie Dezaire, die op latere leeftijd de Pabo is gaan doen en een onderzoek komt verrichten naar mogelijke stageplekken voor Pabo-studenten op de PDO High School. U Nayaka is verguld met het plan en belooft alle medewerking. We hebben het ook over de vervolgstudie die wij gaan betalen vanuit ons studiefonds en maken afspraken over het overmaken van het geld voor de eerste acht leerlingen. Tot slot hebben we het nog even over het optimaal gebruiken van de schooltuin, waarvoor Yi Mon nu verantwoordelijk is geworden en vertellen U Nayaka dat we tijdens dit werkbezoek ruim 5000 euro sponsorgeld besteed hebben aan schoolspullen, kleding, keukenmateriaal, elektrische apparatuur, tapijt en nog veel meer. Thank you, zegt hij nogmaals, zoals hij ook deed bij elk onderwerk dat we aanroerden. Nanneke heeft intussen een kort verslag gemaakt op haar I-pad, zodat we alle informatie bij elkaar hebben staan voor onze stichtingsvergadering. We bedanken U Nayaka en Yi Mon en lopen dan terug naar het hotel.

MANDALAY HILL
We pakken spulletjes en lopen naar het kruispunt in de 19th street om een taxi te pakken naar Mandalay Hill. We worden keurig afgezet aan de voet van de heuvel die aan de noordkant van de stad ligt. We beklimmen de 760 meter hoge heuvel op blote voeten via een overdekte trappengalerij. Onderweg komen we tientallen kleine pagodes met Boeddhabeelden tegen, allerlei nisjes met beeldjes van natuurgeesten, plateaus van waaruit je mooi uitzicht hebt over de stad en het omliggende land en vele souvenirkraampjes en eetstalletjes. Het is bijna windstil, erg vochtig en 35 graden. Het zweet gutst van ons hele lijf. Na een uur staan we op de top en wordt het zwoegen beloond met een fantastisch uitzicht. De zon is aan het ondergaan, de Ayeyarwady rivier is flink buiten z’n oevers getreden en weerspiegelt overal de goudgele gloed van de lucht. Ook de tempel op de top is de moeite van het bekijken waard. Hij is vorig jaar volledig gerestaureerd. We zijn overigens niet de enige toeristen vandaag. Er staan er zeker tweehonderd op de top.

LEKKER ETEN
Rond 18:00 uur lopen we de lange trap weer naar beneden en nemen een taxi terug naar een fancy restaurantje in de straat die aan de oostkant langs de paleismuur loopt. Het restaurant heet City Café en je kunt er heerlijk eten. Ik ben er vaker geweest met Frank, Yi Mon en Nann Myint. Het is er voor Birmese begrippen niet goedkoop, maar het is heel sfeervol ingericht en het eten is er heerlijk. Het is maar goed dat de airco hoog staat, want echt fris zijn we niet meer. We sluiten de avond af met lekker eten en gezellig kletsen. Het was een leuke en tegelijk enerverende dag. En morgen? Morgen gaan we naar Mingun om de grootste onafgebouwde stupa ter wereld te bekijken.

Maandag 15 juli 2013

EXCURSIE NAAR MINGUN
Onze taxichauffeur zet ons keurig om 8:30 uur af in de haven van Mandalay. Het is één en al bedrijvigheid hier. De boot met lokale bevolking, die naar de overkant wil varen, stroomt langzaam vol. Jongemannen sjouwen grote zakken rijst de ferryboot op. Het is een andere ferryboot dan die wij moeten hebben. Wij betalen ditmaal 5000 kyat (4 euro) per persoon om over te varen. Het is zwaar bewolkt en redelijk koel. We varen langs kleine nederzettingen op de eilandjes in het water. Het is maar goed dat de huizen op palen staan, want het is op dit moment hoogwater. Na een drie kwartier varen doemt de grootste onafgebouwde bakstenen pagode ter wereld op. Als we aan de overkant van de rivier aankomen, worden we gelijk belaagd door vrouwen die ons allerlei souvenirs willen verkopen. Waaiertjes, rijsthoeden, t-shirts, kettingen en nog veel meer. Maar ja, Mingun is dan ook één van de bekendste bezienswaardigheden van Myanmar. We blijven vriendelijk lachen. Er klampt zich meteen een gids aan ons vast, die vast en zeker de hele ochtend met ons mee zal lopen. Hij spreekt gelukkig redelijk Engels en is niet opdringerig.

DE BEZIENSWAARDIGHEDEN
We besluiten om de grootste onafgebouwde stupa van de wereld als laatste te beklimmen. We lopen eerst naar de op één na grootste klok ter wereld, die 90 ton weegt. De klok had in de onafgebouwde stupa moeten komen hangen, maar dat is nooit gebeurd. Misschien maar goed ook, want hij klinkt echt beroerd. Daarna wandelen we door naar de in 1816 gebouwde Hsinbyume pagode. De zeven terrassen van de spierwitte pagode verbeelden de zeven bergen die rond de heilige berg Meru in India liggen. De koning heeft deze witte pagode voor zijn vrouw laten bouwen. Vanuit het hoogste terras hebben we een fraai uitzicht op de stupa van Mingun. De blok baksteen had 150 meter hoog moeten worden, maar toen koning Bodawpaya in 1819 stierf, was er pas 50 meter klaar. In 1838 heeft een aardbeving enorme scheuren aangebracht in het bouwwerk, maar dat doet niks af aan de monumentale uitstraling ervan. Als we op de top van de Hsinbyume pagode staan, vertelt onze gids dat we de grote stupa van Mingun helemaal niet op kunnen. Zo’n twee jaar geleden heeft een nieuwe aardbeving de stupa namelijk onherstelbaar beschadigd en het is te gevaarlijk geworden om er bovenop te staan. Dat is wel heel erg jammer. Gelukkig hebben we vanuit de Hsinbyume pagode ook een fraai uitzicht op de Ayeyarwady rivier. We geven onze ogen dus maar extra de kost. Ze zijn de Hsinbyume pagode net aan het witkalken. Dat is echt het juiste woord, want we komen met witte voeten de pagode uit. Je zou kunnen zeggen dat we een wit voetje gehaald hebben bij Boeddha.

ZUSTER HTWE HTWE AYE
We vertellen onze gids dat we graag het bejaardenhuis van zuster Htwe Htwe aye willen bezoeken. Daar zijn we al een aantal keer geweest. Een bejaardenhuis is best een bijzonder gegeven in Myanmar. Oude mensen worden normaal door hun kinderen verzorgd in de dorpjes. De oudjes hier hebben echter geen familie meer die voor ze kan zorgen. Zuster Htwe Htwe Aye is een enthousiaste vrouw die enorm goed zorgt voor de oudere mensen. Ze moet het hebben van de donaties van de toeristen. Inmiddels is het bejaardenhuis flink uitgebreid en gemoderniseerd. Wat wel bijzonder is, is dat we in 2003 in een schriftje in het bejaardenhuis de namen Joep en Colien uit Berlicum zijn tegengekomen en dat we die vorig jaar ontmoet hebben. Dit stel is een jaar geleden gaan fietsen in Myanmar en heeft contact met ons gezocht. Inmiddels zijn we bevriend geraakt en hebben we elkaar al regelmatig opgezocht. We schrikken ons echter rot als onze gids vertelt dat zuster Htwe Htwe Aye anderhalve maand geleden op vijftigjarige leeftijd gestorven is aan kanker. We zijn even sprakeloos en staan beduusd te kijken. De gids geeft aan dat ze verderop begraven ligt en we vragen of we haar graf mogen zien. En ja… daar ligt ze… in een witte grafkist. Ze is niet gecremeerd, omdat ze voldoende geld had voor een begrafenis. Op de kist hangen twee schildjes, één in het Engels en één in het Birmees. Er vloeien even wat tranen bij Frederique en Claire, want hun beide ouders hebben ook kanker. Moeder is zelfs ongeneeslijk ziek. Het herinnert ons ook aan onze gids Winston, die ons in 2003 Myanmar met veel passie heeft laten zien en waaraan we ons boek hebben opgedragen. Winston is een paar jaar gelden ook gestorven.

HET BEJAARDENHUIS
We gaan toch even langs het bejaardenhuis. De dochter van zuster Htwe Htwe Aye werkt er nu als zuster, samen met een aantal andere vrouwen. De zoon studeert voor arts in Mandalay en is er nu niet. Hij moet nog één jaar en dan is hij klaar met zijn studie. Hij zal dan als arts het werk van zijn moeder overnemen. We drukken de dochter even de hand, geven zoals altijd een donatie voor het goede werk en lopen dan met een heel ander gevoel weg als toen we de vorige keren het bejaardenhuis bezochten. Als we uiteindelijk bij de grote onafgebouwde stupa aankomen, besluiten we om wat bloemen te hangen bij het Boeddhabeeld, dat in een kleine inham in de stupa staat. Een klein gebedje erbij voor Boeddha. Het kan niet anders dan dat deze fantastische vrouw in een volgend leven als een nog beter mens terugkomt. Zij is flink wat stappen dichter bij de verlichting, het nirwana.

HEERLIJKE BROODJES
We besluiten onze excursie op een terrasje aan de rivier. Onze gids komt bij ons zitten en we geven hem wat te drinken. Hij wil volgend jaar aan de universiteit gaan studeren, zegt hij. Maar als we hem vragen of hij met het gidsen niet meer geld kan verdienen, knikt hij bevestigend. Dat wordt dus geen universiteit voor hem. Om 13.00 uur vertrekt de ferryboot weer naar de overkant. Claire leest onderweg de tenen van Nanneke en van mij. Dat levert heel wat stof tot nadenken op. Natuurlijk lachen we ook om onze eigen talenten en vooral ook onze tekortkomingen. Om 14.00 uur zijn we aan de overkant en laten we ons naar het warenhuis in de 47th street rijden. Ik heb de dames verteld dat je daar heerlijke broodjes kunt eten en daar hebben ze wel zin in. Ik heb er vorige week ook al gezeten met Yi Mon en Cho Cho. Het duurt even voordat onze taxichauffeur het juiste warenhuis heeft gevonden, maar dan kunnen we ons tegoed doen aan de lekkernijen die daar verkocht worden. Terug bij ons hotel frissen we ons wat op en lopen dan naar The Golden House om met de kinderen te kletsen en om de mail te checken. Vanavond zullen we vroeg gaan slapen, want morgen rijden we al om 7.00 uur met de taxi naar het vliegveld. We gaan dan vier dagen en drie nachten naar het Inle meer. Dat wordt het volgende avontuur. Thant Zin, de man die ook in 2010 onze gids was, toen we met Sandra in Myanmar waren, zal ook ditmaal onze gids zijn.

Dinsdag 16 juli 2013

THANT ZIN
Het opstaan om 5.30 uur valt tegen valt tegen en om 6.15 uur ontbijten is ook een beetje vroeg. Maar we weten waar we het voor doen: vier dagen in en op het Inle meer. Om 7.00 uur worden we opgehaald door de taxi. Ditmaal is het een keurig busje en de chauffeur kauwt niet op blaadjes waarvan je gaat hallucineren. In drie kwartier staan we op het vliegveld en dat voor 16.000 kyat (13 euro). Na een half uur wachten in een warme en vochtige vertrekhal kunnen we al boarden. We vliegen om 9.00 uur in een dik half uur naar Heho Airport. Het is maar een heel klein vliegveld, waar alleen binnenlandse vluchten plaatsvinden. Iedereen blijft nog een beetje aan de rand van de landingsbaan staan kijken en ik krijg het gevoel van een familiereünie of een schoolexcursie, waarbij je op de bus wacht. Het weer is hier een stuk aangenamer dan in Mandalay. Het is een graad of 27 en een stuk minder vochtig. Als we de aankomsthal uit lopen, staat daar onze gids Thant Zin met een bordje Mr. Niko in de hand. Hij herkent me meteen en we omhelzen elkaar. Hetzelfde doet hij met Flower. Claire en Nanneke worden ook enthousiast begroet. Thant Zin is maar een klein mannetje. Hij ziet er op één of andere manier gezonder uit dan 2,5 jaar geleden. Hij vertelt dat hij met luchtwegklachten in het ziekenhuis heeft gelegen en dat hij sindsdien niet meer rookt. Dat zal er zeker voor zorgen dat hij nu zo fris oogt. Op de parkeerplaats merken we dat veel mensen hem kennen. Er wordt van alles naar elkaar geroepen door de chauffeurs en gidsen.

