Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek juli 2014

Werkbezoek juli 2014 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in juli 2014. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. In dit geval betreft het een bezoek samen met zijn vrouw Frederique. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

ZATERDAG 19 JULI 2014

EEN NIEUW AVONTUUR

Een nieuw werkbezoek aan het project in Mandalay, Myanmar staat voor de deur. Daar gaan we de kinderen weer ontmoeten, waarvan er velen inmiddels een speciaal plekje in ons hart hebben gekregen. Maar ook de stafleden, die onze vrienden zijn geworden. En niet te vergeten allerlei andere mensen op de PDO High School, zoals Nann Myint, de zus van hoofdleidster Yi Mon, schoolhoofd U Nayaka en hopelijk Ollie en Bradley, die al geruime tijd op de school werken. We zullen ook weer een bezoek brengen aan de ouders van Yi Mon en Nann Myint. Dat willen we ditmaal graag combineren met een bezoek aan de ouders van leidster Cho Cho en/of de moeder van Tsai Tsai.

MALAYSIAN AIRLINES

Vliegen via Moskou naar Bangkok voelt een beetje dubbel, nu net het vliegtuig van Malaysian Airlines is neergestort. We gaan er gevoeglijk vanuit dat Aeroflot niet over de Oekraïne zal vliegen. Op het vliegveld van Moskou zien of horen we niks van de ramp. Ook geen bloemen, herdenking van slachtoffers of geruststelling van passagiers. Rusland is waarschijnlijk van mening dat zij geen schuld heeft aan het gebeuren. Wat een drama voor de families in Nederland. Twee complete gezinnen uit Rosmalen zijn ook verongelukt. We kennen de mensen niet persoonlijk, maar kennen wel mensen die de families gekend hebben. Je zal zo één klap je dierbaren verliezen… verschrikkelijk. Een hoop onzekerheid en geen afscheid kunnen nemen. Het flitst allemaal door ons hoofd terwijl we inde auto naar Schiphol op de radio naar de nieuwsberichten over de vliegtuigramp luisteren.

ZONDAG 21 JULI

EINDELOOS KNUFFELEN

We zijn van Amsterdam naar Moskou gevlogen, van Moskou naar Bangkok en van Bangkok naar Mandalay. Dat is de stad in Myanmar waar ons project is. Als we de aankomsthal met de drie bagagebanden inlopen, zien we Yi Mon, Cho Cho én Tsai Tsai staan achter de grote glazen ramen. De drie stafleden van The Golden House, zoals ons weeshuis heet, zijn samen gekomen om ons op te halen. Wat een eer! Nog even de bagage van de band plukken en dan kunnen we ze een dikke knuffel geven. Zij stralen en wij natuurlijk ook. Onderweg naar Mandalay hebben we alle tijd om bij te kletsen. Van de luchthaven naar de school is het namelijk 75 minuten rijden. En die tijd vliegt voorbij. Maar we hebben tien dagen samen, dus alle kans om te kletsen. We stoppen bij het hotel waar we altijd slapen: The Golden Mandalay Hotel. We worden zoals altijd hartelijk ontvangen. Als we onze rugzakken in onze kamer hebben gelegd, lopen we samen met Yi Mon, die even op ons heeft gewacht, naar de overkant van de straat. En warempel… daar staan zeker vijftien kleine kinderen op ons te wachten. Er wordt enthousiast gezwaaid en – als we de drukke 19th street overgestoken zijn – enthousiast geknuffeld. En met drie of vier kinderen aan elke arm lopen we naar The Golden House. Ook daar aan belangstelling geen gebrek. De kinderen komen allemaal enthousiast kijken. De één moet nog even de kat uit de boom kijken en de andere hangt gelijk om onze nek.

RONDLEIDING

Na een uurtje maken we een rondgang langs de huizen. In huis 1, waar we net gezeten hebben zijn wat verbeteringen aangebracht. Huis 2 is helemaal klaar en ingericht. Hoewel… in één van de slaapkamers wordt de laatste hand gelegd aan de boekenplanken die eigenlijk twee weken na mijn bezoek in februari al klaar zouden zijn. Thu Twin, één van de mannelijke stafleden komt zich verontschuldigen. Nog geen tijd gehad, zegt hij lachend. Ik ben blij om te zien dat de slaapkamers allemaal in gebruik zijn genomen, de slaapkamers van de staf klaar zijn en de benedenverdieping intensief gebruikt wordt voor bijles, studeren en eten. Voor de Pandaw House, waar de jongens slapen, is het een zootje. Met veel kabaal wordt gepoogd een nieuwe waterput te slaan, die de drie huizen van onze woongroep The Golden House van water moet gaan voorzien. De oude bron gaf steeds troebeler water, vertelt Yi Mon.

WATERVOORZIENING

Er wordt met heel veel water een grondwaterput geslagen van een diameter van 8 centimeter, die 120 meter diep moet worden. Een bedrijfje heeft de klus voor z’n rekening genomen en vijf jongemannen, die helemaal onder de modder zitten, verrichten het zware werk. Succes is niet verzekerd. Als ze onderweg op een rotsblok stuiten, moet de hele operatie enkele tientallen meters verplaatst worden. Ze zitten nu op 35 meter diepte en alles gaat goed. Op een andere plaats op het schoolterrein wordt op dit moment een waterput met een diameter van 15 centimeter geslagen, maar daar stuitte men op 90 meter op een rotsblok. De operatie is nu verplaatst naar een andere plek. De PDO High School kampt met een serieus waterprobleem. Er was maar één grote waterbron beschikbaar voor het hele schoolterrein, waar zo’n 7.000 kinderen naar school gaan en waarvan er 1.500 permanent op het schoolterrein wonen. Laten we hopen dat ze met de twee nieuwe bronnen een tijdlang uit de zorgen zijn.

ONTMOETING MET DE HOOFDMONNIK

We mogen best trots zijn op onze woonvoorziening. De 150 kinderen van The Golden House zijn nu op een alleszins acceptabele wijze gehuisvest. Toch ben ik benieuwd naar hoeveel kinderen er nu daadwerkelijk wonen, want ik zie best veel nieuwe gezichten. Er zijn ook veel kleine kinderen bijgekomen. Maar daar gaan we het later nog over hebben. Tijd om U Nayaka, de hoofdmonnik van de school, te ontmoeten in zijn kantoor. Een lange sliert kinderen loopt met ons mee. U Nayaka is blij om ons te zien. Het is mijn twaalfde werkbezoek en Frederique is ook al meer dan de helft van de keren mee geweest. U Nayaka ziet er goed uit. Een paar weken geleden had hij de griep, mailde Yi Mon ons, maar dat is zo te zien over. We hebben een leuk informeel gesprek en U Nayaka, Yi Mon en ik spreken af dat we morgen om 16.30 uur onze eerste officiële bespreking hebben. Terug bij The Golden House nemen we afscheid van de staf en de kinderen. We gaan eten en daarna vroeg naar bed. We hebben in de afgelopen 30 uur misschien vier uur geslapen en dat voelen we wel. Na een bordje met rijst en zoetzure kip met groenten gegeten te hebben, spoelen we het zweet van de reis en de dag van ons af. Rond 20.30 uur vallen onze ogen dicht en kunnen we lekker bijslapen.

MAANDAG 21 JULI

HET ONTBIJT

We hebben de klok rondgeslapen. Rond 9.30 uur worden we wakker en na een half uurtje doezelen staan we op. Rond 10.45 uur zitten we aan ons ontbijt. Dat wordt geserveerd op een met riet overdekte vlonder aan het water. Naast ons bloeien de lotusbloemen en de waterhyacinten. Het uitzicht is fraai en je hebt geen idee dat je midden in een drukke stad van inmiddels 3 miljoen inwoners zit. We zijn niet de enige toeristen in het hotel, maar het is niet vol. Het hoogseizoen in Myanmar loopt van oktober tot en met februari. Dan is het hier qua temperatuur het aangenaamst. In de zogenaamde winter is het hier slechts 30 graden en de luchtvochtigheid is laag. Op dit moment is het regenseizoen, maar in het midden van het land, waar wij ons bevinden, merk je daar niet zoveel van. Het is zwaarbewolkt en er staat een stevige bries, die verbloemt dat het eigenlijk 35 graden is. Ik eet nam ja. Dat is traditioneel Birmees brood. Het is een kruising tussen Indiaas naan brood en een pannenkoek. Omeletje erbij met tomaat en ui, aardbeienjam, vers gesneden ananas en een groot glas sinaasappelsap. Een goed begin van onze vakantie.

GEORGIA EN BEATRICE

Na het ontbijt raken we aan de praat met Georgia (30) en haar zus Beatrice (19) uit Duitsland. Georgia bezoekt haar jongere zus, die als sinds april door Azië reist. Ze hebben elkaar drie dagen geleden in de hoofdstad Yangon ontmoet en trekken nu samen twee weken door Myanmar. Het zijn twee zussen uit een familie van zeven kinderen. Georgia is de middelste van de rij en Beatrice de jongste. Het klikt meteen. De dames willen weten wat er allemaal voor moois te zien is in en rond Mandalay. Na wat tips vertellen we dat we op de school aan de overkant een project hebben. We vragen of ze zin hebben in een rondleiding. Nou, dat hebben ze zeker! En zo lopen we een halve middag met Georgia en Beatrice over het schoolterrein. Uiteraard met een horde kinderen om ons heen. We merken aan de dames dat ze het super leuk vinden.

UITBREIDING VAN THE GOLDEN HOUSE

Yi Mon heeft een maand geleden gemaild dat er sinds kort op de bovenste verdieping van het nieuwe schoolgebouw twee hallen in gebruik genomen zijn door meisjes, die op de PDO High School de laatste twee jaren van de middelbare school gaan doorlopen. We hebben al 80 meisjes in huis 2 die hetzelfde traject doorlopen. Tot mijn grote verbazing gaat het om een hal met 40 meisjes en een hal met 80 meisjes. En dat is nog niet alles. Ook in de Pandaw House wonen 15 extra jongens. Op de onderste laag van de stapelbedden slapen overal twee jongens. Ik ben op z’n zachts gezegd verbaasd over deze onverwachte uitbreiding. De 120 nieuwe meisjes eten zolang in The Golden House. Als de nieuwe verdieping op de Girls Dormitory klaar is, gaan de meeste meisjes verhuizen naar de nieuwe hal en gaat een flink deel zelf koken. Nochtans valt de groep onder de verantwoordelijkheid van Yi Mon en haar staf.

OVERLEG MET U NAYAKA

Goed dat ik dit alles gezien heb, want om 16.00 uur heb ik mij eerste officiële overleg met U Nayaka,Yi Mon en Nann Myint. Na het uitwisselen van wat hartelijkheden en formaliteiten kom ik maar meteen ter zake: Wat is er allemaal gebeurd bij aanvang van het nieuwe schooljaar in juni? U Nayaka geeft aan dat de school inmiddels zo veel bekendheid heeft in de regio, dat hij duizenden nieuwe aanvragen heeft gekregen. Heel veel ouders willen graag dat hun kind gaat studeren op de PDO High School. Hij bekijkt samen met zijn collega’s iedere aanvraag. Als ouders niet in staat zijn om hun kind naar een andere school te sturen, voelt hij zich verplicht om het kind toe te laten op zijn school. De groep straatkinderen is gestegen van 40 naar 50 kinderen. De woongroep met kinderen van etnische afkomst is gegroeid van 150 naar 180 kinderen. De woongroep van de novicen is uitgebreid van 450 naar 630 jonge monniken. En The Golden House heeft er 135 nieuwe kinderen bij gekregen, waarvan er nu 120 tijdelijk in twee hallen slapen. Ik wijs U Nayaka fijntjes op het feit dat we een overeenkomst hebben voor maximaal 150 kinderen in de drie huizen. Dat zijn er nu al 165. En dan hebben we het nog niet over de 120 meisjes op de bovenste verdieping van het schoolgebouw. Hoe moet dat met voeding, koken, schoolspullen, kleding, slaapspullen, toezicht, verantwoordelijkheden en nog veel meer? U Nayaka heeft hier wel een visie op. Een groot deel van de nieuwe meisjes gaat straks zelf koken. De rest schuift aan in The Golden House. De kinderen die het meest zelfstandig zijn, gaan in de nieuwe hal slapen.

TOEZICHT

Er zijn 30 jongeren die inmiddels afgestudeerd zijn. Een aantal jongeren heeft al een toezichttaak en ontlast daarmee de volwassen stafleden. Als ik vraag of die jongeren wel capabel zijn voor hun taak stelt Yi Mon voor om ze een goede staftraining te geven. Er is een dame uit Mandalay die dat met enige regelmaat freelance komt doen. Als ik vraag of Yi Mon het wel aandurft, deze nieuwe uitdaging, antwoord ze: Ik wil het wel proberen. Ik vind het belangrijk dat deze jongeren allemaal de kans krijgen om hun diploma te halen voor de middelbare school. Yi Mon heeft een moeilijk jaar achter de rug. Ze had met name moeite om met de grote kinderen te communiceren. Dat gaat nu een stuk beter. Maar ze moet niet weer in een depressie geraken. Dat kan alleen als ze haar taken echt goed kan én leert delegeren. De enorme uitbreiding is wel meteen een hele grote uitdaging voor haar.

KRITISCHE VRAGEN

We hebben als stichting de huisvesting inmiddels goed op orde. Ook de hallen waar de nieuwe meisjes slapen, zijn verder prima slaapplekken. Dat is niet het probleem. Maar waar gaan we straks ons geld in steken? Yi Mon geeft aan dat de meeste nieuwe jongeren kleding, schoolspullen en eten krijgen van hun ouders. Die wonen in de dorpen rondom Mandalay en komen regelmatig naar school. WCC hoeft hier niet bij te springen. Slechts een handjevol jongeren zal extra steun nodig hebben. Maar in de drie huizen wonen momenteel ook jongeren die zouden van plek zouden kunnen ruilen met de nieuwe jongeren die het minder breed hebben. Op die manier kunnen we als stichting de juiste kinderen steunen. Ik vraag aan U Nayaka of hij de staf niet teveel belast met zijn nieuwe actie? Hij herhaalt nogmaals dat hij een staftraining een goed idee vindt. Jullie snappen dat ik nog veel meer kritische vragen heb gesteld aan U Nayaka, maar dat het te ver voert om die allemaal in dit verslag te vermelden.

BEDREIGING OF UITDAGING

Elk werkbezoek worden we als stichting voor een voldongen feit gesteld. Maar we hebben inmiddels geleerd dat we het ook anders kunnen zien: We worden als stichting telkens voor nieuwe uitdagingen gesteld. Een school is een dynamische omgeving, waar kleine en grote veranderingen aan de orde van de dag zijn. Kun je daar als staflid, docent, vrijwilliger of NGO niet mee omgaan, dan moet je jezelf achter je oren krabben of je wel met het juiste werk bezig bent. Wat overigens niet hoeft te betekenen dat je niet kritisch mag zijn. Integendeel. Maar wel met de intentie om tot een compromis of oplossing te komen.

