Ontvang onze nieuwsbrief
Stichting World Child Care

Stichting World Child Care ondersteunt kansarme (wees)kinderen en jongeren tot en met twintig jaar, die leven in ontwikkelingslanden. Denk daarbij aan gezonde voeding, kleding, huisvesting, educatie, hygiƫne en medische verzorging. World Child Care is momenteel met name actief in Myanmar.

Werkbezoek oktober 2012

Werkbezoek oktober 2012 Dit reisverslag is op persoonlijke titel geschreven door Nico Schoenmakers, tijdens zijn werkbezoek aan de PDO High School in Mandalay in oktober 2012. De inhoud vertegenwoordigt niet perse de mening of visie van het bestuur van de stichting. Soms reizen de bestuurders en leden van de stichting samen naar Myanmar. In dit geval betreft het een individueel bezoek. In het verslag komen vele namen voor. De belangrijkste zijn U Nayaka, hoofd van de PDO High School, Yi Mon, hoofdleidster van de woongroep The Golden House, alsmede Cho Cho en Tsai Tsai, stafleden van de woongroep.

Vrijdag 5 oktober 2012

EVEN RELAXEN
Ik laat het bad in mijn hotelkamer in Bangkok vollopen. Of zeg maar gerust: in mijn suite. Het is maar een klein en ondiep bad en ik moet mijn buik inhouden om helemaal onder te kunnen, maar het is wel heerlijk. Hier was Frederique blij van geworden. We hebben samen al in allerlei eenvoudige airport hotels geslapen, maar dit is wel even wat anders. Even relaxen, want ik heb er al een hele reis opzitten. Donderdagavond ben ik van Düsseldorf naar Abu Dabhi gevlogen. Een vlucht van ruim vijf uur naar deze moderne stad, een oase midden in de woestijn. Helaas heeft Air Berlin besloten om niet meer rechtstreeks op Bangkok te vliegen. Tussenstops als Abu Dabhi en Dubai zullen de komende jaren in nog veel meer internationale vluchten opgenomen worden. En geef ze eens ongelijk.

ZAND EN KAMELEN
Het vliegveld van Abu Dabhi is een smeltkroes van culturen. Uiteraard zie je hier veel Moslims, traditioneel en modern gekleed, maar ook Hindoestanen in hun kleurrijke kleding, Aziaten die er inmiddels al eigen winkeltjes runnen en uiteraard blanke Westerlingen, op weg naar hun vakantiebestemming in het Verre Oosten. Je haalt ze er feilloos uit: degenen die een culture trektocht gaan houden en degenen die lekker gaan bakken aan de Thaise kust. De tussenstop in Abu Dabhi zorgt bij het opstijgen voor een prachtig uitzicht op de immense woestijn die zich van Noord Afrika via het Midden Oosten richting Himalaya uitstrekt. Ik zie kaarsrecht aangelegde stadjes en aan de kust kunstzinnig opgespoten landtongen. Het lijkt wel een maquette vanuit de lucht. En dat alles in een zinderende hitte die nooit ophoudt. Dit is het land van die duister kijkende kamelendrijvers, die je als silhouetten over de zandkammen ziet trekken. Tenminste, dat willen de enorme posters op het vliegveld je doen geloven. Opnieuw een tafereeltje waar Frederique blij van geworden zou zijn.

RECHTSTREEKS NAAR MANDALAY
Mijn tweede vlucht was van Abu Dabhi naar Bangkok. Helaas met bijna drie uur vertraging. Ik heb een taxi genomen van het nieuwe naar het oude vliegveld. Maar wat klaag ik? Ik lig nu heerlijk te ontspannen in mijn lauwwarme bad in het Amari Hotel. Dit hotel ligt recht tegenover het voormalige internationale vliegveld van Bangkok, beter bekend als Don Mueang International Airport. Als je Suvernabhumi International Airport kent, het nieuwe vliegveld van Bangkok wat inmiddels al een jaar of tien in gebruik is, en als je je bedenkt dat Bangkok één van de belangrijkste tussenstops in Azië is, dan kun je je voorstellen dat dit oude vliegveld volledig uit zijn voegen gebarsten moet zijn. Toch moet ik hier zijn, omdat prijsvechter Air Asia zijn vluchten naar het oude vliegveld verplaatst heeft en voor het eerst rechtstreeks vliegt naar de stad Mandalay in Myanmar, waar ons weeshuisproject zich bevindt. Dat betekent dat ik de hoofdstad Yangon voortaan kan overslaan. Een prachtige stad overigens, met veel koloniale gebouwen uit de tijd van de Britse bezetting. Maar het scheelt gewoon een hoop gedoe en reistijd.

MOEILIJKE BESLISSING
Ik ga voor de achtste keer een bezoek brengen aan de Phaung Daw Oo High School (PDO High School) in de stad Mandalay in Myanmar. Ik reis helaas alleen naar ons weeshuisproject, dus zonder mijn Flower, zoals de kinderen Frederique noemen. Frederique is in mei 2011 voor het laatst geweest en had zich erg verheugd op deze reis. Maar helaas is bij haar moeder drie weken geleden acute leukemie vastgesteld. Paula heeft de eerste zware chemokuur achter de rug en is nu uit het dal aan het opkrabbelen. Ik heb haar woensdagavond nog gezien en toen had ze alweer een beetje praatjes en hebben we samen nog wat gelachen. Maar ze gaat het nog zwaar krijgen als de chemo zijn werk gaat doen. Frederique heeft haar verantwoordelijkheid genomen door thuis te blijven voor haar moeder. Ze zou het zichzelf nooit vergeven als er complicaties optreden en ze twee dagen reizen van huis is. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen door naar het project te reizen en in gang te zetten waarvoor we als stichting het afgelopen half jaar alle voorbereidingen hebben getroffen. Toch was het een moeilijke beslissing, omdat ik weet dat Frederique me eigenlijk heel hard nodig heeft. En we hadden samen erg uitgezien naar dit werkbezoek. Gelukkig kan Frederique terugvallen op haar vader, zus en schoonzus en op al onze lieve vrienden en familie.

Zaterdag 6 oktober 2012

DE ONTMOETING
Yi Mon en Tsai Tsai drukken met stralende gezichten hun handen tegen de enorme ramen, die zich op dit moment nog tussen mij en hen bevinden. Het is 10:30 uur en ik ben net gearriveerd op Mandalay International Airport. Deze naam had het vliegveld al jaren, maar is pas sinds 1 oktober van dit jaar van toepassing, want de vorige regering stond hier alleen binnenlandse vluchten toe. Als ik mijn rugzak van de band gehaald heb en door de douanecontrole heen ben, kan ik ze eindelijk omhelzen. Oh wat heb ik ze gemist, deze twee schatten van meiden. Samen met Cho Cho en een viertal wat oudere jongens zorgen ze voor de 120 (wees)kinderen van The Golden House op de Phaung Daw Oo High School in de stad Mandalay in Myanmar. Dat is een mond vol. Hoe zat dat ook alweer? Ik zal de ontstaansgeschiedenis van ons project en onze stichting nog eens kort uitleggen. Degenen die vaker mijn reisverslagen hebben gelezen kunnen de volgende vier alinea’s overslaan.

HOE HET ALLEMAAL BEGON
Frank Dirks, inmiddels een goede vriend van ons, is het project gestart, vlak nadat de cycloon ‘Nargis’ in 2008 het zuiden van Myanmar had geteisterd. De storm en vloedgolven hadden één miljoen mensen dakloos gemaakt, honderdduizend mensen gedood en tienduizenden kinderen half of geheel wees gemaakt. Noodhulp vanuit het buitenland werd niet geaccepteerd. Het militaire regime in Myanmar duldde geen pottenkijkers. De kinderen werden in tentenkampen gestopt en ’s nachts geroofd voor kinderarbeid en prostitutie. De Boeddhistische monniken en nonnen in dit land hebben ze uit de kampen gehaald en onderdak geboden op hun kloosterscholen.

DE BEGELEIDING
Frank was enkele dagen na de ramp in Birma en ontmoette een monnik van de PDO High School. Die vertelde Frank dat ze op zijn school ook een groep weeskinderen wilden opvangen. Frank is gaan kijken en wist niet wat hij zag. Maar liefst 7.000 kinderen uit arme gezinnen krijgen dagelijks onderwijs op deze school. Omdat je getraumatiseerde kinderen niet zomaar in een slaapzaal stopt zonder begeleiding, heeft Frank de school geholpen met de aankoop van twee woonhuizen aan de rand van het schoolterrein. Dat gebeurde met hulp van vele sponsors en donateurs uit Nederland. Kort daarna arriveerden zeventig kinderen uit het deltagebied. Zij werden onder de bezielende leiding van Yi Mon, Cho Cho en Tsai Tsai geplaatst. Drie jonge vrouwen van rond de dertig jaar. Zij leven permanent met de kinderen samen. Het jongenshuis wordt geleid door vier jongemannen die dat op vrijwillige basis doen.

DE STICHTING
Omdat Frank zijn zakenrelaties aanschreef voor steun, ben ik bij het project betrokken geraakt, evenals Tim, een vriend van Frank, en natuurlijk Flower (Frederique). Samen hebben we stichting World Child Care opgericht en steunen nu The Golden House, zoals de kinderen het weeshuis zelf genoemd hebben. Frank is intussen gestopt als voorzitter en heeft de rol van adviseur opgepakt. Nanneke van Drunen uit Berlicum is de nieuwe voorzitter geworden en we hebben onze groep vrijwilligers uit mogen breiden met twee gepassioneerde mensen: Miriam Spijkers en Camiel van der Heiden uit Rosmalen.

OVER DE SCHOOL
Voor de beeldvorming: Er wonen inmiddels 1300 kinderen permanent op het schoolterrein. Dat zijn ruim 700 novicen (jonge monniken), 200 meisjes uit de regio, 200 meisjes van etnische afkomst, 75 straatkinderen en 120 weeskinderen. Ze wonen in grote gebouwen die veelal door buitenlandse NGO’s neergezet zijn. De leeftijd van de kinderen ligt tussen de 4 en 18 jaar, met enkele uitschieters naar boven.

ER IS HOOP VOOR PAULA
Ik zit intussen in een taxi die Yi Mon geregeld heeft en we rijden over de nieuwe tolweg naar Mandalay. Dat scheelt een half uur reistijd. We zijn nu binnen een uur bij de school. We hebben elkaar zoveel te vertellen, maar eerst willen ze natuurlijk alles weten over Flower (Frederique) en haar moeder. Yi Mon is duidelijk aangeslagen als ze mijn verhaal vertaalt voor Tsai Tsai, die wat minder goed Engels spreekt. Het is ook een drama, daar is niks anders van te maken. Maar gelukkig is er ook hoop. Hoop dat de behandeling aanslaat en Paula nog een flinke tijd bij ons zal zijn.

