Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek mei 2011

Werkbezoek mei 2011 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in mei 2011. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. In dit geval betreft het een bezoek samen met zijn vrouw Frederique. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

Zaterdag 30 april

Het vliegveld van Mandalay, de stad waar de PDO High School staat en waar ons weeshuis zich bevindt, ligt een uur rijden van het vliegveld. Dat is elke keer een mooie rit om langzaam weer in het ritme en de sfeer van het Verre Oosten te komen. Dit keer staan Cho Cho, Tsai Tsai en Thet Thet Lin ons op te wachten achter het glas van de ontvangsthal. De eerste twee zijn stafleden en de derde is één van de weeskinderen. Het is inmiddels een vast ritueel geworden om van weerskanten even onze handen tegen het glas te drukken. Als we tien minuten later met onze bagage door de douanecontrole zijn, komt de echte omhelzing. Kussen doen ze hier niet. Tijdens de rit met de taxi worden de laatste nieuwtjes gedeeld en kijken we lekker om ons heen. We zien talloze brommertjes, vaak met het hele gezin erop, roestige auto’s, stampvolle pick-up trucks met koopwaar en mensen, rokende en puffende tractortjes, trage ossenkarren vol suikerriet, kraampjes met allerhande fruit, meertjes vol bloeiende waterhyacinten, mangobomen met bijna rijpe vruchten, eindeloos veel kinderen in smoezelige kleding, vrouwen die met een rijsthoed op in de blakke zon stenen staan te sjouwen voor een nieuwe weg, stoffige dorpjes met winkeltjes en werkplaatsjes en nog veel meer! Wat ons opvalt is dat de rijstvelden er nog zo groen bij liggen. Volgens Cho Cho en Tsai Tsai komt dat door de vele regen die in de afgelopen tijd is gevallen. Meer dan andere jaren in dit seizoen. Het zomerseizoen is officieel van start gegaan en dan zou het in Mandalay in het noorden van Myanmar nauwelijks moeten regenen. We genieten van de verhaaltjes tijdens de taxirit en het mooie landschap dat, naast de vele vuilnishopen, aan ons voorbij trekt.

Wat heerlijk om ‘onze’ weeskinderen weer terug te zien. Er komt een hele meute op ons afgerend als we voor de eerste keer door de schoolpoort lopen. Er is geen enkele terughoudendheid meer, niet bij de kleintjes en niet bij de groten. Het eerste uur doen we niks anders dan knuffelen en honderd keer de vragen ‘ni kaun la?’ en ‘pjo la?’ beantwoorden. Ja, het gaat goed met ons en we zijn super blij! Uiteraard volgt dan de bekende rondleiding langs de huizen en over de rest van het schoolterrein. We bewonderen als eerste de nieuwe keuken, die we met sponsorgeld hebben kunnen laten bouwen. Die ziet er echt goed uit! Het is een enorme verbetering ten opzichte van het houten hokje met de oude kastjes en kookpot op de vloer. Nu lopen we een keurig betegeld huisje binnen met een echt aanrecht, waarin twee wasbakken en twee stookgaten verwerkt zijn, zodat er op normale hoogte eten bereid kan worden. De enorme rijstkokers die we vorige keer gekocht hebben staan op een lange tafel aan de andere kant van de ruimte en doen het nog uitstekend. En dan te bedenken dat die apparaten elke dag driemaal gebruikt worden. De slaapkamer van de staf is nu verdeeld in een kantoortje en slaapkamer. Er moet alleen nog wat meubilair aangeschaft worden. Maar dat kunnen we laten maken in de timmerwerkplaats op school. Meisjeshuis 1 is volledig opnieuw geschilderd en heeft aan de achterkant een afdak gekregen. Buiten worden momenteel twee nieuwe douches en twee nieuwe toiletten gebouwd. Bovenop het gebouwtje komt straks ook de nieuwe drinkwatertank te staan.

In meisjeshuis 2 is een opslaghok weggebroken, waardoor er nu een mooie open ruimte is ontstaan. Daar krijgen de kinderen die komend jaar in het examenjaar zitten nu al voorbereidende lessen. Die worden gegeven door Yi Mon (de hoofdleidster), Cho Cho, Tsai Tsai en enkele leerkrachten die dat op vrijwillige basis doen. Die extra lessen worden gedurende het gehele examenjaar voortgezet. Aan meisjeshuis 2 is verder weinig veranderd. Het huis is in een dusdanig slechte staat, dat we hier op termijn een ander huis neer zouden willen zetten. Maar eerst moet het nieuwe huis klaar zijn. Dankzij een sponsor uit Australië wordt er naast meisjeshuis 1, op de plaats waar tot verkort nog onze eigen groentetuin lag, een compleet nieuw huis gebouwd in ‘family style’. De palen van de fundering worden momenteel gestort in een bouwput van meer dan twee meter diep. Er worden in eerste instantie twee verdiepingen op de fundering geplaatst, maar dat kunnen er op termijn vier worden. De voormalige groentetuin en het terrein voor de huizen is een grote bouwplaats geworden. Wat een puinhoop. Maar gelukkig is alles in september klaar. Wel jammer van de groentetuin, maar inmiddels heeft de school een ander stukje land aan kunnen kopen in de buurt van de grote schooltuin en daar kunnen de kinderen van The Golden House zich nu uitleven.

Aan het jongenshuis is verder weinig veranderd. De ventilatoren, die we de laatste keer gekocht hebben, doen hun werk. Dat is helaas niet te zeggen van de accu voor de noodverlichting. Die is na driekwart jaar al stuk. Dat is jammer, want dat dure ding hebben ze hard nodig als de stroom weer eens uitvalt - gemiddeld twee keer per week - en het studeren toch moet doorgaan. We zullen deze week waarschijnlijk een nieuwe kopen, maar de rekening en het kapotte apparaat wel meenemen, in de hoop dat we korting krijgen. Het is rustig in de huizen, omdat eenderde van de kinderen vanwege de zomervakantie terug is naar familie in hun geboortedorp. Verder zijn veel kinderen ergens aan het spelen op het schoolterrein met hun vriendjes en vriendinnetjes. Op dit moment zijn er 88 kinderen ‘thuis’. Normaal wonen er 130 weeskinderen.