TOERISME
Vijf minuten later rijden we in een heel rustig tempo richting Nyaungshwe, dwars door het prachtig groene landschap en de bergen van de Shan-provincie. Thant Zin stelt voor om de toeristische route te nemen en dat vinden we prima. We hebben per slot van rekening alle tijd. Onze gids vertelt onderweg trots over zijn zoon, schoondochter en kleinkinderen, en over zijn vrouw, die we dadelijk nog zullen zien. We vertellen hem dat we graag vanmiddag het weeshuis in Mine Thauk willen bezoeken. We leggen hem uit hoe we in contact zijn gekomen met stichting Care for Children uit Landsmeer. Ook vertellen we nogmaals ons verhaal over The Golden House. We voelen ons meteen weer op ons gemak bij Thant Zin. Overal waar mooie uitzichten zijn, stopt hij even met de taxi om ons te laten fotograferen en filmen. Na anderhalf uur bereiken we een voorstadje van Nyaungshwe, alwaar onze gids zijn kantoortje heeft. Zijn vrouw heeft er een winkeltje en apotheekje. We schudden haar vriendelijk de hand. Het is niet het type vrouw wat we bij Thant Zin zouden verwachten. Het is een goed uitziende dame, terwijl Thant Zin wel een beetje een ondeugend uiterlijk heeft. In de auto had hij al verteld dat hij zo rond z’n dertigste alles heeft gedaan wat Boeddha verboden heeft. Ik weet ook niet wat ze na al die streken nog in me ziet, zegt Thant Zin met een lach. We gaan wat eten in een Italiaans restaurantje waar ze ook pannenkoeken serveren. We kiezen voor het laatste. We zien op allerlei plekken toeristen lopen en op diverse plaatsen zijn er restaurantjes en hotels bijgebouwd. Je kunt duidelijk zien dat het hier sinds een jaar veel drukker is met toeristen. In de wintermaanden zat alles stampvol, vertelt Thant Zin. De prijzen voor de hotels zijn tot absurde hoogte gestegen. Gelukkig hebben wij ons resort via internet voor een alleszins redelijke prijs kunnen boeken.

SUE
Na het eten rijden we naar Mine Thauk. Het is een mooie tocht langs de rand van het meer. Het is bijna 13.00 uur en onderweg komen we een flinke groep meisjes tegen die op weg zijn naar school. Dat moeten de weeskinderen zijn. Als we uiteindelijk het terrein van het weeshuis oprijden, wordt er vanuit de keuken al driftig gezwaaid. Een jonge vrouw van een jaar of 35 komt aanlopen en als ik vraag of het Sue is, knikt ze bevestigend. We begroeten elkaar hartelijk en we worden meegenomen naar het theehuis. Dat is een soort kiosk met een vloer op 1 meter hoogte, waardoor je prachtig uitzicht over het Inle meer hebt. We krijgen groene thee, koekjes en fruit en Sue vertelt ons van alles over het weeshuis. Ook zij heeft - net als onze hoofdleidster Yi Mon - haar leven in dienst gesteld van deze weeskinderen. Ze is het enige betaalde staflid voor de 59 meisje en krijgt hulp van een aantal vrijwillige stafleden, die wel in het weeshuis wonen. Wij vertellen hoe we via Care for Children hier terecht zijn gekomen en overhandigen ook meteen een stapel Engelstalige brochures die we meegekregen hebben. Die worden hier weer uitgedeeld aan de toeristen.

U TET TUN
Dan is het tijd voor een rondleiding. Wat is het hier vredig, geordend, schoon en gestructureerd ten opzichte van The Golden House. Maar het weeshuis staat dan ook niet midden in een miljoenenstad op een terrein waar dagelijks 7.000 kinderen naar school gaan. We zien onder andere de slaapzalen, de meditatieruimte, de eetruimte, de douches en toiletten, de computerruimte en de ruimte waar bijles gegeven wordt in Engels en Wiskunde. Sue vraagt of we willen lunchen in het jongensweeshuis. Daar hadden we niet op gerekend, vertellen we. Geeft niks, zegt ze, maar we bieden het onze gasten altijd graag aan. Rond 14.00 uur lopen we naar het jongensweeshuis, dat de stichting enkele jaren geleden overgenomen heeft van een buitenlandse NGO. Ook de 35 jongens zijn naar school, dus het is hier ook al zo rustig. Op de PDO High School en in ons weeshuis lopen altijd wel kinderen rond die op dat moment geen les hebben. We ontmoeten de weeshuisvader U Tet Tun. Hij is geen monnik, zoals U Nayaka, maar heeft een vrouw, kinderen en kleinkinderen. Toch is hij meestentijds in en om het weeshuis te vinden. Hij is al 70 en heeft sinds een aantal dagen bijna geen stem en moet flink hoesten. Toch worden we heel hartelijk ontvangen en vertelt hij honderduit over het ontstaan van het weeshuis, over de relatie met de stichting Care for Children en over de overleden voorzitter Cor Visser. We hebben het ook over de basisprincipes in het Boeddhisme.

VOORSTELLING
Als we het daarna over onze reisplannen voor de komende dagen hebben, vertelt Sue dat het tweede meer, dat met een rivier verbonden is met het Inle meer, absoluut de moeite waard is om te bezoeken. Ze komt zelf uit een dorpje dat aan dat meer ligt en ze stelt voor om overmorgen met ons en Thant Zin mee te gaan. Dat is een heel leuk plan, waar we meteen mee instemmen. We krijgen dan een aantal plekken te zien die ook Flower en ik nog nooit gezien hebben. Nadat we hier wat afspraken over gemaakt hebben, bekijken we het jongensweeshuis, wat er al even fraai en verzorgd uitziet. Rond 15.30 uur komen de jongens thuis en begroeten ons hartelijk. We kunnen merken dat veel toeristen deze weeshuizen bezoeken, want de jongens weten precies hoe ze zich moeten gedragen. Even later komen ook de jongere meisjes aanlopen en nemen ze allemaal plaats in de recreatieruimte. Eén voor één stellen de kinderen zich aan ons voor en vertellen wat hun hobby en ambitie is. Sue heeft ze goed Engels leren spreken. Dan is het tijd om over en weer vragen te stellen. De kinderen willen van alles van ons weten en wij natuurlijk ook van de kinderen. Als ik vraag of ze ook van zingen houden, volgt er een optreden van ruim twintig minuten, waarin de kinderen Birmese, Engelse en zelfs Spaanse liedjes zingen. Spaans, omdat er inmiddels ook twee Spaanse toeristen binnengekomen zijn. Natuurlijk moeten wij ook liedjes zingen. Als we uiteindelijk de Maquerena dansen met de kinderen, is het feest compleet. Het Spaanse stel heeft schriftjes gekocht voor de kinderen en die delen we mee uit. En dan moeten we echt gaan, want anders zijn we niet meer voordat het donker is bij onze resort op het meer. Er volgt nog een afscheidslied en daarna schudden we de handen van U Tet Tun, Sue en de andere stafleden. Wat een ontzettend leuke middag was dit!

PARAMOUNT INLE RESORT
We stappen in de auto en worden door Thant Zin naar de haven gereden. Voor zijn kantoortje ligt een lange smalle boot klaar met daarop vier stoelen. Onze bagage wordt voor de zekerheid afgedekt, Thant Zin zegt ons gedag en daarna worden we door twee van zijn jongens naar de Paramount Inle Resort gevaren. Een mooie tocht over het meer. Het modderbruine water spat langs de boot en zo nu en dan vallen er een paar regendruppels. Het uitzicht en de ondergaande zon zijn erg mooi. Het is al bijna donker als we aankomen. Het resort is een fraaie verzameling van teakhouten huisjes en een lange gang met kamers. Daar hebben wij er twee van gereserveerd. De kamers zien er sfeervol uit en hebben zelfs airco. De hele resort is eigenlijk een groot eiland op palen, aan elkaar geschakeld met vlonders en bruggetjes. Het centrale deel bestaat uit een fraai gebouw met een terras, een lounge en een restaurant. Als we ons geïnstalleerd hebben voor de komende drie dagen en de klamboes opgehangen hebben, gaan we eten in het restaurant. De keuze is reuze. Het eten en drinken is aardig aan de prijs, maar voor Nederlandse begrippen nog steeds goedkoop. We eten samen voor ongeveer 20 euro. Rond 21.15 uur lopen we naar onze kamers om ons te douchen en lekker te gaan slapen. Morgen om 8.30 uur staat Thant Zin klaar om ons kennis te laten maken met alles wat er zich op het eerste meer afspeelt.

Woensdag 17 juli 2013

DE LOKALE MARKT
Als we om 8.10 uur naar het terras van het hotel lopen om te ontbijten, is Thant Zin er al. Hij komt er even bij zitten en we hebben meteen de grootste lol. Het ontbijt is goed verzorgd. Om 8.45 uur stappen we in de boot. Onze eerste bestemming is de lokale markt. Dat is ongeveer een half uur varen vanuit ons resort. Het is nog fris, dus we trekken onze trui nog even aan. De markt volgt een cyclus van vijf dagen. Er zijn dus vijf plekken waar de markt gehouden wordt en vandaag is dat bij de Phaung Daw Oo pagode, midden op het meer. Grappig dat onze school in Mandalay dezelfde naam draagt. Op de markt wordt werkelijk alles verhandeld wat je maar kunt bedenken. De helft bestaat uiteraard uit voedsel. We lopen met Thant Zin langs de meest exotische vruchten en groenten. Maar natuurlijk is er ook vlees en vis te koop en vele soorten kruiden en specerijen. Op sommige plekken is de vis zo vers, dat die nog ligt te spartelen op de grond. De kooplui hebben hun vaste stek en zijn soms Birmees en soms van een andere bevolkingsgroep, zoals Shan of Paoh. Je herkent ze meteen aan hun klederdracht. Ze spreken ook een andere taal. Geen dialect, vertelt onze gids, maar echt een andere taal. De meeste spreken ook Birmees. Van heinde en verre komen mensen met de boot naar de markt. Het zijn allemaal lange, smalle boten, die niet diep in het water liggen en aangedreven worden door een dieselmotor. De markt is niet meer alleen op de lokale bevolking gericht. Er staan ook een stuk of dertig kramen met souvenirs voor de toeristen. De prijzen die ze daarvoor vragen zijn echt absurd hoog. Flink afdingen is het devies. Frederique en ik kopen er een mooie, handgeschilderde boekrol met afbeeldingen van Boeddha. Die krijgt straks een plaats op onze overloop, die we onlangs in oosterse stijl hebben gebracht.

PHAUNG DAW OO PAGODE
Onze tweede bestemming is de Phaung Daw Oo pagode zelf. Het is een fraaie en ruime, achthoekige hal, met middenin vier Boeddhabeeldjes, die zo vol goudpapier geplakt zijn, dat ze er nu uitzien als gouden aardappels die op elkaar gestapeld zijn. In 1815 heeft de toenmalige koning de beeldjes geschonken aan de lokale gemeenschap en sindsdien worden ze vereerd in deze pagode. De pagode is een plek waar iedereen gewoon even binnenloopt omdat hij of zij even Boeddha wil vereren. Vanuit de pagode lopen we naar de karaweik. Dat is een prachtig versierd schip dat gebruikt wordt voor de jaarlijkse processie. Het is een kopie van een koninklijk schip van weleer.