WEDERKERIG PROCES
Het gesprek gaat over op de kinderen van The Golden House. Inmiddels is dat een mengelmoes geworden van weeskinderen, kinderen uit arme gezinnen die onder begeleiding op de PDO High School studeren en kinderen die om wat voor reden dan ook uit huis zijn geplaatst. Van de oorspronkelijke groep is nog ongeveer de helft over. Ook nu zal ik weer nieuwe gezichten gaan zien. Verlegen jongens en meisjes die me in eerste instantie nauwelijks een handje durven geven en over enkele dagen constant aan me zullen hangen en me de oren van de kop zullen vragen. Schatten van kinderen die blij zijn met aandacht die ze krijgen, de gesprekjes die ik met ze voer, de liedjes die ik met ze zing, de spelletjes die ik met ze doe, het Engels wat ik met ze oefen en het plezier dat we samen hebben. En het mooie is: Daar geniet ik net zo van als zij. Al zou ik hier projectmatig niks meer kunnen betekenen dan nog zou ik er terugkomen. Simpelweg omdat dit wederkerige proces van liefde en aandacht schenken mij persoonlijk zo goed doet en tegelijkertijd een extra stukje zingeving geeft aan mijn leven. Ik heb mijn hart verloren aan Myanmar, aan Mandalay, aan de PDO High School met deze (wees)kinderen en hun stafleden. Ze zijn me zo dierbaar geworden. Frederique noemt het terecht ‘mijn tweede liefde’ en daarmee slaat ze de spijker op de kop!

KLEINE STAPJES VOORUIT
Myanmar is de laatste tijd regelmatig in het nieuws. Het huidige regime lijkt het een stukje beter voor te hebben met de mensen in het land. Het huisarrest van de oppositieleidster is opgeheven, haar partij heeft zitting genomen in het parlement, politieke gevangen zijn vrijgelaten, er mag weer vrijuit over politiek gepraat worden, internet is vrijgegeven, buitenlandse multinationals zijn uitgenodigd om te investeren, het grootste deel van de handelsboycot is opgeheven en ga zo maar door. Het lijken voor ons in de westerse wereld enorme stappen en dat zijn het natuurlijk ook, maar de gewone man - die elke dag hard werkt om zijn kostje bij elkaar te verdienen - merkt daar nog weinig van. Het is de nieuwe generatie die er de vruchten van zal gaan plukken. En dan heb ik het met name over de kinderen die nu op school zitten. Op de PDO High School bijvoorbeeld. De kinderen die zo enorm hun best doen om te slagen voor hun middelbare school en een vak willen gaan leren. Kinderen die dagelijks bezig zijn om hun Engels te verbeteren omdat daarmee de wereld letterlijk en figuurlijk voor ze open gaat.

GESPREKJES
Met een aantal van de kinderen kan ik echt gesprekjes in het Engels voeren. Dat is het eerste wat me opvalt als ik al die jongens en meisjes knuffel die op me afgerend komen als de taxi ons letterlijk voor de deur van The Golden House afzet. Die gesprekjes waren een jaar geleden nog ondenkbaar. Dat maakt het contact nog veel spontaner en intenser. Yi Mon is niet meer per se nodig om met de kinderen te kunnen kletsen. En kletsen kunnen ze. Eindeloos! En wat zijn ze weer gegroeid in zeven maanden tijd. Mijn ‘prinsesje’ Zar Ni Khaing is net 12 geworden en al net zo groot als Mar Lar Thun van 21. Dat belooft wat!

THE GOLDEN HOUSE
De eerste paar uur vliegen voorbij. Na de lunch maak ik met Yi Mon een rondje langs de vier huizen. Ik heb The Pandaw House nog niet geschilderd gezien, alleen maar op de foto. Op mijn advies is het lichtgeel geschilderd met een donkergele lambrisering. Dat ziet er fris en zonnig uit. Wat een prachtig gebouw is het geworden. Er slapen nu zo’n 24 oudere meisjes in vier kamers met stapelbedden. Ze duiken verlegen weg als Yi Mon me de kamers laat zien. Veel van deze meisjes zijn in mei gearriveerd op de PDO High School en doorlopen - onder begeleiding - het tiende en elfde leerjaar, waarna ze hopen te slagen voor hun middelbare school. Het zijn meisjes uit arme gezinnen, die te ver van de stad af wonen om elke dag op en neer te komen. In hun eigen dorpjes gaat de school niet verder dan leerjaar negen. In de meditatieruimte, waarvoor we de vorige keer een echt marmeren Boeddhabeeld hebben gekocht, ligt parket. De ruimte wordt ’s morgens en ’s avonds door de meisjes gebruikt en is erg mooi geworden. Staflid Tsai Tsai heeft haar eigen slaapkamer gekregen in het huis en is in dit gebouw het aanspreekpunt geworden.

MISSCHIEN…
De rest van de middag breng ik door met de kinderen. Ze vragen of we misschien weer een keer gaan zwemmen in de Horti Culture. Dat is een stuk land in de heuvels aan de oostkant van de stad, waar PDO High School een soort mini conferentieoord gebouwd heeft, midden in de natuur tussen de fruitbomen. Met de schooltruck zijn we daar in anderhalf uur en daar kunnen de kinderen heerlijk zwemmen en fruit eten. ‘May be’, zeg ik tegen ze. ‘Please’, smeken ze.

GELUKKIG ZIJN
Na het avondeten komt Nann Myint aanlopen. Ze is de zus van de hoofdleidster Yi Mon en werkt als staflid op het kantoor van het hoofd van de school U Nayaka. Het is een slimme meid die uistekend Engels spreekt. Omdat het zaterdagavond is en de kinderen televisie zitten te kijken, gaan we met z’n drietjes in het kantoortje van Yi Mon zitten. Al gauw hebben we de grootste lol samen. Hè wat heb ik deze meiden gemist. Het gesprek gaat op een geven moment over ‘gelukkig zijn’. Ik vraag Yi Mon of ze nog steeds gelukkig is. Het is niet niks om je leven volledig te wijden aan de opvoeding en (studie)begeleiding van de zo’n 120 kinderen. Yi Mon vertelt dat ze bijna altijd gelukkig is met haar huidige leven. Als ik vraag wanneer in het bijzonder, vertelt ze dat ze zo kan genieten van de momenten waarop de kinderen echt laten zien dat serieus studeren, over hun toekomst nadenken, goed meehelpen, vriendschappelijk met elkaar omgaan en voor elkaar zorgen. Als ik vraag wanneer ze niet gelukkig is, geeft ze aan dat dit de momenten zijn waarop ze niet de zorg kan bieden die ze graag wil. Ik vraag haar om dat eens concreet te maken. Ze vertelt dat ze een enkele keer niet genoeg geld krijgt van de schoolleiding om voor een hele week groente en vlees te kopen. Ik vertel haar dat we als stichting ook ditmaal weer 500 euro cash achter zullen laten voor dit soort noodgevallen. Daar is ze blij mee, want dat scheelt een hoop kopzorgen.

MINDERWAARDIG?
Ik kijk haar eens diep in de ogen aan en zie dat er nog wat door haar hoofd spookt. Als ik ernaar vraag, vertelt Yi Mon dat ze één keer in de maand een meeting heeft met alle projectmanagers van de school. Dat zijn veelal jonge vrouwen. De één is betrokken bij een project rondom hygiëne, de ander bij een project over gezonde voeding, weer een ander bij het naaiatelier of de timmerwerkplaats. Yi Mon zit erbij als hoofd van The Golden House. Ook van de twee andere woongroepen op het schoolterrein is iemand afgevaardigd. Yi Mon vertelt dat deze meetings met name gaan over ‘hoe kunnen we met ons project geld genereren’ en ‘wat heb ik deze maand voor resultaten geboekt’ en niet over educatie of zorg. Ik vraag Yi Mon of ze niet bij het verkeerde overleg zit? Nee, zegt ze. Maar veel heb ik niet in te brengen, want ik kan met The Golden House geen targets behalen en geld genereren. Nann Myint geeft aan dat het soms lijkt dat PDO een commerciële instelling is, een leerfabriek waar ieder kind slechts een nummer is en niet gaat over jonge individuen die begeleid moeten worden op hun weg naar volwassenheid. En daarmee slaat Nann Myint de spijker op de kop.

TROTS
Yi Mon voegt eraan toe dat ze zich soms minder voelt dan de projectmanagers. Ze is ‘slechts’ hoofd van The Golden House. Ik val bijna van mijn stoel als ik dit hoor. Tijd om Yi Mon eens wat schouderklopjes en wat meer zelfvertrouwen te geven. Ik vertel dat ik enorm veel respect heb voor de wijze waarop ze - samen met de rest van de stafleden - met deze kinderen omgaat. Hoe ze ze begeleidt op weg naar volwassenheid, voor hen klaarstaat met een eindeloos geduld, ze troost en geborgenheid geeft, ze waarden en normen bijbrengt, ze helpt bij hun studie en levensvragen en ga zo maar door. Ik besluit mijn betoog dat ik echt heel trots op haar ben. Ze bloost ervan. Ik druk haar op het hart dat ze zich nooit of te nimmer meer minder moet voelen dan de projectmanagers op de school. Wat zij doen is namelijk alleen maar faciliterend voor het onderwijs en de zorg die op school geboden wordt. Het werk dat echt hout snijdt, wordt door de stafleden van de woongroepen en de docenten verricht.

ONS PLAN
Yi Mon geeft aan dat er nog nooit een docent is komen kijken in The Golden House. En veel stafleden hebben ook geen idee wat er zich achter de muren van The Golden House afspeelt. En toch hebben ze onze kinderen het liefste in de klas, omdat ze het meest beleefd en gemotiveerd zijn. Kijk nou, zeg ik, dat is helemaal jouw verdienste. Ik stel Yi Mon voor om de docenten eens uit te nodigen om een kijkje te komen nemen. En laat de kinderen ze maar rondleiden. Nann Myint heeft er een hard hoofd in. De docenten doen gewoon hun ding en gaan dan weer naar huis of naar hun slaapzaal. Ik vraag of wij The Golden House niet een keer kunnen presenteren aan iedereen. Dat kan wel zegt Nann Myint meteen. Elke vrijdagmiddag om 16:00 uur komen alle docenten en stafleden bij elkaar voor een centrale meeting, meestal onder leiding van schoolhoofd U Nayaka en meestal in het Engels. Een ideaal moment om iedereen eens kennis te laten maken met het dagelijkse leven in de vier huizen die samen The Golden House vormen. Ik stel Yi Mon voor dat we samen een PowerPoint presentatie voorbereiden waarmee we The Golden House voor eens en voor altijd op de kaart zetten. Ze is meteen dolenthousiast. Goed plan, zegt Nann Myint! Als ik vraag of Yi Mon mee wil presenteren wordt ze weer verlegen en bescheiden. Geeft niks, zeg ik, als we ‘m samen maar goed voorbereiden. En met die afspraak sluiten we avond af.

Zondag 7 oktober 2012

GOED BOEK
Als ik om 8:00 uur wakker wordt, hoost het buiten. Oktober is het eind van het regenseizoen en terwijl de regen op het golfplaten dak van mijn huisje ruist, ga ik nog een uurtje lekker liggen lezen. Frederique heeft me het boek ‘De reünie’ van Simone van der Vlugt meegegeven. Ik lees eigenlijk nooit een goed boek, behalve op vakantie. Op één of andere manier heb ik daar thuis de rust niet voor. Als ik me gedoucht heb is het tijd voor een lekker ontbijtje op de overdekte veranda aan het water. De zon schijnt inmiddels weer en ik geniet van een sneetje toast met aardbeienjam, nam ja (een soort naan) met een heerlijk omeletje met tomaten en ui, een schaaltje vers fruit en een groot glas sinaasappelsap. Het wordt een vochtige dag. Al het water dat net gevallen is, zal nog verdampen. Dat wordt zweten geblazen, maar ach, da’s gezond. Spaar ik weer een dagje sauna uit.