Uiteraard volgt er ook een rondleiding over het hele schoolterrein. Er zijn op de PDO High School diverse ontwikkelingssamenwerkingsorganisaties (NGO’s) actief. Er hun werk gaat ook gewoon door. We volgen elkaar op de Internet Community, die Frank vorig jaar gelanceerd heeft. Voor The Golden House stonden voorheen nog een drietal klaslokalen van bamboematten, die van ellende uit elkaar vielen. Die zijn vervangen door drie prachtige ‘mud houses’, gemaakt van klei en stro, met een rieten dak erop. De ruimtes zullen in juni, als de school weer begint, in gebruik genomen worden. Aan de huizen van de Etnische groep is een keuken en eetruimte gebouwd. De sponsor uit Australië, die ik al eerder noemde, heeft besloten om een jaar lang het eten voor de Etnische groep (ruim 200 meisjes) en The Golden House (nu 130 kinderen) te sponsoren. Dat betekent dat Yi Mon nu veel meer kan variëren in groente en fruit, en dat er minstens één keer per week vis, vlees of kip gegeten kan worden. Maar wat te doen als die sponsor straks weer wegvalt? Daar zal ik het deze week met U Nayaka, het schoolhoofd over moeten hebben.

Bij het avondeten in ons hotelletje ontmoeten we Lex en Mary uit Nederland. Lex is even voorzitter geweest van onze stichting World Child Care, maar heeft nu een eigen stichting opgericht en is een project in een ander district gestart. Ze zijn net terug van een bezoek aan het project en we praten even gezellig bij. Leuk om ze hier tegen te komen. Ze vertrekken morgen naar Thailand.

In The Golden House aangekomen, bespreken wij met Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai onze plannen voor deze week. We hebben sponsorgeld bij ons voor schoolkleding, slaapspullen en andere noden, dus er kunnen inkopen gedaan worden. We willen graag een excursie met de kinderen maken. Enkele mensen in Nederland hebben ons op het laatste moment nog geld toegestopt om iets leuks met de kinderen te ondernemen. Daarnaast moeten we zelf op pad om een tiental kleine cadeautjes te kopen voor de kinderen die op mijn eigen school - het Fioretti College in Veghel - het meeste opgehaald hebben tijdens de sponsorloop op 19 april. Ik wil graag samen met Nann Myint - de zus van Yi Mon die goed Engels spreekt en als staflid op kantoor werkt - een video maken die kan dienen als rondleiding over het schoolterrein. Die video wil ik in het Engels ondertitelen en op de Internet Community plaatsen. Dat is informatief voor de NGO’s die ook gebruik maken van het platform en ook voor nieuwe deelnemers en bezoekers van deze uitgebreide website. En daarnaast willen we nog twee dagen met Yi Mon en Nann Myint naar hun geboortedorp. Hun ouders wonen in een klein dorpje in de buurt van de stad Shwebo. Genoeg plannen voor één week!

Zondag 1 mei

De zondag begint met een keer goed bijslapen. Om 11:00 uur zitten we op de houten vlonder van het hotel - die Frederique zo mooi beschrijft in haar reisverslag - aan een lekker ontbijtje. Als brood wordt hier veel Nam Ja gegeten. Dat is een soort Indiaas Naan brood, maar dan wat zouter en zonder kokos. Een lekker omeletje met tomaat en ui erop, jus d’orange erbij en een schaaltje verse mango. Wat smaakt het fruit in een tropisch land toch veel lekkerder dan thuis! We vragen hier altijd om een kannetje heet water in plaats van thee. Ze drinker hier de thee namelijk op Engelse wijze - Birma is lang een Engelse kolonie geweest. Dat betekent dat je een kan thee krijgt in de kleur van koffie met een sterk bittere nasmaak. Om ’m drinkbaar te maken, gieten ze er dan melk in en krijg je er mes en vork bij om de thee te kunnen nuttigen. Wij nemen sinds de eerste keer altijd onze eigen theezakjes mee met zachte, frisse earl grey thee. Het is wel genieten aan het water, met om ons heen de wuivende palmen, de lotusbloemen, de waterhyacinten en allerlei beestjes, zoals waterhoentjes, duifjes, mussen, visjes, hagedisjes en eekhoorns.

Ik praat begin van de middag met U Nayaka, het hoofd van de school. Maar voordat we in gesprek gaan, overhandig ik hem het afgesproken sponsorbedrag voor de bouw van twee nieuwe toiletten, twee nieuwe douches en een drinkwatervoorziening bij meisjeshuis 1. Daar is hij uiteraard heel blij mee. De bouw is al begonnen en vordert gestaag.

Ik spreek met U Nayaka allereerst over het platgooien van meisjeshuis 2 en de bouw van een nieuw huis op die plek. Zoals ik al dacht wil U Nayaka graag een betonnen huis van twee verdiepingen, waar hij er later nog twee op kan zetten, in plaats van een huis van hout en stenen. Sinds het financieel weer wat beter gaat met de school, wil hij weer gaan uitbreiden. Maar wij zijn daar als stichting absoluut geen voorstander van. Er gaan al 7000 kinderen naar school op PDO High School en er wonen er al 1300 op het schoolterrein. Telkens weer lijkt kwantiteit - meer kinderen - het hier te winnen van kwaliteit - beter gekwalificeerde docenten, kleinere klassen, betere onderwijsresultaten, voldoende begeleiding, betere leefomstandigheden en genoeg eten. Nu heeft The Golden House voor een jaar een sponsor voor het eten, maar daarna misschien niet. Wij als World Child Care willen alles sponsoren, behalve structureel het eten. Het enige geld dat wij als extraatje willen bijdragen aan het eten is het geld dat onze kindsponsors inbrengen. Wat ons ook stoort in deze, is dat U Nayaka onvoldoende communiceert met ons over zijn plannen. Telkens als er weer iemand van ons het project bezoekt, is de situatie weer anders dan afgesproken. Voor ons als stichting is het belangrijk dat we weten wat onze referentiekaders zijn en waarvoor wij verantwoordelijkheid dragen: welke groep kinderen, welke huizen, welke materialen en welke andere vormen van ondersteuning?