INVESTEREN IN ENGELS ONDERWIJS

Ik merk dat U Nayaka moe begint te worden. Ik roer nog even kort een ander onderwerp aan dat ik later deze week met hem wil bespreken. Ik vraag hem op de man af: Stel dat ik een pot heb met 20.000 euro die ik kan besteden aan goed Engelstalig onderwijs, hoe kan ik dat geld dan het beste besteden, zodat zoveel mogelijk jongeren er profijt van hebben? We willen als stichting namelijk liever niet investeren in de deeltijd universiteit. De jongeren gaan maar twee maanden per jaar naar school en leren op hun vakgebied veel minder als de jongeren die naar de voltijd universiteit gaan. Zowel U Nayaka, Yi Mon als Nann Myint doen direct een poging om dit te nuanceren. Omdat de jongeren slechts twee maanden per jaar naar school gaan, hebben ze alle tijd om Engelse cursussen te volgen op de PDO High School. En dat gebeurt volop. Niet alleen in de voorbereidende klassen voor de universiteit, maar ook in het traject daaraan voorafgaand. Dat zijn de zogenaamde Bridging Classes. Er wordt op vier niveaus Engels aangeboden en één van de docenten is… Nann Myint. Ze nodigt me uit om morgenvroeg eens een kijkje te komen nemen tijdens haar les. De leerlingen worden klaargestoomd om een officieel IELTS examen te doen. Daar doen ze gemiddeld anderhalf jaar over. Het IELTS certificaat geeft ze een voorrangspositie bij het vinden van stageplekken en werk. Het is een internationale erkende standaard. Ook geven mijn gesprekspartners aan dat het Engelstalige onderwijs op PDO op dit moment het beste in de regio is. Daarom is het zo belangrijk dat de jongeren niet naar de voltijd universiteit gaan, maar naar de deeltijd universiteit. Op die manier hebben ze voldoende ruimte om hun Engels op niveau te krijgen. Daarbij komt dat de jongeren een deel van de dag op de school kunnen werken, daarvoor salaris krijgen en daarmee desgewenst zelf hun studie aan de deeltijd universiteit kunnen betalen. Daarnaast goede Engels les aanbieden is belangrijk voor hun toekomst!

OPENING VOOR SAMENWERKING…

Laat dit nu precies hetgeen zijn waar we als stichtingsbestuur over gepraat hebben in Nederland: Laat de jongeren een gedegen Engelse opleiding volgen, laat ze een officieel certificaat behalen en geef ze zo een startkwalificatie voor hetgeen ze willen gaan doen: verder studeren of stage lopen. En wat blijkt… het is dit jaar gestart op PDO. Ik spreek met U Nayaka af dat ik beide gespreksonderwerpen uitgebreid met Yi Mon en Nann Mynt zal doornemen, dat we zullen kijken naar kansen en dat we elkaar over enkele dagen weer zullen spreken. Als ik later met Yi Mon en Nann Myint terug loop naar The Golden House, vraag ik of ik het U Nayaka niet te moeilijk heb gemaakt. Nee hoor, verzekeren ze me. Je hebt toch ook weer een opening gecreëerd voor samenwerking in de toekomst?! Dat is inderdaad waar.

DOELSTELLINGEN HERIJKEN

In The Golden House praat ik nog wat verder met Yi Mon en Nann Myint. We hebben het nog even over de gedegen staftraining voor de jongeren. Yi Mon gaat uitzoeken hoeveel dat kost. Het is een intensieve training van een week, die ze jaren geleden zelf ook gevolgd heeft en waar ze veel aan gehad heeft. Daarnaast ga ik morgen met Nannmyint verder praten over de Bridging Classes, het Engelse onderwijs en de IELTS-certificaten. Het derde onderwerp dat we bespreken is het bieden van maatwerk voor jongeren die graag een vak willen leren. Er zijn jongeren die geslaagd zijn voor hun middelbare school en er zijn jongeren die nooit zullen slagen omdat ze het niveau niet aankunnen. Flink wat jongeren hebben redelijk concrete plannen wat ze willen worden. Een mooi voorbeeld zijn Mar Lar Tun en Hnin Hnin. Ze zijn allebei 24, wonen in The Golden House, hebben hun middelbare school opgegeven omdat het een uitzichtloze zaak is, maar willen dolgraag naaister worden. In de buurt van de school bevindt zich een naaiatelier. De eigenaresse is een goede bekende van Yi Mon. De twee jonge vrouwen kunnen er een intensieve training van anderhalf jaar volgen. Wat ze daarvoor nodig hebben is een naaimachine (100 euro), trainingsgeld (200 euro) en een flinke portie motivatie. En dat laatste is er al. Ik vraag Yi Mon of het mogelijk is dat de staf van The Golden House en de stafleden van de school in hun netwerk goede stageplekken zouden kunnen vinden, waar jongeren een echt vak zouden kunnen leren? Dat is zeker mogelijk, zegt Yi Mon. Ook Nann Myint ziet deze directe bemiddeling wel zitten. Dit zou een nieuwe strategie van onze stichting kunnen worden: Gemotiveerde jongeren een vak laten leren en toeleiden naar de arbeidsmarkt. Ook dit gaan we samen verder uitwerken tijdens dit werkbezoek.

AVONDKLOK

Dan is het hoogste tijd om de straat over te steken. Wat we nog niet verteld hebben, is dat er sinds drie weken een avondklok ingesteld is in de stad. Er heeft een gevecht plaatsgevonden tussen een groep Moslims en een groep Boeddhisten, waarbij aan weerszijde een dode is gevallen. Sindsdien mag niemand zich meer op straat bevinden tussen 21.00 uur en 5.00 uur. Dat betekent dat we in het hotel moeten eten, want het is inmiddels 20.30 uur. Terwijl er voor ons gekookt wordt, sluiten de laatste cafeetjes en restaurants en rijden de politiewagens door de straten om te kijken of iedereen binnen is. Wij kletsen nog wat met Georgia en Beatrice, die uiteraard ook net voor 21.00 uur binnen zijn. Daarna is het muisstil in de stad met 3 miljoen inwoners en horen we alleen de vogels, krekels, honden en het ruisen van de wind. Er staat een aangename bries en het is heerlijk toeven op de overdekte vlonder bij ons hotel.

DINSDAG 22 JULI

ENGELSE LES

Onze dag start met een bezoek aan de Bridging Class van Nann Myint. Er zitten 15 jongeren in haar klas, die allemaal al wat Engels spreken, maar bijlange na niet voldoende om naar de pre-college class te gaan. We mogen onszelf voorstellen en daarna vertel ik wat over ons werk en over de verschillende talen die in Europa gesproken worden. Dat doe ik met behulp van een wereldkaart die op de muur geschilderd is en waarop de belangrijkste taalgebieden aangegeven zijn. De jongeren luisteren geboeid en hebben daarna enkele vragen. Na de les praat ik verder met Nann Myint. Op dit moment zijn er drie groepen die op niveau 1 les krijgen. Deze klas was er daar één van. Er zijn twee klassen die op niveau 2 les krijgen en er is één klas die les krijgt op niveau 3. Er is momenteel geen groep die op niveau 4 les krijgt. Jongeren die op niveau 4 les hebben gehad, moeten in staat zijn om het IELTS examen te doen. Ik dacht dat ze dit alleen in de hoofdstad Yangon konden doen, maar Nann Myint vertelt dat dit ook op het Britse consulaat in Mandalay kan. Zo’n examen kost ongeveer 160 dollar en je ontvangt een officieel certificaat met je score.

MOTIVATIE ALS CRITERIUM

Het zou een goede zaak zijn als alle jongeren die in The Golden House wonen en hun middelbare school diploma gehaald hebben, deel kunnen nemen aan de Bridging Classes. Na drie niveaus zouden we een schoolexamen kunnen afnemen. Is het resultaat goed genoeg om door te stromen naar niveau 4 dan kan dat. Tijdens de vierde periode worden de jongeren klaargestoomd voor het IELTS examen. Omdat dit best wel wat geld kost, moeten we de check na het derde niveau inbouwen. Maar het lijkt ons ook goed om jongeren toe te laten die geen diploma hebben behaald voor de middelbare school en wel gemotiveerd zijn om hun Engels op niveau te brengen. Ook voor hen kan een IELTS certificaat helpen bij het vinden van een baan. We komen tot de conclusie dat motivatie het criterium moet zijn om wel of niet te kunnen deelnemen aan deze Bridging Classes. Daarvoor zijn gesprekken met de jongeren nodig en die kunnen door de staf van The Golden House gevoerd worden.

PLANNEN MAKEN

Na dit constructieve gesprek lopen we richting The Golden House. Frederique heeft de kinderen beloofd om foto’s te laten zien van onze koning en koningin. Ze heeft de kinderen verteld dat ik ‘verliefd’ ben op Maxima. Die willen ze wel eens zien, natuurlijk. Verder maken we afspraken voor het bezoek aan de ouders van Yi Mon. Aangezien we deze keer ook graag de moeder van Tsai Tsai en de ouders van Cho Cho willen bezoeken, moeten we wat meer afstemmen. Tsai Tsai straalt, als we haar deelgenoot maken van onze plannen. Haar moeder is 73 en Tsai Tsai is de jongste dochter. Moeder heeft hartproblemen en is niet meer zo gezond. Reden temeer om haar snel op te zoeken. Cho Cho is niet in The Golden House. Ze is met een aantal stafleden een sportprogramma voor meisjes op de PDO High School aan het opzetten. We zullen haar vanavond vertellen over onze plannen. De ouders van Cho Cho zijn veel jonger. Cho Cho is de oudste dochter. Tsai Tsai maakt voor ons de scooter van haar nicht gereed. Die mogen we vanmiddag lenen om naar de Yankin Paya te rijden. Wij gaan ondertussen wat eten in ons hotelletje.

YANKIN PAYA

We rijden met z’n tweetjes naar de Yankin Paya. Dat is een heuvelrug aan de oostzijde van de stad met daar bovenop een hele rij stupa’s, tempeltjes en huisjes van monniken. Het is een vreedzame en serene plek, waar we graag komen. Ditmaal beklimmen we niet de lange rechte overdekte trappengalerij die naar de top van de eerste heuvel leidt, maar rijden we met onze scooter aan de achterzijde van de heuvels omhoog. Als we afstappen worden we welkom geheten door een 70 jaar oude monnik, die graag een praatje met ons wil maken. Hij kent wat Engels en wij kennen wat Birmees en samen komen we er wel. Hij gaat banaantjes en water voor ons halen. Dat is aardig! De banaantjes zijn lekker, maar het water durven we niet aan. Je kunt het gerust drinken, zegt de monnik, want het is zuiver regenwater. Dat doen we toch maar niet. We hebben gelukkig ons eigen water meegenomen.

BIE BIE

Na dit vriendelijke gesprek nestelen we ons bij een oude tempel op een bankje. Het uitzicht over de rijstvelden rondom Mandalay en aan de andere zijde de bergen van de Shan-provincie is prachtig. Er staat een stevige wind en het is goed toeven onder de oude bomen. Frederique gaat lekker lezen en ik schrijf wat aan het reisverslag. Zo nu en dan rinkelt er een tempelbelletje en komt er een hond om de hoek gelopen en blaft een keer om aan te geven dat dit toch echt zijn territorium is. Verder horen of zien we niks. Als we na anderhalf uur helemaal relaxt zijn, lopen we weer terug naar onze scooter. Wederom mogen we aanschuiven bij een paar monniken en een familie die op de heuvel woont. Ze geven ons watermeloen en we kijken en lachen wat naar elkaar. Zij kennen geen Engels en ons Birmees is te slecht om een echt gesprek te voeren. Maar daar gaat het niet om, het gaat om de gastvrijheid. Na een kwartier vraag ik aan Frederique: Sà bie bie là? Bie bie, antwoord ze. Dat betekent: Ik ben klaar. De mensen kijken verrast op. Ik zeg op z’n Birmees dankjewel, tot de volgende keer en het ga je goed. Ze zijn hooglijk verbaasd. Terwijl we weglopen worden alle zinnetjes nog eens lachend herhaald. Mooi zo, wij hebben in elk geval ook laten merken dat we ze dankbaar zijn voor hun vriendelijk gebaar.

CAFE CITY

Vanuit de Yankin Paya rijden we met de scooter terug naar de stad. Bij de paleismuur van de oude verboden stad ligt een fancy café met als naam Cafe City. Ze serveren allerlei internationale gerechten en heerlijke smoothies, het is kunstzinnig ingericht, het is er lekker koel en ze hebben er een goede internetverbinding. Daar strijken we neer en eten een clubsandwich en een garnalenburger met frietjes. We zullen nog veel Aziatisch eten de komende weken, dus een beetje afwisseling is ook fijn. Onze vriendin Annemarie, die vorig jaar een maand lang op het project is geweest en de hele onderwijssituatie in kaart heeft gebracht, heeft hier ook vele uurtjes doorgebracht. Uiteraard maken we van de gelegenheid gebruik om onze mail the checken en even een mailtje te sturen naar onze naaste familie. En rond 20.00 uur rijden we weer terug naar The Golden House. Het is inmiddels als donker en de eerste winkeltjes en cafeetjes sluiten hun deuren in verband met de avondklok.

OVERLEG MET DE STAF

Terwijl Frederique samen met een aantal meisjes van The Golden House allerlei dansjes gaat doen, ga ik het gesprek aan met Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai. Allereerst vraag ik Cho Cho of ze het leuk vindt dat we ditmaal ook háár ouders gaan bezoeken? Dat vindt ze zeker leuk! Daarna praten we verder over de uitbreiding van The Golden House, de verantwoordelijkheden van de staf en de vervolgeducatie. Op zich durven de stafleden de grote uitbreiding van het aantal kinderen wel aan. Cho Cho en Tsai Tsai bevestigen dat een gedegen staftraining voor de hulpstafleden een goede investering zou zijn. Ik geef Yi Mon de opdracht om uit te zoeken hoeveel dat kost. Uiteraard moet ik dit eerst met het bestuur van World Child Care bespreken. Dat snappen de dames uiteraard. Dat geldt ook voor de plannen omtrent de Engelse les en de vervolgeducatie. Ook die worden overigens omarmd door Cho Cho en Tsai Tsai. Ik geef aan dat het belangrijk is dat de staf goed in kaart brengt wie welke studie zou willen doen. Wie is gemotiveerd om naar de Bridging Class te gaan? Wie wil een administratieve of agrarische training volgen via de Duitse NGO Myanmar Partners? Wie wil naaister of timmerman worden? Wie heeft een ander plan voor de toekomst? We zouden het systeem kunnen hanteren dat Yi Mon na overleg met jongeren en na overleg met haar collega’s voorstellen indient bij de stichting. Bijvoorbeeld jongen a wil studie 1 doen, meisje b wil training 2 doen en jongen c wil stage lopen bij bedrijf 3. We moeten er dan als stichting vanuit kunnen gaan dat de jongere gemotiveerd is en dat er uitgebreid met hem of haar is gesproken.