DAGELIJKS LEVEN
Tijd om een tochtje te maken door de verschillende dorpjes op het water. Alle huizen zijn op palen gebouwd, zodat de begane grond droog blijft als het hoogwater is. Alle huizen zijn met elkaar verbonden door loopplanken, vlonders en bruggetjes. Het dagelijkse leven trekt zich als een film aan ons voorbij. We zitten heel relaxt op onze houten stoel op de boot en kunnen alles rustig gade slaan. Er zijn mensen aan het wassen, koken, werken, vissen en nog veel meer. Het valt me op dat er ten opzichte van 2,5 jaar geleden veel meer boten met toeristen varen. Er zijn ook veel resorts, hotels en restaurants bijgekomen.

WEVERIJ
Onze derde stop is een weverij. Er wordt met zijde uit China de mooiste stof gemaakt. De patronen en kleuren zijn echt prachtig. Er wordt ook een soort jute-achtige stof gemaakt van de plakkerige vezels uit de stelen van lotusbladeren. Er zijn met name oude mensen in de werkplaats bezig, die de oude ambachten nog verstaan. Thant Zin vertelt dat deze langzaam ambachten zouden verdwijnen als men niet aan toeristen zou kunnen verkopen. Tegenwoordig worden overal ter wereld stoffen machinaal gemaakt. Hier in Myanmar wordt kleding voor weinig geld uit China geïmporteerd. De dames willen wel graag een sjaal of lounghi kopen, maar de prijzen zijn ook hier erg hoog. We doen het gewoon op z’n Hollands: Kijken, kijken, niet kopen. Tijd om iets te gaan eten. Dat doen we aan de waterkant in een restaurantje dat Nice Restaurant heet. Volgens mij zouden wij dat moeten bepalen, maar dat heeft de eigenaar zelf al gedaan. Het is gelukkig ook een ‘nice’ restaurant. We hebben mooi uitzicht over het meer en het brede kanaal voor ons, waar boten af en aan varen.

BOTENWERKPLAATS
Na het eten bezoeken we één van de drie plaatsen op het Inle meer waar van teakhout boten gemaakt worden. De kleinste zijn zo’n tien meter lang en de grootste wel vijfendertig meter. Alle planken worden met de hand uit de boomstammen gezaagd. De boomstammen liggen op twee meter hoogte, zijn al vierkant gehakt en worden door twee mannen in twee centimeter dikke planken gezaagd. De één staat onder en duwt een enorme handzaag omhoog en de ander staat boven en duwt de zaag weer naar beneden. Het is maar goed dat het hier niet zo warm is als in Mandalay. Ik vraag Thant Zin waarom er geen machines gebruikt worden. Hij vertelt dat de overheid oogluikend toeziet dat hier boten gemaakt worden van hout dat niet legaal het land in is gekomen. Machines mogen ze niet gebruiken. Hij vertelt ook dat vijf mannen gemiddeld een maand aan één boot werken. Een boot kost 2.000 euro en je moet ’m ongeveer een jaar van tevoren bestellen. Alle boten worden waterdicht gemaakt met een soort van lakwerk, waarmee ook de traditionele schalen en borden in Myanmar gemaakt worden. Het is een prachtig stukje vakmanschap. Natuurlijk hebben de dames van de botenwerkplaats ook wat schaaltjes, kerststalletjes en spatels van teakhout voor de toeristen klaar staan. Claire schaft een teakhouten spatel aan voor thuis.

HANDGESCHEPT PAPIER
In een ander dorpje bekijken we hoe er van schors handgeschept papier gemaakt wordt. De schors wordt geweekt in water en met hamers tot fijne vezels geslagen. Die vezels worden verspreid over een soort zeef. Alvorens men de zeef uit het water omhoog trekt, worden er blaadjes van bloemen en planten tussen gelegd. De zeven met het dunne laagje ‘papier’ worden gedroogd in de zon. Van het papier worden onder andere hele mooie parasolletjes gemaakt. Het frame is ingenieus gemaakt en de parasolletjes worden ook nog eens fraai beschilderd. Na veel onderhandelen krijgen Claire en Nanneke drie parasolletjes mee voor 10.000 kyat. Dat is ongeveer 8 euro.

OUDE STUPA’S
De laatste bestemming van vandaag is een prachtige locatie aan de rand van het meer, waar tientallen hele oude stupa’s bij elkaar staan. We moeten tegen de stroom van een klein riviertje opvaren en steeds door stroomversnellingen omhoog. We stijgen misschien wel 10 meter tijdens het half uur dat we varen. Het hulpje van Thant Zin loodst ons behendig door de stroomversnellingen heen. De stupa’s die we even later zien, verkeren helaas in een erbarmelijke staat, zijn flink overwoekerd en een jaar of twintig geleden allemaal geplunderd. Toch is het een heel bijzondere plek. Deze stupa’s zijn al gebouwd lang voordat de 2.000 stupa’s en tempels in Bagan zijn gebouwd. Bagan is één van de allermooiste religieuze plekken in de wereld. De eerste bouwwerken aldaar stammen uit het jaar 1057. De stupa’s waar we nu tussendoor lopen zijn waarschijnlijk nog een paar honderd jaar ouder. Jammer genoeg is er over deze plek weinig bekend, omdat er geen vaste bewoning is geweest in dit gebied. Geschiedschrijving heeft ook niet plaatsgevonden. Het is vooralsnog een mystieke plek en we zijn blij dat we hier onze eerste dag op het Inle meer mee afsluiten.

RELAXEN EN LEKKER ETEN
Klokslag 17.00 uur worden we door Thant Zin en zijn maatje afgezet bij de Paramount Inle Resort. We hebben nog mooi een paar uur om te relaxen, alvorens we gaan eten. Frederique en Claire gaan lezen en Nanneke en ik schrijven aan ons reisverslag. Rond 18.45 uur kleurt de lucht goudgeel en zakt de zon achter de berghelling weg. De laatste boten varen voorbij en weer is er een dag omgevlogen.

Donderdag 18 juli 2013

NATTE SCHOEN
Vroeg opstaan, ik zal er nooit aan wennen. Om 5.45 uur gaat de wekker. Om 6.30 uur zitten we al aan het ontbijt. Iets na zeven uur zitten we in de boot. Thant Zin heeft Sue al opgehaald. Ze is duidelijk opgetogen dat we naar het dorp gaan waar ze vijf jaar les heeft gegeven op de middelbare school. Inmiddels werkt ze alweer acht jaar in het weeshuis in Mine Thauk. In een andere resort op het meer moeten we eigenlijk tickets kopen om het tweede meer te mogen bezoeken. Dat meer ligt namelijk in een andere streek. Sue vertelt aan de medewerker achter de balie dat wij het weeshuis in Mine Thauk ondersteunen en ook een weeshuis in Mandalay. De hoteleigenaar bemoeit zich er ook nog even mee en dan krijgen we vier gratis tickets. Even later varen we in zuidelijke richting en stroomafwaarts. Het brede meer wordt steeds smaller en al gauw is het slechts een snelstromende rivier. We varen naar een gebied waar maar heel weinig toeristen komen. Dat merken we op de markt die we onderweg bezoeken. Geen souvenirkraampjes en veel bekijks. Er gebeurde zojuist trouwens een klein ongelukje. Toen Nanneke uit de boot klauterde, gleed ze met één voet van de aanlegsteiger en schoot in het water. Ook haar camera raakte het water. Gelukkig bleef de schade beperkt tot een natte modderschoen en een blauwe plek. Gelukkig werkt de camera nog. Op de markt zien we heel veel Paoh, die hier hun koopwaar aanbieden en weer andere zaken mee terug nemen naar hun dorpjes. Ze komen niet alleen met de boot naar de markt, maar ook met grote trucks. Natuurlijk wordt er ook veel vis verhandeld, die in het meer en in de rivier gevangen wordt. Sue legt uit wat we allemaal zien en maakt ook hier en daar een praatje, omdat ze nog wat mensen kent.

HET RIVIERLEVEN
Een uur later slaan we opnieuw het dagelijks leven op en langs de rivier gade. Aan beide zijden van de rivier kijken we naar een bergketen, waartussen de rivier slingert. Op de vruchtbare oevers worden maïs, suikerriet en tomaten verbouwd. We zien ook de huizen en hutjes van de Paoh. Aan de randen van de rivier zetten vissers hun netten uit. Thant Zin loods ons behendig door stroomversnellingen. Zo nu en dan raken we met de onderkant van onze boot even de rivierbodem. Het uitzicht is echt heel erg mooi en soms breekt heel even de zon door. Nanneke heeft haar voet op de zijkant van de boot gelegd, zodat haar schoen, sok en broekspijp kunnen drogen. Regelmatig varen we langs kleine dorpjes, waar de vrouwen de was doen op de aanlegsteigers en waar de kleine kinderen lachend naar ons zwaaien. Natuurlijk zwaaien we enthousiast terug. Onderweg varen we langs een plaats waar honderden kleine stupa’s staan. Die plek zullen we op de terugweg nog bezoeken.

AANGENAAM UITZICHT
Eigenlijk gaat de tocht best voorspoedig. Rond 11.00 uur bereiken we het tweede meer. Dat is een kunstmatig aangelegd meer, omdat de overheid een waterkrachtcentrale heeft gebouwd. Dat geldt ook voor een derde meer, wat nog zuidelijker ligt. Veel Paoh moesten hun huizen hoger op de hellingen bouwen. Als je niet zou weten dat het een kunstmatig aangelegd meer was, zou je het niet opmerken. In de verte zien we het dorpje liggen waar Sue vijf jaar gewerkt heeft. Er wordt veel gevist op het meer door jongemannen uit het dorp. Die staan in hun zwembroek en T-shirt op de boten. Een aangenaam uitzicht voor de dames in mijn reisgezelschap. Zeker als er ook nog een vriendelijke lach verschijnt op de gebruinde gezichten. Sue vertelt dat het lang geleden is dat het water zo laag heeft gestaan. Het regenseizoen is weliswaar begonnen, maar veel regen is er nog niet gevallen. Het dorpje is tegen de helling gebouwd en bovenaan prijkt een mooie goudkleurige stupa. Het ziet er allemaal heel vredig uit.

SCHOOLKINDEREN
Als we om 11.45 uur aanleggen, worden onze tassen gedragen door een aantal meisjes uit het dorp. We lopen via een zandpad het dorpje in en zien onder andere een aantal schoolgebouwen staan en een oud klooster. Sue vertelt dat er in dit dorp momenteel 540 kinderen op school zitten. Dat zijn er zoveel dat de nieuwe schoolgebouwen nu al te klein zijn. Ze heeft zelf ook nog lesgegeven in het oude klooster. Als we verder het dorpje in lopen, zien we dat het net lunchtijd is voor een aantal klassen. De kinderen lunchen allemaal onder een aantal afdaken bij de stupa. Er wordt elke dag gekookt voor de 540 kinderen die hier op school zitten. We worden eerst ontvangen in een huis waar we naar het toilet kunnen en wat water krijgen.

ONTMOETING MET DE HOOFDMONNIK
Dat is maar voor even, want de hoofdmonnik van het dorp verwacht ons in zijn meditatieruimte. Er worden lage tafeltjes neergezet en we gaan allemaal op de grond zitten. Door een paar meisjes worden er snacks op tafel gezet en we krijgen groene thee. In de boot heeft Sue al verteld dat deze monnik een soort vader voor haar was. Sue’s vader is gestorven toen ze nog jong was. In de vijf jaar dat ze in dit dorp gewoond en gewerkt heeft, heeft ze veel met de hoofdmonnik gesproken en veel van hem geleerd. De man heeft ook iets gedistingeerds. Hij straalt kalmte uit, maar ook wijsheid. Nadat hij ons welkom heeft geheten, vertelt hij dat hij zo’n dertig jaar geleden samen met een aantal andere monniken gestart is met onderwijs en gezondheidszorg voor de lokale bevolking. Er was op dat moment nog niks van dien aard in deze regio. Heel langzaam maar zeker hebben de monniken de gemeenschap opgebouwd, zoals die vandaag de dag is. In het begin hielden de volwassenen hun kinderen nog thuis, maar nu gaat bijna elk kind naar school. Eigenlijk is het eenzelfde proces als zich voor de tweede wereldoorlog in ons land heeft afgespeeld. Mijn vader heeft als kloosterbroeder ook nog meegebouwd aan een goed onderwijssysteem in Nederland. Sue en Thant Zin vertalen keurig alles in het Engels voor ons. We praten zeker een half uur met elkaar.