MOOIE PORTRETTEN
De ochtend staat in het teken van het opnieuw fotograferen van alle 120 kinderen. De foto’s op onze website stammen uit 2010. Veel kinderen zijn terug naar hun geboortedorp, nieuwe kinderen hebben hun plaats ingenomen en de vaste groep is inmiddels ruim twee jaar ouder geworden. Gewillig komen ze voor me op het bankje zitten. De één stoer en de ander verlegen. De één geposeerd en de ander nonchalant. Het worden stuk voor stuk mooie foto’s, simpelweg omdat Birmese kinderen mooie expressieve gezichten hebben. We hebben een hoop lol samen en een hoop bekijks.

I HAVE A DREAM…
Gisterenavond heb ik Yi Mon verteld dat we een boek gaan maken over PDO en The Golden House. Het boek zal de werktitel krijgen ‘I have a dream…’. Ik vertel dat het een idee van Flower is en dat zij hier eigenlijk de interviews voor wilde doen. Het boek moet gaan over de dromen van de kinderen, realistisch of onrealistisch, over hun toekomstplannen, over hun kijk op het leven. Maar ook Yi Mon, haar vader, haar grootmoeder - een complete familielijn - willen we interviewen. En natuurlijk komt ook U Nayaka aan het woord. Hij was het, die ooit onder een boom les begon te geven aan de armste kinderen in deze wijk. Ik vraag Yi Mon of ze eens goed wil nadenken over welke kinderen hiervoor in aanmerkingen kunnen komen. Ik vertel ook dat we in het boek prachtige foto’s van de kinderen en het dagelijks leven willen plaatsen en daarnaast aandacht willen besteden aan heel specifieke Birmese onderwerpen, zoals Tanaka en Nat Spirits. Yi Mon vindt het een erg leuk plan.

VOEDZAME MAALTIJDEN
Als ik ’s middags mijn reisverslag heb bijgewerkt en weer bij The Golden House aankom, is het bijna tijd voor het avondeten. Er wordt hier ’s morgens voor de hele dag gekookt. Thae Nu Khaing, één van de meisjes van het eerste uur, komt me vragen of ik deze week nog een keer wil koken voor de hele groep. Chicken, roept ze enthousiast. Natuurlijk, zeg ik tegen haar en ze loopt zingend weg. Vlees, vis en eieren eten ze niet elke dag, omdat ze daar niet voldoende geld voor krijgen van het schoolhoofd. De drie maaltijden bestaan soms alleen uit rijst met groente. Gelukkig is er wel vaak fruit. We zorgen er als stichting voor dat de staf vaker gezonde maaltijden kan bereiden, door Yi Mon reservegeld te geven. Dat werkt best goed.

TELEVISIE KIJKEN
Na het eten mogen de kinderen televisie kijken. Bijna alle meisjes, klein en groot, en een aantal jongens zitten op een kleed voor de televisie in het centrale huis. De ene keer kijken ze een film en de andere keer naar Birmese soaps. Die zijn zo over-geacteerd dat ik ze zelfs begrijp. Mooi hoe de kinderen reageren op alles wat zich op het scherm afspeelt. Ik ga met Yi Mon de vanmorgen gemaakte foto’s uitzoeken en de database van de kinderen actualiseren.

DYNAMISCHE WOONGROEP
We komen er samen achter dat van de oorspronkelijke groep van 70 weeskinderen nog maar de helft over is. De andere helft is terug naar hun geboortedorp gegaan en opgevangen door familie. In de afgelopen vier jaar heeft zich dat proces afgespeeld. En tegelijkertijd zijn er 85 nieuwe kinderen bijgekomen. Soms waren dat weeskinderen, maar ook uit huis geplaatste kinderen en kinderen van arme gezinnen die op PDO de laatste twee schooljaren doorlopen. Samen met de 35 weeskinderen vormen zij nu de groep van 120 kinderen in The Golden House. En ook dat klopt niet helemaal, want er zijn ook kinderen geweest die slechts heel kort in het weeshuis zijn gebleven en door allerlei omstandigheden weer vertrokken zijn. In totaal heeft Yi Mon en haar staf dus al voor zo’n 200 verschillende kinderen gezorgd. Soms voor kortere tijd en soms voor langere tijd. Het updaten van de database geeft ons inzicht in hoe dynamisch de groep eigenlijk is. In de nieuwe database zitten nu zo’n 75 lege regels, die Yi Mon de komende tijd gaat vullen met informatie over de kinderen. We spreken af dat ze begint met de kinderen die inmiddels sponsorouders in Nederland hebben en waarvan we nog geen complete biografie hebben. Dat wordt nog een hele klus voor Yi Mon, maar ze doet het met veel plezier. Ze heeft op haar laptop al heel veel informatie verzameld over de kinderen.

AVONDWANDELING
Ik sluit mijn avond af met een stevige wandeling over de inmiddels bijna uitgestorven oostelijke uitvalsweg. Als je deze straat overdag meemaakt dan kun je je niet voorstellen dat het er tussen 22:00 en 6:00 uur stil en leeg is. Overdag krioelt het er van de fietsen, brommers en auto’s, zijn alle winkeltjes en kraampjes open, is het een drukte op de twee markten in deze straat en hoor je overal geluid en muziek. Nu snuffelen de honden tussen het zwerfvuil, kijken groepjes jongelui voetbal in de eenvoudige cafeetjes, gaan de laatste luiken van de winkeltjes dicht en rijden er nog wat mensen op hun brommertje naar huis. De meeste mensen in Myanmar staan om 5:30 uur op met de zon en gaan zo rond 21:30 uur slapen. Ik vind het heerlijk om zo ’s avonds nog wat door de stad te lopen. Ik word er rustig van en het voelt heel vertrouwd. Op een straathoek staat een groepje jongemannen. Eé¬n van hen roept naar me: Hello, where you going? Ik roep terug: Sidona hotel. Ik weet dat dit precies de andere kant op is. Er ontstaat meteen commotie en als ze me willen gaan uitleggen dat het de andere kant op is, zeg ik op z’n Birmees: Haa taa bee. Dat betekent ‘grapje’. Ze liggen in een deuk en als ik honderden meters verder ben, hebben ze het er nog steeds over.

Maandag 8 oktober 2012

INTERVIEWS
Deze dag zal in het teken staan van interviews met de kinderen. Frederique heeft het plan opgevat om een boek te maken over de dromen van mensen in Birma. We hebben het boek de werktitel ´I have a dream…´ gegeven. De belangrijkste ingrediënten zijn persoonlijke interviews, uitspraken, achtergrondinformatie over typische Birmese gebruiken en een heleboel aansprekende foto´s van de geïnterviewden en het dagelijks leven in en om de school. De interviews zullen plaatsvinden met een aantal kinderen uit The Golden House (van klein tot groot), maar ook met hoofdleidster Yi Mon, haar vader en haar grootmoeder, én met schoolhoofd U Nayaka. Zo proberen we de dromen te vangen van vier generaties Birmezen, ieder met hun eigen kijk op het verleden, het heden en de toekomst. En de stijl van het boek? Denk aan de spreukenboeken van Happinez en de boeken van Unicef. Onze nieuwe voorzitter Nanneke zal de eindredactie doen en haar vriendin Leonie de vormgeving. Beiden zijn goed in hun vak, dus dit moet iets moois worden. We willen in eerste instantie een stuk of honderd boeken laten printen en die weggeven als relatiegeschenk aan onze kindsponsors, mensen die actief betrokken zijn bij sponsoracties in Nederland en andere belangstellenden. We zijn op dit moment nog aan het kijken of we de boeken bij één van onze relaties tegen kostprijs geprint kunnen krijgen. Nann Myint, de zus van Yi Mon, gaat me helpen met de interviews. Zeker met de kleintjes kan ik nog geen goed gesprek in het Engels houden. Nann Myint is een kanjer in het vertalen van de gevoelens van mensen van het Birmees naar het Engels en andersom.

THU ZAR WIN
De eerste die naast me komt zitten is Thu Zar Win. Ze is 18 en komt uit het gebied waar de cycloon Nargis heeft huisgehouden. Haar gezin heeft de ramp gelukkig overleefd. Ze is door haar ouders naar de PDO High School gebracht omdat zij het onderwijs in de nabijgelegen stad niet konden betalen. Thu Zar Win is een heel sociaal en ambitieus meisje. Ze is in mei dit jaar afgestudeerd op de PDO High School, werkt nu overdag als staflid op het schoolkantoor en is de rechterhand van de staf van The Golden House. Als ik met haar terug in de tijd duik dat ze overgeplaatst werd naar Mandalay, rollen de tranen over haar wangen. Ze heeft met name haar vader enorm gemist. Het heeft zeker een half jaar geduurd voor ze zich thuis ging voelen in The Golden House. Iedere keer als ze weer verdrietig werd, dook ze in haar boeken en dat hielp. Nu staat ze op het punt om verder te gaan studeren. Binnenkort gaat ze Birmese taal studeren aan de universiteit. Die keuze maak je niet zelf in Myanmar, maar wordt helaas voor je gemaakt. Ze wil graag projectleider in een technisch beroep worden en zal dus na de universiteit nog diverse trainingen moeten volgen en stages moeten lopen. Jammer dat ze geen Natuurkunde kan gaan studeren. Als ik haar vraag wat haar grootste wens is, vertelt ze dat ze graag andere jonge mensen op weg wil helpen naar een betere toekomst. Ze straalt als ze dat zegt. De rest van het interview verklap ik nog niet. Dat kunnen jullie allemaal lezen als het boek klaar is. Ik geef haar een aai over haar bol en bedank haar voor het openhartige gesprek.

MAY THU
Het tweede gesprek is met May Thu (17). Het is een heel gevoelig en lief meisje met een dramatisch verleden. Vader is verdronken tijdens de cycloon en haar moeder en haar zusje (13) werken hard in een kledingfabriek om in hun levensonderhoud te voorzien. Moeder heeft May Thu naar de PDO High School gestuurd omdat ze wil dat haar oudste dochter goed onderwijs krijgt. Hoewel May Thu deze beslissing begrijpt, mist ze haar moeder en zusje heel erg. Ze ziet ze maar één of twee keer per jaar. Bellen doen ze wel regelmatig. Terwijl ze dat vertelt, druppen de tranen uit haar ogen op haar schoot. Ik heb May Thu in de afgelopen jaren regelmatig verdrietig gezien en haar wat opgebeurd. Ik ga ervan uit dat Yi Mon dat ook regelmatig moet doen. Ze vertelt me dat ze eigenlijk maar één hartsvriendin heeft waarmee ze al haar lief en leed deelt. Dat kan ik me helemaal voorstellen. Als ik haar vraag wat het gelukkigste moment in haar leven is, zegt ze meteen: Als jij en Flower hier zijn, Nico! Ik slik mijn eigen tranen weg. Lieve help, dat was het laatste wat ik verwacht had. Ik geef haar een tissue die Nann Myint al klaargezet had. May Thu vertelt daarna dat ze graag een tijdje in het buitenland wil studeren, Engels wil leren spreken en zakenvrouw wil worden. Met haar ijver en motivatie zou dat misschien nog wel eens kunnen lukken.

