Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek november 2010

Werkbezoek november 2010 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in november 2010. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. Soms reizen de bestuurders en leden van de stichting samen naar Myanmar. In dit geval betreft het een individueel bezoek. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

Woensdag 17 november 2010

Vandaag stap ik in het vliegtuig om in drie etappes naar Myanmar (Birma) te vliegen. Het is elke keer een hele toer om het weeshuisproject te bezoeken in de stad Mandalay. Eerst een vlucht naar Bangkok van 11 uur, dan een paar uur wachten op het vliegveld, vervolgens een vlucht van anderhalf uur naar Yangon, de hoofdstad van Myanmar. Dan een nachtje slapen in een hotel en dan nog een korte vlucht naar Mandalay. Ik ga jullie ditmaal niet vermoeien met gedetailleerde reisinformatie. Wel wil ik nog even kwijt dat het ditmaal erg spannend was of ik wel kon gaan. In verband met de verkiezingen, die anderhalve week geleden in Myanmar plaatsvonden, verstrekte het consulaat in Breda geen visa meer. Het militaire regime wilde geen pottenkijkers. Alles moest via de ambassade in Brussel. Dat heeft me in de herfstvakantie een hele dag gekost en ik werd stevig ondervraagd, maar uiteindelijk had ik net op tijd mijn visum. Ditmaal reis ik alleen naar het weeshuisproject, dus zonder mijn Flower, zoals de weeskinderen Frederique noemen. Frederique is in juni nog geweest, wilde haar vakantiedagen niet allemaal opmaken en weet dat ik de komende twee weken veel te regelen heb.

Voor degenen die mij voor de eerste keer volgen een korte update. In mei 2008 heeft er in het zuiden van Myanmar een cycloon huisgehouden. Deze storm en de daarmee gepaard gaande vloedgolven hebben één miljoen mensen dakloos gemaakt, honderdduizend mensen gedood en tienduizenden kinderen hun ouders, broertjes en zusjes doen verliezen. Noodhulp vanuit het buitenland werd niet geaccepteerd. Het militaire regime in Myanmar duldde geen pottenkijkers. De kinderen werden in tentenkampen gestopt, waar ’s nacht mensen uit Thailand, Laos en Cambodja over het hek klommen om deze kinderen weg te roven voor kinderarbeid en prostitutie. De Boeddhistische monniken en nonnen in dit land hebben de kinderen uit de kampen gehaald en onderdak geboden in hun kloosters. Zo ook op de Phaung Daw Oo Monastery High School in Mandalay. Dat is een hele mond vol, hè. Dat gaan we voortaan afkorten tot PDO High School, of gewoon ‘de school’. Een week na de ramp was mijn collega - en inmiddels vriend - Frank Dirks toevallig in Myanmar. Hij wilde daar vakantie houden, mocht niet naar het zuiden afreizen, ontmoette een monnik in de hoofdstad en werd uitgenodigd om op de PDO High School te komen kijken. Ach, dacht Frank, waarom niet. Maar daar aangekomen keek hij zijn ogen uit. Maar liefst 7000 kinderen uit arme gezinnen krijgen dagelijks onderwijs op deze school. Zo’n 1500 van deze kinderen wonen permanent op het schoolterrein. De leeftijd van de kinderen ligt tussen de 4 en 18 jaar.

De monniken wilden graag weeskinderen uit het rampgebied opvangen, maar in een slaapzaal zonder begeleiding was natuurlijk geen optie. En die puilden ook al uit. Frank nam kennis van al het goede werk op de school en kocht uiteindelijk drie maanden later met hulp van vele sponsors en donateurs in Nederland twee huizen aan. Kort daarna arriveerden zeventig kinderen uit het deltagebied. Zij werden onder de bezielende leiding van Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai geplaatst. Drie jonge vrouwen van halverwege twintig. Zij leven 24 uur per dag met de kinderen samen. Het jongenshuis wordt geleid door vier jongens die dat op vrijwillige basis doen.

Omdat Frank zijn zakenrelaties aanschreef voor steun, ben ik bij het project betrokken geraakt, evenals Tim, een vriend van Frank en natuurlijk Flower (Frederique). Samen hebben we stichting World Child Care opgericht en steunen nu The Golden House, zoals de kinderen het weeshuis zelf genoemd hebben, maar waar nodig (en mogelijk) ook de andere woongroepen op het schoolterrein. Dat zijn ruim 750 novicen (jonge monniken), 200 meiden uit de regio, 200 meiden van etnische afkomst en ruim 100 straatkinderen.

Vrijdag 19 november

Ik maak een sprongetje in de tijd. Vanmorgen ben ik om 4:30 uur opgestaan zodat ik om 6:30 uur naar Mandalay kan vliegen. Het is druk op de smoezelige ‘Domestic Airport’. Veel reisgezelschappen en weinig individueel reizende toeristen. Waarschijnlijk hebben veel mensen vanwege de visumproblemen hun reis naar Myanmar verplaatst of afgeblazen. Na een tussenstop arriveer ik om 8:20 uur op Mandalay Airport. Ik loop de bagageruimte in en zie achter het glas twee blije gezichten van Yi Mon en Cho Cho, die driftig naar me zwaaien. Twee fantastische jonge vrouwen, waarmee ik inmiddels al zoveel lief en leed gedeeld heb, dat ik ze gerust ‘vriendinnen’ durf te noemen. Even de bagage laten controleren en dan snel de dames ‘huggen’. Kussen dat doen ze hier niet en ik wil ze niet in verlegenheid brengen. In het vliegtuig ben ik een Nederlands stel tegengekomen (Remco en Vief) en omdat Yi Mon een taxibusje geregeld heeft, nemen we hen ook mee naar Mandalay. Ze willen uiteraard alles weten van het project en beloven om de school te bezoeken.

Het weerzien met de kinderen is zoals altijd. De eersten die me aan zien komen lopen, komen op me af gerend, en met een lange sliert aan mijn armen bereik ik de huizen, midden op het schoolterrein. Heerlijk om iedereen weer te zien, te spreken en te knuffelen. Nico pjo là vragen ze één voor één? Pjo dè, zeg ik vol overtuiging, want ik ben echt heel blij. Ik geef maar meteen de zak met knuffels aan de kleinsten. Dat is zo ongeveer het enige wat ik mee kan nemen, omdat het niks weegt. Alle andere spullen die we nodig hebben voor verbetering van de levensomstandigheden van deze kinderen, schaffen we hier ter plekke aan. De wisselkoers van euro naar dollar is gunstig, alles is hier in Myanmar te koop en niet duur, en op die manier stimuleren we ook nog eens de lokale economie.