VERLIEFDHEID VERSUS STUDIE

De staf vraagt me hoe ze om moeten gaan met meisjes en jongens in The Golden House die verliefd op elkaar worden, maar wel een studie op kosten van World Child Care volgen? Dat is een goede vraag. Liefde is niet te stuiten, zeg ik. Laat zien dat je blij bent voor het stel in kwestie, maar wijs ze wel op hun verantwoordelijkheden. Moedig ze aan om hun studie, training of stage af te maken en ondertussen in The Golden House te blijven wonen. Biedt ze de mogelijkheid om bijvoorbeeld ’s avonds samen het schoolterrein af te gaan, zodat ze even samen kunnen zijn, maar spreek af dat er in The Golden House en op het schoolterrein niet geflikflooid wordt. Terug in The Golden House dienen ze mee te draaien met de dagelijkse gang van zaken en hun taken te verrichten. Maar als je ze verbiedt om samen te zijn, geef ik aan, dan zullen ze het stiekem doen, de school verlaten en hun studie staken. Dat zou doodzonde zijn. De stafleden hebben net een vergelijkbare situatie meegemaakt met een jongen en een meisje uit The Golden House, vandaar deze vraag aan mij. Beiden hebben hun middelbare school niet afgemaakt. Hij is nu taxichauffeur geworden en ze wonen vlakbij de school. Liefde is sterk, zeg ik, dus je kunt het beter onder ogen zien dan je ogen ervoor sluiten.

IN DE GEVANGENIS

Zojuist heeft Frederique aangegeven dat ze alvast terug gaat naar het hotel. Ze wil graag voor 21.00 uur binnen zijn, want dan gaat de avondklok in. Omdat ik midden in een goed gesprek zat, ben ik gebleven. Om 21.30 uur loop ik in mijn eentje naar de schoolpoort. Op straat is het muisstil. Ik open het stalen hek, kijk naar links en naar rechts, maar zie geen politie. Dan sluit ik snel het hek en steek de straat over. De schoonzoon van de hoteleigenaar staat bij de poort en moet lachen als hij mij gehaast aan ziet komen. Doe maar rustig, zegt hij, de politie pakt geen toeristen op. Vorige week waren er ook gasten die te laat binnen waren en dat hebben ze ook door de vingers gezien. Gelukkig maar, zeg ik, want een hotelbed slaapt vast en zeker beter dan een gevangenisbed. Hij moet lachen. Frederique haalt opgelucht adem als ik ons huisje binnen kom. Welterusten Mandalay. Een stad slaapt nooit, zegt men wel eens, maar dankzij de avondklok is dat hier tijdelijk anders.

WOENSDAG 23 JULI

WATERMANAGEMENT

Als ik rond 12.00 uur bij The Golden House aankom, is het bedrijf dat de waterput aan het slaan is klaar met boren. Ze hebben maar liefst een diepte van 170 meter bereikt en zijn enthousiast over de hoeveelheid water die ze daar aangetroffen hebben. Zij beginnen nu met het aan elkaar lijmen van 34 plastic pijpen van 5 meter lang. Steeds wordt er één in de grond geschoven, de volgende erin gelijmd en alles met tape vastgezet. Dat gaat in een razend tempo. Yi Mon geeft aan dat U Nayaka de pomp heeft laten slaan om onze woongroep een zelfstandige watervoorziening te geven. Hij heeft echter nog geen sponsor gevonden voor de werkzaamheden. Ik vraag Yi Mon om welk bedrag het gaat. Het bedrijf vraagt 1500 kyat voor elke meter, vertelt Yi Mon. Het gaat dus om 510 x 1.500 = 765.000 kyat. Dat is 765 dollar en dus zo’n 600 euro. Daar komt nog een waterpomp van 100 euro bij. Weer zo’n voldongen feit, waar we als stichting mee geconfronteerd worden. Ik heb tijdens mijn werkbezoek in februari met een ingenieur van de Duitse NGO Förderverein Myanmar gesproken. Die gaf aan dat het slaan van één of twee nieuwe waterputten wellicht de gemakkelijkste, maar niet de meest wenselijke oplossing is. Goed watermanagement op het schoolterrein zou de meest wenselijke oplossing zijn. Als bestuur hebben we daarom gezegd dat we niet willen bijdragen aan een nieuwe grondwaterput. Ik zeg tegen Yi Mon dat ik op zich wel enthousiast ben over een eigen watervoorziening voor onze drie huizen, maar dat ik niks kan toezeggen, omdat ik het eerst met mijn achterban moet bespreken. We zouden de vraag wellicht ook kunnen delegeren naar onze Australische partner Brian Pringle.

WERKBESPREKING MET YI MON

Ik neem met Yi Mon de boodschappenlijst door. Ze kan zelf het beste de kleding, schoolspullen, slippers, toiletartikelen, potgrond en watertank kopen. Als ik daar als buitenlander bij ben, worden er hogere prijzen gerekend. Ze wil wel graag dat ik morgen meega als we nieuwe rijstkokers aanschaffen en een opbergkast voor de staf uitzoeken. Ik spreek af dat we dat om 9.00 uur gaan doen. Gaat Flower mee, vraagt Yi Mon? Ik denk het wel, zeg ik! Tot slot help ik Yi Mon bij het aanleggen van een spreadsheet waarin ze per jongere de wensen voor vervolgstudie in kaart kan brengen. Naar aanleiding van de lijst kan ze gesprekken voeren met de jongeren, hun wensen in kaart brengen, motivatiegesprekken houden, sponsorvoorstellen schrijven en indienen. Ik geef nogmaals aan dat ons studiefonds geen bodemloze put is en we dus als stichting keuzes moeten maken, zelfs nu we een sponsor hebben gevonden voor goed Engels onderwijs en de IELTS-examens. Yi Mon knikt instemmend. Als we naar buiten lopen, blijkt dat het plaatsen van de plastic buizen gestagneerd is. Alles wordt er weer uitgehaald en morgen gaan de stalen pijpen opnieuw de grond in om de put wat breder te maken. Best een strop, maar volgens Yi Mon zijn de jongemannen zeer kundig en moet het uiteindelijk gaan lukken.

EURO’S OF TOCH LIEVER DOLLARS

Ik neem de scooter van Tsai Tsai mee naar het hotel. Vanmiddag willen we naar de Mahamuni Pagode rijden. Daar staat het meest vereerde Boeddhabeeld van Myanmar. De onderste helft van het beeld ziet eruit als een Michelin mannetje, omdat er honderden kilo’s goudpapier opgeplakt zijn. Er komen elke dag honderden bezoekers naar de tempel. Wij gaan ditmaal echter niet de tempel bekijken, maar op zoek naar een werkplaatsje waar ze houtsnijwerken ornamenten verkopen. Die zijn in de overdekte galerijen bij de pagode te vinden. Maar eerst moet ik voor de inkopen van morgen en overmorgen ons Nederlands geld omwisselen in kyats. De hoteleigenaar schrikt als ik met zoveel euro’s aan kom zetten. Hij geeft aan dat de banken in Myanmar helemaal niet blij zijn met al die euro’s die ingevoerd worden. Ze willen het liefste dollars. Een bank wisselt hooguit 100 of 200 euro. Het bedrag dat ik wil omwisselen zal men waarschijnlijk alleen op de zwarte markt willen wisselen. Ik vraag of hij dat kan regelen? Hij gaat meteen aan het bellen. Tien minuten later komt hij met goed nieuws: Hij heeft een adresje gevonden waar hij de euro’s kan wisselen voor vrijwel dezelfde koers als bij de bank. Doe maar, zeg ik. Hij geeft mij de tip om de volgende keer toch maar briefjes van 100 dollar mee te brengen.

HOUTSNIJWERK OP BESTELLING

Na onze lunch rijden we op de scooter naar de Mahamuni Pagode. Dat is ruim een half uur rijden van de oostkant van naar de zuidkant van de stad. We stallen onze scooter in de officiële stalling en gaan op zoek naar de houtsnijwerkateliers. Die hebben we al gauw gevonden. Maar helaas hebben ze geen driehoekige ornamenten meer. Daar is blijkbaar maar weinig vraag naar. Twee jaar geleden heb ik er nog twee kunnen kopen. In één van de werkplaatsjes vraag ik of ze wellicht acht driehoeken en vier ronde ornamenten voor ons kunnen maken. Al gauw krijgen we hulp van iemand uit een nabij gelegen winkeltje die goed Engels spreekt en ons én de houtbewerker helpt met het uittekenen van onze wensen. Maar dan moet er nog onderhandeld worden over de prijs. We komen na enige onderhandeling uit op 6 euro per driehoek met plantmotieven en 12 euro per rond ornament. Het kan allemaal in vier dagen tijd klaar zijn. De houtsnijwerker is zichtbaar blij met de opdracht en veel van zijn collega’s kijken mee en zijn enthousiast voor hem. Ik denk dat we een faire prijs betalen voor vier volle dagen werk. Alles wordt met de hand uitgezaagd en daarna helemaal met de beitel bewerkt. Echt ouderwets handwerk van een goede kwaliteit. Wij blij en hij blij. We betalen de helft aan en spreken af dat we alles dinsdagmorgen op komen halen. Als ik vraag of de winkel er dan nog wel is, moeten de mannen lachen. Saa daa baa, zeg ik, oftewel grapje. Dan moeten ze nog harder lachen.

SHWE IN BIN KLOOSTER

Frederique en ik besluiten om nog op zoek te gaan naar een prachtige houten tempel, die in het Shwe In Bin klooster staat. De tempel hebben we in 2003 gezien, toen we met onze gids Winston voor het eerst Myanmar bezochten. Toen was er nog geen sprake van ons project, want dat is pas ontstaan in mei 2008, nadat de cycloon ‘Nargis’ het zuiden van Myanmar getroffen heeft. Na veel zoeken en vragen vinden we de tempel. Heerlijk hoe enthousiast de mensen langs de straatrand je de weg wijzen. Het is enorm druk in het zuidelijke stadsdeel. We zitten hier dicht bij de haven en er wordt veel gehandeld. Ook komen veel mensen inmiddels op hun scooters terug van hun werk. We rijden mooi met de stroom mee en halen de dezelfde capriolen uit als de Birmese chauffeurs. De Shwe In Bin tempel is inderdaad van ongekende schoonheid. Het is een teakhouten tempel, zo groot als de kerk in Middelrode, staande op wel honderd dikke ronde palen, met acht versierde stenen trappen eromheen die naar het centrale plateau op drie meter hoogte leiden en prachtig houtsnijwerk op het dak en op de deuren. Deze tempel is vast en zeker honderden jaren oud, maar verkeerd nog in een uitstekende staat. Helaas zijn de deuren van de tempelhallen al gesloten, maar we kunnen wel een ronde maken op het plateau en beneden langs.

DAGELIJKS LEVEN IN DE STAD

Daarna rijden we terug naar het hotel. Dat doe ik helemaal op mijn gevoel. Mandelay heeft een stratenplan met alleen maar evenwijdige straten, zowel van oost naar west als van noord naar zuid. Als je weet dat de zon in het westen ondergaat, je uit het zuiden komt en je naar het oosten moet, is de weg terug gemakkelijk te vinden. We slaan onderweg het dagelijks leven in de stad gaande. Overal rijden fietsers en scooters, soms volgepakt met mensen en soms met koopwaar. Het verkeer is een georganiseerde chaos. Langs de straten zien we een eindeloze rij van kleine en grotere winkeltjes waar alles gemaakt en verkocht wordt wat je je maar kunt voorstellen. Op de hoeken van de straat staan stalletjes waar je kunt eten en drinken. Hier en daar zien we een cafeetje of een restaurantje. En dan opeens weer een prachtig geornamenteerd, maar enorm vervallen koloniaal gebouw. Sommige straatjes zijn smal en daar leven de mensen veelal op straat en andere straten zijn breed en daar vind je de grotere winkels. Na drie kwartier bereiken we ons hotel. Het is inmiddels 19.15 uur en het begint te schemeren. We eten gebakken noedels met kip en groente en met een verdwaald kwarteleitje.

DANSVOORSTELLING

Dan lopen we nog snel even naar The Golden House. De kleine kinderen willen graag voor ons dansen. Via de karaokeset, die we vorige keer gekocht hebben, wordt een CD van Justin Bieber gedraaid en als de verlegenheid eraf is, staat iedereen te dansen en te springen. Een gemiddelde kinderdisco in Nederland kan hier nog een puntje aan zuigen. Sommige kinderen kunnen echt fantastisch dansen. Anderen springen als apen rond. En de meisjes kennen alle liedjes uit hun hoofd. In de deuropeningen staan tientallen grotere jongens en meisjes te kijken. Ze klappen na elke song, maar zijn te verlegen om zelf mee te doen. Frederique doet wel lekker mee, maar ik ben niet zo’n danser. Als Frederique en ik Yi Mon op een gegeven moment van haar stoel trekken, wordt iedereen gillend gek. Yi Mon wil zich zo snel mogelijk uit de voeten maken, maar dat staan we natuurlijk niet toe. Maar veel danspasjes komen er niet bij Yi Mon. Bij mij trouwens ook niet hoor! Het is inmiddels bijna 21.00 uur en eigenlijk moeten we terug naar het hotel, maar het is zo gezellig dat we besluiten om nog een half uur te blijven. En als dan eindelijk de muziek uitgaat, steken Frederique als twee muizen de straat over naar het hotel. Geen politie te zien, gelukkig. Wat een leuke afsluiting van de dag, deze dansavond.

DONDERDAG 24 JULI

FREDERIQUE IS ZIEK

Als de wekker om 7.45 uur gaat, geeft Frederique aan dat ze ziek is. Zeis aan de diarree en heeft overgeefneigingen. Ze kleed zich aan en gaat toch even mee naar het terras, maar krijgt geen hap door haar keel, de zielenpoot. Er zit niks anders op dan dat ik alleen met Yi Mon inkopen ga doen.