THAN TUN AUNG
De derde die plaatsneemt is Than Tun Aung. Hij is 19 jaar en veruit de langste jongen uit het jongenshuis en tegelijk ook één van de sociaalste. Hij vertelt dat hij niet specifiek één beste vriend heeft, maar goed kan opschieten met alle jongens uit zijn leerjaar. En dat is het afstudeerjaar. Zijn favoriete vakken zijn Natuurkunde en Wiskunde en dat komt goed uit, want hij wil verder in de ICT-wereld als computerdeskundige. Een computershop runnen lijkt hem ook wel wat. Met het geld wat hij later gaat verdienen, wil hij zijn ouders, zijn zusje en zijn broers helpen. Dat moet ook wel, want zijn vader en oudste broer kunnen niet werken omdat ze hartproblemen hebben. Moeder bakt snacks in zijn geboortedorp en verkoopt die in een stalletje aan de straat. Van dit soort stalletjes staan er ook veel in de straten in Mandalay en die mensen zijn letterlijk en figuurlijk straatarm. Than Tun Aung is echt heel gemotiveerd om een vak te leren en ik druk hem op het hart dat wij als World Child Care hem daarbij kunnen ondersteunen. Ik kijk even recht in zijn ogen om te zien of hij dat echt begrepen heeft en dat heeft hij gelukkig. Zijn ouders zullen namelijk nooit in staat zijn om hem een beroepsopleiding te laten volgen.

KHIN MAUNG LATT
De vierde die ik interview is Khin Maung Latt. Het is een leuke knul van 17 jaar die dit jaar eindexamen doet. Hij vertelt openhartig over zijn vriendinnetje Ei Mon Win. Zij woonde tot maart 2012 in het meisjeshuis. Ze heeft haar examen niet gehaald en probeert het opnieuw in haar geboortedorp. Als ik vraag wat hij zo leuk aan haar vindt, vertelt hij dat ze elkaar goed begrijpen en samen zo fijn kunnen praten. Ze bellen elkaar een keer per maand. Voor meer telefoontjes heb hij geen geld. Hij hoopt dat de liefde stand houdt. Meer details over deze prille liefde lezen jullie straks in het boek. Khin Maung Latt wil graag een professionele voetballer worden. Ik heb ‘m wel eens bezig gezien voor The Golden House en ik moet zeggen dat hij talent heeft. Als hij ontdekt wil worden, moet hij wel lid worden van een voetbalclub in de stad en daarvoor betaal je contributie. Ook Khin Maung Latt druk ik op het hart dat wij als World Child Care hem daarbij kunnen helpen. Maar eerst het eindexamen halen natuurlijk. Hij lacht en zegt dat hij zijn best gaat doen!

HTET HTET LIN
Als vijfde schuift het meest expressieve meisje van The Golden House aan. Het is Thet Htet Lin. Ze is 14 en zit in het negende leerjaar. Haar jongere zusje en haar twee oudere zussen wonen ook in The Golden House. Htet Htet Lin is echt een allemansvriendje, soms een halve jongen, communicatief heel vaardig, soms op het brutale af en bemoeit zich overal mee. Dat wordt niet altijd in dank afgenomen door haar vriendinnen, maar het is echt zo’n clubje dat nooit langer dan een uur kwaad op elkaar kan blijven. Htet Htet Lin kan goed zingen en wil graag professioneel zangeres worden. Ze heeft echter één handicap: Haar stem is rauw en hees. Dat zou haar nog wel eens parten kunnen gaan spelen, maar dat ga ik haar nu niet vertellen. Laat ze alsjeblieft haar droom koesteren. Haar dierbaarste bezit is - hoe kan het bijna anders - een foto van het jonge popsterretje Justin Bieber. Oh ja, zegt ze, ik wil ook graag dokter worden. Dat moet te combineren zijn met mijn zangcarrière. Ze ligt in een deuk en Nann Myint en ik ook. Wat een heerlijk optimistisch kind is dit!

ZAR NI KHAING
Het zesde en laatste interview van deze dag is met Zar Ni Khaing. Ik noem haar altijd ‘prinses’, want ze heeft iets gracieus. Ze is pas twaalf, maar heel lang voor haar leeftijd. Ze is een kop groter dan haar leeftijdsgenootjes en al bijna net zo groot als Yi Mon. Het is een vlinder die naar alles en iedereen fladdert. Een schattig en heel sociaal kind, dat altijd meehelpt en goed kan leren. Ze wil graag dokter worden en als ze straks een goede baan heeft, wil ze zoveel mogelijk weeskinderen dezelfde toekomstmogelijkheden bieden als die haar nu geboden worden. Dit is Zar Ni Khaing ten voeten uit. En dat voor een meisje van 12. Als ik haar vraag naar het mooiste moment uit haar leven, vertelt ze stralend dat in 2009 haar vader onverwachts de school bezocht en nog nooit zo blij was geweest. De cycloon heeft ook het gezin van Zar Ni Khaing niet onberoerd gelaten. Haar moeder en een jonger broertje zijn verdronken. Zar Ni Khaing is gelukkig wel een kind dat zich goed in een groep beweegt en eigenlijk best gelukkig is in The Golden House.

MOE MAAR VOLDAAN
Als ik Zar Ni Khaing bedank voor het interview, krijg ik spontaan een knuffel van haar. Ze huppelt blij weg. Nann Myint en ik zuchten een keer en kijken elkaar veelbetekenend aan. Het was een intensieve dag en het is inmiddels 22:00 uur. Maar wel een hele mooie dag. Nann Myint heeft er ook van genoten. Ze vertelt me dat ze wel globaal de levensverhalen van de kinderen kent, maar dat dit voor haar ook heel interessant was. Zonder Nann Myint had ik ook veel minder de diepte in gekund, dus bedank ik haar oprecht voor haar inzet. Morgenmiddag vanaf 16:00 uur gaan we de vier jongste kinderen interviewen. En dan hebben we een kleurrijk pallet levensverhalen en dromen verzameld van de (wees)kinderen in The Golden House. Yi Mon schuift aan en we kletsen en lachen nog wat samen, om vervolgens moe maar voldaan te gaan slapen.

Dinsdag 9 oktober 2012

TIJD VOOR MEZELF
Als de wekker afloopt om 9:00 uur besluit ik om nog een uurtje wat te lezen in bed. Hoe verder ik kom in het boek De Reünie, hoe moeilijker het wordt om het naast me neer te leggen. Het is echt zo’n boek waarbij je wilt weten hoe het afloopt. Wie heeft destijds de middelbare scholier Isabel vermoord in de duinen bij Den Helder? Na een uur stop ik toch maar, want voor 11:00 uur moet ik ontbeten hebben. Buiten wordt er druk getimmerd en gezaagd. Mijn hotelletje bestaat uit een zestal kleine huisjes. Een zevende huisje was tot nu toe opslagruimte, maar omdat er steeds meer toeristen naar Birma komen heeft de eigenaar besloten om een kamer bij te maken. Het zijn aardige mensen, maar toch heb ik altijd een zekere afstand gevoeld. Bijna elke Birmees die ik tot nu toe ontmoet heb, heeft het hart op de tong. En de hoteleigenaar en zijn dochter en schoonzoon zijn op zich ook heel vriendelijk, maar altijd een beetje gereserveerd. Ze staan voor je klaar, maar zullen nooit eens een half uur bij je komen zitten. Ze noemen me inmiddels wel Mr. Nico in plaats van Sir. Dat scheelt al een hoop.

GESPLETEN TONGEN
Maar wat klaag ik? Het is hier goed toeven. Ik hoef de straat maar over te steken en ik loop het schoolterrein op. Het hotel is een oase van rust aan de drukke, oostelijke uitvalsweg van de tweede grootste stad van het land. Langs het hotel ligt een poel, een smalle waterstrook van 20 meter breed, die zover ik kan kijken langs de oostzijde van de stad loopt. Ik kijk naar de lotusbloemen en waterhyacinten, zie een grijze eekhoorn balanceren op het muurtje aan de overkant en… hé wat is dat… een waterslang. Een echte slang (geen gardena tuinslang) van zo’n 60 centimeter lang. Die heb ik hier nog nooit gezien. Ik hang over de balustrade van de met riet overdekte eetvlonder en kijk wat het beest allemaal uitspookt. Hij (of zij) hangt de terrorist uit. Hij graaft zich in in de modder, steekt z’n kopje eruit, beweegt zijn gespleten slangentong heen en weer, jaagt wat vissen weg, gaat stil zitten wachten en vangt uiteindelijk een soort libel. Niet zo’n mooie grote blauwe met dubbele vleugels, maar een simpel bruin exemplaar. Meteen daarna zwemt het beest weg, jaagt nog een paar grote vissen de stuipen op het lijf en verdwijnt dan onder de vlonder. Gaaf om te zien. Jammer dat ik mijn camera niet bij de hand had.

OVER DE KINDEREN
Het eind van de ochtend gebruik ik om mijn reisverslag bij te werken en de eerste uurtjes van de middag om alle foto’s van de kinderen even na te lopen en te bewerken. Het is een mooie reportage geworden. Ze staan er allemaal stralend op. En dat is goed, want het zijn stuk voor stuk leuke kinderen. De één wat verlegen en de ander lekker direct. De één heel rustig en de ander heel druk. De één nog heel speels en de ander al heel volwassen. De één meer op zichzelf en de ander een allemansvriendje. Mooi om te zien hoe deze kinderen en jongeren zich binnen zo’n groep bewegen. Knap om daar een goedlopend geheel van te maken, waarbij groepsregels gerespecteerd worden en er tegelijk ruimte is voor ieder individu. Waarbij oudere kinderen mee de zorg dragen voor de jongere kinderen. En waarbij iedereen zichzelf mag zijn.

GESPREK MET U NAYAKA
Als ik om 14:30 uur bij The Golden House aankom, vertelt Yi Mon dat U Nayaka terug is uit Yangon en me graag om 16:00 uur wil spreken. Dat is prima. Ik gebruik de tussenliggende tijd om wat foto’s te maken van het dagelijks leven in en om The Golden House. Om 16:00 uur schud ik U Nayaka de hand en vraag hem hoe het is. Hij ziet er gezond uit. Hij vraagt hoe het met mij en Flower is en ik vertel kort over de ziekte van de moeder van Frederique. Hij luistert er geschokt naar en vraagt me om haar beterschap te wensen. Ik beloof hem dat ik dat zal doen. In een half uur praat ik hem bij over de plannen van deze week. Dat is allereerst concrete afspraken maken over het herbouwen van huis 2. We hebben nu de financiering rond. U Nayaka vraagt me of het mogelijk is om een groot deel van het geld in één keer te ontvangen, zodat hij alle materiaal ineens kan kopen tegen de nu geldende tarieven. Alles wordt op dit moment met de maand duurder in Myanmar en het zou zomaar kunnen dat het materiaal dat we nodig hebben over vijf maanden 5 tot 10 procent duurder is geworden. Ik ga dat overleggen met mijn medebestuurders Nanneke en Tim. Het tweede doel van mijn bezoek is inkopen doen voor de groep. Ze krijgen nieuwe kleding, slippers, schoolspullen en toiletartikelen. Daarnaast heeft Brian Pringle uit Australië een extra budget beschikbaar gesteld van 1500 euro, dat meteen besteed mag worden. Daar gaan we onder andere een hek van zetten voor het huis dat hij vorig jaar gefinancierd heeft, zodat er geen voetballen meer door de ramen vliegen. We gaan ook een goede koelkast met garantie kopen, een nieuwe laptop voor Yi Mon, een goede fiets om boodschappen te kunnen doen en nog wat andere materialen.