Zo hebben we met opgehaald sponsorgeld in juni o.a. een nieuw bamboehuis voor de jongens laten bouwen, compleet met een stenen toilethokje met twee wc’s. Het wordt zo te zien intensief gebruikt, want een aantal ruitjes is al kapot. De jongens moesten verkassen, omdat het schoolhoofd een groep van ruim dertig meiden uit de regio onder de hoede van de stafleden van The Golden House heeft geplaatst. De meiden kunnen in hun dorpjes niet de laatste twee jaar van de middelbare school doorlopen en wonen nu in het ‘oude’ jongenshuis. Volgens Yi Mon gaat het erg goed met de meiden. Ze doen hun best op school en helpen goed mee. Yi Mon laat me ook de berekeningen zien voor de nieuwe keuken. Ik dacht dat het alleen om een stenen fornuis zou gaan, maar de hele aanbouw gaat in steen opgetrokken worden. Dat is een goed en veilig plan. Er wordt hier elke dag voor 120 kinderen gekookt op een paar betonnen potten met steenkool. Dat is echt behelpen en niet geheel zonder gevaar met die kleine kinderen in de buurt. Ik krijg ook de berekening te zien voor het plaatsen van een nieuw dak op het meisjeshuis. Dat is echt aan vervanging toe. Als het flink regent - en dat doet het hier zo’n vier maanden per jaar - dan staan er boven op de slaapzaal overal emmertjes. Ik heb genoeg sponsorgeld bij me om beide zaken op te starten.

Na een paar uur loop ik met Yi Mon naar het kantoor van het schoolhoofd. Zijn officiële naam is U Nayaka, maar iedereen hier op school noemt hem Phone Phone Yi, dat zoveel betekent als wijze leermeester. Het is een monnik die je een beetje aan de Dalai Lama doet denken. Yi Mon vertelt me dat U Nayaka al drie weken ziek is. Hij heeft problemen met zijn evenwichtsorgaan. Het gaat deze week voor het eerst iets beter. Op het kantoor ontmoet ik eerst nog Nann Myint, het zusje van Yi Mon, dat al jaren als staflid op kantoor werkt. Een pientere meid, die goed Engels spreekt en veel verantwoordelijkheid aankan. Oh wat is ze blij om me te zien. En dat natuurlijk wederzijds. Als we even zitten te kletsen aan de grote houten tafel in het rommelige kantoor, waar het altijd een zoete inval van stafleden, leerkrachten en leerlingen is, komt Ollie binnen. Ollie is een Duitser die inmiddels al bijna een jaar Engelse les geeft op de PDO High School en ook wat stafleden aanstuurt. Hij is verrast me alweer te zien. Al gauw gaat het over de Internet Community die Frank wil opzetten om de ontwikkelingsorganisaties die actief zijn op deze school beter te laten samenwerken. Die virtuele gemeenschap, waarop kennis en ervaring gedeeld kan worden, komt maar niet van de grond. Ik herinner Ollie eraan dat we in juni nog samen teksten hebben zitten schrijven. Na wat navragen blijkt het een intern probleem te zijn. Diverse coördinatoren van afdelingen en projecten moeten een stukje tekst aanleveren en sommigen komen daar niet aan toe.

Even later zitten de verantwoordelijken bij me aan tafel. Frank blijkt een ultimatum te hebben gesteld en dat loopt morgen af. We spreken af dat dinsdagmorgen alle teksten gereed zijn, dat ik die dinsdagmiddag redigeer en dat we ze dinsdagavond aan U Nayaka presenteren. Ik beloof dat ik Frank een mailtje zal sturen om aan te geven dat het materiaal er nu echt aankomt. Dit is nou typisch zo’n kwestie waar we hier als stichting regelmatig tegenaan lopen: communicatieproblemen. Is het niet doordat alles via U Nayaka moet lopen, dan is het wel een kwestie van het niet nemen van verantwoordelijkheid. Er moet dan blijkbaar toch een buitenlander aan te pas komen, die wat druk op de ketel zet. Ziezo, dat probleem met betrekking tot de Internet Community is getackeld.

Mijn gesprekje met U Nayaka duurt maar een kwartier. Hij ziet er echt zwak uit. Hij is blij om me te zien en zegt dat ik alles wat ik wil ondernemen maar met Yi Mon moet bespreken. Dat komt wel goed! Ik druk hem de hand en wens hem veel beterschap. Ik besluit om nog even te e-mailen. Maar dat gaat minder gesmeerd dan ik dacht. Ik had thuis een gmail account aangemaakt, compleet met adressenboek, maar gmail heeft de boel geblokkeerd. De enige manier om de account te reactiveren is een code te laten sturen naar mijn mobiele telefoon. Beetje lastig als je hier geen ontvangst hebt! Jerry, de computerdeskundige van de school, komt eraan te pas, maar heeft ook geen oplossing. De server van de school is momenteel ook onbereikbaar, dus een schoolaccount aanmaken gaat ook niet. Uiteindelijk verlaat ik om 20:00 uur onverrichter zaken het kantoor. Mijn hoofd is leeg en mijn buik ook. Yi Mon en Cho Cho fleuren me op met hun ideeën voor een uitstapje met de kinderen. Ze willen twee tempels bezoeken aan de overkant van de rivier. Ik doe hen het idee aan de hand om een boot te huren en de grote onafgebouwde tempel van Mingun te bezoeken. Dat vinden ze een super idee, want daar is nog meer moois te zien. Ik stel voor om de lunch mee te nemen en te picknicken op de boot. Wellicht dat sommige kinderen nog willen zwemmen. De dames zien het helemaal zitten en gaan het morgen allemaal regelen.

Het is inmiddels 21:00 uur en ik heb geen zin meer om te eten in het hotel. Yi Mon brengt me naar het hek, ik haal wat cakejes en cola bij een klein winkeltje verderop in de straat en na wat gegeten te hebben ga ik vroeg slapen. Dat reizen en dat tijdsverschil gaat je niet in de koude kleren zitten. En ja, ook ik word een dagje ouder. Ja lach maar…!

Zaterdag 20 november

Als ik om 10:00 uur wakker word, heb ik de klok rond geslapen. Ik ontbijt op mijn gemak onder het idyllische afdakje op de vlonder aan het water. Mijn vaste recept is Nam Ja (een kruising tussen een wrap en naan), een omeletje met tomaat en uien, wat jam, een groot glas jus d’orange en zelfgezette thee. De zwarte Engelse thee van hier is namelijk zo zwart dat je er mes en vork bij nodig hebt. Als ik rond 11:30 uur het schoolterrein oploop, blijken Remco en Vief al rondgeleid te zijn op school. Ze zijn net in een taxi gestapt en ik heb ze dus gemist. Maar niet getreurd, Yi Mon heeft ze verteld dat we morgen met de hele groep naar Mingun gaan en zij toevallig ook. We zullen ze dus in de haven wel zien.