Ik heb met U Nayaka ook een eerste oriënterend gesprekje over vervolgeducatie van de kinderen. We hebben een sponsor in Nederland die daar wel in wil investeren. Maar dan moet er eerst een goede inventarisatie komen van de vervolgstudies, hoe lang die studies duren, waarvoor er geleerd kan worden, de kosten per studierichting, om hoeveel kinderen het per jaar gaat, de praktische organisatie wanneer deze kinderen in The Golden House blijven wonen en nog veel meer. Ik ga me daar deze week en de komende maanden in verdiepen. En zoals dat bij een stichting gaat, moet het begrip ‘educatie’ eerst goed omschreven worden in de statuten. Dan moet mijn notitie in het bestuur besproken worden. Als we het samen eens zijn dat het de moeite waard is om te investeren in vervolgeducatie, moet er een gedegen plan aan ten grondslag liggen. Wat dat betreft staat dit onderwerp nog in de kinderschoenen. Over het feit dat onderwijs de basis is voor een betere toekomst, zijn we het allemaal wel eens. De vraag is echter: hoever wil je hierin gaan en zijn de referentiekaders duidelijk genoeg te definiëren?

U Nayaka praat me vervolgens bij over de diverse train de trainer cursussen die op PDO High School georganiseerd worden. Leerkrachten van schooltjes in omliggende dorpen krijgen korte en langere cursussen van twee weken tot twee maanden aangeboden over alle mogelijke onderwerpen. Zo wordt kennis gedeeld en verder verspreid over het platteland rond Mandalay. Ik krijg van U Nayaka het projectplan en de kostencalculatie en we zullen dat met het stichtingsbestuur bestuderen.

Ik maak met U Nayaka de afspraak dat ik einde van de week nogmaals met hem spreek, en dan met name over het spanningsveld tussen kwantiteit en kwaliteit. In de tussentijd wil ik van Frank en Tim horen hoe zij hierover denken. Meer kinderen op school laten studeren heeft namelijk een enorme impact op allerlei terreinen en gaat ons als stichting ook aan.

’s Middags brengen we onze tijd door in The Golden House. Lekker kletsen, zingen, spelen en lachen met de kinderen. Sommige kindsponsors hebben een klein cadeautje meegegeven voor hu sponsorkind. Die delen we uit en Yi Mon licht het toe. We zeggen altijd tegen de sponsorouders dat ze hun cadeautjes eenvoudig moeten houden, om geen jaloezie te veroorzaken. Overigens wordt het weinige speelgoed dat de kinderen hebben eigenlijk altijd wel gedeeld met elkaar. Wat heerlijk om hier weer te zijn en iedereen zo vrolijk en uitgelaten te zien. We bespreken met Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai wat we voor een excursie we gaan doen aanstaande dinsdag. We hebben in de afgelopen twee jaar al veel gedaan met de kinderen. We zijn naar de dierentuin geweest, naar het City Parc (een soort vaste kermis), naar de Engelse tuinen in Pyin U Lwin en de laatste keer met de boot naar de pagode van Mingun. We denken eerst na over een nieuwe bestemming, maar komen er niet echt uit. De ene helft van de groep zou graag opnieuw naar het park in Pyin U Lwin willen en de andere helft van de groep heeft het nog nooit gezien. Als we het de kinderen voorleggen, roepen ze in koor: Pyin U Lwin. Om er toch iets nieuws aan toe te voegen, gaan we eerst met z’n allen zwemmen bij een grote waterval in de buurt van het park. Yi Mon zal drie pick-up trucks regelen met een vlakke achterbak, omdat de vorige keer enkele kinderen ziek waren geworden in de touringcars.

Als de kinderen gaan eten, doen wij dat ook in het hotel. We ontmoeten Rolf, een gepensioneerde man, die namens onze collega NGO uit Duitsland een agrarische training geeft van een maand. Ook ontmoeten we Jo, een Britse jongen van 26 jaar, die momenteel Birmees aan het leren is en binnenkort start als diplomaat op de Britse ambassade in Yangon. Ongelooflijk hoe goed hij al Birmees spreekt, al vindt hij zelf van niet. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik ken misschien ondertussen zo’n honderd woorden en korte zinnetjes, maar versta de mensen nog niet. Jo daarentegen wel. Ik hoop nog eens iemand in Nederland te vinden die me Birmees kan leren. Dat zou ik echt graag willen. Zowel Jo als Rolf zijn heel enthousiast over de PDO High School en de kinderen van The Golden House en dat is altijd leuk om te horen.

Maandag 2 mei

Vanmorgen maak ik met Nann Myint, de jongere zus van Yi Mon, een start met de video. Het moet een rondleiding worden over het schoolterrein, waarbij alle belangrijke gebouwen, hun functie en hun sponsors aan bod komen. Het gaat in totaal om 15 gebouwen. Veel van de gebouwen op PDO High School zijn gebouwd door Förderverein Myanmar, een Duitse NGO. Nann Myint is een pientere meid, die goed Engels spreekt en de rol van charmante gastvrouw uitstekend kan vervullen. Regelmatig moeten we shots overdoen, omdat er weer een brommer voorbij rijdt, er plotseling een kind blij aan je arm trekt, of omdat Nann Myint in de lach schiet. Rond het middaguur zijn we over de helft en besluiten we om woensdagmorgen weer verder te gaan. Als ik langs The Golden House loop, komt Yi Mon lachend naar me toe. Ze zou vandaag inkopen gaan doen met Co Cho, had de schooltaxi al geregeld, maar was voor niks naar de stad gereden. In verband met een nationale feestdag was alles dicht. Dat waren de dames in al hun enthousiasme vergeten!