MOOI GEREGELD
Ik vertel U Nayaka ook over onze plannen omtrent het maken van een foto- en verhalenboek over The Golden House en het leven in Myanmar. Hij vindt het een erg leuk idee, is vereerd dat hij geïnterviewd wordt en vraagt meteen of we het ook in het Engels gaan vertalen. Daar moeten we iemand voor kunnen vinden in Nederland, zeg ik tegen U Nayaka. We spreken af dat ik zo snel mogelijk met Nanneke en Tim zal overleggen over de financiering van huis 2. U Nayaka bedankt me voor de steun van World Child Care en als hij het gesprek wil afsluiten, vraag ik of ik nog een heel andere vraag mag stellen. Natuurlijk zegt hij, en leunt weer achterover in zijn grote stoel in zijn altijd rumoerige en stoffige kantoor. Ik vertel hem dat ik ook de vader en de grootmoeder van Yi Mon en Nann Myint wil interviewen, zodat er in het boek ‘I have a dream…’ vier generaties aan het woord komen. Daarvoor willen we een dag op en neer naar Shwebo. Dat is drie tot vier uur enkele reis. Met de auto is dat veel comfortabeler als met de bus. Ik lach naar hem en vraag of we misschien zondag één van de schoolauto’s mee mogen nemen. Uiteraard betalen we voor de benzine. Dat moest er nog bijkomen van niet, zegt U Nayaka gekscherend. Maar dan krijg je wel een chauffeur mee, zegt hij, want rijden in Myanmar is een vak apart. Yi Mon en ik knipogen naar elkaar. Ziezo, dat is mooi geregeld!

CHIT KO LAY
Tijd om met Nann Myint de laatste vier kinderen te interviewen. De eerste die aanschuift is Chit Ko Lay. Hij wordt ook wel Chit Ko 2 genoemd en is 12 jaar. Hij is zijn moeder en zijn jongere zusje verloren tijdens de cycloon. Met zijn oudere broer is hij naar PDO gestuurd omdat vader het onderwijs in de naburige stad niet kon betalen. Sindsdien zijn de twee jongens nooit meer thuis geweest. Dat kan natuurlijk, maar vader heeft ook nooit meer contact met hen opgenomen. Dat is een trieste situatie. Chit Ko Lay vertelt dat hij dicht bij het raam slaapt en ’s nachts wel eens naar de sterren kijkt. Dan mist hij zijn moeder en zusje. Als ik verdriet heb dan komt mijn grote broer me troosten, vertelt hij openhartig. Zijn mooiste herinnering was het eerste bezoek met het hele weeshuis aan het Pyin U Lwin park. Soms zou hij willen dat hij Superman of Spiderman was. Dan kon hij alles naar zijn hand zetten. Als ik hem vraag naar zijn dierbaarste bezit, benoemt hij de foto van zijn sponsorouders in Nederland.

SU HLAING HTET
De volgende die aanschuift is Su Hlaing Htet. Het is een lekker bijdehand en zelfstandig meisje van 8 jaar. Haar liefste bezigheid is Boeddha aanbidden. Nann Myint en ik moeten lachen. Ze vertelt dat ze zo de boze geesten op afstand kan houden. Nann Myint geeft aan dat Su Hlaing Htet een tijdje in een nonnenklooster heeft gewoond en dit vast en zeker daar geleerd heeft. Ze wil graag bouwkundig ingenieur worden. Als ik vraag of ze goed is in tekenen en wiskunde, zegt ze heel resoluut ‘ja hoor’. Als ik haar vraag wat haar grootste wens is, vertelt ze dat ze later in een hele grote auto naar Nederland wil rijden om ons allemaal op te zoeken. Su Hlaing Htet heeft drie grotere zussen die ook in The Golden House wonen. Daar moet ze niet al teveel van hebben. Ze zijn veel te bemoeizuchtig. Hoe dat precies zit, lezen jullie straks in het boek ‘I have a dream…’.

EI THAZIN MYAT
De voorlaatste die aanschuift is één van de meest schattige en vrolijke kindjes van The Golden House. Ze is 8 jaar oud en heet Ei Thazin Myat, maar iedereen noemt haar ‘Morning’ omdat dat het eerste Engelse woordje was wat ze leerde en dat wekenlang tegen iedereen riep. Ze zit in de Fast Track Class en krijgt dus veel les in het Engels. Ongelooflijk hoe deze kleine spruit - je zou denken dat ze een jaar of 6 is - mijn vragen al begrijpt. Nann Myint hoeft nauwelijks iets toe te voegen of ze knikt al en begint antwoord te geven. Ik ken Morning niet anders als een meisje dat de hele dag loopt te zingen. Geen wonder dus dat ze heel graag zangeres wil worden. Oh ja, als het even kan morgen al. Haar dierbaarste bezit is een foto van haar zusje en broertje, samen met vader. Ik kijk er wel eens naar maar word er niet verdrietig van hoor, zegt ze. Ik heb het namelijk heel erg naar mijn zin in The Golden House. Wat een verschil tussen het ene of het andere kind!

SHINE BO BO
De laatste die we interviewen is Shine Bo Bo. Hij is pas 7 jaar oud. Hij heeft lang in Yangon op straat rondgezworven, omdat zijn ouders jong zijn gestorven. Een man van een hulporganisatie heeft hem naar de PDO High School gestuurd en daar is hij in The Golden House geplaatst. Als ik de baas van The Golden House zou zijn, vertelt hij vrolijk, dan aten we hier alleen nog lekkere curry’s, bonen en rijst. Aardappels en aubergine vind ik vies. Als ik groot ben, wil ik graag leraar worden. Als ik vraag in welk vak, zegt hij spontaan: In alle vakken natuurlijk. Nann Myint en ik liggen in een deuk.

BELEVINGSWERELD
Een mooie afsluiting van twee enerverende interviewreeksen. Het heeft ons allebei een goed inzicht gegeven in het wel en wee van deze kinderen. Mooi om een kijkje in hun belevingswereld te mogen nemen en te mogen ervaren hoe ze denken en voelen. Zo verschillend allemaal en tegelijk zo mooi. De openhartigheid heeft ons geraakt. Dit materiaal is een prachtige basis voor ons boek over dromen. Het zal vast en zeker onze toekomstige lezers inspireren!

MOBIELE TELEFOON
En zo is er opnieuw een dag voorbij. Ik check nog even de mail. Dat kan vanaf heden gewoon in het kantoortje van Yi Mon. Ze heeft een mobiele telefoon gekocht in Yangon met draadloos internet met Nederlandse snelheid. Die telefoon maakt verbinding met de laptop en via dit netwerk kunnen we mailen en op internet. Yi Mon vertelt dat ze zo blij is dat ze het apparaat gekocht heeft. Het kost haar ongeveer haar halve maandsalaris aan belkosten, maar dat heeft ze er graag voor over. Een mailtje versturen duurt nu niet meer een uur, maar één minuut. Ze kan snel even wat opzoeken op internet, telefonisch zaakjes afhandelen en haar account op Facebook bijhouden. Nann Myint heeft eenzelfde toestel gekregen van de projectleider van één van de projecten waar ze bij betrokken is en hoeft haar belkosten niet zelf te betalen. Ach, verschil moet er zijn. Moest ik voorheen midden in de nacht op het kantoor van Jerry, de ICT-man van de school, met eindeloos geduld mijn mails verzenden, nu zit ik nog gezellig met Yi Mon een uurtje te werken in haar kantoortje en kletsen en lachen we tussendoor nog wat. Wat een vooruitgang!

Woensdag 10 oktober 2012

SHOPPING DAY
Vandaag is het ‘shopping day’, zegt Yi Mon stralend. Ze is net de truck aan het uitladen met de kinderen. Vanmorgen heeft ze inkopen gedaan in de binnenstad, samen met Tsai Tsai en Thu Zar Win. De kinderen sjouwen met grote pakken slippers, t-shirts, lounghi’s, ondergoed, toiletartikelen, schriften en nog veel meer. De kleintjes bezwijken er haast onder. Voor 120 kinderen is dat een halve truck vol spullen. De kinderen zijn heel nieuwsgierig wat er allemaal in zit, maar we wachten nog even met uitpakken en uitdelen, want ik ga met Yi Mon en U Win Nyunt inkopen doen met het extra sponsorgeld dat Brian Pringle beschikbaar heeft gesteld. Op de wensenlijst staan een nieuwe laptop voor Yi Mon, een grote koelkast en een fiets. De oude laptop van Yi Mon werkt nog wel, maar heeft echt z’n beste tijd gehad. Daarbij komt dat Thu Zar Win de laptop overdag mee heeft omdat ze naar de voorbereidende klas voor de universiteit gaat. Een goede koelkast staat al heel lang op de wensenlijst van Yi Mon. In de begintijd van ons project hebben we er ooit één gekocht, maar die was na een paar maanden al stuk. Hij is tweemaal gerepareerd, maar was binnen de kortste keren weer stuk. We gaan nu een merkkoelkast kopen met drie jaar garantie. Een goede fiets staat ook al een tijdje op de wensenlijst. Bijna elke dag gaat één van de stafleden naar de lokale markt. Dat is best een eindje stappen. Met een goede fiets scheelt dat flink wat tijd. We rijden met de schooltruck richting centrum. Ik verbaas me telkens weer hoe druk het in de stad is. Tienduizenden scooters en fietsen rijden er rond en ongelooflijk veel auto’s. U Win Nyunt weet precies waar we alles moeten kopen. Na anderhalf uur hebben we de laptop en de koelkast al gescoord. Over de fietsen in de fietsenwinkel ben ik minder enthousiast. Het zijn allemaal fietsen van Chinese makelij. Ik stel voor om naar een andere zaak te gaan. Als we weer aanrijden, wordt het me duidelijk dat dit vandaag niet meer gaat gebeuren. Ik vraag U Win Nyunt en Yi Mon wat zij van de fietsen vonden. Ze geven aan dat dit echt de beste fietsen zijn die in Mandalay te koop zijn. Brommers en Scooters zijn er in alle soorten en maten, maar fietsen alleen van Chinese makelij. Ik realiseer me dat we het beste type fiets dus toch hadden moeten kopen.

FIETSEN EN GUTSEN
Als we om 16:00 uur terug zijn in The Golden House stel ik voor om alsnog de fiets te gaan kopen. Ik heb sowieso behoefte om een flinke wandeling te maken, want mijn rug doet zeer, ik wil graag wat foto’s maken van het dagelijkse leven in de stad en dat kan ik mooi combineren met een bezoek aan de fietsenwinkel in de 26ste straat. Yi Mon verklaart me voor gek dat ik zeven kilometer ga lopen, maar weet dat ze me niet tegen kan houden. Ze lacht maar een keer naar die eigenwijze Nico. Als ik wil vertrekken komen Zar Ni Khaing en Htet Htet Lin achter me aangerend. Ze mogen van Yi Mon mee. Ik vraag ze of ze wel zeven kilometer kunnen lopen op hun teenslippertjes? Ja hoor, zeggen de meiden, geen probleem! En zo lopen we al kletsende anderhalf uur naar de binnenstad. De meiden vragen ergens waar de fietsenwinkel is en al gauw hebben we die gevonden. De twee mannen die de shop runnen zijn blij verrast om me terug te zien. Ik laat Zar Ni Khaing en Htet Htet Lin de kleur uitkiezen. Het wordt een knalpaarse fiets met alles erop en eraan. We krijgen er een gratis fietspomp bij en alles wordt nog even grondig gecheckt en aangedraaid. Nadat ik 85 euro heb afgerekend, springen de twee meiden achterop. Ze zijn zo dun dat ze achter elkaar op de bagagedrager passen. En ik? Ik fiets ze het hele eind terug naar school. Het is al avond en schemerig, maar nog steeds bloedheet. Terwijl de twee meiden achterop liedjes van Justin Bieber zitten te zingen en de grootste lol hebben, gutst het zweet van mijn lijf. Als we uiteindelijk in de straat van de school aankomen, ben ik helemaal doorweekt. Ik stop bij een supermarktje en koop drie blikjes cola. Dat gaat er wel in. Het laatste stuk lopen we, want ik kan niet meer. Als we door de schoolpoort lopen, gaat Htet Htet Lin op de fiets zitten en Zar Ni Khaing achterop en fietsen ze zo het meisjeshuis binnen. Hilariteit alom natuurlijk. Iedereen wil de fiets even bewonderen. Ik bekijk het schouwspel vanaf de zijlijn, terwijl de druppels zweet nog steeds van mijn lijf rollen. Nadat de twee meiden me bedankt hebben voor het geweldige avontuur en ik ze bedankt heb voor hun hulp, ga ik me douchen en wat eten in het hotel.