INKOPEN DOEN

We gaan eerst een opbergkast uitzoeken voor enkele jonge stafleden die nog geen opbergplek voor hun spullen hebben. In de zaak begroet een Nederlandse man me in het Nederlands en zegt daarna: Engels met een Nederlandse accent herken ik uit duizenden. Yi Mon kiest voor een bruine kast van houtfineer met vijf legplanken. De kast kost ongeveer 50 euro. Voor nog geen drie euro meer wordt de kast gebracht en op school in elkaar gezet. Dat is handig. We kopen vaker in deze zaak en de mensen kennen ons intussen. De prijzen staan op de artikelen, dus daar kan niet mee gesjoemeld worden. We krijgen zelfs nog wat korting. Dan gaan we naar de zaak waar ze grote Panasonic rijstkokers verkopen. Yi Mon wil er graag één bij hebben, want het lukt net niet om aan de lopende band rijst te koken voor alle kinderen. Ik stel voor om er gelijk vier extra te kopen, want de rijstkokers die nu in het magazijn staan zijn al 4,5 jaar dag en nacht in gebruik. Maar Yi Mon wil liever het geld hebben en ze aanschaffen wanneer ze echt stuk zijn. Als ze de dozen moet opslaan, is ze bang dat er muizen in gaan wonen. Er wonen nogal wat grote bruine muizen in huis 1 tussen het plafond van haar kantoortje en de vloer van de eerste verdieping. Die eten ook regelmatig van de rijst en de groente. Ik stel voor om wat vergif te kopen, maar dat mag volgens de Boeddhistische traditie niet. In een volgend leven word ik dan zelf vergiftigd, legtYi Mon uit. Muizenvallen zetten is ook geen optie, maar een kat zou wel kunnen. We kopen ook een extra strijkijzer, zodat meer meisjes en jongens van The Golden House ’s avonds hun kleren kunnen strijken.

WAAROM U NAYAKA GEEN NEE KAN ZEGGEN

Als we terug zijn van het inkopen doen, spreek ik met Yi Mon uitgebreid over de nieuwe situatie die is ontstaan in The Golden House. Ik vertel haar dat ik met name teleurgesteld ben in het feit dat er wederom niet gecommuniceerd is met onze stichting door het schoolhoofd U Nayaka. Ik maak me zorgen om de explosieve toename van het aantal kinderen dat permanent op het schoolterrein woont. Yi Mon geeft aan dat U Nayaka in veel gevallen echt geen keus heeft. Hij krijgt nog veel meer aanvragen. Vaak overlegt hij met nabij gelegen kloosterscholen dat zij kinderen van klas 1 tot en met 9 opnemen, maar omdat de PDO High School één van de weinige scholen is waar de kinderen klas 10 en 11 kunnen doorlopen, krijgt hij ze uiteindelijk allemaal terug. Dat is de afspraak. Ook krijgt hij veel verzoeken van ouders uit dorpen waar nog regelmatig kinderhandel plaatsvindt. Dat is met name in de gebieden waar etnische minderheden wonen. De ouders zijn doodsbenauwd dat hun kind geroofd wordt en brengen het naar PDO. En dan is er nog een derde groep kinderen waarvan de ouders straatarm zijn. Vaak zitten ze huilend voor U Nayaka en smeken hem of hun kind naar zijn school mag. Daar komt bij dat inmiddels alle leerkrachten van de scholen in een straal van 50 kilometer rondom Mandalay trainingen hebben gevolgd op de PDO High School en de school daarmee een goede naam heeft opgebouwd. Het succes van U Nayaka en zijn school keert zich nu tegen hem, zeg ik. Yi Mon knikt bevestigend. Ik spreek af met Yi Mon dat ik U Nayaka op een nette manier zal vertellen wat ik ervan vindt en dat we daarna constructief gaan kijken hoe we grip kunnen krijgen op de nieuwe situatie.

EVEN EEN RUSTMOMENT

Als ik weer op de hotelkamer kom, ligt Frederique er nog flink ziek bij. Ze krijgt overgeefneigingen en even later komt alles eruit. Dat lucht zichtbaar op. Als ik een bord fruit bestel als lunch prikt ze zelfs een vorkje mee. Maar al snel gaat ze weer liggen, want ze is nog lang niet fit. Ik besluit om ook maar een middagdutje te doen. Het is vandaag de eerste dag dat de zon echt doorbreekt en het is echt bloedheet. Om 16.00 uur maak ik me gereed om naar de meeting met U Nayaka te gaan. Yi Mon en Nann Myint gaan met me mee.

EINDELIJK DE ZAAKJES OP ORDE

Ik vraag U Nayaka: Hebt u enig idee hoeveel werkbezoeken ik inmiddels afgelegd heb? Een stuk of tien , zegt hij. Het is mijn twaalfde bezoek, geef ik aan. Mijn eerste bezoek was in februari 2009. Frank had toen net de twee huizen aangekocht voor de slachtoffers van de cycloon ‘Nargis’. We hebben een stichting opgericht en voor die stichting verricht ik een hoop werk, samen met mijn medebestuurders. In mijn geval gemiddeld een halve dag per week, naast mijn drukke baan als leraar. Het is voor ons allen vrijwilligerswerk. Ons sponsorgeld komt van scholen en kerken in Nederland, die acties voor ons doen. Elke euro die binnenkomt gaat rechtstreeks naar het project. We hebben maar één project en dat is The Golden House. Als wij deze kant opkomen, is dat volledig op eigen kosten. Daardoor hebben we al zo’n 200.000 euro kunnen investeren in het verbeteren van de levensomstandigheden van de kinderen in The Golden House. Dat waren er in 2010 nog zo’n 70, in 2011 al zo’n 100, in 2012 reeds 120, in 2013 maar liefst 150. Toen ik in februari dit jaar hier was, had ik eindelijk het gevoel: Nu hebben we onze zaakjes op orde qua huisvesting en elementaire levensbehoeften, en kunnen we investeren in de toekomst van deze kinderen, zodat ze eerdaags op eigen benen kunnen staan. De lijntjes met de staf zijn kort en we mailen om de twee weken om elkaar op de hoogte te houden. En we in de afgelopen jaren erg van de staf en de kinderen gaan houden.

GEEN BETROKKENHEID

Maar de betrokkenheid die ik met hen voel, voel ik niet met u, U Nayaka. In de zes jaar dat ik hier kom, heb ik voor of na een werkbezoek nooit enig mailtje of telefoontje mogen ontvangen. Er hangt hier op de muur in uw kantoor: Als je iemand iets leert, vergeet hij het weer. Maar als je hem erbij betrekt, vergeet hij het nooit meer. Ik voel echter nauwelijks betrokkenheid. Ik had zo graag gehad dat u contact opgenomen had met ons en de nieuwe situatie tijdig had voorgelegd. Dan hadden we er als stichting alvast over kunnen praten en hadden waren we niet voor een voldongen feit geplaatst. Voorheen was er bij elk werkbezoek wel iets behapbaars dat we moesten oplossen, maar nu heb ik het gevoel dat het ons boven het hoofd groeit. En ik vrees ook bij uw eigen stafleden.

EXCUSES EN OPLOSSINGEN

U Nayaka luistert aandachtig naar mijn verhaal, zonder me te onderbreken. Dan vraagt hij netjes of ik klaar ben met mijn verhaal. Als ik ‘ja’ zeg, maakt hij zijn excuses. Het groeit mij ook boven het hoofd, zegt hij. Ik kan sommige kinderen gewoonweg niet weigeren. In april en mei stonden er elke dag tientallen ouders hulpeloos aan de poort met hun kind. Je moet me echt geloven, Nico, als ik zeg dat ik zeker 7 op de 10 kinderen afgewezen heb, omdat hun situatie niet schrijnend genoeg was. Wat betreft de 120 oudere meisjes die nu in de twee hallen wonen bovenin het nieuwe schoolgebouw: Zo gauw de nieuwe hal klaar is bovenop de Girls Dormitory - en dat zal over een maand of drie zijn - verhuizen we alle meisjes. Die zijn groot genoeg om voor zichzelf te zorgen en het is de bedoeling dat zij zelf gaan koken. Hun ouders kunnen hen daarbij ondersteunen. Wat betreft de 15 jongens die erbij zijn gekomen: Die zijn of te klein om novice te worden of ze zijn niet Boeddhistisch. Ik weet dat de Pandaw House overvol is, maar daar kan ik nu niks aan veranderen.

CONTRACT

Dat is voor mij een mooi bruggetje om aan te geven dat er zonder onze toestemming en zonder de toestemming van onze Australische partner Brian Pringle geen extra etage gebouwd mag worden op dat huis. Help me eraan herinneren, zegt U Nayaka tegen Yi Mon en Nann Myint. Dat moet u zelf ook onthouden, zeg ik, want wij hebben samen het contract getekend. Ik hou niet van contracten, zegt U Nayaka met een veelbetekenende glimlach.

STAFTRAINING

Dan roer ik achtereenvolgens een aantal onderwerpen aan: Staftraining, Engelse les met officieel examen, beroepsopleiding en uitstroom. U Nayaka is het met me eens dat het een goed plan is om de jonge stafleden, die straks samen met de nieuwe meisjes in de nieuwe hal zullen wonen, een gedegen staftraining te geven. Ook al moeten de meisjes straks grotendeels voor zichzelf zorgen, een aantal afgestudeerde meisjes uit The Golden House zal toch toezicht moeten houden.

BRIDGING CLASSES

Het plan voor uitbreiding van de Bridging Classes wordt door U Nayaka omarmd. De huidige klassen zijn gefaciliteerd met lesmateriaal en laptops door de organisatie New Education High Way. We spreken af dat ik contact ga opnemen met deze organisatie. Als zij merken dat een andere NGO zich gaat bemoeien met deze Engelse les en geld wil steken in goede leerkrachten en examenkosten, zijn zij wellicht bereid om meer laptops en oefenmateriaal beschikbaar te stellen. U Nayaka laat Nancy, die hoofd is van de pre-college klassen, een berekening maken. Het is de bedoeling dat de jongeren uiteindelijk het internationaal erkende IELTS-certificaat gaan behalen. We hebben hiervoor een sponsor
gevonden en dat weet U Nayaka.

BEROEPSOPLEIDING

Het kost me meer moeite om U Nayaka te overtuigen van het nut van beroepsopleidingen voor de jongeren die geen Engels willen leren, maar wel een vak. Toch zal dat de enige manier zijn om deze jongeren toe te leiden naar een zelfstandig bestaan. Wat er op dit moment gebeurt is dat er van onderen jonge kinderen instromen in onze woongroep, maar dat er aan de bovenkant (nog) niemand uitgaat. En dat moet wel gebeuren. Het kan niet zo zijn dat er straks alleen maar jongvolwassenen in onze huizen wonen, die niet de kans hebben gekregen om op eigen benen te staan. Uiteraard kan U Nayaka een aantal jongeren vragen voor staffuncties of docentschap. Maar die moeten dan op termijn wel naar een ander slaapgebouw verhuizen. Yi Mon en haar staf kunnen het netwerk van PDO gebruiken om goede stage- en opleidingsplekken te vinden voor de jongeren die liever met hun handen werken. Uiteindelijk stemt U Nayaka ook in met deze aanpak. Ik geef wel aan dat we hiervoor nog geen sponsors gevonden hebben en dat ik alles wat ik besproken heb nog voor moet leggen aan het bestuur. Uiteindelijk gaan we tevreden uit elkaar en spreken we af dat we elkaar zaterdag of zondag nogmaals spreken. Ook U Nayaka moet de kans krijgen om alles nogmaals te overdenken.

DE JUISTE AANPAK

Teruglopend naar The Golden House vraag ik Yi Mon en Nann Myint of ik het in hun ogen op de juiste manier aangepakt heb. Ik vind van wel, zegt Nann Myint. Je hebt op een rustige en respectvolle manier je betrokkenheid getoond en om de dezelfde betrokkenheid van U Nayaka gevraagd. En dat is niet teveel gevraagd voor al die inspanningen die jullie geleverd hebben en nog gaan leveren. We kunnen niet zonder jullie steun, geeft Yi Mon aan, en het is goed dat U Nayaka beseft dat hij beter en tijdig moet communiceren. Ik hoop alleen dat hij het ook gaat doen. Ik loop meteen door naar het hotel om te kijken hoe het met mijn zieke gaat. Frederique voelt zich wat beter. Ze heeft nog wat fruit en een sultana gegeten en houdt het daarbij. We zouden vanavond een hapje gaan eten met Yi Mon en Nann Myint bij een Birmees restaurantje vlakbij school. Frederique zegt: Ga jij maar lekker, dan kan ik rusten.

GEZELLIG BIRMEES ETEN

Om 18.30 uur lopen we naar het restaurantje, echter niet met z’n drietjes, maar met een grote groep. Er zijn High School studenten uit de VS over met hun begeleiders om een uitwisselingsprogramma voor te bereiden, er zijn een paar Duitse jongemannen en een Engelse vrouw mee die vrijwilligerswerk doen op school, die hebben weer twee andere jongens ontmoet en daarnaast schuiven er ook nog wat pre-college studenten van de school aan. Een gemêleerd gezelschap, waarmee leuke gesprekken ontstaan. Theresa, de vrouw die Engelse les geeft op PDO, heeft drie jaar in Frankrijk gewoond en gewerkt. Ze herkent Franse klanken in mijn Engelse uitspraak. Ik vertel Theresa over de man vanmorgen in de winkel echter vond dat mijn accent duidelijk Nederlands was. Nee hoor, zegt ze, je Engels is echt goed. Met de Duitse jongens praat ik een tijdlang in het Duits. Zij vinden het weer fantastisch dat wij Nederlanders zo goed Duits spreken. De Amerikaanse scholieren krijgen intussen van de Birmese meisjes hun eerste Birmese les. Leuk om dat allemaal te zien gebeuren aan de grote tafel. En ondertussen smullen we van de typisch Birmese gerechten. Voor drie personen moet ik zeggen en schrijven 6 euro afrekenen. En dat is inclusief drinken.

BOODSCHAPPENGELD

Rond 20.30 uur zijn we weer terug bij de school. De avondklok is nog steeds van kracht, dus iedereen moet om 21.00 uur binnen zijn. Ik loop nog gauw even op en neer naar het hotel om geld te halen voor Yi Mon. Ze gaat morgen onder andere kleding, slippers en schoolspullen kopen voor 150 kinderen. Dat is haar favoriete bezigheid. Ik heb haar niet voor niks de bijnaam ‘muis’ gegeven. Ze is altijd in de weer voor haar kroost om eten en spullen te verzamelen. Ik laat ook meteen het geld achter voor een nieuwe watertank op het dak van één van de huizen. Die is namelijk lek en kan niet meer gerepareerd worden. En dan steek ik om 21.03 de straat over. In de verte zie ik de zwaailichten van de politieauto’s al knipperen, die zo dadelijk aan hun controlerondes beginnen. Nog vijf minuten en dan is de stad weer in diepe rust. Nog een uur of wat en dan ben ik dat ook.

VRIJDAG 25 JULI

PLANNEN MAKEN

We slapen lang uit. Frederique voelt zich gelukkig een stuk beter en durft het aan om te ontbijten. Gisteren heeft ze bijna niks gegeten en dat maakt je extra slap. We willen morgen graag naar Inwa. Dat was in de 18e en 19e eeuw de hoofdstad van Birma, zoals Myanmar vroeger heette. Een aardbeving heeft een groot deel van de gebouwen onherstelbaar verwoest en daarom besloot de toenmalige koning om de hoofdstad te verplaatsen naar het huidige Mandalay. Overigens heeft Birma daarvoor nog een hoofdstad gekend en dat was Amarapura. Morgen willen de overblijfselen van Inwa gaan bekijken. We willen Yi Mon en een paar jongeren meenemen, die als staflid in The Golden House en op de school werken. Frederique gaat aan haar reisverslag werken en ik ga het een en ander bespreken met Yi Mon.