Ik heb mijn laptop meegenomen en ga aan een tafel in het meidenhuis zitten. Ik wil de tekst van de huidige sponsorvideo uitschrijven en dan het script aanpassen, zodat ik deze week een hoop nieuwe beelden kan schieten. De video is anderhalf jaar oud en een half jaar geleden nog wel geactualiseerd, maar omdat er al zoveel veranderd en gerealiseerd is, moet er nu echt een nieuwe versie komen. Zoals ik al verwachtte hangt er na twee minuten al een grote groep kinderen om me heen, die de video graag nog een keer wil zien. Ik moet moeite doen om zelf nog iets te kunnen zien, met al die bruine snoetjes voor mijn beeldscherm. Als ik de tekst uitgeschreven heb, maak ik een begin met de veranderingen. Dat is nog niet zo gemakkelijk, want ik wil graag grote stukken van de oude video in tact laten en de volgorde van zaken logisch houden.

Voordat ik er erg in heb, is het al 17:00 uur. Ik loop naar het hotel en laat de dochter van de eigenaar een lekkere maaltijd voor me bereiden: Fried noodles met chicken en vegatables. Het is één van haar beproefde recepten. Een lekker star Cola erbij. Dat is de lokale cola hier en die smaakt prima. Heerlijk om weer een gezond maaltje naar binnen te werken. Er schuift een Duits stel aan, dat belangstellend vraagt of ik voor het eerst hier ben. Niet echt! Ik vertel ze het verhaal van het project en ze zitten geboeid te luisteren. Ze zijn vier dagen in Mandalay en willen dolgraag een kijkje komen nemen op de school. Dat is altijd prima natuurlijk. Als ik uiteindelijk om 20:00 uur weer naar de school loop, is het hek al gesloten. Maar niet getreurd, Htet Aung (Sandra’s sponsorkind) en Shine Bo Bo staan met de sleutel klaar. Ik vraag of ze al lang staan te wachten, maar dat snappen ze niet. Aan hun stralende gezichten te zien, maakt ze dat ook niks uit. De jongens zitten in hun bamboehuis televisie te kijken en de meiden zitten in het oudste meidenhuis hetzelfde te doen. Als ik op de grond ga zitten, kruipen Htet Htet Lin en Zar Ni Khaing gelijk tegen me aan. Ze hebben het koud, want het is ‘maar’ 25 graden. ‘Tomorrow we go Mingun’ zegt Htet Htet Lin stralend. Als ik ‘ja’ knik vliegen de twee meiden me om de hals. Thank you, Nico, zegt Zar Ni Khaing!

Yi Mon heeft alles geregeld: Een boot voor 55 dollar en drie open bussen die ons naar de haven brengen en weer ophalen voor 66 dollar. Dat is te overzien voor 120 kinderen. Daar komt dan het eten en drinken nog bij. We vertrekken morgen om 7:30 uur naar de haven, zodat we om 8:00 uur op de boot kunnen stappen. Dat wordt een mooie dag! Omdat ik al vroeg uit de veren moet, ga ik op tijd naar het hotel.

Zondag 21 november

Als ik mijn kamer uitloop om vlug mijn ontbijt naar binnen te werken, voelt het klammig. Het wordt zo te voelen een warme dag. Warmer dan de afgelopen dagen, toen het kwik niet boven de dertig graden uitkwam. De bussen staan al klaar als ik het schoolterrein oploop. De meeste kinderen zijn al ingestapt en zitten hutje mutje naast en op elkaar. Ze zijn uitgelaten. Vijf minuten later rijden we onder luid gejuich het schoolterrein af. Twintig minuten later rijden we het haventerrein op. Tijdens de Britse bezetting was één van de belangrijkste havens van Azië. Nu is het een groezelige en smerige zandvlakte met een dertigtal oude, krakkemikkige toeristen- en vrachtboten. Ik geef mijn fotocamera aan Htet Aung, het sponsorkind van onze vriendin Sandra. Hij heeft in januari, toen Sandra met ons mee is geweest naar Myanmar en het project, met haar camera hele mooie foto’s gemaakt. Oh wat is hij trots dat hij dit nu weer mag doen! Ik zie ook Remco en Vief aan komen lopen en maak een praatje met ze.

Als we een kwartier staan te wachten, loop ik toch maar eens naar Yi Mon waarom het zolang duurt. Yi Mon vertelt dat de boot die ze besproken heeft eerst een groep toeristen van een reisagentschap naar de overkant moet brengen en pas over anderhalf uur terug is. Dat is nou typisch Myanmar. En het probleem is dat men dat ook gewoon accepteert. Normaal bemoei ik me niet met dit soort zaken, maar om nou 120 kinderen anderhalf uur in de zon te laten wachten, gaat me echt te ver. Ik stap samen met Yi Mon naar de havenmeester toe en maak de nodige stampij. En warempel, na wat gediscussieer mogen we met z’n allen op de boot die net komt aanvaren. En zo kunnen we een half uur te laat toch naar Mingun. De kinderen vinden het erg leuk op de boot. Er is van alles te zien langs de waterkant en op de eilandjes.

Als de grootste onafgebouwde pagode van de wereld opdoemt aan de overkant, wordt het gepraat luider. Even later verlaten we over een dunne loopplank de boot en lopen in een lange sliert naar de pagode. De blok baksteen had 150 meter hoog moeten worden. Maar toen koning Bodawpaya - die aan hoogmoedswaanzin leed - in 1819 stierf, was er pas 50 meter klaar. In 1838 heeft een aardbeving enorme scheuren aangebracht in het bouwwerk, maar dat doet niks af aan de monumentale uitstraling ervan. We beginnen met z’n allen aan de klim naar boven. Dat gaat eerst over traptreden, maar het laatste stuk moet er flink geklauterd worden over de rotsen. De kinderen vinden het geweldig. Ik zie ze overal in gaten en spelonken kruipen en de grootste kinderen helpen de kleinsten, precies zoals dat in The Golden House dagelijks gebeurt. Het uitzicht over de Ayeyarwady rivier en het land erlangs is adembenemend. Natuurlijk moeten er overal opnames gemaakt worden. Twee oudere kinderen hebben een kleine camera en ik geloof dat ik wel vijftig keer ben gefotografeerd. Terug beneden is iedereen nat van het zweet. Het is goed heet vandaag. We gaan eerst terug naar de boot om de lunch, die ’s morgens al is voorbereid en in twee enorme pannen is meegenomen, op te eten. Ik waag me er niet aan. Ik koop straks wel wat fruit en wat te drinken.