TOT SLOT
Nadien loop ik terug naar The Golden House en werk ik met Yi Mon de administratie bij. Morgen krijgen de kinderen allemaal nieuwe slippers, kleren en toiletartikelen en Yi Mon vraagt of ik daar bij wil zijn. Natuurlijk, zeg ik, dan kan ik meteen wat opnames maken voor de website. En zo sluiten we samen deze ‘shopping day’ met een goed gevoel af. Tijd om het eerste deel van mijn reisverslag naar Nederland te sturen. Iedereen die meeleest bedank ik hartelijk voor de belangstelling. Tot gauw!

Donderdag 11 oktober 2012

BETALINGSTERMIJNEN
Ik ben laat uit mijn bed. Gisteravond heb ik het boek ‘De Reünie’ uitgelezen. Het was geloof ik 2:00 uur ’s nachts, maar ik kon niet stoppen. Ik moest en zou weten hoe het afliep. Begin van de middag heb ik een korte ontmoeting met U Nayaka. Ik vertel hem dat Tim en Nanneke akkoord zijn met een betalingstermijn van 40.000 euro vooraf. Hij is daar erg blij mee. Maar hoeveel betalingstermijnen volgen er dan nog, is zijn vraag. Ik maak duidelijk dat er sowieso één termijn achteraf betaald zal worden, als we met z’n allen helemaal tevreden zijn. Dat kan U Nayaka begrijpen. Hij vraagt of er dan nog hooguit één termijn tussen kan zitten en niet meer. Ik beloof U Nayaka dat ik dat met Brian Pringle zal bespreken. We maken tevens een afspraak dat ik U Nayaka morgenvroeg om 9:30 uur ga interviewen.

BOUWZAKEN
’s Middags breng ik wat tijd door met de kinderen en maak ik wat foto’s. Ook spreek ik Chan Chan, de schoolarchitect, over het plaatsen van een hek voor The Pandaw House en het hergebruiken van de houten vloer van het oude jongenshuis voor het nieuwe huis. Ze vertelt me dat een smeedijzeren hek ongeveer 400 euro zal kosten, maar dat ze nog een precieze berekening zal maken. Verder geeft ze aan dat de houten vloer in het oude jongenshuis er niet heel uit zal komen, omdat de latten vastgespijkerd zitten. Daarnaast is het een heel ongelijke vloer, waar veel stof tussen gaat zitten. Daarom heeft ze een nieuwe vloer opgenomen in de kostencalculatie. Ik beloof Chan Chan dat ik dit mijn medebestuurders op zal nemen.

EELTGESCHRAAP
In de namiddag wandel ik met Yi Mon naar een nabijgelegen klooster. De hoofdmonnik heeft recent een waterput laten slaan van 120 meter diep. Hij heeft goede ervaringen met de werklui. De afspraak was: Geen water, dan ook geen betaling. In dit klooster ben ik de allereerste reis al eens geweest. De hoofdmonnik is een oom van Yi Mon en Nann Myint. Om precies te zijn een broer van haar moeder. Dat zou je op het eerste gezicht niet zeggen. Het is een kort, gedrongen en dik kereltje. Terwijl we zitten te praten, schraapt hij met een mesje al het eelt van zijn voeten. Gadverdamme! Maar ja, wie ben ik om daar iets van te zeggen. De moeder van Yi Mon en Nann Myint daarentegen is een keurige vrouw. Je zou niet zeggen dat ze broer en zus zijn. Het is overigens wel deze man die zeven jaar geleden Yi Mon en Nann Myint namens U Nayaka gevraagd heeft om naar Mandalay te komen en te gaan werken op de PDO High School. Als hij even weggeroepen, beginnen Yi Mon en nann Myint meteen over zijn eeltgeschraap. Ze vinden het ook smerig. Maar tegen een schoolhoofd blijf je beleefd, zeker als je in Myanmar geboren en getogen bent.

WATERPUT
De monnik heeft wel een goed verhaal over de waterput. Het is feitelijk een pijp van 5 cm doorsnee, die 120 meter diep geboord wordt. Op dat niveau zit helder en drinkbaar grondwater. Het boren kost ongeveer 600 euro en de aanleg van de complete waterinstallatie 200 euro. En nogmaals: Geen succes, geen geld. Dat risico nemen deze mannen. Als ze door een bepaalde steenlaag niet heenkomen, proberen ze het een stukje verderop. PDO High School heeft slechts twee van dit soort waterputten. Via een ingenieus buizensysteem wordt het water over de verschillende woongroepen verdeeld. Dat betekent dat er niet altijd water voorhanden is en dat is niet handig. Soms wordt een waterreservoir dat volloopt even vergeten en stroomt van driehoog een enorme straal water naar beneden. Het zou goed zijn als de vier huizen die samen The Golden House vormen op termijn een eigen watervoorziening krijgen. Ik weet nu dat dit ongeveer 800 euro kost.

VOORBEREIDING PRESENTATIE
Na het eten ga ik in het kantoortje van Yi Mon de PowerPoint presentatie voorbereiden over The Golden House. Die presentatie zal ik morgen voor 150 leraren en stafleden verzorgen om 16:00 uur ’s middags in één van de centrale hallen. Tijdens het eten heb ik al een beetje zitten bedenken wat de volgorde van de sheets en de items moet zijn, dus ik heb het zo papier staan. Als ik de presentatie aan Yi Mon laat zien, scherpen we de tekst nog een beetje aan. Uiteraard moeten er wat foto’s op de achtergrond. Gelukkig maakt Yi Mon maandelijks minimaal 100 foto’s, dus de keuze is reuze. Ik kopieer wat ik denk te kunnen gebruiken en dan kletsen we samen nog wat na in haar kantoortje. Om ons heen gaan de kinderen naar bed en ook voor mij is het tijd om te gaan slapen, want het was vannacht wel erg laat omdat ik zonodig het boek uit moest lezen. Ik wordt netjes naar het hek gebracht door Yi Mon en een paar kinderen en krijg dan de sleutel weer, die ik twee weken bij me mag houden. ‘Slaap lekker’ roepen de kinderen op z’n Nederlands.

Vrijdag 12 oktober 2012

INTERVIEW
Zul je net zien: Heb ik om 9:30 uur een afspraak, rommelt mijn buik. Na drie keer het toilet bezocht te hebben ben ik toch net op tijd op het kantoor van U Nayaka. Hij staat al klaar met zijn schrijfblok, mobiele telefoon en paraplu. Nann Myint gaat met ons mee om U Nayaka en mij eventueel te helpen als we elkaar niet mochten begrijpen. U Nayaka spreekt best redelijk Engels, maar is soms moeilijk te verstaan. Uiteraard hebben we het over zijn dromen. Vier van de vijf zijn al uitgekomen, vertelt hij enthousiast. Hij wilde een lagere school starten tot en met groep 3. Daarna een school tot en met groep 8. Vervolgens een middelbare school. En ten slotte een vooropleidingsklas voor de universiteit. Die vier dromen zijn al uitgekomen. De vijfde droom is een universitaire opleidingsschool te worden. Dat zal nog een moeilijk traject worden. Als ik hem vraag of hij alleen dromen heeft voor anderen en niet voor zichzelf, bevestigt hij dat. Boeddhistische monniken leven een sober bestaan, vertelt hij. We zullen altijd proberen om andere mensen op weg te helpen.

KOPZORGEN
De Phaung Daw Oo High School bestaat inmiddels bijna twintig jaar. Was het in het begin nog een groepje bamboe hutten, heden te dage is het één van de grootste private kloosterscholen in het land. In 1996 diende de eerste NGO zich aan voor steun. In 1999 is het eerste stenen schoolgebouw neergezet met steun van de Japanse regering. Sindsdien is de school explosief gegroeid. Dat zorgt zo nu en dan ook voor kopzorgen over de financiering van de salarissen, het eten van de kinderen die op het terrein wonen en de nieuwbouwplannen. Vanaf 2015 heb ik geen sponsor meer voor de salariskosten, vertelt U Nayaka. Dat gaat over ruim 10.000 euro per maand. De Australische sponsor zet eind 2014 na twaalf jaar een punt achter de betaling van deze salarissen. Maar U Nayaka is vastbesloten om hiervoor een nieuwe sponsor te vinden. En op één of andere manier heb ik daar ook vertrouwen in. Het is nog altijd goed gekomen op PDO.

BIJNA FOUT GELOPEN
Toch is het één keer bijna fout gelopen. Dat had overigens niks met geld te maken. Voorheen moest U Nayaka erg op zijn tellen passen. De landelijke en lokale overheid keken steeds over zijn schouder mee. In 2004 wilden ze wilden ze de school sluiten en U Nayaka en zijn jongere broer, die ook monnik is en op de PDO High School werkt, in de gevangenis gooien. De toenmalige leider van het land, generaal Than Shwe, was als de dood dat de school een broeinest voor tegenstanders van het regime zou worden. Mijn broer en ik zijn zelfs naar een ander klooster gevlucht, vertelt U Nayaka, omdat men dreigde om ons op te pakken en in de gevangenis te gooien. Mijn jongere broer is uiteindelijk naar de hoofdstad Yangon afgereisd en heeft daar gesproken met een vertrouwenspersoon van de generaal. Uiteindelijk heeft generaal Than Shwe besloten dat de school open mocht blijven. Hij heeft de minster van Onderwijs naar PDO gestuurd om het goede nieuws over te brengen. In de loop van de jaren zijn de zaken langzaam beter geworden. Op dit moment zijn er geen problemen meer en neemt de controle van de huidige regering steeds verder af. Een spannende tijd!

MONNIK MET I-PHONE
Uiteraard heeft U Nayaka nog veel meer verteld, maar dat bewaren we voor het boek dat we gaan uitgeven. Na het uitgebreide interview met U Nayaka, lopen we een stukje over en langs het schoolterrein om een aantal aardige foto’s te schieten. U Nayaka laat zich gewillig op de foto zetten. Op een gegeven moment gaat zijn mobiele telefoon af en belt er iemand van de Amerikaanse ambassade. Ook dat levert een aantal mooie plaatjes op: U Nayaka, 67 jaar, bellend met zijn I-phone en druk discussierend over één of andere belangrijke kwestie.