DE LUNCH
Dan is het tijd om te gaan lunchen. We gaan terug naar het huis waar we daarstraks ook al gezeten hebben. Inmiddels staat er een heerlijke lunch voor ons klaar, met gefrituurde vis, drie bonencurry’s, twee groentecurry’s en allerlei bijgerechtjes. Dit is echt een Birmese maaltijd. Wel leuk voor Claire en Nannke dat ze dit ook eens proeven. Tot nu toe hebben we met name Chinees gegeten. Het smaakt heerlijk, maar het is uiteraard veel te veel. Het hoofd van de keuken komt nog even kijken of alles in orde is. Ajaada sjie dè, zeg ik, oftewel: heerlijk! Tijdens het eten hebben we het met Thant Zin en Sue over de manier van begroeten in Myanmar. Wij zeggen keurig Minggalaba. Daar kijken ze Mandalay niet echt van op, maar hier in de provincie is het niet de gebruikelijk om elkaar zo te begroeten. Als je elkaar hier ontmoet, stel je een vraag als: waar kom je vandaan, wat doe je hier of waar ga je heen? Minggalaba is veel te formeel. Dat merkten we al toen we de kinderen in het dorp begroetten.

DEMOCRATIE
Na het eten worden we opnieuw bij de hoofdmonnik verwacht. Die heeft intussen een gesprek gehad met vaders uit omliggende dorpen, die eten kwamen brengen naar de school. Op die manier betalen ze eigenlijk een soort schoolgeld. Je kunt duidelijk zien dat ze van een etnische minderheid zijn. Niet alleen aan hun kleding, maar ook aan hun gezichten. Ze zien er wat ruiger en verweerder uit. Ze gaan in de hoek van de meditatieruimte zitten en kijken belangstellend onze kant op. We vervolgen ons gesprek over het onderwijs en de gezondheidszorg in deze regio. De hoofdmonnik vertelt dat de mensen in dit gebied erg ontwetend waren. Ze praatten bijvoorbeeld wel over democratie, maar dan in termen als: iedereen moet hier voldoende te eten hebben en we willen allemaal rijstwijn kunnen drinken. Dat is natuurlijk niet waar democratie over gaat. Door de kinderen en de volwassenen te onderwijzen, wordt hun horizon verbreed. Door kranten te lezen en televisie te kijken, ervaren ze wat er allemaal in hun land en in de wereld speelt. Ook ontstaat er meer begrip tussen bevolkingsgroepen. En dat was hard nodig in een land waar 130 verschillende minderheden wonen, waarvan er veel een eigen taal en cultuur hebben. Ook binnen de Paoh had je twee partijen, die de roden en de witten werden genoemd. De roden hingen het communisme aan en waren erg fanatiek en vechtlustig. Ze wilden zich afscheiden van de Unie van Myanmar. De witten waren veel gematigder en zagen juist de voordelen van een unie. Bij veel etnische minderheden zijn de scherpe kantjes er nu af. Dat zorgt ook voor een stuk rust en veiligheid in veel regio’s. De monniken hebben daar met hun structuur, onderwijs en gezondheidszorg veel aan bijgedragen. Nadat we hierover uitgediscussieerd zijn, vertel ik nog in het kort hoe we Sue hebben leren kennen en wat we voor de weeskinderen in Mandalay opgezet hebben. De hoofdmonnik bestempelt ons als nobele mensen. Dat is wellicht iets teveel krediet, maar we prijzen onszelf wel gelukkig dat we in staat zijn om dit werk te kunnen doen.

AFSCHEID
En dan is het alweer tijd om afscheid te nemen. Het is middels 14.30 uur en we moeten nog een lange tocht terug maken. We bedanken de hoofdmonnik heel hartelijk voor zijn gastvrijheid. Het was een hele bijzondere ervaring, die veel indruk heeft achtergelaten. We wensen hem heel veel succes met de verdere gemeenschapsopbouw in zijn regio. En dan lopen we met z’n allen weer terug naar de aanlegsteiger aan de rand van het meer. De lessen op school zijn nog volop bezig. Enkele kinderen zwaaien door de openstaande ramen als ik wat laatste video-opnames maak.

DE ZORGEN VAN SUE
Onderweg op de boot vraag ik aan Sue hoe ze het vond om weer terug te zijn in het dorp waar ze tot acht jaar geleden gewerkt heeft. Ze vond het erg leuk, zegt ze. Ze komt er gemiddeld drie keer per jaar. Een deel van haar hart ligt daar, vertelt ze. Ze was daar gelukkiger als dat ze nu in het weeshuis is. Maar in het weeshuis ben ik harder nodig, geeft ze aan. Ze is het enige betaalde staflid in het meisjesweeshuis en zonder haar kan het weeshuis niet voortbestaan. Ik vraag haar of er geen andere stafleden te vinden zijn. Dat is moeilijk, zegt ze, want bijna niemand is geïnteresseerd in dit soort werk. In het toerisme of in de handel kun je veel meer verdienen. Ik vraag haar of ze eigenlijk wel ooit weg kan? Ze vertelt dat zo’n dag als vandaag wel te regelen is. De oudere meisjes en een staflid van het jongenweeshuis kunnen best een dag oppassen. Maar, zegt ze, ik heb bijvoorbeeld al enkele jaren mijn moeder niet kunnen bezoeken. Die woont in het westen van het land en een bezoek zou betekenen dat ik een week weg zou zijn. Ik heb al een paar keer gepland om in de zomervakantie naar haar toe te gaan, maar omdat veel kinderen niet naar hun geboortedorp gaan en ik het enige staflid ben, kan ik niet weg. Dat is wel sneu voor haar. Wellicht iets voor onze collega-bestuurders van Care for Children om hier eens naar te kijken. Het zou voor Sue goed zijn als ze een maatje had. Een fulltime collega, waarmee ze kan sparren en die elkaars werk kunnen waarnemen. De weeshuisvader Tet Tun, die veel in het jongensweeshuis is, is al aardig op leeftijd en dat is toch anders dan een collega van dezelfde leeftijd. Tet Tun is ook lid van het lokale comité wat bepaalt welke kinderen er geplaatst worden in het weeshuis. Tot mijn grote verbazing is Sue, die inmiddels 41 jaar is, met al haar kennis en ervaring geen lid van dit comité. Ik ben ‘maar’ gewoon een staflid, vertelt Sue. Soms wou ik dat ik iets meer te zeggen had. Achter haar lach proef ik de frustratie.

OUDE STUPA’S
Na een uur varen, bereiken we de plek met de oude stupa’s. De plek heet Takhaung Mwetaw. Op een terrein zo groot als een voetbalveld staan een paar honderd prachtige oude stupa’s en tempeltjes. Ze worden sinds enkele jaren één voor één gerestaureerd met geld van private donateurs, families en bedrijfjes uit Singapore, Maleisië, Zuid-Korea en Japan. Goed dat dit gebeurt, maar wel jammer dat er dan bij elke stupa een gedenksteen ingemetseld moet worden, waarop de sponsors vermeld staan. We zien echt prachtige staaltjes van bouw- en beeldhouwkunst in de stijl van de Shan-priovincie. Uiteraard staan in de tempeltjes honderden Boeddhabeelden. Fijn om even uit de boot te zijn, want zo meteen volgt er nog een lange vaartocht van anderhalf uur. De zon is inmiddels weer volop gaan schijnen. We hebben echt geluk gehad met het weer. Onderweg zien we veel mensen zich wassen aan en in de rivier. De kinderen zwaaien allemaal lachend naar ons. Op twee plekken steekt een kudde koeien de rivier over en de dieren worden ook gewassen.

AFSCHEID
Terug bij de Paramount Inle Resort nemen we afscheid van Sue en Thant Zin. We bedanken ze beiden, en in het bijzonder Sue, voor de speciale dag. Ze lacht en knikt bescheiden. We zullen haar vast en zeker nog wel een keer ontmoeten in de komende jaren. Thant Zin komt ons morgen om 13.00 ophalen. We zwaaien ze uit vanaf de aanlegsteiger en kunnen terugkijken op een inspannende en tevens indrukwekkende dag. We zijn flink moe en besluiten om meteen te gaan eten. Na het eten bespreken Claire en Nanneke nog een massage voor morgenvroeg. Daarna gaan we naar onze kamers om te douchen en om nog lekker wat te lezen, totdat onze ogen vanzelf dichtvallen.

Vrijdag 19 juli 2013

RELAXOCHTEND
Vanmorgen kunnen we een beetje uitslapen. Frederique en ik worden rond 7.30 uur wakker. Nadat we ons gedoucht hebben, ruimen we wat op. We mogen onze spullen in de kamer laten liggen tot na de lunch. Om 8.30 uur zitten we voor de laatste keer aan ons ontbijtje op de veranda van de Paramount Inle Resort. De dagen zijn voorbij gevlogen. Na het eten wandelen we wat door de tuin van de resort en beklimmen de toren, die dienst doet als watertoren en uitkijktoren. Vanaf boven heb je een prachtig uitzicht op alles wat zich op en rond het water afspeelt. Dan is het tijd voor de massages. Claire krijgt een hoofd-, schouder- en nekmassage. Nanneke laat zich Thais masseren. Frederique installeert zich met een boek op de veranda en ik ga het reisverslag bijwerken. Na een uur komen Claire en Nanneke gelouterd terug van hun massage. En dan volgt onze laatste lunch, alvorens we opgehaald worden. Om 13.00 uur zullen we in de boot stappen, om 14.00 uur in de auto, om vervolgens om 15.00 uur in te checken en om 16.00 uur terug te vliegen naar Mandalay, waar het vast en zeker een graad of zeven warmer zal zijn. Bye Bye Inle Lake!

FILMAVOND
Nadat de piloot van Air KBZ zijn vliegtuig, en daarmee ons, keurig aan de grond heeft gezet, stappen we in de taxi en laten ons terug rijden naar het Golden Mandalay Hotel. We eten eerst wat, alvorens we nog even een bezoekje aan The Golden House brengen. De jongere kinderen, die niet hoeven te studeren, zitten allemaal naar een Birmese film te kijken in huis 1. Vrijdagavond is het filmavond. Ik roep Minggalaba door het raam en even hebben we alle aandacht. Wij ploffen ook neer en al gauw zitten we met z’n allen televisie te kijken. Birmese films zijn altijd overgeacteerd. De emoties liggen er zo dik bovenop, dat je - zonder de taal te kennen - snapt waar het over gaat. Het is ditmaal een komische film en de kinderen liggen helemaal in een deuk. Ik spreek met Yi Mon even de komende twee dagen door. Op allebei de dagen vertrekken we om 6.30 uur. Als we morgen naar haar ouders gaan, krijgen we de auto van U Nayaka mee, uiteraard met chauffeur. De zes trucks die we zondag nodig hebben, heeft Yi Mon ook al besproken. De inkopen worden morgen door Cho Cho gedaan. Ik loop nog even naar de kinderen van klas 10 en 11, die op dit moment bijles krijgen in twee klaslokalen. Sunday we go to Pyin Oo Lwin, zegt Thet Aung met een brede grijns op zijn gezicht. En dat klopt inderdaad. Om 21.00 uur komen Flower, Claire en Nanneke me halen om naar het hotel te gaan. De wekker gaat namelijk erg vroeg morgenochtend.