Na de lunch bekijken we de op één na grootste klok ter wereld. Hij weegt 90 ton en had een plaats moeten krijgen in de nooit afgebouwde pagode van koning Bodawpaya. Misschien maar goed ook, want hij klinkt echt beroerd. Dat kunnen ze in Asten bij de klokkengieterij beter! Daarna wandelen we door naar de in 1816 gebouwde Hsinbyume pagode. De zeven terrassen van de spierwitte pagode verbeelden de zeven bergen die rond de heilige berg Meru in India liggen. De koning heeft deze witte pagode voor zijn vrouw laten bouwen. Vanuit het hoogste terras hebben we een fraai uitzicht op de pagode van Mingun, waar we net nog bovenop stonden. Ik weet niet hoeveel kinderhandjes ik tijdens deze excursie vastgehad heb, maar zeker de helft van de groep. Allemaal willen ze even aandacht en een verhaaltje vertellen. Soms is het wel te volgen, maar vaak helemaal niet. Als de grotere kinderen het niet vertalen, lach ik maar wat en geef de kids een knuffel.

Als we alles bekeken hebben, is het tijd om te zwemmen in de rivier voor degenen die daar zin in hebben. De rest gaat zitten kletsen langs de waterkant, op de boot of spelletjes zitten doen. De jongens zwemmen met ontbloot bovenlijf, maar de meiden met al hun kleren aan. Oh wat een plezier hebben ze. Wat een schouwspel is dit. Dit van dichtbij te mogen beleven en mogelijk te kunnen maken, geeft me echt een gelukzalig gevoel. De kinderen komen normaal nooit van het schoolterrein af en genieten daarom zo intens van een uitstapje. Ik doe nog mee met wat spelletjes, verlies uiteraard, moet mijn ogen dichtdoen en raden wie me een tik op mijn hoofd geeft. Weet ik veel? De hilariteit is groot!

Als we uiteindelijk om 14:30 uur weer op de boot stappen, ligt de helft van de groep binnen de kortste keren te slapen, uitgeput van alles wat ze gezien en gedaan hebben. Nog even wachten op de bussen en dan terug naar school. Daar reken ik af met de chauffeurs en ga terug naar het hotel. Ik eet en drink wat en ga dan lekker op bed liggen. Hetzelfde wat veel kinderen ook zullen doen. Rond 18:00 uur word ik wakker, eet ik wat op de idyllische vlonder en schrijf ik deel één van mijn reisverslag. Morgen gaan we weer verder met alle activiteiten en werkzaamheden van de stichting, die op mijn lijstje staan.

Maandag 22 november

Toen ik vannacht om 3:00 uur het schoolterrein verliet - dankzij al die emailperikelen - was de stad reeds in diepe rust. Het enige wat je hier ’s nachts op straat aantreft zijn honden, die tussen het afval zoeken naar eten. De school ligt aan de oostelijke uitvalsweg van de stad. Overdag is het hier ongelooflijk druk. Duizenden fietsen, scooters, auto’s en taxi’s rijden af en aan. Verkeersregels zijn er nauwelijks. De straat is overdag en ’s avonds een aaneenschakeling van winkeltjes en kraampjes. Soms zie je een redelijk ogend supermarktje, maar over het algemeen zijn het armetierige golfplaten hokjes, waar wat koopwaar wordt verhandeld. Soms weet je niet eens wat er eigenlijk wordt verkocht. Overal wordt vuurtje gestookt en iets geroosterd of gegrild. Iedereen probeert op een of andere manier iets te verdienen. ‘Keuteren’ is het goede woord om het werk van de gemiddelde Birmees te beschrijven. De meeste eettentjes en cafeetjes zijn zo smoezelig, dat je er nog in geen duizend jaar zou gaan eten. ’s Nachts om drie uur zie je pas dat al die kleine hokjes, waar de mensen overdag geduldig zitten te wachten op een enkele klant, ook gewoon hun huisjes zijn. Op zes vierkante meter vindt hun hele leven plaats, dag na dag, week na week, jaar na jaar en generatie op generatie. Ik hoop van harte dat wij de kinderen op de PDO High School een iets andere en iets betere toekomst kunnen geven. Daar zet ik me met hart en ziel voor in, daar zetten we ons als stichting World Child Care voor in en daar zetten zich inmiddels heel veel van jullie zich voor in. Dank daarvoor, vanuit de grond van mijn hart.

Ik slaap vandaag maar eens goed uit en zit zodoende pas om 12:00 uur aan mijn ontbijt. Maar in mijn hotelletje aan de overkant van de straat maakt dat niks uit. De hoteleigenaar, zijn vrouw, zijn dochter en zijn schoonzoon; ze zijn allemaal even aardig. Ik vraag me af of ik eigenlijk al ooit een onaardige Birmees heb ontmoet. Ja, misschien de mannen die op straat het geld voor je wisselen, maar ja, je kunt niet God (Boeddha) dienen en de mammon. Voor de rest is dit absoluut het meest vriendelijke volk van Azië. Niets is ze teveel, ze lopen het vuur voor je uit de sloffen, je kunt ze vertrouwen, ze zijn belangstellend, ze zijn leergierig, ze zijn eerlijk, ze zijn open, enzovoorts. In dit land op (werk)vakantie gaan voelt als in een warm nest terechtkomen, sterker nog, het voelt inmiddels als thuiskomen!

Ik loop naar The Golden House, waar het net lunchpauze is. De 120 kinderen eten tegenwoordig in drie etappes. Ik tref het bekende tafereel aan van Cho Cho en Tsai Tsai, die met een paar kinderen rond een laag rond tafeltje zitten en vanuit enorme pannen de kinderen van eten voorzien. Er wordt tegenwoordig ’s morgens gekookt voor de hele dag. Sinds de kok vorig jaar is opgestapt koken Cho Cho en Tsai Tsai om beurten samen met enkele kinderen. Yi Mon kookt maar een enkele keer per maand, omdat ze andere taken heeft. De nieuwe stenen keuken die gebouwd gaat worden, gaat het koken een stuk aangenamer en fysiek gezonder maken. Niet meer krom staan boven een pan die op een betonnen emmer met kolen staat, maar rechtop aan een fornuis. Er komen ook nieuwe spoelbakken en een fatsoenlijk werkblad in de keuken. Die hele klus kost 1100 dollar. Daar koop je in Nederland niet eens een Miele vaatwasser voor. Over vaatwassers gesproken: de kinderen weten precies hoe het hoort. Bakje leeg, schoonspoelen onder de kraan, afdrogen en doorgeven aan de volgende die hongerig klaarstaat. Als iedereen klaar is met eten, ruimen een paar jongens en meisjes die corvee hebben alles netjes op.