Vanmiddag gaan Frederique en ik tien kleine souvenirs kopen. Op het Fioretti College, de school waar ik sinds anderhalf jaar met heel veel plezier werk, is op 19 april een sponsorloop gehouden, waarvan de opbrengst (mede) voor ons project bestemd is. Ook de komende twee jaar zal dat het geval zijn. Ik ben in de afgelopen maand de klassen rond geweest om te vertellen over het project, een informatieve video te laten zien en vragen van de leerlingen te beantwoorden. Op 19 april heb ik met de kinderen van Praktijkonderwijs een mooie wandeling gemaakt in het buitengebied van Veghel en daarna foto’s gemaakt van de eerstejaars vmbo-mavo, die op een sportterrein van Veghel een sponsorloop liepen. Het was een stralende dag en leuk om met de leerlingen te kunnen kletsen over het project. De afdeling Praktijkonderwijs en de afdeling vmbo-mavo zijn eigenlijk twee aparte scholen in hetzelfde gebouw. Elk jaar zijn er enkele leerlingen die extra hun best doen om geld in te zamelen. Op beide afdeling heb ik de vijf ‘toppers’ een klein presentje beloofd uit Myanmar. Frederique en ik pakken daarom ’s middags een minitaxi en laten ons naar Mandalay Hill rijden. Dat is een heuvel aan de rand van de stad, die volgebouwd is met pagodes en van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over de stad. Langs de trappen, die je op blote voeten moet beklimmen, vind je vele souvenirkraampjes. Het valt nog niet mee om leuke presentjes voor de jongens te vinden. Voor meisjes is er meer dan genoeg keuze. Na twee uur snuffelen lopen we de trappen weer naar benden met een rugzak vol leuke typisch Birmese spulletjes.

’s Avonds spreken we met Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai nogmaals de excursie naar Pyin U Lwin door. We vertrekken morgenvroeg al om 7:00 uur. De trucks zijn geregeld, alle eten is voorbereid, de aanbevelingsbrieven van U Nayaka - waarmee we hopen gratis entree te krijgen - zijn geprint en de kinderen zijn geïnstrueerd. Iedereen is opgewonden!

Dinsdag 3 mei

Als we rong 7:00 uur het schoolterrein oplopen, zit de helft van de kinderen al klaar in de trucks. Maar wat blijkt… gisterenavond zijn zeven jongens teruggekeerd van hun verblijf in hun geboortedorp en die willen natuurlijk ook graag mee. Na veel passen en meten blijken de drie trucks toch te klein en moet er halsoverkop een vierde truck geregeld worden. Gelukkig zit het verhuurbedrijfje vlak bij de school en staat er 30 minuten later een vierde wagen klaar. Alles wordt opnieuw ingedeeld en daar gaan we, op weg naar de prachtige Engelse tuin in Pyin U Lwin, die nog stamt uit de koloniale periode. En naar een grote waterval, waar we gaan zwemmen. Pyin U Lwin, voorheen Maymyo geheten, was een uitvalsbasis voor de Engelsen, die in de zomermaanden de hitte van de stad Mandalay wilden ontvluchten. We rijden vanuit het vlakke land rondom Mandalay de bergen in en we genieten van het mooie uitzicht. Het is zomer en veel bomen en struiken staan prachtig in bloei. De jongens zijn echt helemaal uitgelaten en telkens als hun truck ons inhaalt, wordt er luidt ‘hé, hé, hé, hé…’ geschreeuwd en danst de truck over de weg. We liggen in een deuk. Niet helemaal ongeschonden bereiken we de waterval. Er zijn altijd een paar kinderen die achter in zo’n truck misselijk worden en moeten overgeven. Maar het zijn er maar een paar in vergelijking met vorige keer, toen we met twee grote touringcars naar Pyin U Lwin zijn gereden.

De waterval bestaat uit een aantal terrassen en binnen de kortste keren zijn de jongens al omgekleed en glijden ze van de gladde rotsen af de bassins in. De meisjes doen er wat langer over, omdat zijn volledig gekleed zwemmen, dus met lounghi en t-shirt aan. De waterval is echt een toeristische trekpleister voor de plaatselijke bevolking, want het is er een drukte van jewelste. Frederique en ik zoeken een beschut plekje op om ons om te kleden. Niet dat wij ons schamen voor deze mensen, maar zij zouden zich schamen voor ons blote lijf en dat willen we niet. Frederique zwemt dus ook keurig in lounghi en t-shirt en ik in zwembroek en t-shirt. We zijn wel een bezienswaardigheid met onze witte benen en armen. Het water is lauwwarm, er is veel te klimmen en klauteren en de kinderen zijn vrolijk en vol energie. Ondertussen staan Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai langs de kant te kijken. Voor hen is het écht een stap te ver om te gaan zwemmen. Daar zijn ze veel te blue voor. Maar ze genieten wel van alle waterpret die zich voor hun ogen afspeelt. Onze kleren zijn zwaar geworden van het water en we worden met vereende krachten door de kinderen uit het water gehesen. Omkleden doen we weer bovenaan de heuvel en daarbij wordt Frederique geholpen door een groepje meisjes en ik door enkele jongens.

Dan rijden we naar het park. Dankzij de aanbevelingsbrief van U Nayaka mogen alle kinderen gratis binnen, behalve wij. Wij moeten keurig twee keer vijf dollar betalen. Ach, wat maakt het uit. We gaan eerst eten op het lommerrijke parkeerterrein. Het is inmiddels 12:00 uur en de kinderen hebben vanmorgen om 6:00 uur gegeten. Wij wagen ons toch maar niet aan het meegebrachte eten. We houden het bij cakejes en een appel. We pakken wel een bekertje fruitsap, dat je met een rietje drinkt wat je door de deksel moet prikken. Oef, wat een mierzoet spul is dit. Het glazuur springt spontaan van je tanden. Het is maar goed dat de kinderen hier geen ADHD hebben, want je zou er spontaan van gaan stuiteren.