Zaterdag 20 juli 2013

4-WHEEL-DRIVE
Iets na half zeven komt de luxe wagen van U Nayaka voorrijden. Win Naing (27), hoofd van de Education Department van PDO, is onze chauffeur. Het is een leuke jongeman, die twee jaar geleden getrouwd is met één van de leraressen, op het schoolterrein woont en goed Engels spreekt. We moeten ditmaal met z’n zevenen in de auto. Gelukkig zijn er achterin nog twee klapstoelen, waar Yi Mon en haar zus Nann Myint plaatsnemen. De reis gaat voorspoedig en om 9.45 uur zijn we al in Shwebo. Daar doen we wat boodschappen. We willen graag fruit en bloemen meenemen voor de ouders van de dames. Van daaruit is het nog ongeveer een half uur rijden naar het dorpje Tayew Taw. Dat is wel een bijzonder ritje, want het dorpje is alleen bereikbaar via een hobbelig zandpad. Gelukkig zitten we in een comfortabele 4-wheel-drive.

RESPECT
Voordat we naar de ouders gaan, bezoeken we eerst een heel klein kloostertje net buiten het dorp. Daar woont de gerespecteerde hoofdmonnik van het dorp. De dames hebben thee en bloemen meegebracht en we zitten even op de grond in zijn kamer. Je kunt merken dat ze veel aan deze man te danken hebben. Zelfs nu de Yi Mon en Nann Myint al zoveel jaren uit het dorp weg zijn, hoeven ze hem maar te bellen en hij regelt het voor ze. Nog een paar keer buigen naar de vriendelijke man en dan kunnen we verder.

HECHT GEZIN
Niet lang daarna ontmoet ik de vader en moeder van Yi Mon en Nann Myint voor de derde keer. Voor Flower is het de tweede keer en voor Claire en Nanneke uiteraard de eerste keer. De ouders voelen zich vereerd dat we hen (opnieuw) bezoeken. Wij zeggen dat we ons ook vereerd voelen. We overhandigen de bloemen en het fruit, en we omhelzen elkaar. Vader heet Soe Aung (51) en moeder Hla Hla Myint (50). Ook Than Naing Soe, de broer van Yi Mon en Nann Myint, zijn vrouw en hun dochtertje zijn er. Ze hebben vrij omdat het van vrijdag tot en met maandag toevallig Boeddhistische feestdagen zijn. Ook oma (82) is van de partij. Het is de moeder van de vader van Yi Mon en Nann Myint. We drukken ook allerlei andere familieleden de hand, die even komen kijken naar hun nichtjes en naar ons. Vader en moeder wonen al hun hele huwelijksleven in Tayew Taw. Ze hebben elkaar ontmoet tijdens een festival in een ander dorpje, waar moeder haar jeugd heeft doorgebracht. Het was liefde op het eerste gezicht. Ze hebben vrij snel drie kinderen gekregen: dochter Yi Mon (30), zoon Than Naing Soe (28) en dochter Nann Myint (25). Ze waren er vroeg bij. Vader is al zijn hele leven boer en verbouwt rijst, suikerriet, zwarte bonen, pinda’s en tomaten. Moeder heeft de kinderen grootgebracht. Het is een hecht en warm gezin, dat merk je aan alles.

GEZELLIG PRATEN
We gaan met z’n allen aan de grote houten tafel zitten, die in de centrale ruimte staat. Op tafel staan pinda’s en fruit. Buiten staat het vol met potten met bloemen. Dat is de hobby van vader. Het zorgt ervoor dat het erf gezellig oogt. We hebben een heel leuk gesprek met vader over hoe bijzonder hij het vindt dat zijn dochters zoveel contact hebben met buitenlanders. Oma vertelt dat ze - iedere keer als ze een vliegtuig hoort - bedenkt dat daar van die blanke mensen in zitten. Nann Myint vertaalt het en we liggen in een deuk. Oma zegt niet zoveel, maar als ze iets zegt is het meestal raak. In het huisje van de ouders hangen afstudeerfoto’s van de kinderen en van belangrijke gebeurtenissen uit het gezinsleven. Dat zijn de dingen waar vader trots op is. Dat is een mooi bruggetje naar de foto’s die we meegebracht hebben voor vader en moeder, oma en de broer van Yi Mon en Nann Myint. Het zijn de foto’s die ik tijdens mijn vorige bezoek gemaakt heb, deels voor het boek dat we geschreven hebben. De foto’s worden met veel belangstelling bekeken. Eén van de foto’s hangt al in een lijstje aan de muur. Die heb ik in oktober na mijn werkbezoek gemaild en die is al geprint en ingelijst.

HET BOEK
Vader wil graag weten wat we zo bijzonder vinden aan Myanmar. De mensen, zeggen we. De mensen die zo hartelijk, gastvrij en enthousiast zijn, en altijd vol dromen zitten. En dat is dan weer een mooi bruggetje naar het boek. Want ook vader en Moeder, alsook oma krijgen een exemplaar. Ze kunnen het Engels uiteraard niet lezen, maar Nann Myint blijft nog een dag langer thuis en kan het morgen mooi voor haar ouders vertalen. Ze vinden het heel bijzonder om zichzelf terug te zien in een boek. Oma vertelt dat ze niet verwacht had om mij nog terug te zien na oktober. Ik zeg dat ik dat wel verwacht had en dat ze er nog beter uitziet als de vorige keer. Als Nann Myint het vertaalt, moet ze lachen.

DE LUNCH
Dan komt Hla Hla binnen met de lunch. Na tien minuten staat de tafel helemaal vol. Moeder heeft vis, bonencurry, groenten, rijst en soep gemaakt. Het ziet er heerlijk uit. Het is gebruikelijk dat eerst de gasten met de mannen eten. Ook Nann Myint eet mee en helpt met vertalen. We hebben het onder andere over het veranderende klimaat. Sinds drie jaar valt er in het regenseizoen veel later en veel minder water. Vroeger kon vader op zijn akkertjes nog rijst verbouwen, maar sinds drie jaar alleen nog groente. Hij maakt zich daar wel zorgen over. Zijn koeien heeft hij verkocht, omdat het voer duurder is geworden en het houden van koeien niet meer rendabel is. We eindigen onze lunch met wat fruit. Het is een mooie gelegenheid om Ee Ja Dà Sjie Dè tegen moeder te zeggen. Ze lacht naar ons. Hier kun je nog de blits maken met wat zinnetjes Birmees. In The Golden House zijn ze er inmiddels al helemaal aan gewend dat zij in het Engels tegen me praten en wij zoveel mogelijk in het Birmees antwoord om te oefenen.

RONDLEIDING DOOR HET DORP
Tijd om een rondje door het dorp te maken. We wandelen eerst naar een tante van Yi Mon en Nann Myint, die net terug is uit het ziekenhuis van Mandalay. Ze had vocht achter de longen. Ze is ouder dan de vader van Yi Mon en Nann Myint. Vader had nog een broer en een zus boven zich, maar die zijn allebei nog in leven. Oma heeft al twee van haar zes kinderen moeten afgeven. Uiteraard staat de hele familie om de tafel die onder het afdak staat. En op tafel uiteraard cake en pinda’s. We hebben net gegeten, dus hebben eigenlijk geen trek. Geen probleem als je niks pakt, zegt Nann Myint, maar op deze manier willen ze gewoon hun gastvrijheid laten zien. We bekijken ook het schoolgebouwtje waar Yi Mon en Nann Myint de lagere school hebben doorlopen. Net buiten het dorp bekijken we de waterput. Voorheen was dat de enige watervoorziening voor het dorp. Tegenwoordig heeft iedereen een waterput op zijn eigen erf. Er is echter niet voldoende water om de akkertjes te irrigeren. Dat zien we ook als we even later het stukje land van oma bekijken. Ondanks dat ze al 84 is, is ze elke dag te vinden op haar akkertje. Er staan Thanaka-boompjes, fruitbomen en ze verbouwt er wat groente. Als oma geen waterput op haar stukje land zou hebben, zou het er net zo dor en droog bij liggen als de akkertjes er omheen. Op het veld zijn een aantal vrouwen uit het dorp bonen aan het plukken. Ze hebben de grootste lol als ze ons zien lopen. De zon is gaan schijnen en het is behoorlijk warm.

HET AFSCHEID
Terug bij het huis krijgen we zelfgemaakt limoensap te drinken. Dat smaakt wel na zo’n wandeling. We praten nog wat, maken nog wat foto’s voor het huis en dan is het alweer tijd om terug te rijden. We nemen uitgebreid afscheid, beloven om snel weer terug te komen en worden door iedereen uitgezwaaid. Wat een bijzondere en hartverwarmende ontmoeting was dit. We rijden in tweeëneenhalf uur terug naar Mandalay. Het is niet druk op de weg omdat de Birmezen een paar extra vakantiedagen hebben. We eten wat in het hotel en sluiten de dag op tijd af. Morgenvroeg om 5.30 uur gaat de wekker omdat we met alle kinderen op excursie naar het Pyin Oo Lwin park gaan.

Zondag 21 juli 2013

UITGELATEN
Het is ongeveer tweeëneenhalf uur rijden naar Pyin U Lwin en we moeten een heel eind de bergen in. Daarom staan we al om 6.30 uur bij The Golden House. Omdat we met 150 kinderen op excursie gaan, heeft Yi Mon zeven trucks geregeld. In elke laadbak zitten ruim twintig kinderen. Ook de lunch gaat mee, het water en een broodje voor tijdens de terugweg. Om 6.45 uur kunnen we vertrekken naar Pyin Oo Lwin. De kinderen zijn helemaal uitgelaten en ze dansen en springen in de trucks. De stad, die in 1896 gesticht is tijdens de Britse bezetting, ligt op 1100 meter hoogte. Het was voor veel elite de uitvalsbasis in de zomer, als het in Mandalay meer dan 40 graden is. De asfaltweg is een regelrechte ramp en de afgelopen jaren wel tien keer opgelapt. De chauffeurs rijden stevig door en halen iedereen in. Het duurt dan ook niet lang of er zijn wat kinderen wagenziek. Halverwege stoppen we en worden de motoren van de trucks met een tuinslang gekoeld. De kinderen maken van de gelegenheid gebruik om even de benen te strekken. Dan weer snel op weg naar onze eerste bestemming: een fraaie pagode van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over de bergen aan de rand van de Shan provincie. Met name de meisjes brengen even een groet aan Boeddha. Het is er erg druk, omdat het een Boeddhistische feestdag is. Hele families zijn vandaag op pad. Het ziet er wel gezellig uit.

ZWEMMEN
De tweede stop is een rivier met een aantal watervallen, waar je kunt zwemmen. Er zijn allerlei bruggetjes en trapjes gemaakt. Bij alle jongens en de jonge meisjes gaan zwemmen. Dat doen de meisjes gewoon in hun kleren die ze onderweg ook droegen. Flower, Claire en nanneke willen niet zwemmen en kijken toe vanaf een muurtje. Ik had graag gezwommen, maar heb helaas een brandwond op mijn rechterbeen. De dag dat ik met de scooter op pad ben gegaan, heb ik me verbrand aan de knalpijp. De wond is nog niet genezen en ik wil niet dat er vuil in komt. Zo heb ik mooi de handen vrij om te filmen vanaf de waterkant. De kinderen hebben de grootste lol in het water. Als ze gaan staan in het water, zie ik ze klappertanden. Het is hier ‘maar’ 28 graden en dat is voor deze schatjes eigenlijk te koud. Als iedereen zich na ruim een uur weer omgekleed heeft, zitten er wat kleintjes te bibberen op het muurtje. Als ik tussen ze in ga zitten, kruipen ze even tegen me aan om zich te warmen.