FILMOPNAMES

Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om wat filmopnames te maken van onderwerpen waarvan ik te weinig materiaal heb. Toen ik in februari van dit jaar opnames maakte voor de nieuwe promotiefilm, waren alle jonge kinderen al klaar met hun lessen en zaten de jongeren aan hun eindexamen. In Myanmar loopt de zomervakantie van maart tot en met mei. In de nieuwe film, die ik in de meivakantie gemonteerd heb, zitten voor mijn gevoel te weinig opnames van het dagelijkse schoolgebeuren. Ook mis ik nog wat andere details. Ik kon tijdens mijn vorige werkbezoek bijvoorbeeld nog geen opnames maken van het interieur van het nieuwe woongebouw, omdat de meisjes net overgehuisd waren en het een grote bende was.

EXCURSIE BESPREKEN

Als ik klaar ben met filmen, bespreek ik met Yi Mon de excursie van morgen naar Inwa en de excursie van zondag naar de dierentuin en het openbare zwembad. We vertrekken morgen om 7.30 uur, zodat we rond het middaguur terug zijn. Het is de laatste dagen erg heet ’s middags en daarnaast moet Yi Mon in de namiddag nog inkopen doen voor de excursie op zondag. We namelijk de lunch voor 83 kinderen mee naar de dierentuin. Ik vraag Yi Mon of alle kinderen tot en met klas 9 mee willen? Jazeker, zegt ze. Dat komt omdat jullie erbij zijn en omdat we ook gaan zwemmen.

NIEUWE WATERPUT GEREED

Als ik rond 14.00 uur terugloop naar het hotel, zijn de mannen die de waterput geslagen hebben klaar met hun werk. Ze hebben twee dagen extra moeten werken, omdat ze niet alle plastic pijpen in de grond kregen. Ze hebben er zeker 100 meter plastic pijp uit moeten trekken en hebben het gat daarna met de stalen pijpen nogmaals open geboord. Maar nu zitten alle plastic pijpen erin. Het water dat er nu uitkomt is bruin modderwater, maar dat komt omdat eerst alles schoongespoeld moet worden. De mannen gaan morgen een pomp aansluiten en een halve dag laten draaien. Daarna moet het water er een stuk beter uitzien. Yi Mon laat het water daarna testen in de stad bij een laboratorium. Hoewel we als stichting niet zo blij zijn met deze weg van de minste weerstand - we hadden liever samen met Förderverein Myanmar het watermanagement van de school verbeterd - is het wel fantastisch dat The Golden House straks zelfvoorzienend is qua water.

REISVESLAG MAILEN

Frederique lunchen samen op het terras van het hotel en bespreken de plannen voor morgen en overmorgen. Dan besluiten we om het eerste deel van onze reisverslagen te mailen. De verbinding op het terras is echter zo erbarmelijk dat ik uiteindelijk naar het schoolkantoor loop om daar te mailen. De controller U Win Nyunt heeft een ‘dedicated line’. En zo hebben 254 volgers van ons project een kwartier later een enorme bult leesvoer. Ik print de mailtjes die we zelf ontvangen hebben en loop dan weer terug naar het hotel. Daar zit Frederique te praten met Alex en Anneke uit Nederland. Ze zijn net aangekomen in Mandalay en willen graag weten wat er allemaal te zien en te beleven is. We bieden ze aan om - als ze dat leuk vinden - een kijkje te nemen op de school. We spreken niks concreets af. We zien elkaar vast nog wel deze week. Zeker omdat we vanwege de avondklok allemaal om 21.00 uur binnen moeten zijn.

FILM KIJKEN MET DE KINDEREN

Na het avondeten tonen we de nieuwe film van het project aan de kinderen en de staf. Dat heeft nog wat voeten in de aarde, want de DVD-speler in het meisjeshuis leest geen gebrande DVD’s. Gelukkig staat er in het jongenshuis ook een DVD-speler en daarop doet de DVD het wel. Stekkertjes eruit en mee naar het meisjeshuis. We draaien de film twee keer af, want het huis is te klein om met z’n allen tegelijk te kijken. De kinderen vinden het prachtig om zichzelf terug te zien. Zar Ni Khaing duikt weg als op de film te zien is hoe ze zich - overigens met kleren aan - wast aan de waterbak. Iedereen moet lachen om haar. Iedere keer als het schoolhoofd U Nayaka te zien is, houdt iedereen netjes stil. En daarna laait het gesprek weer op. Om vijf voor negen zijn we klaar met kijken. Dat komt mooi uit, want dan kunnen we precies om 21.00 uur in het hotel zijn en hoeven we de politie niet te tarten. De kinderen bedanken ons allemaal voor het laten zien van de film.

ZATERDAG 26 JULI

NAAR INWA

We zijn gisterenavond vroeg gaan slapen en dat is maar goed ook. Tussen 3.00 en 6.00 uur trekt er een enorm onweer over en regent het voor ’t pijpenstelen sinds we hier zijn. Ik word om 5.00 uur waker en slaap daarna niet meer echt. Om 6.15 uur gaat de wekker en om 7.00 uur zitten we aan het ontbijt. Dat is erg vroeg voor onze doen. Maar op zich wel goed, want als we maandag naar Shwebo gaan om de ouders van Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai te bezoeken, rijden we om 5.30 uur aan. Iets over half acht komt het taxitruckje aanrijden, waarmee we naar Inwa gaan. Yi Mon, Thu Zar Win, Eain Thit Sar Shin en Yin Yin Aye zien er op hun mooist uit. Echte dames die een dagje op stap gaan. Het duurt ongeveer een uur voordat we de oversteekplaats aan de Ayeyarwady rivier bereikt hebben. Inwa is namelijk een eiland dat alleen per boor te bereiken is. Als toeristen betalen we uiteraard twee keer zoveel als de lokale bevolking. Aan de overkant onderhandelen we over twee paardenkoetsjes, die ons naar de bezienswaardigheden zullen rijden. Frederique en ik betalen 6 euro en de vier dames ieder 2 euro. Verderop zullen we nog 8 euro per persoon entreegeld moeten betalen. ’t Is niet anders.

TEAKHOUTEN BAGAYA KLOOSTER

En zo hobbelen we even later het eiland rond. We zien restanten van pagodes en de oude stadsmuur, maar ook plekken waar nog veel van de oude allure te bewonderen is. Eigenlijk hebben we maar drie hoogtepunten waar we stoppen, maar de koetsiers maken er geen punt van dat we hier en daar een extra stop inlassen. Het eiland heeft nog een behoorlijke oppervlakte. Hier en daar rijden we over verharde wegen en even later weer over zandpaden. Op veel plekken staan huizen langs de weg en hier en daar een klein winkeltje. Het eiland is gewoon bewoond. Dat herinner ik me niet meer van 11 jaar geleden, toen we hier met onze gids Winston rondreden. De eerste grote bezienswaardigheid is het teakhouten Bagaya klooster. Het is gebouwd in 1834 na Christus en is een waanzinnig staaltje Birmese bouwkunst. De daken en deurposten zijn prachtig versierd. Een vergelijkbaar klooster is het Shwe In Bin klooster in Mandalay, dat we een paar dagen geleden bezocht hebben. Gelukkig kunnen dit klooster ook vanbinnen bekijken. Het wordt niet meer als klooster gebruikt, maar is een officiële bezienswaardigheid geworden. De ronde steunpilaren in de prachtige hallen zijn zo dik dat ik mijn vingertoppen elkaar maar net kunnen raken als ik mijn armen om een paal sla. Terwijl ik het klooster film, maken de dames foto’s van elkaar met op de achtergrond het klooster. Als ik vertel dat Japanners dit ook doen, liggen ze in een deuk.

BAKSTENEN KLOOSTER

De volgende bezienswaardigheid is een oude uitkijktoren die tijdens de heerschappij van koning Bagyidaw dienst deed als wachtpost. Helaas is de toren tijdens de grote aardbeving in 1838 zo beschadigd, dat we er niet meer op mogen. Wel jammer, want dan had je pas echt een goed beeld gekregen van de omvang van de oude koningsstad Inwa. Ik zal op internet eens kijken of ik een overzichtsfoto kan vinden. De laatste grote bezienswaardigheid is het Mahar Aung Mye Bon San klooster. Het wordt ook wel het bakstenen klooster genoemd. Het is in 1822 gebouwd in opdracht van Nanmadaw Me Nu, de koningin die getrouwd was met de eerder genoemde koning Bagyidaw. Ook dit gebouw had veel geleden van de aardbeving in 1838, maar werd door dochter Sinphyumashin in 1873. Het is een prachtig staaltje negentiende-eeuwse Birmese bouwkunst. Qua bouwstijl lijkt het op de houten kloosters, maar dan helemaal van baksteen en pleisterwerk. Eigenlijk zijn het drie hallen, die over elkaar heen gebouwd zijn. Binnenin staat uiteraard een zeer fraai Boeddhabeeld. Het gebouw staat op ontelbaar veel dikke stenen pilaren. Het heeft wat weg van de enorme tempels in Bagan. Bagan is eeuwenlang het spirituele hart geweest van het Boeddhisme in Myanmar. Goh, wat is dit klooster mooi. Frederique kan zich nog herinneren dat we hier in 2003 met onze gids Winston rondliepen en dat het ongelooflijk heet was. Dat laatste was ik op mijn beurt weer vergeten. ’t Is hier eigenlijk altijd heet.

BEDANKT VOOR DE LEUKE EXCURSIE

Heet begint het nu overigens ook weer te worden. Het water dat vannacht gevallen is, begint te verdampen. Ik schat in dat het zo’n 37 graden is. Tijd om terug te gaan naar de veerpont. Al hobbelend op onze paardenkoetsjes genieten we voor de laatste maal van het rustige, landelijke leven op het eiland. En een uur later staan we weer bij ons hotelletje. We nemen afscheid van de dames en bedanken hen voor de leuke ochtend. Ook wij worden door hen hartelijk bedankt. Dit was een leuke excursie om zo met z’n zessen te doen. De dames waren nog nooit op Inwa geweest en wij waren grotendeels vergeten hoe mooi het was. We gaan wat eten op het terras en dan even wat uitrusten. Vanmiddag om 16.00 uur gaan we met Yi Mon naar de markt om inkopen te doen voor de excursie van morgen.

U ZAR NAY YA

Nadat ik het reisverslag bijgewerkt heb, loop ik alvast richting de school. Ik zou eigenlijk om 16.00 uur met U Nayaka overleggen, maar zonder Nann Myint en Nancy, de vrouw die leiding geeft aan de staf van de pre-college klassen, heeft dat niet zoveel zin. Nancy is net terug uit Yangon en Nann Myint is vandaag en morgen met een groep buitenlandse studenten naar het stadje Pyin U Lwin voor een agrarisch uitwisselingsprogramma. Maar als ik bij het kantoor van het schoolhoofd aankom, ligt hij nog te slapen. Ik besluit om even naar U Zar Nay Ya te lopen. Dat is het hoofd van de 500 - wat zeg ik - inmiddels 630 novicen. Ik heb hem deze week nog niet gesproken. Hij is blij om me te zien. Ik had je deze week al gezien, zegt hij, maar je had het te druk met andere zaken om je te storen. Geeft niks, zeg ik, nu hebben we een half uurtje om samen bij te kletsen. Als er iemand een vriendelijke en bescheiden monnik is dan is hij het wel. Het gebouw is zo vol, zegt hij. Op de derde en vierde etage moeten de novicen buiten op de galerij slapen. Ook U Zar Nay Ya vertelt het verhaal dat U Nayaka in veel gevallen gewoon geen ‘nee’ kan zeggen tegen ouders die hun kind op de PDO High School aanmelden. Ik hoor dezelfde verhalen over kinderhandel, dorpen van etnische minderheden waar kinderen niet veilig zijn omdat er gevochten wordt en ouders die zo straatarm zijn dat hun kind nergens anders naartoe kan. We hebben het ook nog even over de grote grondwaterput die recht voor het novicengebouw geslagen wordt. Dit is al de tweede plek op het schoolterrein waar het bedrijf geen succes heeft. Ditmaal komen ze op allerlei diepten wateraders tegen. Als ze de stalen pijpen eruit trekken, loopt de put vol slijk. Ze gaan nu proberen om een soort cement mee in de bodem te pompen. Als de stalen pijpen dan teruggetrokken worden, loopt de put hopelijk niet vol water en kunnen ze de plastic pijpen één voor één in de grond steken. Maar U Zar Nay Ya heeft er geen goed gevoel over.

MEETING VERPLAATSEN

Nadat we elkaar hartelijk de hand hebben geschud, loop ik terug naar het kantoor van U Nayaka. Hij is net op. We gaan even zitten en ik stel voor om onze meeting naar morgenmiddag te verplaatsen. Dan kunnen wij samen Nancy alvast bijpraten. De tweede meeting met Nann Myint erbij kan op dinsdagmorgen om 8.30 uur plaatsvinden. Als er dan nog zaken geregeld moeten worden, kunnen die dinsdagmiddag en -avond gedaan worden. Woensdagmorgen nemen we namelijk alweer afscheid van de staf, de kinderen, het project en de school, en reizen we door naar Vietnam voor ons tweede reisavontuur. Nancy wordt gebeld en de afspraken worden bevestigd. En dan staan Yi Mon en Frederique op de stoep om naar de markt te gaan.

IK DOE HET VOOR DE KINDEREN

In Mandelay zijn de winkels altijd open en is het altijd markt. Alleen op Boeddhistische feestdagen zijn er wat grote winkels en shoppingcenters dicht. Vandaag is dat ook het geval. Maar markt is het altijd. We beginnen op de groente- en fruitmarkt, waar vrachtwagens vol watermeloenen, honingmeloenen, ananassen, tamme kastanjes, Chinese kolen, rettich, tomaten en nog veel meer gelost worden. Die worden weer doorverkocht aan handelaren en die verkopen ze weer door aan de winkels. Vandaar dat Yi Mon naar deze plek gaat, want hier is het ’t goedkoopste. Frederique vraagt of ze graag dit soort inkopen doet. Niet echt, zegt ze, maar ik doe het voor de kinderen. Als ik weer met een truck vol groenten en fruit kom aanzetten, worden ze blij. Daarna gaan we naar de visafslag. Morgen nemen we een viscurry mee naar de dierentuin. Dat vinden de kinderen zo lekker, zegt Yi Mon. Ze koopt ook meteen allerlei kruiden en een enorme zak chilipepertjes. Sommige kinderen houden echt van spicy eten.