Dan is het tijd om het park in te gaan. Al gauw vormt zich een groepje kinderen om ons heen, waarmee we de rest van de middag zullen optrekken. We bekijken eerst de enorme vogelkooi, waar je doorheen kunt lopen. In de bomen buiten de kooi slingeren makaken. De apen hebben inmiddels gaten in het net gemaakt en laten zich niet meer vangen. Binnen vliegen toekans, papegaaien en andere tropische vogels. Dan lopen we een groot bos in met allerlei soorten bomen. Het duurt niet lang of we lopen allemaal vogel- en diergeluiden te maken. Dan volgend de acrobatische kunstjes van de jongens. Ze spelen Kong Fu scènes na, schieten zogenaamd met geweren vanachter een boom en wij liggen in een deuk.

Als we de bloementuin weer inlopen, staat er een grote groep mensen rond een hek. Cho Cho vertelt dat er twee beroemde Birmese filmsterren in het park zijn met hun crew. Ze zijn enkele scènes aan het opnemen. Het zijn nog jonge acteurs, die we in The Golden House wel eens op televisie hebben gezien. De kinderen vinden het natuurlijk geweldig om hen in levende lijve te zien. Melody, de vrouwelijke filmster heeft constant een knul om zich heen hangen met een roze handtas, die niks anders doet als haar make-up bijhouden. Als er enkele foto’s zijn gemaakt door Thet Aung, het sponsorkind van onze vriendin Sandra, is het nieuwe eraf. Thet Aung wil liever foto’s maken van ons met zijn vriendjes erbij en al gauw staat er een veel grotere groep om ons heen, dan om de twee filmsterren. Die kijken dan ook vol belangstelling of wij wellicht ook filmsterren zijn. We zwaaien vriendelijk naar hen en ze lachen vriendelijk terug. Dit is echt de omgekeerde wereld.

Ik wandel met een groep kinderen richting speeltuin en als ik op een klimrek zit te kijken naar de jonge kinderen van The Golden House, spreekt een Indiase vrouw van einde veertig me aan. Ze is met haar hele familie – bestaande uit schoonvader en schoonmoeder van meer dan 80 jaar, schoonbroers- en zussen, kinderen en kleinkinderen - in het park om de verjaardag van één van haar schoonbroers te vieren. Ze spreekt goed Engels en nodigt me uit om kennis te maken met iedereen. Al gauw sta ik te praten met haar en haar schoonouders, die ook uitstekend Engels spreken. De twee oudjes zijn nog goed bij de pinken en vertellen over de goede oude tijd, toen Birma nog een Engelse kolonie was. Ze denken met weemoed terug aan de tijd dat er nog welvaart was en geen militair regime. Ook vertellen ze hoe zwaar iedereen het tegenwoordig in Birma heeft. De oude dame gebruikt een woord dat ik nog niemand heb horen gebruiken, maar wat heel wel heel toepasselijk is: ‘struggling’. ‘Everybody in our country is struggling.’ Tja, daar heeft ze gelijk in. Ik heb het in eerdere reisverslagen steeds ‘keuteren’ genoemd, omdat iedereen op kleine schaal iets probeert te maken of te verbouwen, teneinde in z’n eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar ‘struggling’, vrij vertaald ‘worstelen’ geeft ook iets van de overlevingsdrang van deze mensen weer. Ik heb een goed gesprek met deze mensen en ook Frederique sluit zich nog even aan.

Dan komt Cho Cho ons halen omdat het tijd is om terug te gaan. Iedereen helpt mee om alles weer in de trucks te laden en onder een hemel die steeds roder kleurt van de ondergaande zon, rijden we weer terug naar Mandalay. De chauffeurs rijden als maniakken via de haarspeldbochten naar beneden, maar het deert de kinderen niet, want ze zijn moe en liggen tegen elkaar te slapen in de laadbakken. En wij? Wij hebben genoten van deze heerlijke dag, die mede mogelijk is gemaakt door een aantal vrienden en bekenden uit Nederland, die ons op het laatste moment wat geld hebben meegegeven met de boodschap: Ga maar iets leuks doen met de kinderen!

Woensdag 4 mei

Het was een kort nachtje voor mij. Omdat we donderdag en vrijdag met Yi Mon en Nann Myint naar hun geboortedorp gaan, wil ik vanmorgen met Nann Myint de film afmaken. Aangezien ze om 8:00 uur een meeting heeft, gaan we om 6:30 uur aan de slag. Frederique ligt op dat moment nog lekker te slapen. Hoewel het filmen voorspoedig gaat, zijn we om 8:00 uur niet klaar en besluiten we om 16:30 uur weer verder te gaan. Terug bij The Golden House heeft Frederique net ontbeten. En terwijl zij lekker gaat lezen, ga ik nog een paar uurtjes pitten. Na de lunch relaxen we wat bij ons hotel, ga ik de mail checken, regel ik nog wat zaken m.b.t. de sponsoradministratie en doen we wat inkopen voor onze tweedaagse trip naar Shwebo. Vervolgens maak ik samen met Nann Myint de laatste shots voor de video. Dat valt niet mee, want het is gaan regenen en dat maakt zoveel lawaai op de ijzeren golfplaten daken, dat we flink moeten improviseren. Maar om 18:00 uur staat alles er goed op.

Alweer tijd om te eten. Vroeger liepen we altijd naar het enige fatsoenlijke restaurant in onze drukke straat, waar we het aandurfden om te eten. Maar tegenwoordig eten we ’s avonds eigenlijk altijd in het hotel. De dochter van de eigenaresse kan uitstekend koken en weet ook dat alles koosjer klaargemaakt moet worden, omdat we anders zo aan de diaree zitten. Het wordt ‘fried noodles with chicken and vegetables’. Dat is één van onze favoriete recepten. Er zitten van die lekkere krieleitjes in. Een flesje Star Cola erbij en de maaltijd is compleet.