VOORBEREIDING PRESENTATIE
Het begin van de middag gebruik ik om de foto’s te bewerken die achter de PowerPoint presentatie van vanmiddag gezet moeten worden. Om 15:30 uur is alles gereed en neem ik alles nog een keer goed door met Nann Myint. Zij zal alles vertalen wat ik vertel. Veel docenten en stafleden spreken wel redelijk Engels, maar het is altijd fijn om het nog eens in het Birmees uitgelegd te krijgen. En dan is het zover. Als we om vijf voor vier bij de hal aankomen, zit de ruimte al vol. De leraren en stafleden zijn na een week hard werken afgewerkt en hebben in principe elke vrijdagmiddag een centrale meeting. Ditmaal is mijn presentatie over The Golden House en het belang van goede educatie en zorg het hoofdthema. U Nayaka vertelt eerst in het Engels dat het belangrijk is dat het oude schoolsysteem in Myanmar zo snel mogelijk plaats maakt voor nieuwe westerse leermethoden. Hij verwacht van zijn docenten en staf dat ze er alles aan doen om die verandering te bewerkstelligen.

EDUCATIE EN ZORG
Dan ben ik aan de beurt. De 150 aanwezigen luisteren geboeid naar wat ik te vertellen heb over de activiteiten van stichting World Child Care, het goede werk op de PDO High School, de ongelooflijke inzet van de staf van The Golden House en het belang van goede educatie en zorg. Ik druk ze op het hart dat deze laatstgenoemde zaken altijd bovenaan moeten blijven staan en niet ondergesneeuwd mogen raken door nevenprojecten en de zucht naar geld. Ik nodig tot slot iedereen uit om eens een kijkje te komen nemen in The Golden House, zodat ze zelf kunnen ervaren wat een prachtige woongroep daar ontstaan is dankzij de liefde, deskundigheid en toewijding van de staf. Er wordt instemmend geknikt en Nann Myint en ik krijgen een applaus voor onze presentatie. U Nayaka sluit af met een korte terugblik op het ontstaan van The Golden House en daarna mag iedereen gaan genieten van een welverdiend weekend. Diverse aanwezigen komen me na afloop nog even vertellen dat het een goede presentatie was. Als ze binnenkort een bezoekje brengen aan The Golden House is mijn missie geslaagd.

ANDER REISSCHEMA
Harm en Suzanne zouden vandaag arriveren, maar ik heb ze nog niet gezien. Als ik naar het hotel loop, blijken ze nog niet gearriveerd te zijn. Ik ga terug naar The Golden House om wat te badmintonnen en te kletsen met de kinderen. Ook spreek ik met Yi Mon af dat we morgenvroeg om 7:30 uur vertrekken naar de Horti Culture om met de kleinste kinderen te gaan zwemmen. Als Harm en Suzanne er om 18:30 uur nog niet zijn, is dat een mooie gelegenheid om mijn reisverslag bij te werken. Als ik om 20:15 uur naar buiten kijk, zie ik één van de hulpjes van het hotel lopen met twee rugzakken. En ja hoor, daar komen de twee reizigers aan. Ze zijn met de bus gearriveerd vanuit Pyin U Lwin. Ik dacht dat ze met het vliegtuig vanuit het Inle meer zouden komen, maar ze hebben hun reisschema bij aankomst in Yangon al meteen om moeten gooien, omdat er al veel vluchten volgeboekt waren. Birma verwacht dit jaar een hausse aan toeristen. De reizigers hebben honger en ik heb gewacht met eten. Ik vertel ze wat er allemaal te krijgen is in het hotel en doe alvast de bestelling, zodat ze zich in alle rust kunnen opfrissen en we niet al te laat eten.

PLANNEN
Het is altijd leuk om de ervaringen te horen van mensen die voor het eerst in Myanmar zijn. Harm en Suzanne zijn onder de indruk van de vriendelijkheid van de mensen en de spontaniteit van de kinderen. Ze hebben onder andere een trekking gedaan in Lashio en dat is ze goed bevallen. Het is een gebied waar weinig toeristen komen en dan sta je als blanke westerling volop in de belangstelling. Maar die belangstelling is natuurlijk ook wederzijds. Het eten gaat er goed in. Logisch, want ze hebben er een aardige reisdag opzitten. Ik vertel Harm en Suzanne over de activiteiten die ik voor ze bedacht heb voor de komende dagen. Het idee is om morgenvroeg te gaan zwemmen met de kleinste kinderen. Bij terugkomst te lunchen in ons hotelletje, daarna de school te bekijken en dan met een taxi naar de U Bein Bridge en de Mahamuni Pagode te gaan. De brug is de langste teakhouten brug ter wereld en de Mahamuni Pagode is het belangrijkste tempelcomplex van de stad Mandalay. Omdat ik zondag met Yi Mon en Nann Mynt naar hun ouders ga, stel ik voor dat ze op eigen gelegenheid naar de grootste onafgebouwde pagode in Mingun gaan en ’s middags naar Mandalay Hill. Dat kunnen ze met een scooter doen of met de boot. Ze zijn erg enthousiast over de ideeën. Het plan was eigenlijk om ze vanavond nog mee te nemen naar The Golden House, maar we hebben zoveel te bespreken dat ze om 22:30 uur besluiten om naar bed te gaan. Heerlijk om na een week weer een keer Nederlands te kunnen praten. Ik loop nog even naar The Golden House, maar de staf slaapt. Enkele oudere kinderen zitten nog te studeren. Ik loop weer terug en ga ook lekker slapen. Morgenvroeg om 7:30 uur gaan we met de twintig kleinste kinderen zwemmen in the Horti Culture, dus het is alweer vroeg dag.

Zaterdag 13 oktober 2012

HOBBELEN
Als Harm, Suzanne en ik het schoolterrein oplopen, zitten de kinderen al achter in de laadbak van de schooltruck. Het zijn de jongste twintig kinderen en ze zijn uitgelaten. Suzanne en ik gaan voorin zitten. Suzanne omdat ze snel wagenziek is ik omdat ik écht niet gebouwd ben om in kleermakerszit ruim een uur in een laadbak te zitten hobbelen. Dus is Harm de klos, maar dat vindt hij helemaal niet erg. Nu kan hij mooi met de kinderen te kletsen. Yi Mon en Tsai Tsai kruipen ook mee achterin en dan is het propvol. We rijden in zuidoostelijke richting de stad uit richting de heuvels. De eerste helft van de rit is de weg best redelijk. Maar de tweede helft is een stuk onaangenamer. We rijden eerst langs een enorme steengroeve, waar honderden mensen (voornamelijk vrouwen) stenen in grote breekmachines storten. Ze zij helemaal grijs van het stof en werken zonder mondkapjes. Het is lichamelijk zeer zware arbeid en erg ongezond. Waarschijnlijk verdienen ze er nauwelijks genoeg mee om van te leven. Een triest gezicht. Als we verder rijden, wordt het heuvelachtig en al gauw rijden we langs de rivier waarin we zodadelijk gaan zwemmen. We stoppen even zodat Suzanne een foto kan maken van een mooie waterval en een kwartier later zijn we op de plaats van bestemming.

FRUIT PLUKKEN
De Horti Culture is een stuk land wat U Nayaka een aantal jaar gelden aangekocht heeft. Het ligt midden in de natuur in een dal tussen groen beboste heuvels. Er zijn twee jaar geleden lemen huizen op gebouwd, waarin wel eens werkconferenties worden gegeven. Het terrein staat vol fruitbomen. Denk aan papayabomen, mangobomen, bananenbomen, maar ook bomen met Ze Thi’s (een soort pruimpjes) en Oh Za Thi’s (een bobbelige zoete vrucht). Op dit moment zijn de Oh Za Thi’s rijp en binnen de kortste keren zit de helft van de kinderen als aapjes in de bomen en plukt de rest de vruchten van de takken die omlaag gehouden worden. Als de plastic zakken vol zijn, dienen de t-shirts als extra zakken. De kinderen zijn door het dolle heen. Harm is lang en met Zar Nhi Khaing op zijn schouders kunnen ze bijna overal bij. Het ziet er komisch uit. We genieten met z’n allen van de blije kinderen.

LEKKER ZWEMMEN
Dan is het tijd om te zwemmen. Met een t-shirt aan natuurlijk, want alleen een zwembroek of bikini zou echt te provocerend zijn. Niet zozeer voor de kleine kinderen, maar meer voor de staf en voor groepjes jongelui die op hun vrije zaterdag met hun brommertjes naar deze plek rijden om er ook te zwemmen. Ze kijken vol belangstelling toe hoe Harm, Suzanne en ik lekker dollen met de kinderen. Het water is heerlijk van temperatuur voor ons, maar voor de kinderen al gauw aan de frisse kant, dus moeten we ze bezig houden, want anders krijgen ze het echt te koud. Ze klimmen als aapjes over de stenen en watervallen en hebben de grootste lol. Na anderhalf uur is het alweer tijd om ons om te kleden. We hebben drinken meegenomen en dat deel ik uit. Ondertussen hebben ze al flink wat Oh Za Thi’s op, dus honger hebben ze niet meer. Er worden nog grote trossen bananen in de truck geladen en dan rijden we terug naar PDO.

RONDLEIDING
Ik bestel voor Harm en Suzanne om twee grote borden met verse papaya en watermeloen te bestellen. Dat wordt dan onze lunch. Ze vinden het een goed plan. Vers fruit smaakt in warme landen zoveel lekkerder dan thuis. Ik neem me altijd voor om in Nederland ’s middags ook fruit te eten als lunch, maar op één of andere manier is de smaak toch anders en verwatert mijn goede voornemen weer. Als we de twee borden leeg geprikt hebben, lopen we samen zo’n anderhalf uur over het schoolterrein. Ik laat Harm en Suzanne in vogelvlucht alle gebouwen zien en vertel wat over de geschiedenis van de school. Die zit er na de vele werkbezoeken en het interview met U Nayaka eerder deze week goed in. Natuurlijk bezoeken we ook de vier huizen die samen The Golden House vormen. Harm en Suzanne vinden het geweldig. Ze zijn erg onder de indruk van de grootschaligheid en de staat waarin alles verkeerd. Natuurlijk willen de kinderen hun slaapplek laten zien en ook komen er foto’s van hun familie tevoorschijn. Zoals dat gaat worden belangstellende buitenlanders meteen helemaal in beslag genomen door de kinderen. En Harm en Suzanne doen lekker mee.

U BEIN BRIDGE
Op een gegeven moment kom ik ze toch maar halen, want de taxi is inmiddels voorgereden die ons naar de U Bein Bridge en de Mahamuni pagode zal brengen. Twee meisjes mogen met ons mee. Dat zijn Zar Ni Khaing en Ei Thandar Thu. Dat vinden ze uiteraard prachtig. Het is druk in de stad en het is bijna een uur rijden naar de U Bein Bridge. De brug is vernoemd naar de burgemeester van de oude stad Amarapura, die deze houten brug eind 18e eeuw liet bouwen van overgebleven palen uit de oude hoofdstad Inwa. Het is in de loop der jaren een belangrijke toeristische trekpleister geworden. Dat is niet verwonderlijk, want het uitzicht over het meer met de vissers is er prachtig, zeker in de oranje namiddagzon. Of we armbandjes willen kopen, een boottochtje willen maken, op de foto willen of iets willen drinken. Geen van dat alles, want we willen de zonsondergang zien op de U Bein Bridge. Gelukkig zijn we nog ruim op tijd. We wandelen met z’n vijven gemoedelijk over de 1,2 kilometer lange brug, om vervolgens dezelfde weg terug te lopen. Harm en Suzanne stoppen zo nu en dan om wat romantische kiekjes te maken en ik loop hand in hand met de twee meiden, die gezellig met me kletsen over alles wat ze zien en in ze opkomt.