DE MARKT

Het is een gekkenhuis tussen de markthallen. Vrachtwagens rijden af- en aan. Handelaren kopen grote partijen op en overal lopen jongens met enorme zakken eten te sjouwen of laaien ze op houten karren. Als je hier iets koopt, wordt het voor een fooitje netjes in je truck gelegd. Het is wel een smeerboel op straat. Zeker nu het vannacht zo geregend heeft. Je moet echt opletten waar je loopt. Maar er zijn ook schoonmakers aan het werk, die overal de straten schoonvegen voor de volgende dag. Wat een bedrijvigheid hier. Het is een grote verkeersopstopping. Maar ja, er wonen ook 3,5 miljoen inwoners in Mandalay, dus er wordt elke dag een enorme partij voedsel geconsumeerd. Yi Mon vertelt dat ze tweemaal per week naar deze markt gaat. De rest koopt ze op de avondmarkt, vlakbij de school. Maar die markt is veel kleiner en alles is er daarom duurder. Na een uur of twee rijden we met een halfvolle truck terug naar The Golden House.

HEERLIJKE SMOOTHIES

Wij laten ons afzetten bij Cafe City. Dat is het fancy restaurantje waar we deze week al een keer vaker gegeten hebben. Het is ook wel eens lekker om wat anders te eten dan rijst of noedels met een curry. Ze hebben er ook heerlijk smoothies. Ditmaal heb ik er één met lemon, ananas, kokosnootmelk en grenadine. Naast ons en verderop zitten groepen Chinezen te eten. Veel chinezen drijven handel in Myanmar en verdienen daar goed aan. Zij kunnen het zich veroorloven om in een restaurant zoals dit te gaan eten. Het is tweemaal zo duur als een normaal restaurant en nog eens twee keer zo duur als een lokaal restaurantje voor de Birmezen zelf. Maar voor ons is het nog steeds erg goedkoop. We eten en drinken samen voor 12 euro.

VROEG NAAR BED

Daarna lopen we terug naar ons hotel. We komen Alex en Anneke op straat tegen. Zij zijn vandaag met een taxi o.a. naar een nat-festival bij de pagode van Mingun geweest. Nat staat voor nature spirit, oftewel natuurgeest. In Birma worden niet alleen Boeddha en voorouders vereerd, maar ook natuurgeesten. Denk aan de geest voor een goede reis, de geest voor goede gezondheid, en ga zo maar door. Ook hebben Alx en Anneke, net als wij, Inwa bezocht, maar dan ’s middags. We kletsen even wat en lopen dan terug naar het hotel. Het is inmiddels 19.45 uur en we zijn allebei moe. Deze keer steken we de straat niet meer over om naar de kinderen te gaan. Morgenvroeg zien we de 83 jongsten als we naar de dierentuin en het zwembad gaan. We gaan het zweet van de dag van ons afspoelen en maar eens vroeg naar bed.

ZONDAG 27 JULI

GRATIS ENTREE

Als we rond 8.45 uur het schoolterrein op lopen, zitten de twee trucks waarmee we naar de dierentuin en het zwembad gaan al vol. De kinderen zijn uitgelaten. Alle kinderen tot en met het negende leerjaar mogen vandaag mee en dat zijn er 83. Daarnaast mogen er enkele kinderen mee die al in leerjaar 10 of 11 zitten. We kennen ze al vanaf de start van ons project en ze zijn ons heel dierbaar geworden. Zoals gewoonlijk duurt het nog een kwartier voordat we vertrekken. De bus met de jongens schudt op en neer, terwijl ze hee, hee, hee roepen. We liggen in een deuk. Nog geen kwartier later staan we al voor het hek van de dierentuin. De dierentuin ligt aan de voet van Mandalay Hill, de heuvel aan de noordkant van de stad, met een fraaie pagode daarop. We moeten nogmaals een kwartier wachten, want Yi Mon is aan het onderhandelen of we gratis binnen mogen. Ze heeft een aanbevelingsbrief van U Nayaka bij zich. De vorige keer mochten de kinderen gratis binnen, maar moesten Frederique en ik gewoon entree betalen. Nu hebben we ook Teresa, Steve en Julius bij ons. Die hebben gevraagd of ze ook mee mogen. Ze hebben respectievelijk drie maanden en een maand op PDO High School lesgegeven. Teresa heeft Engelse les gegeven, Steve sportles en Julius ook Engelse les. Na een kwartier komt Yi Mon teruggelopen en warempel… we mogen allemaal gratis binnen.

MANDALAY ZOO

Het drupt nog een beetje. Vannacht heeft het weer flink geregend. We lopen eerst naar een groot afdak en daar wordt de groep in vieren verdeeld. Daarna gaan we rondlopen. Maar al gauw vallen de groepen uiteen en komen we bij de kooien allerlei kleine groepjes tegen. Dat maakt eigenlijk niet uit, want de dierentuin is niet zo groot en heel overzichtelijk. We zien o.a. otters, slangen, herten, beren, apen, krokodillen, tijgers, nijlpaarden, dromedarissen, olifanten en heel veel kleine en grote vogels. Veel van de dieren zijn heel klein behuisd. Sommige dieren mogen gevoerd worden. In de dierentuin is ook een kunstmatige rotspartij met waterval gebouwd, waar de kinderen op mogen klauteren en er is een mooie hangbrug, waar natuurlijk iedereen overheen wil.

SPELLETJES EN LUNCH

Dan is het tijd om spelletjes te doen. Cho Cho gaat in de toekomst sportles geven aan de meisjes op school. Ze volgt al een jaar een training en kent inmiddels allerlei leuke balspelletjes. De meisjes hebben de grootste lol. De jongens vermaken zich in de speeltuin of voetballen wat tussen de bomen. Omdat het geregend heeft, is het ontzettend broeierig en al gauw loopt het zweet over onze rug. Yi, de kok van The Golden House, heeft vanmorgen met een aantal kinderen een heerlijke viscurry gemaakt. Die wordt door de kinderen als lunch gegeten. En daarna is het tijd om naar het openbare zwembad te gaan.

ZWEMMEN

De dierentuin heeft een achteruitgang, die bij het zwembad uitkomt, dus dat is handig. We mogen voor de halve prijs naar binnen en de kleintjes helemaal gratis. Ik moet 37.000 kyat afrekenen. Dat is ongeveer 30 euro. Iedereen gaat zich omkleden. De meeste grotere meisjes zwemmen in hun kleren. Enkele meisjes dragen een nieuwe stijl Birmees badpak. Dat is een badpak met lange pijpjes en mouwtjes, met daaraan vast een rokje. Het ziet er heel fleurig en charmant uit, maar toch zijn ze nog heel onzeker. Maar dat is gelukkig snel over als we in het water liggen. Terwijl de kleintjes zich vermaken in het kinderbadje, hebben de groten veel plezier lol in het grote zwembad. Teresa, Steve, Julius en ik zijn uiteraard leuke speelmaatjes. Frederique filmt alles vanuit de tribune. We hebben geluk, want het is opgehouden met druppen, het is volledig bewolkt en het water is heerlijk warm. Echt schoon kan ik het niet noemen, maar er zit wel chloor in, dat ruik je.

GESLAAGDE EXCURSIE

Na een uur verhuis ik naar het kinderbadje. Ik word door de kleintjes letterlijk het water ingesleurd. Als ik achterover val, sjouwen ze me het hele badje rond. Dat is nog eens een avontuur voor ze. Als ik mijn adem inhoudt en zolang mogelijk onder water blijf, proberen ze me uit alle macht naar boven te trekken. De spelletjes kunnen zo heerlijk simpel zijn bij deze kleine kinderen. Zo rond 13.30 uur is het tijd om terug te gaan naar school. Alle kinderen klauteren het bad uit, kleding zich om en klimmen weer op de twee trucks. Een kwartier later staan we weer op het schoolterrein. Het is goed dat het zondag is, want ik schat in dat er veel kinderen een middagdutje gaan doen. Dat is sowieso heel gebruikelijk hier. De kinderen gaan laat naar bed, slapen een uur of zes of zeven en doen na de lunch een middagdutje.

BANANENPANNENKOEKJES

Wij gaan met Teresa, Steve, Julius en zijn reismaatje Jacob eten aan de overkant van de school. Daar zit een ‘tee shop’ waar ze volgens hen de lekkerste nam ja met kikkererwten verkopen en heerlijke bananenpannenkoekjes. En het kost er geen knoop. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Het is slechts drie deuren verwijderd van ons hotelletje, maar we hebben er nog nooit gezeten. We kletsen nog gezellig na over onze avonturen in de dierentuin en in het zwembad. En natuurlijk ook over hun ervaringen en plannen en ons project. Een uur later lopen we richting ons huisje. Ik werk het reisverslag bij en gaat Frederique lekker lezen. Dan is het voor mij tijd om naar mijn afspraak met U Nayaka, Yi Mon en Nancy te gaan. We hebben om 16.00 uur afgesproken.

IELTS-EXAMENS

Nancy heeft het een en ander uitgezocht over de IELTS-examens. Er zijn twee levels: algemeen en academisch. In het eerste geval gaat het vooral om spreek- en luistervaardigheid. In het tweede geval gaat het ook om lezen en schrijven. De voorbereiding op een IELTS-examen duurt gemiddeld twee jaar. Een jaar Bridging Class is een goede start. Maar daarna moeten de jongelui minimaal een half jaar deelnemen aan de voorbereidende klas voor het examen. Ze kunnen voor 10 dollar een proefexamen maken. Als ze daar onvoldoende voor scoren, moeten ze nogmaals een half jaar aan de bak. Hebben ze wel een voldoende dan zijn ze klaar voor het examen. Dat kunnen ze, zoals ik al eerder schreef, op het consulaat doen in Mandalay en dat kost ongeveer 170 dollar. Nancy vindt het een uitstekend plan om onze leerlingen van The Golden House een officieel certificaat te laten halen. Het geeft ze absoluut kans op een betere baan of stageplaats, zegt ze. En als ze willen kunnen ze instromen in het pre-college programma dat al twee jaar met succes draait op PDO.

OPTUIGEN VOORBEREIDENDE KLAS

We hebben momenteel 30 afgestudeerde jongeren in The Golden House. Yi Mon schat in dat er zo’n 20 interesse hebben om op niveau Engels te leren spreken, lezen en schrijven. Voor het komende jaar zou dat een extra Bridging Class inhouden. Daarna moet de voorbereidende klas voor het IELTS-examen opgetuigd worden. Nu wordt er voor de enkeling die het internationaal geaccepteerde examen doet, gebruik gemaakt van de apparatuur en de faciliteiten van de pre-college klas, maar daarvoor wordt de groep straks te groot. Het is wijs dat wij als stichting contact opnemen met de organisatie New Education Highway. Zij hebben al geïnvesteerd in het pre-college programma. We kunnen wellicht samen optrekken in het faciliteren van deze klas. De jongeren krijgen straks elke dag een uur les en moeten dan twee uur zelfstandig of in groepjes aan de slag. Elke dag, wel te verstaan. Er moet een serieuze hoeveelheid aan opdrachten, verslagen en werkstukken gemaakt worden. Daarvoor is een klasinrichting vereist zoals in onze Westerse wereld. Denk aan een goede draadloze internetverbinding, laptops, een multifuctional (printer, scanner en kopieerapparaat), een whiteboard, een beamer en fatsoenlijk meubilair. Nancy gaat een begroting maken voor de komende drie jaar.

VERVOLGAFSPRAAK

We spreken af dat Nancy, Nann Myint en ik elkaar dinsdagmorgen om 8.30 uur nogmaals uitgebreid spreken. Nann Myint is namelijk de programmamanager van de Bridging Classes, waar we het eerste jaar mee te maken hebben. U Nayaka hoeft daar niet meer bij te zijn. Ik bedank Nancy hartelijk voor de tijd die ze er al ingestoken heeft en dan gaan we uit elkaar.

ADMINISTRATIE EN MUGGENBULTEN

Nadat Frederique en ik een bord fruit gegeten hebben in het hotel gaan we naar The Golden House. Frederique heeft nog een setje vingerpoppetjes wat ze graag aan de kinderen wil geven. Ik ga met Yi Mon aan de slag om de financiële administratie van deze week in orde te maken. Yi Mon heeft alles al netjes in een spreadsheet gezet. We zijn binnen het uur klaar. Ook heeft ze een spreadsheet voor onze stichting bijgehouden waarin te zien is waaraan ze het handgeld voor dringende zaken heeft besteed. Beide spreadsheets zet ik op mijn laptop en dan is het precies 20.55 uur, dus hoogste tijd om de straat over te steken, zodat we binnen zijn voordat de avondklok ingaat. Als Frederique haar T-shirt uittrekt, zie ik dat ze helemaal onder de muggenbulten zit. Ze is maar liefst 125 keer gestoken op haar schouders en op haar rug. Gelukkig heeft ze niet veel jeuk, maar haar huid reageert er wel heftig op. Om 21.30 uur gaan we slapen, want morgenvroeg gaat de wekker om 4.30 uur.

MAANDAG 28 JULI

VROEG OPSTAAN

Wat een straf is het toch om zo vroeg op te moeten staan. Ik zal er nooit aan wennen. Vraag je mij op te blijven en iemand om 3.00 uur ’s nachts weg te brengen dan ben je bij mij aan het goede adres. Vraag je mij om 3.00 uur ’s nachts op te staan voor hetzelfde dan ben ik een wrak. Afijn, we gaan een superleuke dag tegemoet, dus ik heb het er graag voor over. Om 5.00 uur wordt er op de deur geklopt en wordt ons ontbijtje gebracht. Om 5.30 zitten we buiten op het muurtje bij de hotelpoort klaar, maar de dames laten nog 20 minuten op zich wachten. De zon komt op en we zien rijen novicen en monniken door de straten lopen met hun bedelnap om eten te verzamelen voor deze dag. Zo gaat dat hier al eeuwenlang en zo zal het nog heel lang gaan. Als de grote auto van U Nayaka voor komt rijden met chauffeur, missen we Nann Myint, de zus van Yi Mon. Die is gisterenavond laat teruggekomen van een werkbezoek met buitenlandse studenten aan het stadje Pyin U Lwin en voelt zich niet fit genoeg om mee te gaan. Maar Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai zitten te popelen om te vertrekken. We gaan vandaag hun ouders en familie ontmoeten. De ouders van Yi Mon hebben we al vaak ontmoet, maar de ouders van Cho Cho en de moeder van Tsai Tsai nog nooit. Er zal vast en zeker ook veel familie op bezoek komen om te kijken naar die witte buitenlanders.

RODE FLUIMEN

We hebben 3,5 uur te rijden. In het begin kletsen we nog wat, maar dan vallen we allemaal een uur of wat in slaap. Onze chauffeur is fit. Dat kan haast niet anders, want hij kauwt de hele weg lang op blaadjes met betelnoten en kruiden. Elk half uur gaat het raam open en vliegt er een dieprode fluim naar buiten. Als hij lacht is het net alsof hij net bloed gedronken heeft. Tussen zijn tanden is alles rood. Het laatste uur wisselen we allerlei wetenswaardigheden uit over de families van de dames. Het blijkt dat er onderling heel veel connecties zijn en dat de helft van de staf van de PDO High School uit de regio van de dames komt.