Daarna lopen we nog even naar The Golden House. De kinderen zitten film te kijken en de kleinsten kruipen om beurten bij ons op schoot. De films die in Birma gemaakt worden, zijn zo ‘overgeacteerd’, dat wij ze zelfs begrijpen. Het gaat vaak om een jongen en een meisje die een relatie hebben. Een ander meisje probeert dan de jongen te verleiden en hij trapt daar natuurlijk in. Dat zorgt dan weer voor een relatiecrisis, waarbij ook de ouders en schoonouders een niet onbelangrijke rol spelen. Uiteindelijk kiest de jongen dan toch voor z’n eerste vriendin. Het meisje dat verliefd is, blijft verbitterd achter. Terwijl ze drie minuten lang met tranen op haar gezicht in beeld is, wordt er een dramatisch liefdeslied gezongen, dat alle kinderen moeiteloos meezingen. Zo heerlijk voorspelbaar allemaal, maar de kinderen smullen ervan!

Donderdag 5 mei

Vandaag gaan we met Yi Mon, Nann Myint en een vriendin naar Shwebo. Dat is een districthoofdstad met een regionale functie, drie uur rijden ten westen van Mandalay in het district Saigan. Het geboortedorp van de dames ligt nog een uur verder. Vanuit Mandelay in één dag met een taxi op en neer zou heel duur geweest zijn en dan zouden we ook maar kort bij de ouders kunnen zijn. We hebben daarom besloten om met de lokale bus te gaan en ter plekke een taxi te regelen. De broer van Yi Mon heeft in Shwebo een restaurantje en heeft alles geregeld voor ons. Om 7:00 uur worden we door een minitaxi op het westelijke busstation van Mandalay afgezet. Het is er een komen en gaan van touringcars. Sommige bussen zien er redelijk uit en andere rammelen aan alle kanten. Er zijn veel afgedankte Chinese bussen bij. Maar op één of andere manier is deze manier van reizen veel leuker. Je zit gewoon tussen de lokale bevolking en maakt deel uit van het dagelijks leven. De dames hebben ons al gewaarschuwd dat we eerst nog een hoop mensen zullen oppikken in de stad, totdat de bus vol zit, en dat de weg steeds slechter wordt, naarmate we dichter bij Shwebo komen. Ze hebben niks teveel gezegd. Het laatste uur hotsen en knotsen we over een al tien keer opgelapte en veel te smalle weg, en moeten we voor elke tegenligger de berm in. Maar we kijken onze ogen uit. Het landschap verandert langzaam maar zeker van dor en droog in nat en groen. De rijstvelden kleuren groengeel in de ochtendzon.

We arriveren om 11:00 uur in Shwebo en brengen eerst onze spullen naar het hotelletje. Daarna gaan we naar de lokale markt om fruit te kopen voor de ouders van Yi Mon en Nann Myint. Wat een ongelooflijk grote markt is dit. Maar Shwebo heeft dan ook een regionale functie. Je merkt dat hier nooit toeristen komen, want wij zijn echt een attractie op de markt. En als we dan ook nog vriendelijk gedag zeggen op z’n Birmees en vragen hoe het is, maken we echt de blits. Terug bij het hotelletje ontmoeten we voor het eerst de broer van Yi Mon en Nann Myint. Een gezonde, stevige knul, die ons vriendelijk en een tikkeltje verlegen begroet. De dames zien hem niet zo vaak, maar je kunt zien dat ze een hele hechte band met hun broer hebben. Terwijl ze staan te praten, zitten ze steeds aan elkaars hand te friemelen. Leuk om te zien. We ontmoeten ook onze taxichauffeur, die ons de komende twee dagen zal rondrijden. Broerlief heeft geregeld dat we kunnen eten bij een neef, waarmee hij vroeger een restaurantje heeft gerund. Een half uur later zitten we onder een leuk afdakje een heerlijke maaltijd te nuttigen. Zo goed hebben we deze week nog niet gegeten!

Dan is het tijd om naar het geboortedorp van Yi Mon en Nann Myint te rijden. Of beter gezegd: te hobbelen. Want al gauw wordt de verharde weg een zandpad. Maar onze taxichauffeur is onverstoorbaar en stuurt z’n karretje behendig door de blubber. Na een uur bereiken we het dorpje, bestaande uit zo’n driehonderd houten en stenen huizen. In totaal wonen er zo’n 1500 mensen. Als we het erfje van de ouders oprijden, staan vader en moeder al buiten met stralende gezichten. We worden heel hartelijk begroet en meteen uitgenodigd om onder de veranda in de schaduw te gaan zitten. Het is half binnen en half buiten en wat ons direct opvalt zijn de mooie planten voor het huis en de gezellige houten banken en eettafel. Het duurt niet lang of ook de ooms en tantes en de grootouders van Yi Mon en Nann Myint komen kennismaken. Met name vader stelt allerlei vragen en Nann Myint vertaalt al onze antwoorden en wedervragen geduldig. Ze is echt trots dat ze ons haar geboortedorp kan laten zien. En Yi Mon? Die is al gauw bezig om haar moeder te helpen met koken. Yi Mon is een bezige bij. We vertellen vader dat Yi Mon net een muis is: steeds in de weer om voedsel te verzamelen, het nest op orde te houden en het iedereen naar de zin te maken. Dat doet ze in The Golden House, maar hier thuis ook. Vader moet hartelijk lachen om deze vergelijking.

Al gauw blijkt dat hij hartstikke trots is op zijn dochters en zoon. Meerdere jongens en meisjes uit het dorp hebben in de stad gestudeerd, maar de meesten zijn teruggekeerd naar hun dorp en hebben verder niks gedaan met hun studie. Ze werken in de rijstvelden of op de boerderij. Op zich niks mis mee, zegt vader, maar als je verder wilt komen in je leven, als je verschil wilt maken ten opzichte van de vorige generatie, dan met je niet terugkeren naar je geboortedorp. Wij vertellen vader, moeder en de rest van de inmiddels gearriveerde familie wat voor een hartelijke, toegewijde en intelligente meiden Yi Mon en Nann Myint zijn. Nann Myint vertaalt het en iedereen glundert. We hebben een geanimeerd gesprek over de invloed van ouders op hun kinderen en wat ze hun kroost meegeven. Vader, moeder, maar ook oma, willen van alles over ons leven in Nederland weten. Ook wij vertellen honderduit en proberen zoveel mogelijk degene die de vraag stelt aan te kijken als we antwoorden. Nann Myint is een ervaren vertaler en doet echt super haar best om alles zo goed mogelijk over te brengen. Ondertussen worden de pinda’s en druiven op tafel gezet.