Nadat ik onderweg wat aanrennende kinderen geknuffeld heb, ga ik in het meisjeshuis aan een tafel zitten en maak het script voor de sponsorvideo verder af. Het is best een klus om er een goed sluitend verhaal van te maken, waarbij ik graag een groot deel van de oude video in tact wil houden. Na een paar uurtjes knippen en plakken is alles klaar. Omdat het pas drie uur is, besluit ik alvast enkele shots te maken. Ik krijg daarbij hulp van Tim. Nee, niet Tim die samen met mij in het bestuur van World Child Care zit, maar een jongen uit The Golden House, die redelijk Engels spreekt en die ik instructies kan geven hoe hij mij op allerlei locaties moet filmen. Niet dat ik zoveel in beeld hoef te komen, maar dat je de voice-over van de video helemaal nooit in beeld ziet, vind ik ook geen optie. Als het begint te schemeren loop ik terug naar het hotel. Even lekker wat eten en wat relaxen.

’s Avonds heb ik een goed gesprek met Yi Mon over het onderwijs voor de kinderen. Ze vertelt dat de kinderen die dit jaar (opnieuw) examen moeten doen, iedere dag bijles krijgen in een ander vak. Docenten van PDO High School en van de universiteit komen die lessen gratis verzorgen. Ze hoopt echt dat straks in maart veel kinderen hun examen zullen halen, niet alleen degenen die het opnieuw proberen, maar ook degenen die voor het eerst examen doen. De examens worden maar op één niveau afgenomen. Kinderen die 40 tot 60 procent van de vragen goed hebben kunnen naar het LBO-onderwijs, kinderen die 60 tot 75 procent van de vragen goed hebben, kunnen een middelbare beroepsopleiding gaan doen en kinderen die 75 procent of meer van de vragen goed hebben, komen in aanmerking voor een HBO-studie. De studies kosten respectievelijk 300, 600 en 1000 per jaar. Als stichtingsbestuur hebben we besloten een reserve aan te leggen voor kinderen van The Golden House die straks na hun eindexamen verder willen studeren. We voelen ons verantwoordelijk voor de toekomst van deze kinderen en die mag en kan niet stoppen als hun middelbare school afgerond is. Yi Mon is blij met onze stellingname in deze!

Als ik rond 22:30 uur terugloop naar het hotel, wordt er buiten door zo’n twintig kinderen nog een hoop plezier gemaakt. Op de zandvlakte in het maanlicht doen ze allerlei kringspelletjes en ze hebben de grootste lol. Ik vraag me af of de kleinsten morgen wel fit in de klas zullen zitten, maar dat is mijn verantwoordelijkheid niet. Terug op mijn kamer spoel ik het zweet van me af, al valt dat deze keer wel mee. Het weer is echt helemaal super en een stuk minder heet als alle andere keren dat ik hier was. Deel zeven van Harry Potter ligt op mijn nachtkastje naar me lonken. Ik heb alle delen al uit, maar wil deel zeven graag nogmaals lezen omdat de film net uit is en Frederique en ik die absoluut gaan zien in de bioscoop. Ik houd helemaal niet van lezen - nou ja, kookboeken en reisboeken wil ik nog wel eens ter hand nemen - maar Harry Potter vind ik helemaal te gek. Uiteindelijk vallen mijn ogen om 0:30 uur dicht.

Dinsdag 23 november

Vanmorgen om 10:00 uur heb ik een meeting met Chan Chan en Nann Myint. Chan Chan is de ingenieur van de school en zij maakt alle berekeningen en tekeningen voor verbouwingen en nieuwe plannen. We gaan zoals al eerder verteld een nieuwe keuken aan laten bouwen en het dak van het oudste meisjeshuis gaat vernieuwd worden. De berekeningen zien er goed uit. Uiteraard laat ik ze Tim in Nederland nog eens doorrekenen. Maar om de boel niet verder te stagneren, overhandig ik alvast 1900 dollar aan de kassier van de school, die inmiddels ook is aangeschoven. U Nayaka had gisteren al aangegeven dat wij dit met z’n drieën prima konden regelen. Chan Chan belooft me dat ze deze week reeds het materiaal zal regelen en dat er volgende week met het werk gestart gaat worden. Mooi zo!

Na onze meeting ga ik met Nann Myint verder om de teksten voor de Internet Community te lezen, te bewerken en in een structuur te plaatsen. De Community wordt het samenwerkings- en communicatieplatform voor alle NGO’s die op deze school actief zijn en de staf en docenten van de school. Ik krijg van Nann Myint twee documenten van elk zo’n zeven pagina’s. Als ik die eens kritisch bekijk, zie ik dat er op zich veel waardevolle informatie is verzameld, maar dat tweederde van de tekst in erbarmelijk Engels is geschreven en dat er totaal geen structuur in zit. Voel goede moed gaan we samen aan de slag. We zitten rustig in de bibliotheek en door de ramen waait een behaaglijk briesje. Soms komt er een groepje kinderen wat boekjes lezen, maar dat hindert ons niet. Ik versta er sowieso geen woord van. Al gauw merken Nann Myint en ik dat we hier nog niet zomaar mee klaar zijn. We discussiëren driftig over de betekenis van bepaalde passages - dan weet je meteen hoe erbarmelijk de zinnen zijn - en wat de structuur van het geheel zou moeten zijn. Welke hoofditems maken we aan en welke subitems vallen daaronder? Ik heb gelukkig meer met dit bijltje gehakt, omdat ik zal menige websitestructuur heb uitgetekend en gelukkig is Nann Myint ook een pientere meid, die z’n best meedenkt.

Om 16:00 uur houden we even een korte pauze, ga ik een appel, cakejes en cola halen in het hotel en dan stomen we samen door tot 20:30 uur. Dan zijn we allebei helemaal op. Tweederde van de tekst is klaar en gestructureerd, maar eenderde moet nog en we missen nog best een hoop relevante informatie. We spreken af om het document donderdagmiddag verder af te werken. Dan zullen we ook de hoofdaccountant van de school nog wat vragen stellen over welke NGO welk gebouw heeft gezet en wanneer dat is gebeurd.

Als ik naar The Golden House loop, zie ik dezelfde kinderen als gisteren weer kringspelletjes doen. Voor ik het weet sta ik ditmaal ook in de kring, ren ik mee rond en ontregel ik de spelletjes omdat ik er natuurlijk maar de helft van snap. De kinderen vinden het geweldig dat ik meedoe en het helpt mij om na zo’n intensieve dag mijn hoofd weer lekker leeg te maken. Om 22:00 uur is het welletjes en ga ik nog een uur rondwandelen door de verlaten starten van de stad, die overdag zo uitpuilt. Daarna nog even een paar hoofdstukken Harry Potter lezen en dan gauw slapen.