LEVEN EN DOOD

Om 9.00 uur rijden we het erf van de ouders van Yi Mon op. Hla Hla en Soe Aung staan al te zwaaien. Ook grootmoeder (84) staat op de uitkijk. We worden zoals elke keer hartelijk onthaald. Wat een leuke mensen zijn dit toch! Natuurlijk komen er nog wat ooms en tantes kijken. Vader begint meteen te vertellen over de bloemzaadjes die we de vorige keer meegenomen hebben. Het is te heet geweest in april en mei, dus de plantjes zijn helaas verdroogd. De groenten gaat hij nog zaaien. Het regenseizoen is begonnen en dat is de tijd om ze te planten, maar er is nog nauwelijks regen gevallen. In deze streek is het de laatste tien jaar veel droger geworden en dat is een drama voor de boeren. Ik geefvader nog wat meer groetenzaadjes en daar is hij blij mee. De oma van Yi Mon vraagt hoe het gaat met de moeder van Frederique. De ouders van Yi Mon waren al op de hoogte dat ze gestorven is, maar oma nog niet. Als Frederique even een traantje laat, komt Hla Hla ze troosten. Oma zegt: Als ik ooit ziek word dan geef me maar een overdosis medicijnen. Een mooi bruggetje om uit te leggen dat zoiets in Nederland, uiteraard met de nodige omzichtigheid, mogelijk is. En dat de moeder van Frederique daar ook voor gekozen heeft. Er wordt met aandacht geluisterd en instemmend geknikt als Yi Mon onze woorden vertaald.

LUNCHTIJD

Om 10.00 uur staat onze lunch al klaar. Vader en moeder hebben samen gekookt. SoeAung heeft onthouden dat ik in februari de curry van varkenszwoerd zo lekker vond en die heeft hij speciaal weer gemaakt. Koken kunnen ze wel, de ouders van Yi Mon. Alle schaaltjes worden nogmaals bijgevuld, maar we zitten echt ‘waa bie’ oftewel ‘vol’. De broer van Yi Mon komt nog even langs met zijn kleine kindje. De vorige keer moest het meteen huilen toen het mij zag en nu weer. ‘Oelee Nakkanwee’, oftewel ‘ome snor’ ziet er blijkbaar griezelig uit. We moeten er allemaal hartelijk om lachen. Het is inmiddels 10.30 uur en tijd om verder te gaan. Het was ditmaal een kort bezoekje, maar niet minder waardevol. We nemen afscheid van iedereen en stappen weer in de 4-wheel-drive om naar het dorpje te gaan waar Cho Cho haar jeugd heeft doorgebracht.

JEUGDHERINNERINGEN

Onderweg komen we de school van Yi Mon tegen. In veel dorpen of daartussen staan overheidsscholen. Vaak zijn het alleen lagere scholen of zogenaamde middelscholen, waarbij er lesgegeven wordt tot en met leerjaar 9. Yi Mon en haar vriendinnen moesten elke dag vanuit hun dorp anderhalf uur lopen naar deze school. Het hek is dicht, maar de school is in vol bedrijf. Yi Mon is een beetje onzeker of ze wel binnen mag, maar als ze aan de poort vertelt wie ze is, wordt die meteen voor haar geopend. Ze wenkt ons dat we ook mogen komen. Enkele leraressen van destijds werken er nog. Het hoofd van de school en een vriendin van vroeger, die nu op de school lesgeeft, leiden ons rond. Dat gaat allemaal heel gemoedelijk en hartelijk en Yi Mon straalt.

GASTVRIJHEID

De volgende stop zijn de ouders van Cho Cho. Die wonen in de plaats die vlakbij de oude school van Yi Mon ligt. Toch is Cho Cho daar nooit naar school gegaan. Ze woonde namelijk vlakbij een andere overheidsschool. De ouders van Cho Cho zijn lieve en bescheiden mensen. Als je Cho Cho’s gezicht van voren bekijkt, lijkt ze op haar vader, maar van opzij lijkt ze op haar moeder. Uiteraard staat hier de tafel ook vol lekkernijen, zoals fruit, pinda’s en koekjes. Ik stel wat vragen en daar wordt netjes op geantwoord. Maar als ik vraag hoe vader en moeder elkaar hebben leren kennen, wordt iedereen opeens verlegen. Dat merkte ik ook al toen ik de ouders van Yi Mon anderhalf jaar geleden interviewde. Volgens Cho Cho wordt er in Myanmar nooit over dit soort zaken gesproken en ook de kinderen vragen er niet naar. Er wordt ook niet gesproken over de jongere broer van Cho Cho, die militair is. Ik weet dat Cho Cho en haar ouders daar niet zo blij mee zijn, maar het wel accepteren.

NIEUWE KLOOSTERSCHOOL

We maken een wandeling door de plaats richting de zes jaar geleden geopende kloosterschool. Er wordt nog flink gebouwd. De wiskundejuffrouw van Cho Cho en Tsai Tsai, die eerst lesgaf op de overheidsschool, is na haar pensioen gaan lesgeven op deze school. Ze vindt het superleuk om de dames weer te zien. U Nayaka, het schoolhoofd van de PDO High School, is 25 jaar geleden gestart met lesgeven aan kinderen onder een boom. Hier op deze kloosterschool gebeurt dat nog steeds. Een kleuterklas krijgt les in de schaduw van een enorme boom en twee andere klassen onder een rieten afdak. Maar het nieuwe schoolgebouw begint al aardig vorm te krijgen.

OMA EN OPA

Met de auto brengen we nog een bezoekje aan de andere oma van Yi Mon en Nann Myint. Dat is de moeder van hun moeder. Ze woont met een nichtje in dezelfde plaats als de ouders van Cho Cho. Ze is 83 jaar oud en nog best fit. Er worden alleen wat hartelijkheden uitgewisseld, want we moeten snel verder. We brengen ook nog snel een bezoekje aan de 98 jarige opa van Tsai Tsai. Hij woont bij één van zijn dochters. Hij is half blind en hoort slecht, maar is zeer gevat en praat nog als de beste. Blijkbaar zegt hij komische dingen, want iedereen moet lachen. Als ik vraag wat hij allemaal zegt, vertelt Tsai Tsai dat hij zei dat jonge mensen goede dingen moeten doen voor andere mensen. Dat is beter dan alleen maar aan jezelf denken! Een waarheid als een koe.

DE LOOKS VAN MOEDER

De moeder van Tsai Tsai woont in een plaats aan de Ayeyarwaddy rivier. Ze is daar gaan wonen toen Tsai Tsai in haar elfde leerjaar zat. Eén oudere zus is nog mee verhuisd. De andere oudere zussen woonden al op zichzelf. De oudste zus van Tsai Tsai is een tijdlang kokkin geweest in The Golden House. Haar oudste zoon is al een volwassen jongeman, die best aardig Engels spreekt. Het is een leuk gezin en moeder en de zussen hebben de grootste lol samen. Hier vallen geen stiltes, zoals bij de ouders van Cho Cho. Tsai Tsai is veruit de knapste van alle zussen en heeft de looks duidelijk van moeder. Als ik dat zeg, moeten ze allebei lachen. Moeder woont in een mooi stenen huis van twee verdiepingen dat smaakvol lichtblauw geschilderd is. Ook hier staat de tafel weer vol lekkernijen.

POTTENBAKKERIJ

We maken een korte wandeling naar de nabij gelegen pagode, die fraai aan de rivier ligt. Daar maken we wat foto- en filmopnames met het gezin. Daarna nemen we afscheid van moeder en worden we door de zussen meegenomen naar een pottenbakkersfabriek. Deze regio is daar bekend om. Op grote draaischijven worden de kleine en grote potten gedraaid. Ze worden om precies te zijn met de hand opgebouwd en daarna op de draaischijf glad gedraaid en geschaafd. Daarna worden er bloemmotieven aangebracht en worden de potten veelal felgroen of bruin geglazuurd. Ze worden gebakken in enorme met hout gestookte ovens. We rijden naar het nabij gelegen dorpje waar de potten verkocht en verscheept worden. Terwijl Yi Mon en ik wat potten uitzoeken voor The Golden House, zoeken de zussen ieder een klein presentje voor ons uit. Dat is lief van ze!

DOR VERSUS GROEN

Dan is het tijd om echt afscheid te nemen van de familie en rijden we via een andere route terug naar Mandalay. Een veel mooiere route dan de heenweg. Rondom de stad Shwebo, westelijk van Mandalay, is alles dor en droog. Aan de noordkant van Mandalay komen er een aantal riviertjes uit de bergachtige Shan-provincie. Via een netwerk van irrigatiekanaaltjes wordt het water over de rijstvelden verdeeld. Hoe dichter we richting de bergen komen, hoe groener alles wordt. Hier zijn de jonge rijstplantjes al uitgeplant in de rijstvelden. Rondom Shwebo wacht men nog op de regenbuien die bij het regenseizoen horen.

AFSLUITING VAN DE DAG

Rond 19.00 uur zijn we terug bij het hotel. We besluiten om niet meer naar The Golden House te gaan, maar om naar Cafe City te lopen om wat te eten en om onze mail te checken. Net voor 21.00 uur zijn we weer binnen en kan de hotelpoort op slot. Het was een superleuke en tevens lange dag, dus we gaan op tijd slapen.

DINSDAG 29 JULI

MEETING MET NANN MYINT

De dag begint voor mij met een meeting met Nancy, Nann Myint en Yi Mon. Nancy blijkt op het laatste moment echter weggeroepen te zijn, maar ze heeft wel een kort voorstel geschreven. Er zit ook een kostencalculatie bij. Ik neem de ideeën en het voorstel door met Nann Myint en praat haar bij over onze plannen voor de Engelse les. In het voorstel is ook een honorarium voor Nann Myint en docenten opgenomen. Tot nu toe is hun werk vrijwilligerswerk. Wanneer de groepen groter worden en er meer lessen gegeven gaan worden, kan dat niet zo blijven. Ik heb enkele vraagtekens bij de kostencalculatie en zal die vanmiddag doornemen met Paula uit Amerika. Zij is van de NGO New Education Highway. Ze blijkt hier drie maanden lesgegeven te hebben. Dat hoorde ik gisteren pas. Als we de Bridging Classes en de voorbereidende klas verder op willen tuigen, kunnen we hopelijk samen optrekken. Yi Mon heeft een meeting geregeld om 16.30 uur.

GEEN LESSEN VOLGEN

Als ik met Yi Mon terugloop naar The Golden House hoor ik iets wat ik nog niet wist: De helft van de leerlingen in leerjaar 11 volgt overdag niet de normale lessen. Ze vinden de klassen te vol, de uitleg te slecht en kunnen zich niet concentreren met 150 kinderen in de klas. Ze studeren overdag zelfstandig en nemen ’s avonds wel deel aan de extra bijles. Daar schrik ik toch wel van. Horen deze kinderen niet gewoon in de klas te zitten? Yi Mon vindt dat eigenlijk ook, maar krijgt ze niet aangespoord. Ik zeg: Je moet wellicht wat strenger zijn. Sommige kinderen hebben nu eenmaal een schop onder hun kont nodig. Als ik The golden House binnenloop zegt Yi Mon: Thet Thet Lin en Thae Nu Khaing zitten boven te studeren, maar volgen overdag ook geen lessen. Omdat ik deze meiden al zes jaar ken, besluit ik om eens met ze te praten. Ze vertellen dat de leraren slecht uitleggen en dat het veel te snel gaat. We studeren zelfstandig en gaan dan samen naar de bijles. Ik zeg dat ik daar wel van schrik en eigenlijk vind dat ze gewoon op school horen te zitten. Maar daar zijn de dames het niet mee eens. Ze zijn een beetje boos op me dat ik me ermee bemoei. Ik laat het er verder bij. Daar moeten de stafleden beter achtereen zitten, lijkt me.

TOEREN DOOR DE HEUVELS

Ik neem de scooter van Tsai Tsai mee, want vanmiddag gaan Frederique samen nog wat toeren door de omgeving. Aansluitend gaan we het bestelde houtsnijwerk ophalen bij de Mahamuni Pagode. Het is een hete dag met veel zonneschijn, dus smeren we ons goed in. In februari ben ik richting de heuvels van de Shan-provincie gereden en heb ik via allerlei bergweggetjes een klein dorpje bereikt, van waaruit je omhoog kunt klimmen naar een uitzichtpunt met een pagode. Dat wil ik Frederique graag laten zien. Naarmate we verder van de stad verwijderd raken, wordt de natuur steeds mooier en groener en de wegen steeds rustiger. Vrij gemakkelijk vind ik de weggetjes terug die ik vorige keer ook gereden heb. Frederique zit achterop, geniet van het mooie landschap en van het feit dat we er even samen uit zijn.

APENKOOI

Onderweg stoppen we bij een tempel waar wel 100 kleine apen rondspringen. Lokale mensen voeren ze, maar hebben stokken bij zich om de apen van zich af te houden als ze te gretig worden. Frederique heeft het helemaal niet op apen en blijft op een veilige afstand. De apen weten kennelijk wat een spiegeltje is. Ze springen op een aantal lege scooters die op het terrein geparkeerd staan, buigen de spiegeltjes naar zich toe en gaan zichzelf zitten bekijken. Dat is komisch en heb ik nog nooit gezien.

IN THE MIDDLE OF NOWHERE

Op weg naar het dorpje komen we allerlei pagodes en tempeltjes tegen, waar we even stoppen en van het uitzicht genieten. Dan rijden we een soort kloof in, waar in de regentijd en de winter een klein riviertje stroomt. Langs ons hoge rotswanden. Uiteindelijk komen we in het dorpje aan waar je omhoog kunt klimmen. Omdat het bloedheet is en we niet zoveel tijd hebben, besluiten we om dat niet te doen. Wel klauteren we een stukje omhoog om het dorpje goed te zien liggen. Het is hier echt rustig en vredig. Je hebt hier echt het idee dat je ‘in the middle of nowhere’ bent. Dan rijden we weer terug, maar nemen een andere, minder drukke weg terug naar de stad. We komen dan wat zuidelijker aan en dat is handig. We rijden een mooie route door de rijstvelden. Om ons heen worden de akkers in orde gemaakt en wordt de rijst uitgeplant. We stoppen regelmatig om even wat te filmen.

ONS HOUTSNIJWERK

En dan rijden we opeens de stad weer in. Het is meteen een stuk drukker. Na een minuut of tien bereiken we een grote, brede straat die van oost naar west loopt en ons voert in de richting van de Mahamuni Pagode. We parkeren onze scooter langs de kant van de weg en lopen op blote voeten richting de zuidelijke ingang. Daar vinden we meteen ons werkplaatsje terug. De twee mannen die het houtsnijwerk gemaakt hebben, halen het verlegen tevoorschijn. Als we zeggen dat het prachtig is, lachen ze en zien we opeens dat ze ook trots op hun werk zijn. Niet alleen de acht driehoekige ornamenten zijn erg mooi, maar ook de vier knoppen die bovenop de standers van het stapelbed gemonteerd worden. Alles wordt met zorg ingepakt, want het moet nog mee naar Vietnam in onze rugzak. We betalen de tweede helft van het afgesproken bedrag en geven nog wat fooi. We beloven om een volgende keer een foto te laten zien van het resultaat. Dat vinden de mannen leuk. Dus: Nou mà twee mè, oftewel: Tot de volgende keer. We lopen blij naar buiten. Als we nog eens iets moois willen laten maken dan weten we waar we terecht kunnen.