Na een uurtje of twee gekletst te hebben, is het tijd om het dorp te bekijken. We wandelen eerst naar het klooster. De hoofdmonnik ontvangt ons vriendelijk in de centrale hal. Daar krijgen net wat kinderen Engelse bijles. Het is eigenlijk vakantie, maar de kinderen willen dolgraag Engels leren. Het is het eerste Boeddhistische klooster waar we onze schoenen aan mogen houden. Daarna lopen we naar de lagere school waar Yi Mon, Nann Myint en hun broer op school hebben gezeten. Het is een klein dorpsschooltje met drie klaslokalen. Momenteel zitten er ongeveer 60 kinderen op school, verdeeld over drie klassen. Ondertussen groeit de groep kinderen die met ons meeloopt door het dorp gestaag.

Dan is het tijd om wat huizen te bezoeken waar familieleden wonen. We worden overal even gastvrij ontvangen. De meesten wonen in houten huizen. Wat ons opvalt is dat de erfjes er keurig uitzien. Er wordt groente verbouwd, er staan koeien of varkens onder een afdak, er lopen wat kippen rond en het staat vol met fruitbomen. Overal moeten we even gaan zitten en krijgen we water of thee en koekjes. Iedere keer staat vader na vijf minuten weer op om naar het volgende huis te gaan. Ik vraag hem of dat niet onbeleefd is, omdat we nauwelijks iets opgegeten hebben? Maar vader lacht en legt uit dat iedereen het een eer vindt om ons even te ontvangen. Wat een gastvrijheid ervaar je hier. Dit is echt geweldig!

Na een wandeling van een uurtje of twee is het eten klaar, dat moeder en Yi Mon samen bereid hebben. Ze hebben heerlijk gekookt. Twee soorten viscurry, een kipcurry, groenten en rijst. Dat is echt smullen geblazen. Als we klaar zijn vraagt vader of we nog meer van het dorp willen zien? Ja, graag! En opnieuw volgen er een stuk of vier bliksembezoekjes met koekjes, pinda’s, fruit en nog veel meer. We moeten helaas steeds ‘Wabi’ zeggen, want we zitten echt vol van het avondeten. Maar dat geeft niks volgens Nann Myint, als je maar even een bezoekje brengt.

Terug bij het huis van de ouders kletsen en lachen we nog even. En dan moeten we terug naar Shwebo, want het wordt al donker en anders wordt het te gevaarlijk voor de taxichauffeur. We nemen uitgebreid afscheid van deze hartelijke mensen en moeten beloven dat we de volgende keer weer op visite komen als we in Birma zijn. Dat beloven we uiteraard. Yi Mon blijft vanavond bij haar ouders slapen en Nann Myint en haar vriendin gaan met ons mee naar het hotelletje. Als we het dorp uitrijden, moeten we zeker vijf keer uitwijken voor boeren op ossenkarren die terugrijden naar het dorp. Om 19:30 uur zijn we in de stad en drinken nog wat met de meiden in een rumoerig cafeetje. En dan naar bed. Het was een vermoeiende, maar hartverwarmende dag!

Vrijdag 6 mei

Om 8:00 uur staat onze taxichauffeur met zijn wagen alweer klaar. Eerst rijdt hij ons naar een eetgelegenheid bij de markt, waar we Nam Ja met een gebakken ei kunnen eten. De gemiddelde Birmees eet ’s morgens een complete warme maaltijd, maar dat is aan ons niet besteed. Dan is het tijd om een aantal mooie plekken te bezichtigen in de stad. We bezoeken eerst twee tempelcomplexen. Ook voor Nann Myint is dit leuk, want ze is er zelf ook pas één keer in haar leven geweest. Het gaat in Myanmar dus niet anders als bij ons in Nederland: Als je op vakantie gaat, bezichtig je alles wat maar mogelijk is, maar in je eigen stad of dorp bezoek je de bezienswaardigheden nooit. We stoppen ook bij een kunstmatig aangelegd meer, dat de drinkwatervoorziening is voor de stad Swebo. Het meer is 250 jaar geleden in drie maanden tijd gegraven in opdracht van de toenmalige koning. Even later stoppen wij bij de High School van Yi Mon en Nann Myint. Het is een overheidsschool en omdat het vakantie is, is de school gesloten. We worden vrijwel meteen verzocht om het schoolterrein weer te verlaten. Geen pottenkijkers gewenst. Wat ons opvalt is dat er diverse kerkjes in Swebo staan en er dus ook Christelijke gemeenschappen zijn. We stoppen bij de Sint Jozefskerk, een katholieke kerk met een paar kloostergebouwen waar een aantal zusters leven. We worden hartelijk ontvangen door de pastoor - Father Philip - die ons persoonlijk rondleidt door z’n pas gerenoveerde kerkje. We vertellen Nann Myint en haar vriendin wat over het Christelijk geloof en naar aanleiding van de 14 kruiswegstaties legt Father Philip het levensverhaal van Jezus Christus uit. Nann Myint is nog nooit in een Christelijke kerk geweest en vindt het heel interessant en stelt allerlei vragen. Ondertussen begint het buiten te regenen. Father Philip haalt snel wat paraplu’s laat ons het schooltje zien. Dertig kinderen uit katholieke gezinnen, die overdag naar een Boeddhistische overheidsschool gaan, krijgen in de namiddag extra catechese in het klooster. Als we klaar zijn met de rondleiding, worden we uitgenodigd om koffie te drinken en staan er koekjes en fruit voor ons klaar. Father Philip merkt dat wij goed ingewijd zijn in het Christelijk geloof en dat doet hem deugd. ‘De meeste mensen uit de Westerse wereld zijn de verhalen uit de bijbel vergeten en geloven nergens meer in’, zegt hij. Frederique en ik hebben al vaak tegen elkaar gezegd dat wij blij zijn dat wij de Christelijke traditie zo grondig en toch zo vrijblijvend hebben meegekregen. Dat zorgt voor een stukje interesse, begrip en besef m.b.t. onze eigen geloofstraditie en wat daaruit is voortgekomen, maar ook voor een stukje verdraagzaamheid en belangstelling voor andere religies en levensovertuigingen. We vinden het leuk om Nann Myint en haar vriendin deelgenoot te maken van onze tradities en zij vinden dat ook erg leuk!