PYIN OO LWIN PARK
Tijd om naar het park te gaan. Dankzij de aanbevelingsbrief van U Nayaka, die Nann Myint gisteren nog gemaakt heeft, mogen we allemaal gratis binnen. Wij ook! Het is inmiddels 11.30 uur en de kinderen hebben flink honger. Voordat we kunnen gaan eten, moet iemand van het park een groepsfoto maken, ter verantwoording voor de lokale autoriteiten dat we van de Phaung Daw Oo High School zijn. Nanneke maakt van de gelegenheid gebruik om alle kinderen Minggalaba te laten roepen, voor een ‘goodmorning website’. We gaan met z’n allen op een grasveld zitten en even later wordt het meegenomen eten uitgedeeld. Een gezonde maaltijd voor de kinderen met vis en groeten. Dan is het tijd om het park te bekijken. Het is een enorme botanische tuin met ruim 500 verschillende in- uitheemse plantensoorten. Het park van bijna 100 hectare is in 1917 aangelegd onder leiding van Alex Rodgers en daarbij moesten 4000 Turkse krijgsgevangen uit de Eerste Wereldoorlog helpen. Er is daarbij ook een fraai meer ontstaan. Het is een oase van rust, als je net twee weken doorgebracht in de miljoenenstad Mandalay op een school waar elke dag 6000 kinderen les krijgen. Frederique, Claire en Nanneke worden op sleeptouw genomen door een aantal vrolijke meiden. Ik ben de dames al uit het oog verloren en loop met een ander groepje jongens en meisjes door het park. In het vogelverblijf zien we kleurrijke, exotische vogels. We zien een aantal apen, ganzen en zwarte zwanen. We lopen langs fonteinen, door de rotstuin en over een hele lange vlonder door een moerras. En zo wandelen we ruim twee uur lang gezellig samen door deze prachtige omgeving. Rond 14:30 uur lopen we weer richting de het grasveld waar we geluncht hebben en wachten daar tot iedereen weer terug is.

MOE EN VOLDAAN
En dan is het tijd om terug te rijden naar Mandalay. Onderweg stoppen we nog bij een andere bekende pagode. Het is er net zo druk als bij de pagode die we vanmorgen bezocht hebben. Als we een groet aan Boeddha hebben gebracht en van het uitzicht hebben genoten, krijgen alle kinderen nog een broodje, zodat ze het volhouden tot het avondeten. En dan rijden we terug naar Mandalay. We gaan bergafwaarts, maar de weg is echt een ramp. Na twee uur stuiteren, stofhappen en uitlaatgassen inademen komen we gebroken aan bij The Golden House. Iedereen is uitgeput. Maar wat geeft het? We hebben een superleuke dag gehad en de kinderen vonden het geweldig. Ik ren snel naar het hotel om het geld te halen om de truckchauffeurs te betalen. We krijgen nog wat korting omdat we zoveel trucks gehuurd hebben. En dan lopen we terug naar het hotel, want daar zit op ons te wachten… Annemarie!

STAGES
We hebben als stichting vorig jaar contact gelegd met Fontys Pabo. Ik heb daar een aantal gesprekken gevoerd met degene die verantwoordelijk is voor internationalisering. Dat is een mooi woord voor buitenlandse contacten die stageplekken voor Pabo-docenten kunnen opleveren. Ik heb een enthousiast verhaal opgehangen over de PDO High School en de behoefte aan docenten die Engelse les kunnen geven op een kindvriendelijke manier. Aangezien de Pabo altijd op zoek is naar goede stageplekken in het buitenland en de PDO High School gebaat is bij een constante stroom van staigiares, zijn we samen een traject ingegaan. Het zou mooi zijn als er uiteindelijk het hele jaar rond twee stagiares les zouden kunnen geven aan de kinderen van grade 1 tot en met grade 9. Elke drie maanden zouden er twee nieuwe studenten kunnen arriveren, die het stokje overgedragen krijgen. Annemarie is een dame van 44 jaar, die op latere leeftijd de Pabo is gaan doen. Ze zit nu in de hoofdfase. Het is altijd haar ambitie geweest om iets met onderwijs in een ontwikkelingsland te doen. Vandaar dat zij nu een vooronderzoek gaat doen op de PDO High School. Frederique en ik hebben Annemarie al uitgebreid gesproken in Nederland. Superleuk dat we haar nu nog een paar dagen op sleeptouw kunnen nemen en haar wegwijs kunnen maken op de school en in de stad. Annemarie zal vier weken blijven. Ze gaat zoveel mogelijk informatie verzamelen en een document schrijven dat als basis kan dienen voor de stagiaires die in de toekomst voor Myanmar kiezen.

ANNEMARIE DEZAIRE
De ontmoeting met Annemarie is erg leuk. Ze heeft een energieke en positieve uitstraling. Dat zal haar zeker van pas komen tijdens haar onderzoek. Ze is van het vliegveld opgehaald door Aye Thu. Dat is een monnik van dertig jaar oud, die een staffunctie heeft op PDO. Hij was het die Frank in mei 2008, net na de cycloon ‘Nargis’, aansprak op de Swedagon Pagode in de hoofdstad Yangon. Hij nodigde Frank uit om een kijkje te nemen op zijn school. Als Frank daar niet op was ingegaan, was het project nooit opgestart en de stichting nooit in het leven geroepen. Sterker nog, dan hadden we hier nooit deze fantastische mensen ontmoet. Annemarie heeft een goede reis gehad en heeft vanmiddag lekker op het terras van het hotel aan haar verslag zitten schrijven. Ze zit al vol vragen en die proberen we zo goed mogelijk te beantwoorden, zodat ze zo snel mogelijk ingewerkt is. Ze wil ook al meteen de eerste Birmese woordjes weten. Het is echt heel gezellig met z’n vijven. Als het begint te schemeren, eten we wat samen. Daarna nemen we Annemarie mee naar The Golden House om kennis te maken met Yi Mon en de kinderen. We schatten in dat The Golden House de komende vier weken ook een beetje het ‘thuis’ voor haar zal worden. Het is de enige woongroep op het schoolterrein waar fulltime begeleiding op zit en waar de kinderen gewend zijn aan contact met buitenlanders. Veel van de kinderen spreken inmiddels Engels en dat maakt The Golden House heel toegankelijk. Het duurt niet lang of de kinderen zitten ook bij Annemarie. Na een uurtje lopen we terug naar het hotel en spreken we af hoe laat we gaan ontbijten en wat we morgen gaan doen.

Maandag 22 juli 2013

MAHAMUNI PAGODE
We ontbijten vanmorgen om 8.30 uur en kletsen nog een flinke tijd op het terras. Om 10.15 uur komt de taxi voorrijden, die ons naar de Mahamuni Pagode en de U Bein Bridge zal brengen. Het is vandaag ‘full moon day’. Dat is een feestdag volgens de Boeddhistische maankalender. En dat merken we. Het is ongelooflijk druk bij de Mahamuni Pagode. Het tempelcomplex behoort tot de drie belangrijkste heiligdommen in Myanmar. Duizenden pelgrims vanuit de stad en uit de omgeving lopen er rond en brengen een eerbetoon aan Boeddha. De onderkant van het Boeddhabeeld in de centrale tempel is volgeplakt met honderden kilo’s goudpapier. Dat mogen overigens alleen de mannen doen. De vrouwen moeten iets meer afstand houden. Honderden vrouwen zitten op hun knieën voor Boeddha en hebben bloemen gekocht die op een altaar neergelegd worden. Heel veel mensen staan te wachten om hetzelfde te kunnen doen. We zien hele families met hun kinderen op de grond zitten, die er een dagje uit van gemaakt hebben. We filmen en fotograferen het gebeuren. Wel uniek dat we dit nu meemaken. We kijken onze ogen uit. Rondom de centrale tempel staan allerlei gebouwtjes, waarin ook van alles te zien is. Denk aan een stupa met rondom de weekdagen. Elke dag heeft z’n eigen (mythologisch) dier en in elke nis staat ook een Boeddha. Mijn geboortedag is een maandag en mijn dier is een tijger. Frederique is op dinsdag geboren en haar dier is een leeuw. De woensdag is opgesplitst in twee halve dagen, want dat is de geboortedag van Boeddha. De Boeddhistische week heeft dus acht dagen. Mensen gieten bakjes water over het Boeddhabeeld en dier van hun geboortedag, als eerbetoon en om voorspoed te verkrijgen. Claire en Annemarie kopen nog een mooi souvenir in één van de ruim honderd souvenirwinkeltjes. Het is een soort Chinese gong, die klinkt als een klankschaal. De dames zijn ermee in hun sas.

ONDERWEG
Dan laten we ons door onze taxichauffeur naar de U Bein brug brengen. Onderweg stopt hij nog bij een werkplaats, waar de fraaiste Boeddhabeelden, houtsculpturen van natuurgeesten en stukken houtsnijwerk opgeknapt en verkocht worden. Dit is echt smullen, maar alles wel aardig aan de prijs. Annemarie koopt er een olifantje, wat hier in Birma bij de traditionele poppenspelen gebruikt worden. Als we in de buurt van het meer komen, waarover de 1,2 kilometer lange houten brug loopt, is het er al net zo druk als bij de Mahamuni Pagode. Duizenden mensen, met name jongelui, brengen vandaag een bezoekje aan de brug. Het verkeer is één grote chaos. Onze taxichauffeur vraagt vriendelijk of we de laatste 500 meter zelf willen lopen, want anders staan we over een half uur nog in de file. Geen probleem. Langs de weg staat het vol marktkraampjes en ook op de terrasjes zit het vol. Als we ergens een leeg tafeltje zien, gaan we er gauw bij staan. Er worden meteen vijf stoelen gebracht. We drinken wat en verbazen ons over de drukte. Als we even later naar de ingang van de brug lopen, zien we hoe hoog het water eigenlijk staat. Sommige terrasjes staan onder water en daar zitten jongelui met hun voeten lekker in het water. Normaliter zouden er hele stukken in het meer drooggevallen zijn en daarop wordt dan groente verbouwd. Nu zien we één grote watervlakte.

U BEIN BRUG
De U Bein brug is genoemd naar de burgemeester van de oude stad Amarapura, die deze houten brug eind 18e eeuw liet bouwen van overgebleven palen uit de oude hoofdstad Inwa. Het is in de loop der jaren een belangrijke toeristische trekpleister geworden. Dat is niet verwonderlijk, want het uitzicht over het meer met de bootjes en vissers is pittoresk. We wandelen met gemoedelijk over de brug. Bij elk paviljoen is het even dringen geblazen. Daar staan kleurenprinters op accu’s en op de brug worden mensen op de foto gezet. Die kunnen dan hun foto later ophalen. Het lijkt de Efteling wel. Nanneke besluit bij het eerste paviljoen dat het welletjes is. Ze heeft last van de warmte en gaat lekker op een bankje zitten. We lopen met z’n vieren verder en zijn de resterende kilometer een attractie op de brug. Regelmatig vragen groepjes jongelui of ze met ons op de foto mogen. Als er weer een groepje jongelui uit de stad aan komen lopen, roep ik Manggalabi, in plaats van het officiële Minggalaba. Dat is populair onder de jongeren en ze moeten er om lachen. Als ze vervolgens over me beginnen te praten, vraag ik: Tennò goo pjoo nee daa laa? Dat betekent zoveel als: Maken jullie soms grapjes over mij? Het lukt me drie keer op een rij om een groep jongelui verlegen te krijgen. Ze zijn natuurlijk bang dat ik ze versta, maar ik kan hun Birmees echt niet volgen. Wel lachen dat het werkt!