MEETING MET AYE SANDAR

Terug bij het hotel krijgen we wat fruit bij het drinken dat we bestellen. Dat komt goed uit, want ik snel naar mijn volgende meeting. Die is met Aye Sandar en Yi Mon. Aye Sandar geeft sinds april Engelse bijles aan onze kinderen van klas 6 tot en met 9. Het is een jonge lerares, die ook overdag Engelse les geeft op de school. Ze heeft het best druk en komt volgens Yi Mon niet altijd de verplichting na om driemaal per week les te geven op twee niveaus aan onze kinderen. Ik geef aan dat ik dat wel belangrijk vind. Daar betalen we als NGO tenslotte voor. Het blijkt dat ook veel jongeren uit leerjaar 10 deelnemen aan de Engelse les. De jongens van The Golden House laten het afweten. Ik geef Yi Mon de opdracht om vanaf nu de jongens ook naar de bijles te sturen. Aye Sandar heeft dan 75 kinderen die ze les moet geven. Ik stel voor om de bijles tweemaal per week te geven, maar dan wel aan drie groepen en zoals afgesproken op twee niveaus. Dat vindt ze een goed plan. We spreken af dat ze me om de paar maanden een update stuurt over hoe de lessen verlopen.

MEETING MET PAULA

Na een half uur zijn we klaar en heb ik de volgende meeting met Paula Osborn. Zij is vrijwilligster voor de NGO New Education Highway. Deze stichting heeft een onderwijsprogramma opgezet om via allerlei prikkelende computeropdrachten Engels te leren spreken. Ze rollen het programma nu in een aantal landen in de wereld uit. In Myanmar is de PDO High School de voorbeeldschool. Paula is 27, komt uit de VS, heeft twee Masters gehaald, heeft vier jaar in de Oekraïne gewerkt in kleine dorpen, gaat komend schooljaar weer verder studeren en heeft er net drie maanden opzitten op de PDO High School. Ze heeft samen met Nann Myint de Bridging Classes opgezet en samen met Nancy het pre-college programma verder vorm en inhoud gegeven. Ze is heel enthousiast over het plan om onze 30 afgestudeerde jongeren de mogelijkheid te geven om te participeren in de Bridging Classes. Ook het plan om een voorbereidende klas op te zetten voor het IELTS-examen vindt ze een goed plan. Ze geeft aan dat New Education Highway graag met ons wil samenwerken. Ze stellen graag extra laptops en lesmateriaal ter beschikking. Ik geef aan dat wij dan voor de verdere randvoorwaarden en een deel van de salarissen zouden kunnen zorgen. Uiteraard moet ik dit nog bespreken met onze bestuurders, maar dat begrijpt ze. Ze werkt zelf ook voor een NGO. We kijken samen nog even naar het voorstel van Nancy en wisselen dan contactgegevens uit. Paula gaat donderdag weer terug naar de VS om haar studie op te pakken. We zullen binnenkort verder van gedachten wisselen per mail. Als ik Paula vertel over het ontstaan en het verloop van ons project, is ze erg onder de indruk. Dit kan een mooie samenwerking worden, zegt ze.

SAMEN ETEN

Als ik vraag op ze al plannen voor het avondeten heeft, zegt Paula: Nann Myint gaat voor mij en Ollie koken en we wilden jou en je vrouw graag uitnodigen. Dat is natuurlijk erg leuk. Ik geef aan dat ik om 19.00 uur nog een motivatie speech ga houden voor onze afgestudeerde jongelui. We zouden om 19.30 uur kunnen afspreken. Omdat we ook nog afscheid willen nemen van de kinderen van The Golden House, hebben we ongeveer een uur. Maar dat vinden Paula en Nann Myint prima. Als ik terugloop naar The Golden House kom ik Thet Thet Lin en Thae Nu Khaing tegen. Normaliter komen ze meteen op me afgerend, maar nu ontwijken ze me. Zou ik ze vanochtend te hard aangepakt hebben? Ach we zien straks wel.

TAS INPAKKEN

Frederique en ik hebben een uur om alvast onze tas zover mogelijk in te pakken. Van die gelegenheid maken we gebruik. Onze kamer ligt bezaaid met spullen. Als je zo rondkijkt vraag je je af of we dat allemaal wel mee kunnen krijgen. We hebben cadeautjes uitgedeeld en wat houtsnijwerk gekocht en voor de rest is alles nog hetzelfde. Al gauw blijkt dat alles gewoon mee kan.

MOTIVATIE SPEECH

Dan is het tijd voor de laatste meeting van vandaag. Die is met de 30 jongelui die al geslaagd zijn voor hun middelbare school. Sommigen zijn net een paar maanden klaar, sommigen werken inmiddels als staflid op school, anderen geven ’s avonds bijles en enkelen studeren in leerjaar 1, 2 of 3 aan de deeltijd universiteit. Ik vertel ze dat we het belangrijk vinden dat ze een vak leren en binnen afzienbare tijd op eigen benen kunnen staan. Enerzijds omdat dit belangrijk is voor henzelf en anderzijds omdat The Golden House voller en voller wordt en we ervoor moeten zorgen dat er ook nieuwe kinderen geplaatst kunnen worden. Ze mogen zelf hun toekomstplaatje uittekenen en dat bespreken met Yi Mon. Het land roept om goed Engels sprekende jongelui, dus deelnemen aan de Bridging Classes en daarna de voorbereidende klas voor het IELTS-examen is een mogelijkheid. Maar als iemand liever automonteur, timmerman, kapster of naaister wil worden, dan is dat ook prima. We zullen dan proberen een passende stageplaats te vinden. Yi Mon en haar staf zullen hun netwerk in en buiten PDO gebruiken om dat voor elkaar te krijgen. En als stageplekken of vervolgopleidingen geld kosten, kan WCC daarin voorzien. Uiteraard hebben we als stichting geen ongelimiteerd budget en moet elk verzoek voorgelegd worden aan het bestuur.

VERLIEFDHEID VERSUS STUDEREN

De jongelui snappen waar het om gaat en wat hen te doen staat. Ze begrijpen ook dat ze zich in een bevoorrechte positie bevinden. Daar hoort wel een flinke dosis motivatie en verantwoordelijkheid bij, geef ik aan. Achterover leunen kan niet meer. Het moment is aangebroken om serieus over je toekomst na te denken. Ik ga ook nog even in op verliefdheden. Er wordt meteen gegniffeld. Verliefd worden en iemand vinden waar je de rest van je leven mee verder wilt, is fantastisch. Maar bedenk, zeg ik, dat je waarschijnlijk maar één kans in je leven krijgt om verder te studeren en een vak te leren en dat is nu. Word je verliefd, ben dan zo verstandig om je studie of stage af te maken. Maak afspraken met de staf wanneer je tijd aan je relatie mag besteden. Ga bijvoorbeeld ’s avonds naar het park. Maar als je in The Golden House bent, verwachten we wel dat je je taken verricht en je verantwoordelijkheid neemt. Ik geef het voorbeeld van Than Thun Aung. Hij heeft de liefde van zijn leven ontmoet op school, maar heeft zijn middelbare school niet afgemaakt. Hij wilde graag een IT-shop runnen, maar is nu scootertaxichauffeur. Hij had zoveel meer kunnen bereiken als hij voor zijn studie was gegaan en afspraken over bouwen aan zijn relatie met de staf had gemaakt. De jongelui knikken instemmend. Ik geef aan dat ik zijn beslissing uiteraard respecteer, maar hoop dat deze jongelui anders zullen beslissen. Yi Mon heeft op gezette momenten mijn speech vertaald. Nadat ik nog een paar vragen beantwoord heb, roep ik ‘bie bie’, oftewel: klaar!

SAMEN ETEN

Daarna is het tijd om te gaan eten met Ollie, Paula, Yi Mon en haar zus Nann Myint. Ze heeft voor ons gekookt. We eten in het lokaal van de pre-college klas. Ollie komt oorspronkelijk uit Duitsland, is 54 en woont al vier jaar op de PDO High School. Volgens Frederique had hij mijn oudere broer kunnen zijn qua postuur en humor. Hij geeft met name Engelse les aan de Fast Track klassen en in de pre-college klassen. We kletsen heel gezellig met elkaar, terwijl we genieten van wat Nann Myint allemaal klaargemaakt heeft. Dat zijn allerlei curry’s met paprika, maïs en aardappel. Die eten we met rijst. De bijgerechten zijn nootjes en een zure en spicy tamarindepasta. Met Ollie praat ik over ons plan voor de IELTS-examens. Weet wel waar je aan begint, zegt hij. Ik verwacht dat de jongeren na de Bridging Classes nog zeker twee jaar deel moeten nemen aan de voorbereidende klassen voor het examen. Goede informatie van Ollie! Nann myint kan lekker bijdehand doen en op een gegeven moment zijn Ollie en ik het zogenaamd ‘zat’. Ik zeg tegen Ollie: Kom we pakken haar en zetten haar buiten. Nann Myint begint te gillen als we allebei opstaan. Uiteraard hebben we haar samen zo te pakken. Ollie houdt de deur open en ik pak Nann Myint op en draag haar naar buiten. De rest komt niet meer bij. Gezellig om ons bezoek aan Myanmar zo samen af te sluiten.

AFSCHEID NEMEN

Dan gaan we voor de laatste keer naar de kinderen. Het is inmiddels 20.45 uur en eigenlijk moeten we voor 21.00 uur aan de overkant in ons hotel zijn, maar daar houden we ons niet aan. De kleinste kinderen in huis 1 liggen al te slapen, maar de anderen komen allemaal afscheid nemen. Ze zijn hier niet zo goed in afscheid nemen. Dat zijn ze niet gewend. Het dagelijks leven gaat gewoon door. Daar hebben we gewoon tien dagen deel van uitgemaakt. Ze zullen ons wel missen en wij hen. Als ik naar buiten loop om Thet Thet Lin en Thae Nu Khaing te zoeken, zitten ze samen te studeren aan een bureautje. Ik merk dat ze van streek zijn. Ik vertel ze dat ik vanmorgen gewoon geschrokken ben van het feit dat veel leerlingen in leerjaar 11 niet naar school gaan en alleen maar ’s avonds bijles volgen. En omdat zij vanmorgen boven zaten, ben ik naar hen toe gegaan om uitleg te vragen. Ik geef aan dat het niks persoonlijks is en ik absoluut niet boos ben of zo. Ik ben gewoon bezorgd, leg ik uit, zoals een vader of een leraar dat ook zou zijn. En ik voel alsof ik beide een beetje voor hen ben. Andersom is dat ook, want de twee grote meiden noemen me steevast papa. Terwijl ik het vertel rollen er grote krokodillentranen over de wangen van de twee meiden, die ik allebei zo graag mag. Zar Ni Khaing staat erbij en zegt: Je moet het niet persoonlijk opvatten, Nico, maar ze hebben gewoon moeite met de hele gang van zaken in The Golden House. Daar heb ik de vorige keer uitgebreid met ze over gepraat. Deze meiden worden echt te groot voor deze woongroep. Als ik merk dat ze er echt niet over kunnen en willen praten, laat ik het er maar bij. Ik vrees echter dat het toch aan me zal blijven knagen. We delen de laatste knuffels uit en lopen dan met Yi Mon, Cho Cho, Tsai Tsai en een hele bups kinderen voor de laatste keer naar de schoolpoort. ‘Ee pjoo baa see’, roep ik, en de kinderen roepen hetzelfde, maar dan in het Nederlands: ‘Slaap lekker’.

OP TIJD NAAR BED

Terug in het hotel pakken we onze tassen verder in, zodat we morgenvroeg niet hoeven te haasten. Het meeste hebben we vanmiddag al gedaan, maar nu hebben we ook onze kleding terug, die gisteren gewassen en gestreken is. Dat betekent dat we op tijd kunnen gaan slapen. Morgen hebben we een reisdag en dat is meestal flink vermoeiend.

WOENSDAG 30 JULI

I AM SO SORRY PAPA

Als ik rond 7.00 uur wakker word, spookt de situatie met Thet Thet Lin en Thae Nu Khaing door mijn hoofd. Als ik op het Fioretti College, de school waar ik werk, een keer woorden heb met een leerling en de leerling niet kan of wil praten dan doe ik dat de volgende dag of de week erna, als alles weer gezakt is. Maar hier betekent dat: over een half jaar en dat vind ik toch net iets te lang. Ik zeg tegen Frederique: Ik loop dadelijk toch nog even naar de overkant. We wassen ons voor de laatste keer in het hotel en pakken onze tas verder in. Dan lopen we de deur uit om nog eenmaal te ontbijten op het mooie overdekte terras. We zijn allebei verbaasd als daar opeens Thet Thet Lin en Thae Nu Khaing aan komen rennen. Ze hebben vast en zeker al een uur op het muurtje voor ons huisje gezeten. I am so sorry, papa, roept Thet Thet Linn. Ze lachen en ze huilen tegelijk. We pakken de meiden goed stevig vast en houden het zelf ook niet droog. Zar Ni Khaing had gelijk: Morgen is alles weer anders bij ze. We nemen ze mee naar het terras en ik leg nog eens goed uit waarom ik nou gisteren zo bezorgd was. En zo zitten we ruim een uur gezellig te kletsen, zoals we dat altijd doen met deze meiden. Wat super dat ze zich zo herpakt hebben. Gisteren lukte het ze niet, maar nu wel. We hebben slecht geslapen, zegt Thet Thet Lin, we hebben het er samen de halve nacht over gehad. De schatten!

AFSCHEID NEMEN

Dan is het tijd om echt afscheid te nemen. Deze twee kunnen niet mee naar het vliegveld, want de wagen van U Nayaka zit al vol. Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai gaan namelijk alle drie mee. Maar dat vinden de meiden niet erg. Alles is weer goedgemaakt. Ze huppelen samen terug naar school. Wij pakken de laatste items in, controleren de kamer en lopen naar voren als we onze ‘taxi’ voor zien rijden. Onderweg kletsen we gezellig over alles wat we deze week ondernomen hebben. Met name de dag waarop we hun ouders bezocht hebben, was memorabel. En zo denken zij er ook over. We maken nog een groepsfoto op het vliegveld en als de laatste knuffels zijn uitgedeeld, lopen we naar de incheckbalie. Nog eenmaal draaien we ons om, om te zwaaien naar deze fantastische dames en dan zijn we weer met z’n tweetjes. Het was een goed, vruchtbaar en gezellig werkbezoek en het is zoals altijd voorbij gevlogen. Bye Bye, Myanmar!