Tijd om terug te rijden naar ons hotelletje. Het is inmiddels droog geworden. Als we bij het hotel aankomen, is Yi Mon al door haar vader met de motorfiets naar Swebo gebracht. Ze zijn gelukkig niet echt nat geregend. We halen onze spullen uit de kamer en nemen dan afscheid van vader en broer, maar ook van Nann Myint en haar vriendin. Zij zullen nog een paar dagen blijven. Dat betekent dat we Nann Myint niet meer zien voor ons vertrek en dus nemen we de tijd om goed afscheid te nemen. Nou mà twee mè, tsi tèjin! Tot de volgende keer, lieve vriendin! Frederique laat wat traantjes en Nann Myint ook. Hè, wat is het toch moeilijk om iedere keer voor zo’n lange tijd afscheid te moeten nemen. Konden we maar even een weekendje op en neer naar onze vrienden en kinderen in Mandalay. De taxichauffeur brengt ons naar het busstation van Swebo en we geven hem wat extra fooi, want het is echt een supervriendelijke man. Het is een vriend van de broer van Yi Mon en Nann Myint, maar we wisselen voor de zekerheid toch adressen uit. Je weet maar nooit waar het handig voor is. Yi Mon stapt om 13:00 uur met ons in de bus en rond 16:30 uur arriveren we in Mandalay. Het was echt een hele leuke en hartverwarmende trip, die we nooit meer zullen vergeten!

Ik ga snel de mail checken en kijken of Frank en Tim nog gereageerd hebben op mijn gespreksverslag met U Nayaka en ga dan naar kantoor voor een tweede en afsluitende gesprek. Frank, Tim en ik vinden het belangrijk dat de communicatie met U Nayaka sterk verbeterd. We worden nu regelmatig geconfronteerd met gewijzigde plannen, als we PDO High School bezoeken. Als het ons niet aangaat, is dat niet erg. Maar vaak heeft het ook met ons functioneren als stichting te maken. Als er een huis bijgezet wordt door een andere NGO, en er weeskinderen in geplaatst worden, dan gaat het ons aan. Als er in een ander huis van ons kinderen geplaatst worden die geen wees zijn, gaat dat ons aan. Als Yi Mon in de toekomst verantwoordelijk wordt gesteld voor meer kinderen, dan gaat dat ons aan. Er zijn dan bijvoorbeeld meer schoolspullen en slaapspullen nodig, maar ook kleding en eten. En tot hoever reikt onze verantwoordelijkheid daarin? Wij willen als stichting graag kaders afspreken en verantwoordelijkheden afbakenen. Het kan niet zo zijn dat we voor voldongen feiten gesteld worden omdat er niet of niet tijdig met ons overlegd is. En ik maak het schoolhoofd nogmaals duidelijk dat we absoluut niet mee willen in zijn expansiedrift. Hij moet kwaliteit van wonen, eten en onderwijs boven de kwantiteit stellen. Dus kleinere klassen, meer gekwalificeerd personeel, aandacht voor voeding, onderdak, zorg, etc.. Ik maak hem duidelijk dat wij graag met hem over alle mogelijke onderwerpen willen communiceren, maar dat dit wel tweerichtingsverkeer dient te zijn. U Nayaka knikt en wil direct met oplossingen komen. Ik geef aan dat dit niet hoeft, maar dat we in de aanloop naar het gereedkomen van het nieuwe huis diverse zaken goed moeten afstemmen. En tijdig! En wij verwachten daarin van hem een pro-actieve rol. En zo gaan we uit elkaar. Ik hoop dat de boodschap is aangekomen, maar ik twijfel wel, want dit soort gesprekken hebben wij en andere NGO’s al zo vaak met hem gehad.

Afijn, tijd om het serieuze deel af te sluiten. Samen met Frederique gaan we na ons avondeten een aantal filmpjes laten zien, die ik gemaakt heb tijdens de afgelopen twee bezoeken. En die vallen goed in de smaak. Er wordt flink gelachen om alles wat er te zien is en om wat we intussen allemaal ondernomen hebben. We kijken ook naar het filmpje dat Bente (14) en Eline (14) uit Kaatsheuvel hebben gemaakt voor Shine Htet, één van de jongens van The Golden House. Zij hebben hun thuissituatie, school en hobby’s in beeld gebracht. Dat behoeft uiteraard enige uitleg. Met name de trampoline in de tuin vinden de kinderen gaaf. Ze zitten aandachtig te kijken. En dan is de tijd aangebroken om afscheid te nemen. We gaan nog even de huizen langs om gedag te zeggen en veel kinderen komen nog even een knuffel geven. En dan lopen we rond 22:00 uur voor de laatste keer naar de schoolpoort, met een flink aantal kinderen om ons heen. En natuurlijk ook Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai. ‘Houdoe hè’ en ‘slaap lekker’ roepen ze en wij zeggen Ee Pjoo Baa See (slaap lekker). Het hek gaat weer op slot en wij steken een beetje weemoedig de straat over, voor voorlopig weer onze laatste nacht in Mandalay.

Zaterdag 7 mei

Gisterenavond hebben we onze tas alvast ingepakt. We vliegen pas om 10:30 uur, dus we kunnen nog rustig op ons gemak ontbijten. Om 8:15 uur staat de taxi klaar die ons naar het vliegveld zal brengen. Yi Mon is gekomen om ons uit te zwaaien, samen met ‘Morning’, het jongste meisje van The Golden House en Myint Zaw Oo, de sponsorjongen van onze vriend Ton de Coster. Een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste woordje en een laatste zwaai, tot ze uit beeld zijn. Op naar Mandalay Airport voor onze vlucht naar Yangon en dan naar Kuala Lumpur. Dag allemaal en bedankt voor de fijne week!