RONDLEIDINGEN EN AFSCHEID
Als we terugkomen bij de taxi, zijn we moe en dorstig. We laten ons terugrijden naar ons hotel en frissen ons even wat op. Dan splitsen we de groep op. Ik geef Annemarie een rondleiding over het schoolterrein en introduceer haar bij U Nayaka, de hoofdmonnik van de PDO High School. Nanneke heeft een ontmoeting met een Birmese jongen, die ze namens andere Nederlanders een presentje moet overhandigen. En Frederique en Claire leiden Ans en Geert uit Drunen rond over het schoolterrein. Dat stel heeft Nanneke in Bagan leren kennen en ze heeft hen het adres van de PDO High School gegeven. En zo zijn we allemaal even druk bezig. Om 19.00 uur zijn we allemaal klaar en we nodigen de Birmese jongen uit om met ons te eten. Altijd gezellig, een extra gast aan tafel. Om 21.00 uur nemen we afscheid van hem, want Nanneke wil nog even afscheid nemen van de kinderen in The Golden House. Ze heeft een DVD gekocht met populaire muziek en videoclips. Annemarie heeft de DVD tijdens het eten vastgeknoopt aan een flinke tros ballonnen. Poessiebom is het Birmese woord voor ballon. Wij hebben daar iets andere associaties bij. We kletsten allemaal nog wat met de kinderen en de staf en dan is het tijd om echt afscheid te nemen. En voor het eerst zien we Nanneke echt emotioneel. Logisch, want je moet wel heel ongevoelig zijn om niet geraakt te worden door al die liefde en hartelijk van de kinderen en de staf in het weeshuis. Morgenvroeg vertrekt Nanneke met de taxi naar het vliegveld en vanavond wordt ze voor de laatste keer, samen met ons, door een aantal kinderen en Yi Mon naar het hek gebracht. We schatten in dat Nanneke zeker nog eens terug zal komen op de PDO High School. Goed dat ze hier nu geweest is. Dat maakt haar voorzitterstaak voor onze stichting een stuk tastbaarder en minder abstract. We besluiten om nog even na te kletsen op het terras van het hotel en gaan dan op tijd slapen.

Dinsdag 23 juli 2013

DAG NANNEKE
Onze dag starten we met een gezamenlijk ontbijt om 9.00 uur. Om 9.30 uur komt de taxi voorrijden, die Nanneke naar het vliegveld zal brengen. Ze heeft het er moeilijk mee. Enerzijds verheugt ze zich op twee dagen rust in Bankok en anderzijds was het toch ook wel heel gezellig met z’n vieren en op het laatst met z’n vijven. Ze wil daarom alleen Annemarie omhelzen. Jullie zie ik over twee dagen weer in Bangkok, roept ze. Of willen jullie nog meer tranen zien? We moeten lachen en zwaaien haar uit totdat ze achter de vele scooters en busjes in de 19e straat verdwenen is. Dan maken we ons klaar om naar de Yankin Paya te gaan. Fruit, müslirepen en water in de rugzak, camera’s mee en op naar het kruispunt om een taxi te vinden die ons naar de heuvel aan de oostkant van de stad wil rijden.

YANKIN PAYA
De Yankin Paya wordt ook wel Yankin Hill genoemd. Het zijn een paar heuvels aan oostkant van de stad. Je kijkt op de bergketen, die de grens met de Shan-rpovincie vormt. De heuvels zijn een aaneenschakeling van stupa’s en pagodes. Dit is Mandalay Hill voor de lokale bevolking, zonder entreegeld, zonder souvenirkraampjes en daarom authentiek en zeker zo mooi. We vinden een taxichauffeur die ons naar boven wil rijden voor 10.000 kyat. Dat is een scherpe prijs. Hij rijdt dan terug naar de trappengalerij, die eigenlijk het begin van de beklimming vormt en wacht daar op ons. We lopen de route dus eigenlijk van achter naar voren, maar dat scheelt een hele hoop zweetdruppels. Anders hadden we moeten beginnen met vele honderden traptreden. Dit is een fijne oplossing, want de zon schijnt volop, het is vochtig en dus ‘poe dè’. We maken een prachtige wandeling van bijna drie uur. De hele route loop je overdekt. Boven ons is een fraai afdak op palen geplaatst, dat precies de glooiing van de heuvels en de trappengalerij volgt. Ik ben al menig keer op deze heuvels geweest. Er heerst een serene rust en het is een heerlijke plek om te schrijven en na te denken. Als ik alleen naar het project reis en het einde van mijn werkvakantie eindigt, kom ik hier tot mezelf tussen de eeuwenoude tempelmuren. Toen ik in oktober een fotoreportage moest maken voor het boek dat we geschreven hebben, heb ik Yi Mon en de kinderen meegenomen naar deze speciale plek en fraaie foto’s kunnen maken.

UITZICHT
Vandaag genieten Frederique, Claire en Annemarie samen met mij met volle teugen van alles wat we zien en voelen. We krijgen prachtige vergezichten voorgeschoteld. Aan de oostkant van de heuvels kijk je op de rijstvelden die een groene scheidslijn vormen met de bergen. Aan de westkant zie je de stad Mandalay liggen en daarachter de Ayeyarwady rivier. De heuvels liggen zo ver buiten de stad, dat je niets meer hoort van de verkeerschaos en andere stadsgeluiden. We wandelen op ons dooie akkertje over de haast eindeloze trappengalerij langs de stupa’s, pagodes, boeddha-altaartjes, beelden van natuurgeesten, monnikenvertrekken en woonhuisjes. We bezoeken ook de grot, het allerheiligste van de Yankin Paya. Daar ontspringt een riviertje dat bijna tot aan Mandalay stroomt. Niet verwonderlijk dat hier ter ere van Boeddha een tempelcomplex is ontstaan. Onderin de grot gieten pelgrims water over drie grote goudkleurige vissen. De betekenis kunnen we niet achterhalen, maar het zal wel verband houden met het riviertje dat hier ontspringt. Om 15.15 dalen we af via de enorme trappengalerij, die eigenlijk het begin vormt van de Yankin Paya. Onze taxichauffeur geeft vriendelijk aan dat hij een uur langer heeft moeten wachten en ik zeg dat we hem uiteraard extra zullen betalen.

INKOPEN DOEN
Als we terug zijn bij het hotel, frissen we ons snel wat op. We gaan namelijk met de schooltruck inkopen doen in de stad. Allereerst stoppen we bij een winkel waar ze o.a. DVD-spelers en andere elektrische apparatuur verkopen. We hebben van vrienden 50 euro gekregen om vrij te besteden. Dat is 60.000 kyat en precies voldoende om twee Thaise DVD-spelers te kopen, één voor het meisjeshuis en één voor het jongenshuis. We schaffen ook een nieuwe ventilator aan voor het jongenshuis. Eén van de ventilatoren aan het plafond is namelijk stuk. Dan rijden we naar de grote markt bij de haven. Daar worden enorme zakken aardappelen, rijst en groente verkocht, die per boot aangevoerd worden. Maar ook verse vis. Hier gaat Yi Mon eenmaal per week shoppen. Om 150 monden te voeden, heb je namelijk nogal wat eten nodig. Om de prijs niet op te drijven, lopen wij richting haven en bekijken we het leven langs het water. De huisjes zijn er armoedig en het werk is er zwaar. Maar de mensen zijn er net zo vriendelijk als elders in Myanmar. We zien een hele familie met bakken beton op het hoofd een nieuwe trap storten van een nieuw huis. Ook lopen we nog wat over de markt en vergapen ons aan de enorme hoeveelheden groenten en vis die hier verkocht worden. Winkeliers komen hier ook hun inkopen doen en verkopen dat met winst weer aan de consumenten. Het is eigenlijk een soort Sligro. Gelukkig heeft Yi Mon geen pasje nodig om hier te mogen shoppen. Yi Mon koopt aardappels, uien, maïs, komkommers en vis. De fruitmarkt is al dicht, dus de ananassen, bananen en watermeloenen koopt ze later deze week. Bij de winkel waar ik de eerste week al met Yi Mon geweest ben, halen we twee grote stoven op, die we besteld hebben. Dat zijn een soort betonnen emmers, waarin je een houtskoolvuur maakt en waarop je vervolgens kookt.

PINNEN
Op de weg terug naar de PDO High School, stoppen we nog even bij de KBZ-bank. Daar staat sinds kort een ATM (geldautomaat) die geschikt is voor Europese bankpassen. Bij de eerste vestiging is de automaat buiten bedrijf en bij de tweede vestiging werkt de bankpas van Annemarie niet. Niet dat ze geld nodig heeft, maar als er straks elke drie maanden twee nieuwe studenten Engelse les gaan geven op de PDO High School, is het belangrijk om te weten of ze in Myanmar kunnen pinnen. Annemarie neemt zich voor om het de komende weken nog een paar keer te proberen. Wel belangrijk voor de Pabo-studenten om te weten of ze inderdaad geld uit de muur kunnen halen. Terug bij het hotel bestellen Frederique en Claire alvast wat eten en laat ik Annemarie nog even ervaren hoe de spullen in The Golden House gesjouwd worden. Een zak aardappels van 50 kilo wordt op een houten paal gelegd. Die paal wordt door twee jongens opgetild en twee andere jongens zorgen ervoor dat de zak er niet vanaf kiept. Than Tun Aung (20) komt me bedanken voor de DVD-speler. Die in het jongenshuis was al een jaar kapot. Hij is veruit de langste jongen uit het jongenshuis en tegelijk ook één van de sociaalste. Sinds dit schooljaar is hij ook vrijwillig staflid van het jongenshuis. Ik heb hem in oktober trouwens ook geïnterviewd voor het boek. Ik zeg ‘Jàbàdè’, oftewel graag gedaan.

ONDER DE INDRUK
Tijd om te gaan eten en na te praten over deze mooie en enerverende dag. Annemarie en Claire zijn erg onder de indruk van alles wat ze vandaag gezien en beleefd hebben. Annemarie heeft in twee dagen tijd al heel veel gezien en beleefd. Ze vertelt dat deze week haar moeder drie jaar dood is en die dag zeker de rust gaat opzoeken van de Yankin Paya. Fijn dat ze dit vandaag heeft mogen ervaren. We maken plannen voor morgen en gaan dan op tijd slapen.

Woensdag 24 juli 2013

DE LAATSTE WERKZAAMHEDEN
Annemarie heeft vanmorgen haar eerste officiële bespreking met U Nayaka, Frederique en Claire gaan lekker wat lezen op het overdekte terras van ons hotel en ik ga samen met Yi Mon de projectzaken afwerken. We hebben nogal wat sponsorgeld over, omdat de wisselkoers ditmaal zo gunstig was. Ik laat het geld achter wat Yi Mon nog nodig heeft voor de aankoop van een aantal spullen. Verder laten we ook altijd 500 euro handgeld achter voor noodgevallen. Yi Mon geeft aan dat ze nog niet kan overzien welke aankopen ze in oktober moet gaan doen als huis 2 gereed is. Dus neem ik 500 euro mee naar huis. Als ze over een tijdje een lijst heeft gemaakt, kunnen we het geld ook naar de school overmaken. Ik check nog even de mail en regel dat Frederique en ik vrijdagmorgen op Bali opgehaald worden door een taxi. Dan ga ik met Htet Htet Lin en Zar Ni Khaing een paar videoshots maken voor een bedankfilmpje voor MZC’80. Eén van de zoontjes van Tim, onze penningmeester, zit op deze zwemclub in Malden en deze vereniging heeft onlangs ruim 1000 euro aan sponsorgeld bij elkaar gezwommen. Het staat vlot op de harde schijf, want deze twee meiden spreken intussen een aardig woordje Engels. Natuurlijk vinden ze het gaaf dat ik ze daarvoor vraag.

LOUNGHI’S
Als ik terugloop naar het hotel, zitten Annemarie, Frederique en Claire op het terras. Annemarie heeft een goede eerste bespreking gehad. U Nayaka had na twintig minuten introductie alle stafleden en docenten erbij gehaald waar Annemarie mee te maken krijgt tijdens haar onderzoek. Ze is enthousiast en ziet het helemaal zitten. Morgenvroeg om 8.00 uur gaat ze al de eerste les bijwonen. We eten samen nog wat fruit. Daarna ga ik met de hoteleigenaar naar de plantage van zijn neef kijken in Pyin Oo Lwin. Daar ligt ook het park dat we afgelopen zondag met alle kinderen bezocht hebben. De dames gaan naar de markt en naar Mandalay Hill. Annemarie wil graag een paar lounghi’s kopen, zodat ze er de komende drie weken op school niet als een toerist maar als een ‘Birmese’ uitziet. Naast de markt, waar Yi Mon regelmatig groenten en fruit haalt, staat een grote kleding en stoffenmarkt. Daar kiest Annemarie twee mooie stoffen uit en een uur later zijn daar op enkele trapnaaimachines twee mooie lounghi’s van gemaakt. En de kosten? Om precies te zijn 12 euro.