Woensdag 24 november

Vandaag is het filmdag voor de nieuwe sponsorvideo. Ik heb het script goed in mijn hoofd zitten en de laptop bij me om alle ‘moviestars’ de juiste ‘lines’ te laten zeggen. Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai hebben hun stafkleding al aangetrokken en zien er keurig uit. Met hun witte bloezen en groene wikkelrokken zitten ze eten op te scheppen. Heel voorzichtig natuurlijk, want ze moeten nog gefilmd worden. Ik heb het script zo geschreven dat ze steeds in andere settings korte zinnetjes moeten zeggen en dat gaat ze goed af. We filmen op alle mogelijke plekken in en om de huizen en ook in het immense schoolgebouw. Aan het eind van de middag filmen we ook nog in de groentetuin naast het meisjeshuis. Die tuin ziet er echt super goed onderhouden uit. Zeven kinderen volgen op dit moment een opleiding voor tuinieren en dat werpt z’n vruchten af. Ze vinden het heel leuk dat er op de video ook aandacht wordt besteed aan ‘hun’ project en volgen gewillig al mijn regieaanwijzingen op.

Helaas begint het al te schemeren en heb ik vandaag niet al het filmwerk afgekregen. Maar gelukkig wel het overgrote deel. Morgenvroeg nog een uurtje of twee filmen en dan is alles klaar. Daarna zal ik met Yi Mon een inventarisatie gaan maken van alle wensen die ze nog heeft wat betreft kleding, materiaal en verbeteringen aan de huizen. Om 18:00 uur eet ik een lekker bordje ‘fried noodles with chicken and vegetables’, klets ik een hele tijd met een aantal hotelgasten en maak ik me op om deel 2 van het reisverslag te mailen. Een minder interessant deel? Ik denk het eigenlijk niet. Het geeft namelijk een goed beeld van de werkzaamheden die we hier als bestuurders c.q. vrijwilligers van stichting World Child Care gedurende ons verblijf verrichten voor PDO High School in z’n algemeenheid en The Golden House in het bijzonder.

Donderdag 25 november

Zoals jullie wellicht weten ben ik de secretaris van onze stichting World Child Care. Ik vorm het bestuur van onze stichting samen met Frank Dirks - voorzitter - en Tim van Ederen - penningmeester. Frederique - mijn vrouw - is één van onze actieve vrijwilligers. We vullen elkaar als bestuursleden mooi aan. Frank is iemand van de grote lijnen, de visie, de internationale samenwerking en de ICT. Zogezegd de buitenste schil van ons project. Ik ben iemand van de middelste schil. Ik verzorg de communicatie rondom het project en zet sponsoracties op, en bemoei me met de educatie en het welzijn van de kinderen. Tim is een zeer praktisch en pragmatisch iemand en heeft een duidelijke focus nodig. Als hij die heeft gevonden, dan is Tim een echte ADHD-er en niet te stoppen. Dat hebben we vorig jaar oktober gemerkt toen Tim in anderhalve week tijd samen met de schoolarchitect en -ingenieur Chan Chan veel verbeteringen aan de huizen heeft weten door te voeren. Tim is echt iemand van de binnenste schil. Eigenlijk geweldig dat we zo’n team hebben. Omdat Tim in januari twee weken op PDO High school zal zijn en omdat de woon- en leefomstandigheden van de kinderen nog flink verbeterd kunnen worden, heb ik hem beloofd wat voorwerk te doen. Niet om te zorgen dat hij straks in januari niks meer te doen heeft - want dan wordt Tim kierewiet - maar omdat hij zich dan bij aankomst direct kan focussen.

Daarom maak ik vanmorgen een ronde met de hoofdleidster Yi Mon langs en door de huizen. Ik noteer alle gebreken, verbeterpunten, wensen en ideeën. Elke ruimte nemen we kort onder de loep en ik maak wat ruwe schetsen, die ik zaterdag ook nog even met Chan Chan zal doorspreken. In de aanloop naar januari kan Tim dan met Yi Mon en Chan Chan aan de slag om een aantal zaken verder uit te werken en kostencalculaties te maken. Uiteraard zal hij in januari ook nog het nodige verder door moeten spreken, alvorens het in gang gezet kan worden.

Klinkt allemaal lekker vaag hè! Ik zal wat zaken toelichten. Yi Mon wil graag in het voormalige jongenshuis, waar nu de 35 nieuwe meisjes, slapen een stafslaapkamer realiseren. Op die manier slaapt er straks staf in elk huis. De ruimte is er al en er zit zelfs een badkamertje aan vast, maar moet een flinke facelift krijgen. Haar huidige slaapkamer, die ze deelt met Cho Cho en Tsai Tsai, kan daarna opgedeeld worden in twee ruimtes: een kleinere slaapkamer en een stafkantoortje. Yi Mon heeft ook het idee om het terras achter het oudste meisjeshuis te overkappen met doorschijnende golfplaten. Op die manier heeft ze er opeens 15 vierkante meter werk-, eet- en studeerruimte bij. Het is verder zeer wenselijk dat er buiten een nieuw toilet- en douchegebouwtje geplaatst wordt. Rondom de drie huizen moet alles bestraat worden. Als het nu geregend heeft dan is het één grote modderboel. In het oude jongenshuis, of liever gezegd het nieuwe meisjeshuis moeten boven bijvoorbeeld alle openslaande ramen vervangen worden, en voorzien worden van gaas en muskietennet. Beneden in dat huis heeft Yi Mon het idee om twee extra douches te realiseren. Beneden kan een prachtige multifunctionele open ruimte gecreëerd worden, als het hokje van de rijstopslag wordt afgebroken en er aan de andere kant van de ruimte in de hoek een nieuwe rijstopslag wordt gerealiseerd. En zo passeren nog vele andere ideeën de revue, waarover Tim samen met Yi Mon en Chan Chan zijn licht mag laten schijnen.

Na de lunch heb ik afgesproken met Nann Myint om de teksten voor de Internet Community verder af te maken. We beginnen vol goede moed. Op een gegeven moment schuift Chan Chan aan. Ze werkt als schoolarchitect en -ingenieur al tien jaar op PDO High School en weet precies in welke volgorde de verschillende gebouwen op de school campus gebouwd zijn en wie de financiers daarvan waren. Naarmate de middag vordert, krijgen we het steeds zwaarder. Wat een klus is dit!