MANDALAY HILL
Daarna laten ze zich met een Riksja naar de ingang van Mandalay Hill rijden. Frederique en Claire hebben de heuvel al bezocht, maar willen nog wat souvenirs kopen. Voor Annemarie is het de eerste keer dat ze hier is. De heuvel is te vergelijken met de Yankin Paya. Het is een aaneenschakeling van stupa’s, tempeltjes en huisjes, gebouwd aan een grote overdekte trappengalerij. Mandalay Hill is wel veel toeristischer. Voor souvenirs slagen de dames niet, maar het uitzicht waarop ze getrakteerd worden, maakt alles goed. Een taxi voor de terugweg vinden, valt niet mee. Maar er rijden ook pick-up trucks richting de stad, die de lokale bevolking meenemen. Dus gaan ze daarmee naar beneden. Ze worden keurig voor het Café City afgezet. Dat is het fancy restaurant waar ik al eerder over geschreven heb. Daar trakteert Annemarie de dames op een lekkere fruitcocktail.

ADVIES
Terwijl Frederique, Claire en Annemarie hun laatste middag een leuke invulling geven, rijd ik met de hoteleigenaar, zijn neef en zijn vrouw naar Pyin Oo Lwin. Maar wel een stuk luxer dan afgelopen zondag met de pick-up trucks. Ik zit nu in een Toyota Crown, één van de topmodellen van Toyota. De neef van de hoteleigenaar investeert in grond en gebouwen. Hij heeft 200 hectare land aangekocht en wil daarop groente, fruit en koffie gaan verbouwen. Hij heeft tien lokale werklui in dienst om het land te cultiveren. Het probleem is dat hij zelf weinig verstand heeft van landbouw en de tarieven die hij op de lokale en Chinese markt voor zijn handelswaar krijgt te laag zijn om voor zichzelf winst te maken. Hij is enerzijds op zoek naar kennis en anderzijds naar een andere afzetmarkt voor zijn producten. Hij hoopt dat ik in Nederland - landbouwland bij uitstek - contact kan leggen met een deskundige of met universiteitsstudenten, die hem willen helpen. Ik wil best een poging wagen, heb ik gezegd, maar ik kan uiteraard geen beloftes doen.

VLEUGEL
Op de berghellingen net buiten Pyin Oo Lwin wordt alles verbouwd wat je je maar kunt voorstellen. Sommige plantages zien er fantastisch uit. In een dorpje stappen we over van de luxe wagen naar een pick-up truck en rijden over modderpaden naar de plantage van de neef van de hoteleigenaar. Het heeft hier net gestortregend en de wegen zijn één grote blubberboel. Na ruim twintig minuten hobbelen, bereiken we het huis. Tot mijn grote verbazing staat er een vleugel in het huis. Je kunt zien dat deze mensen gefortuneerd zijn. Even een deuntje spelen! Ik krijg applaus en dan gaat de neef achter de vleugel zitten. Hij speelt best aardig. Het is duidelijk te horen dat hij muzikaal is en dat hij het pianospel zichzelf aangeleerd heeft. We praten wat over mogelijke handelsroutes in Myanmar. De neef hoopt dat Mandalay International Airport binnenkort ook cargovliegveld wordt. Dan kan hij pas écht zakendoen met het buitenland. Nu moet alles per spoor of over de weg naar de grote stad of naar China vervoerd worden. Hij vertelt dat er inmiddels op 20 hectare van zijn grond koffiestruiken staan. Die koffie verkoopt hij aan een koffie-exporteur. Koffie en veel andere planten doen het goed in de schaduw. Daarom plant hij zijn terrein nu vol zilvereiken en andere schaduwgevende bomen.

GEBREK AAN STRUCTUUR
Als ik met hem een wandeling maak over zijn grondgebied, zie ik dat hier nog veel moet gebeuren. Het is een grote wildernis. Hij laat me wel de planten en bomen zien die hij inmiddels gezet heeft, maar die vallen niet op tussen het metershoge onkruid. Dat gaat er na het regenseizoen uit, vertelt hij. Water is er voldoende, de grond is vruchtbaar, arbeidskrachten zijn er volop en hij heeft zelfs een moderne tractor uit India. Toch heb ik een ‘keuterboer gevoel’. Er zit geen structuur in het bedrijf. Men doet maar wat en het is allemaal nog erg kleinschalig. Ik stel een heleboel vragen, ik maak aantekeningen en film ten slotte een stukje van zijn grondgebied. Om 16.30 uur hobbelen we met de pick-up truck terug naar de luxe wagen. Ik beloof dat ik een aanbevelingsbrief zal schrijven en die rond zal sturen in mijn netwerk.

HET HOTELWEZEN
Onderweg naar Mandalay hoor ik de hoteleigenaar uit over het hotelwezen in Myanmar. Frederique en ik dromen er al langer van om een keer een guesthouse te starten in Myanmar. Die dromen staan pas in de kinderschoenen en hebben nog geen enkele concrete vorm aangenomen. Het is wel een feit dat we ons enorm thuis voelen in dit land en er best voor langere tijd zouden willen wonen en werken. Maar dan wel in een branche waarin je contact hebt met toeristen en daardoor over andere inkomstenstromen praat dan wanneer ik bijvoorbeeld les zou geven. Wat overigens niet betekent dat dit niet samen zou kunnen gaan. Het zou gaaf zijn als we een aantal meisjes en jongens uit The Golden House de kans kunnen geven om in ons hotel stage te lopen of te werken. Ik hoor dat je de grond in Myanmar pacht van de staat. Dat doe je in principe voor 10, 20 of 30 jaar. Als er al een gebouw op staat, kun je dat alleen huren van een lokaal iemand. Je mag wel zelf een pand zetten, maar dat is uiteraard kostbaarder dan een bestaand pand opknappen. Een nieuw pand wordt wel je eigendom. In principe mag je op elke plek in de stad een guesthouse starten. De neef van de hoteleigenaar vertelt dat hij een groot pand bezit op een rustige plek in Mandalay en vraagt of ik dat misschien wil zien. Er heeft een grote Chinese familie gewoond en het heeft tien kamers met elk een eigen badkamer. Als we na anderhalf uur het terrein oprijden zie ik al meteen dat dit ’m niet gaat worden. Het zou inderdaad een heel geschikt pand zijn voor een groot hotel. De kamers zou je makkelijk in tweeën kunnen splitsen. Maar dat is helemaal niet wat Frederique en ik in ons hoofd hebben. Wij denken veel meer aan een guesthouse zoals dat van onze hoteleigenaar, met kleine houten huisjes, verscholen tussen het groen. Goed om dit gezien te hebben. Als we om 19.00 uur bij het hotel arriveren, bedank ik de hoteleigenaar, zijn neef en zijn vrouw. Je kunt duidelijk merken dat het familie van elkaar is. Ze hebben een bepaalde zakelijke afstandelijkheid. Het zijn wel vriendelijke mensen, maar ze tonen niet echt hun gevoelens. Hier zal geen samenwerking uit ontstaan, daar ben ik zeker van. Maar goed, het was een leerzame middag.

AFSCHEID VAN ANNEMARIE
Frederique, Claire, Annemarie en ik dineren voor de laatste keer samen. Annemarie bedankt ons heel hartelijk voor het feit dat we haar op sleeptouw hebben genomen. Ze heeft in korte tijd veel informatie gekregen en voelt zich al aardig ingeburgerd. We hebben haar ook een aantal bijzondere plekken laten zien in en om Mandelay. Ze heeft zich vanaf de eerste minuut heel welkom gevoeld in ons groepje. Ik zeg tegen haar dat ze dat voor een groot deel aan haarzelf te danken heeft. Ze is heel openhartig, enthousiast en belangstellend. We bedanken haar ook voor haar vriendschap, wensen haar heel veel succes met haar onderzoek en spreken af dat we elkaar na haar reis heel snel opzoeken.

AFSCHEID VAN DE KINDEREN
Dan lopen we met z’n vieren naar The Golden House om afscheid te nemen van de staf en de kinderen. Veel kinderen hadden nog niet in de gaten dat we morgen al vertrekken. We maken er maar een feestje van. Sinds vanavond weten de kinderen in The Golden House hoe ze de vogeltjesmars moeten dansen en zingen. Ze hebben de grootste lol. Er wordt eindeloos geknuffeld en we krijgen allerlei kleine presentjes. Dingen die ze zelf gemaakt hebben en kleine frutsels, zoals haarspeldjes en sleutelhangers. Veel meer bezitten ze niet, dus het zijn hele speciale presentjes. Ook Nann Myint, Cho Cho, Tsai Tsai en Yi komen afscheid nemen. Terwijl ik met Yi Mon de laatste zaken afhandel, maken de dames nog even een rondje langs alle huizen. En dan is het echt tijd voor de laatste omhelzingen. Nau mà twe mè, oftewel tot de volgende keer. Wat zullen we al deze lieve schatten missen.

Donderdag 25 juli 2013

VERRASSINGSBEZOEKJE
Om 7.30 uur gaat de wekker. We wassen ons en pakken onze tassen verder in. Om 8.30 uur zitten we op het terras aan ons laatste ontbijtje. Dit plekje voelt zo vertrouwd. Het is hier heerlijk rustig, midden in de drukke stad. Om je heen hoor je vogelgeluiden, de eekhoorns komen de kruimels voor je neus opeten, de mussen de suiker uit het potje pikken en soms zie je een mooie hagedis tegen één van de bomen omhoog kruipen. Annemarie is al naar haar eerste les toe, die ze vanmorgen gaat volgen. Om vijf voor negen komt Yi Mon aanlopen met acht van de jongste kinderen en natuurlijk Zar Ni Khaing, mijn prinsesje. Dat is wel even emotioneel. We krijgen nog meer kleine cadeautjes en heel veel knuffels. We zwaaien ze uit, tot we ze niet meer kunnen zien. Wat een lieve actie! En dan is het tijd om in onze taxi te stappen, die ons naar Mandalay International Airport zal brengen. Even checken of we alles hebben en dan Twà mè, let’s go!

KAO SAN ROAD
Eenmaal in Bangkok brengen Frederique en ik onze rugzak naar de kamer van het Amari Hotel. Dan laten we ons met de taxi naar het hotelletje brengen waar Nanneke sinds dinsdag slaapt. Het ligt aan de rand van het centrum voor de rugzaktoeristen: Kao San Road. Nanneke zit een boek te lezen in de lobby als we aan komen lopen. Het is leuk om elkaar weer te zien. Nanneke vertelt dat ze lekker twee dagen gerelaxt heeft. Als Claire haar rugzak op Nanneke’s kamer heeft gelegd, lopen we naar een restaurantje. Het backpackers centrum is inmiddels uitgegroeid tot een wijk vol hostels, restaurantjes, cafeetjes, winkeltjes, tatooshops, massagesalons, kleding- en souvenirstalletjes. Rugzaktoeristen van over de hele wereld komen hier samen om hun reis door Thailand te beginnen of te beëindigen. Het zijn met name jongelui die je hier ziet. Sommigen starten een culturele reis, maar de meesten komen hier voor gezelligheid, plezier, zon, zee en strand. We shoppen nog wat op Kao San Road en nemen dan afscheid van Claire en Nanneke. We bedanken elkaar voor de hele fijne reis en geven elkaar een dikke knuffel. Om onze gezamenlijke reis symbolisch af te sluiten, doen we de vriendschapsbandjes af. Claire en Nanneke vliegen vannacht terug naar Nederland. Frederique en ik vliegen morgenvroeg verder naar Bali voor een korte vakantie van een week.