Gelukkig kunnen we om 16:30 uur even een pauze inlassen. Ik heb met Yi Mon afgesproken dat ik het eindshot van de sponsorvideo ga opnemen. Daar heb ik alle kinderen voor nodig. Net als op onze oude video gaan ze in koor roepen ‘Please help us to build our new home!’. Daarna is het de bedoeling dat ze zeker 10 seconden springen en dansen, zodat ik een mooie fade-out kan maken. Als ik bij The Golden House aankom, staan de meisjes al keurig te wachten. De jongens zijn daardoor echter zo verlegen, dat ze hun huis niet uit durven te komen. Ik schreeuw ‘sjè là’, wat ‘zijn jullie verlegen’ betekent. De meisjes liggen compleet in een deuk. Als Yi Mon de jongens even later ongeveer letterlijk uit hun huis plukt en laat opstellen, durven de meisjes niet meer voor de jongens te gaan staan. Ook daar wordt korte metten mee gemaakt en leidt natuurlijk tot de nodige hilariteit. De meisjes gaan echter zeker een meter voor de jongens staan. Na het nodige dirigeerwerk lukt het me om er een mooie compacte groep van te maken. Ik kan jullie verzekeren dat mijn koor ‘Musica’ in Rosmalen makkelijker te ‘dirigeren’ is als deze 120 kinderen. Maar aan één ding kunnen deze kinderen absoluut beter: goed luisteren en niet kletsen! We oefenen de Engelse tekst, die Yi Mon nog even voor alle kinderen vertaalt, ik ga op een bankje staan en het lukt me om het shot van twintig seconden na tien keer oefenen goed op de video te krijgen. Iedereen is uiteraard uitgelaten na afloop!

Nadat ik wat gegeten heb in het hotel gaan Nann Myint en ik verder om de tekst voor de Internet Community af te ronden. Als we rond 20:30 uur helemaal klaar zijn en Nann Myint even een usb-stickje haalt op het kantoor, komt ze terug naar de bibliotheek met een delegatie van tien monniken. Ze vertelt dat de monniken vrienden zijn van het schoolhoofd U Nayaka en dat ze een rondleiding krijgen op school. Geheel spontaan laat ik een fraai staaltje zien van ‘Hoe imponeer ik een groep Boeddhistische monniken, die geen Engels spreken?’ De oudste monnik van het gezelschap komt me de hand schudden en vraagt me in het Birmees wat ik van het Birmese volk vind? Nann Myint vertaalt het voor me en ik zeg dat het de meest vriendelijk mensen van heel Azië zijn en dat ik dat zeg vanuit de grond van mijn hart. Nann Myint vertaalt het, de monniken knikken vriendelijk en de volgende vraag wordt afgevuurd. Wat ik van het onderwijssysteem in Myanmar vind? Ik zeg dat er nog het nodige aan te verbeteren valt, maar dat er hier op PDO High School belangrijk werk wordt verricht en deze school een goed voorbeeld is voor andere scholen. De vertaling van Nann Myint wordt met een instemmend knikken beantwoord. Dan krijg ik de vraag wat ik van de regering in Myanmar vind? Ik zeg ‘mè kaun, tè kaun’, wat zoveel betekent als: niet goed, niet slecht! De monniken liggen in een deuk. De laatste vraag is wat ik hier op school doe. Ik vertel in het kort dat ik met onze Nederlandse stichting World Child Care het weeshuis met Nargis-slachtoffers op deze school ondersteun. Als de oudste monnik in het Birmees antwoord, hoor ik ergens in zijn zin ‘djee zu bè’, wat dankjewel betekent. Nog voordat Nann Myint één woord van de laatste zin heeft vertaald, zeg ik ‘jà bà dè’, oftewel ‘dankjewel’. Ik zie tien paar verbaasde ogen en dan schateren ze het alle tien uit. Ja, beste allemaal, zo maak je dus de blits hier! Als de monniken - nog steeds opgewonden - de bibliotheek verlaten, zegt Nann Myint vol trots: ‘Thò dè, Nico. You are really clever! En ja, ik ben ook best wel een beetje trots.

Nu weer terug naar waar we mee bezig waren: de internetteksten. We halen de controller van de school erbij, die de rechterhand van U Nayaka is. We laten hem zien wat we gemaakt hebben. Een hoofditem met diverse subitems over de geschiedenis, de huidige situatie en de toekomstplannen van de school, een hoofditem met subitems over de vijf woongroepen. Drie hoofditems met vele subitems die het educatieve programma, het gezondheidsprogramma en het sponsorprogramma van de gebouwen beschrijven. Tot slot nog een hoofditem met voor elke buitenlandse organisatie een subitem. U Win Hyunt is zeer verrast en onder de indruk. De enige nadrukkelijke wens die hij heeft, is om alle buitenlandse organisaties die op PDO High School actief zijn achter een inlog te plaatsen, zodat de regering van Myanmar die teksten nooit kan lezen. De regering en de overheidsscholen in de regio kijken namelijk met argusogen naar PDO High school en we moeten volgens U Win Hyunt geen olie op het vuur gooien. Dat is een zeer waardevolle tip. U Win Hyunt gaat de komende twee dagen de teksten lezen en als we dan de laatste correcties hebben gedaan, kunnen we het materiaal naar Frank sturen.

Nann Myint en ik rollen om 22:00 uur helemaal gebroken de bibliotheek uit. Geen knuffelen meer met de kinderen deze keer, maar direct naar bed. Morgen wordt het een drukke dag, want dan ga ik om 10:00 uur met Yi Mon inkopen doen voor The Golden House.

Donderdag 25 november

Als ik iets voor tienen het schoolterrein op loop, staat Yi Mon al klaar. Naast haar staat Ei Myint, een staflid dat op het kantoor van U Nayaka werkt. Ik noem haar altijd ‘chocolate girl’, omdat ze altijd vraagt of ik chocoladerepen voor haar wil kopen. Soms doe ik dat wel eens. Ze helpt ons vandaag met inkopen doen. Ik kan namelijk niet bij alle winkels naar binnen, omdat de prijs dan hoger is voor de spullen die we willen kopen.

We rijden met de schooltaxi - een terreinwagen met overdekte laadbak - naar de grote markt en de winkelstraten in het zuidwesten van de stad. Ik heb een enorme tas met sponsorgeld bij me, waar velen van jullie, maar ook een aantal basisscholen in de regio Den Bosch aan bijgedragen hebben. Voor de beeldvorming: elke dollar is hier een briefje van 1000 kyat. De 1400 dollar die ik in kyat bij me heb zijn dus hetzelfde aantal briefjes! Ik houd de tas voor de zekerheid maar stevig vast.

Graag geef ik jullie een beeld van wat we zoal aanschaffen: vier matrasjes - lees: kokosmatten - voor de stafleden om op te slapen, honderd pennen, 60 warme truien - het is hier winter en ’s avonds ‘slechts’ 25 graden, 120 plastic kleerhangers, 80 paar slippers, twee ventilatoren voor aan het plafond van het jongenshuis en drie mega rijstkokers. Die rijstkokers zijn superduur, maar van een superkwaliteit en twee keer zo groot als de huidige drie rijstkokers, die elk zesmaal per dag aanstaan, al tienmaal gerepareerd zijn en volledig ter ziele zijn.

Terwijl ik buiten geduldig zit te wachten, zitten er op het muurtje voor de enorme markthal twee jongens met een gitaar wat te zingen. Wat me is opgevallen, is dat de Birmezen heel graag zingen. Als ik ’s avonds laat op straat loop, zitten er op allerlei plaatsen groepjes jongeren te zingen en wordt er - zelfs in de meest armentierige hutjes - aan karaoke gedaan. Ook de kinderen van The Golden House zingen heel graag. Ze hebben ook allerlei karaoke DVD’s, die ze haast vanbuiten kennen. De bevolking van Myanmar is echt een muzikaal volkje. Reden temeer om gehoor te geven aan Yi Mons wens om een nieuwe televisie en DVD-speler voor het jongenshuis te kopen. De huidige televisie is van de controller van PDO High School en hij wil deze graag terug hebben. De DVD-speler is op en slaat steeds over. Dat geldt ook voor de DVD-speler van de meisjesgroep. Sinds een aantal maanden dansen de meisjes van The Golden House iedere avond op muziek. Nann Myint heeft ze dat geleerd. De meisjes vinden het superleuk om te dansen en op deze manier wat aan conditietraining te doen. Drie maanden geleden heeft Yi Mon met geld van de school een goedkoop speakersetje kunnen kopen, maar dat is alweer ter ziele. ‘Made in Taiwan’, zouden wij zeggen. ‘Made in China’, zeggen ze hier. Ik besluit om zowel voor de meisjes als de jongensgroep een fatsoenlijke set speakers te kopen. Met een volle schooltaxi rijden we uiteindelijk om 16:00 uur het schoolterrein op. Bij The Golden House helpt iedereen met uitladen. In het kantoortje maken Yi Mon en ik de balans op. We hebben precies 1350 dollar uitgegeven, dus dat hebben we samen goed ingeschat.

Ik help de meisjes en jongens met het aansluiten van de apparatuur en ooh wat zijn ze blij. Het is vrijdagavond, dus na het eten wordt er direct een karaoke DVD opgezet in beide huizen en er wordt volop gezongen. Heerlijk om deze muzikale talentjes in de dop zo te zien stralen tijdens het zingen. Het is een heerlijk tijdverdrijf voor ze. Verder hebben ze nauwelijks speelgoed. Dat geldt overigens voor de meeste kinderen in Myanmar. Ze spelen heel veel buiten, doen kringspelletjes, knikkeren en voetballen. Doordeweeks mogen ze van de staf een uurtje televisie kijken en op vrijdagavond en zaterdagavond een paar uur.

Om 19:00 uur neem ik afscheid van de groep en ga ik naar het hotel om wat te eten en mijn reisverslag bij te werken. Het was een enerverende dag, maar tegelijk ook een dankbare dag. Yi Mon straalde in haar kantoortje, met al die spullen om haar heen die ze al een tijdje op haar wensenlijstje had staan. Geweldig dat we deze fantastische groep kinderen en stafleden het leven een stukje aangenamer kunnen maken. Het maakt mij ook intens gelukkig. Echt wel!

Vrijdag 26 november

Als ik om 9:30 uur het schoolterrein op loop, staat schoolarchitect en -ingenieur Chan Chan al klaar met haar schrijfblok. Ik maak met haar dezelfde ronde als die ik een paar dagen geleden ook gemaakt heb met Yi Mon. Ook toon ik haar mijn schetsen, die ze direct wil kopiëren, zodat ze die straks samen met Tim verder uit kan werken. Chan Chan heeft ook nog allerlei goede ideeën voor verbeteringen aan de huizen. Ondertussen sjouwt Thet Aung met mijn fototoestel achter me aan en ik maak overal foto’s van de huidige situatie. Dat maakt de communicatie voor Tim een stuk makkelijker. Per slot van rekening is het al meer dan een jaar geleden dat hij hier was. Zo rond 11:30 uur zijn we klaar met onze globale inventarisatie van werkzaamheden.

Ik loop naar kantoor om te kijken of we nu wel internetverbinding hebben, maar helaas. Sinds gisteren ligt alles eruit. Op kantoor ontmoet ik Jörg Frank, een Duitser die nu voor de achtste keer in Myanmar is en voor de tweede keer PDO High School bezoekt. We zijn benieuwd naar elkaars beweegredenen om zo vaak hier te zijn en raken al gauw in een goed gesprek verwikkeld. Jörg vertelt over zijn ervaringen tijdens zijn bezoeken aan afgelegen gebieden in het land en zijn ontmoetingen met lokale minderheden. Ook vertelt hij over de gloednieuwe stad Nai Phi Daw, die midden tussen Yangon en Mandalay is gebouwd en de nieuwe hoofdstad van het land wordt. Er loopt al een fantastische autosnelweg van Yangon naar deze stad, die nog doorgetrokken zal worden naar Mandalay. De stad bestaat uit de prachtigste kantoren, hotels, restaurants en woonruimtes. Het is een oase in het redelijk saaie landschap in midden Myanmar. De stad is gebouwd voor de generaals, de hoge officieren, de regeringsleiders, de hoge ambtenaren en andere belangrijke figuren. Jörg vertelt dat het ’s avonds net een spookstad is. Er staan alleen prachtige gebouwen, maar een straatleven is er niet. De straten en rotondes zijn pittoresk verlicht, maar sfeer hangt er niet. Dat komt doordat families van hoge ambtenaren niet mee mochten verhuizen. Ambassadepersoneel van buitenlandse ambassades in Yangon is nu genoodzaakt om voor zaken steeds naar deze nieuwe hoofdstad te reizen. Ongelooflijk dat zoiets kan in dit land waar iedereen zou moeten kunnen meeprofiteren van de export van teakhout, goud, koper, jade en edelstenen.

Ik nodig Jörg uit om samen met mij te lunchen in het hotel en vertel hem in geuren en kleuren over het project. Hij is heel belangstellend en weet veel over het leven in Myanmar te vertellen. Rond 15:00 uur neem ik afscheid van hem, werk mijn reisverslag bij en ga op zoek naar een internetcafé. Ik wil graag het derde deel van mijn reisverslag versturen, maar belangrijker nog: ik heb wat vragen aan Tim en Frank gesteld en wil kijken wat zij geantwoord hebben. Ook wil ik Frank de teksten mailen voor de Internet Community, die inmiddels klaar zijn. Morgen en maandag ga ik met name nog wat tijd met de kinderen doorbrengen en een start maken met een nieuwsbrief voor al onze sponsors en volgers van het project. Dinsdagmorgen om 7:55 uur vlieg ik van Mandalay terug naar Yangon. Maar daar denk ik nog niet aan. Eerst nog een paar dagen genieten iedereen en alles hier in Mandalay.