MAHAMUNI PAGODE
De tweede bestemming is de Mahamuni pagode. In de pagode staat het meest vereerde Boeddhabeeld van heel het land. Het ziet eruit als een Michelin-mannetje, doordat het helemaal volgeplakt is met goudpapier. Alleen mannen mogen bij het beeld komen, terwijl de vrouwen van een afstandje moeten toekijken. Er wordt druk gemediteerd. We maken van de gelegenheid gebruik om wat souvenirs te kopen. Harm en Suzanne voor thuis en ik voor de leskoffers die we gaan vullen met typisch Birmese producten. Daar gaan we een beschrijving voor maken in Nederland en daar kan dan op een school, die voor ons een sponsoractie organiseert, over vertelt worden in de klas.

UITETEN MET DE KINDEREN
Het is inmiddels 19:30 uur en we hebben allemaal flink trek. Ik weet een goed restaurant in de buurt van PDO High School en daar laten we ons met al onze spullen afzetten. Zar Ni Khaing en Ei Thandar Thu hebben nog nooit in een restaurant gegeten, maar ze doen het fantastisch. Ze willen wachten tot we allemaal ons eten hebben, eten netjes met vork en lepel, en blijven braaf zitten. Ik merk aan Harm en Suzanne dat ze het ontzettend leuk vinden dat deze twee meiden erbij zijn. Dat was een goede zet. En eten kunnen ze, die koters! De borden zijn helemaal leeg, terwijl wij ons eten niet op krijgen. Maar ja, zij moeten er tenslotte nog van groeien. Om 21:00 uur lopen we terug naar PDO. Onderweg lopen de meiden alle Justin Bieber songs te zingen die ze kennen. Twintig minuten later zijn we bij The Golden House. Natuurlijk moet meteen alles aan hun vriendinnetjes verteld worden. Wij gaan snel terug naar het hotel, want morgen is het weer vroeg dag. Om 7:30 uur vertrek ik met Yi Mon en Nann Myint naar hun ouders in Shwebo en de scooter voor Harm en Suzanne staat ook al om 8:00 uur klaar. Het was een erg leuke dag!

Zondag 14 oktober 2012

NAAR DE OUDERS
Om klokslag 7:30 uur komt Nann Myint me ophalen bij het hotel. De luxe wagen van U Nayaka staat al klaar. Win Naing (26), één van de stafleden van de Health Division van PDO, is onze chauffeur. Het is een leuke jonge knul die goed Engels spreekt. Achterin zitten Tin Moa Htay and Nann Ei Thu. Het zijn twee meisjes die in het tiende leerjaar zitten en sinds kort in The Golden House wonen. Ze komen uit hetzelfde dorp als Yi Mon en Nann Myint en hebben hun ouders sinds de start van het schooljaar in mei niet meer gezien. Ze zijn heel blij dat ze mee mogen. De reis gaat voorspoedig en om 10:45 uur zijn we al in Shwebo. Van daaruit is het nog ongeveer een half uur rijden naar het dorpje Tayew Taw. Dat is wel een bijzonder ritje, want het dorpje is alleen bereikbaar via een groot modderpad. Gelukkig zitten we in een grote 4-wheel-drive. Anders waren we nooit gearriveerd.

RESPECT
Voordat we naar de ouders gaan, bezoeken we eerst een heel klein kloostertje net buiten het dorp. Daar woont de zeer gerespecteerde hoofdmonnik van het dorp. De dames hebben bloemen meegebracht en we zitten even op de grond in zijn kamer. Je kunt merken dat ze veel aan deze man te danken hebben. Nann Myint vertelt dat ze hem maar hoeft te bellen en hij regelt vervolgens dat ze iets specifieks kan kopen wat ze hard nodig heeft. Nog een paar keer buigen naar de vriendelijke man en dan kunnen we verder.

HECHT GEZIN
Niet lang daarna ontmoet ik de vader en moeder van Yi Mon en Nann Myint voor de tweede keer. Ze voelen zich vereerd dat ik hun huis opnieuw bezoek. Ik zeg dat ik me ook vereerd voel. Ik overhandig een grote bos bloemen aan moeder en ze straalt. Vader heet Soe Aung (50) en moeder Hla Hla Myint (49). Het duurt niet lang of ik heb alle familieleden die ook in het dorpje wonen de hand gedrukt. Ze komen allemaal even kijken naar hun nichtjes en naar mij. De meeste gezichten herinner ik me nog van de vorige keer. Vader en moeder wonen al hun hele huwelijksleven in Tayew Taw. Ze hebben elkaar ontmoet tijdens een festival in het dorpje waar moeder haar jeugd heeft doorgebracht. Het was liefde op het eerste gezicht. Ze hebben vrij snel drie kinderen gekregen: dochter Yi Mon (29), zoon Than Naing Soe (27) en Nann Myint (24). Ze waren er vroeg bij. Vader is al zijn hele leven boer en verbouwt rijst, suikerriet, zwarte bonen, pinda’s en tomaten. Moeder heeft de kinderen grootgebracht. Het is een hecht en warm gezin, dat merk je aan alles.

GEZELLIG PRATEN
Vader wil meteen uitgebreid met me praten. Hij spreekt natuurlijk geen woord Engels, maar Nann Myint vertaalt alles voor ons. Ook onze chauffeur Win Naing helpt mee. Het is de oogsttijd voor de pelpinda’s en al gauw staat er een grote bak op tafel. Of ik koffie, groene thee of water wil? Thee graag! Ook oma van 82 komt erbij zitten. Ze steekt een dikke sigaar op en bemoeit zich lekker met ons gesprek. Ze heeft echt humor, aan de reacties van het gezelschap te merken. Ik ga straks niet alleen de ouders van de dames interviewen, maar ook oma. Dat belooft wat. We zitten onder de overdekte veranda voor het huis. Voor mijn neus groeien prachtige planten in potten. Bij ons zijn dat kamerplanten, maar die groeien hier gewoon buiten. Ze worden liefdevol verzorgd door vader. Achter mij bevindt zich een slaapkamer waar schoondochter zolang woont. Ze is een maand gelden bevallen van een meisje. Omdat zoonlief de hele dag moet werken in de stad Shwebo, krijgt schoondochter overdag hulp van haar schoonouders tijdens deze eerste maanden na haar zwangerschap. Het kleine meisje is precies de broer van Yi Mon en Nann Myint.

DE LUNCH
Of we meteen willen lunchen? Bai Sa Dè (honger), roep ik, en iedereen moet lachen. Ik heb inmiddels wel trek gekregen. Moeder heeft allerlei lekkere Birmese curry’s bereid en - zoals dat hier gaat - eten eerst de gasten met vader. Het smaakt heerlijk en dat is een mooie gelegenheid om Ee Ja Dà Sjie Dè tegen moeder te zeggen. Ze lacht naar me. Hier kun je nog de blits maken met wat zinnetjes Birmees. In The Golden House zijn ze er inmiddels al helemaal aan gewend dat zij in het Engels tegen me praten en ik zoveel mogelijk in het Birmees antwoord om te oefenen.

BESCHEIDENHEID
Als de tafel opgeruimd is, beginnen we met de interviews. Eerst met vader en moeder. Ze schuiven wat onwennig aan op het bankje naast me. Het verhaal gaat eerst over hun verkeringstijd. Ik vraag moeder wat voor man Soe Aung was toen hij jong was en aan vader wat hij in Hla Hla Myint zag. Boven hoor ik Yi Mon lachen en ze roept naar me in het Engels: Wat voor vragen stel jij nou allemaal aan mijn ouders? Maar ze vertellen er zonder gêne over. Vader was nogal opvliegerig, maar is een hardwerkende en zorgzame vader geworden, vertelt Hla Hla Myint. Soe Aung vertelt dat hij rustig wordt bij zijn vrouw en dat ze samen een goed span vormen. Ze heeft me drie fantastische kinderen geschonken, zegt hij trots. Ze zijn mijn kostbaarste bezit. Het leven is niet altijd eenvoudig geweest voor dit gezinnetje. Ze waren arm. Maar vader en moeder hebben altijd één droom gekoesterd en dat was dat alledrie de kinderen zouden studeren en goed werk zouden vinden. En die droom is uitgekomen. Inmiddels vertaalt Win Naing het gesprek, omdat Yi Mon en Nann Myint heel graag hun familie in het dorp willen bezoeken. Dat geeft mij de gelegenheid om vader en moeder te vertellen dat hun twee dochters fantastisch werk doen op de PDO High School. Ik vertel in het kort wat ze zoal doen en hoe trots ik op ze ben. En dat dit mede de verdienste is van hun opvoeding. Ze knikken en stralen. Ze wisten niet precies wat hun dochters allemaal deden en zijn blij dat ik ze dit nu eens verteld heb. Ik weet zeker dat Yi Mon en Nann Myint in hun bescheidenheid lang niet alles vertellen thuis. Het gaat ook nog een tijdje over een meditatiecursus waar ze als stel al vijf jaar aan deelnemen en wat ze heel dicht bij zichzelf en elkaar gebracht heeft. Vader raadt me aan om dat ook eens te doen, als ik vertel hoe jachtig het leven in onze westerse wereld is. Je zult nooit meer dezelfde zijn, zegt hij.

OUDEDAGSVOORZIENING
Dan is het tijd om oma te interviewen. Ze komt naast me zitten met een houding van: kom maar op, ventje. Ze vertelt dat ze haar hele leven in dit dorp gewoond heeft en haar ouders ook. Soe Aung is mijn vierde kind en hij was inderdaad nogal opvliegerig, zegt ze. Maar het is goed gekomen en ze kijkt ondertussen ontdeugend naar haar zoon. Hij waste zich vroeger wel drie keer per dag en trok dan weer schone kleren aan. Net als Nann Myint, roep ik. Inderdaad, zegt oma, Nann Myint ziet er ook graag goed verzorgd uit. Haar echtgenoot, de opa van Yi Mon en Nann Myint, is op 64-jarige leeftijd gestorven. Ze vertelt dat ze haar land onder haar kinderen verdeeld heeft en dat ze een stuk zelf gehouden heeft, wat ze nu verhuurd. Van het geld wat dit opbrengt kan ze spulletjes kopen. Een oudedagsvoorziening is er niet in Birma, dus je bent afhankelijk van je eigen kinderen. Maar die omringen haar met alle liefde en zorg. Overigens woont oma nog zelfstandig, maar dat is in het naastgelegen huis. Als ik oma vraag naar haar droom, vertelt ze dat ze stiekem altijd gehoopt had dat één van haar kinderen niet zou trouwen. Dan had hij of zij mooi voor me kunnen zorgen, zegt ze met een lach. Maar ik ben blij dat ze allemaal een lieve partner gevonden hebben. Mijn laatste wens is dat ik - als ik ooit op mijn sterfbed lig - al mijn kinderen nog eenmaal kan zien. Volgens Win Naing, die zijn vertaalklus fantastisch doet, is dat een typisch Birmese droom van iedereen die oud is.

FOTOREPORTAGE
Tijd om een fotoreportage te maken. Eerst oma maar. Ze laat zich gewillig in allerlei gevraagde poses fotograferen met een ondeugend lachje op haar gezicht. Als ze even te serieus kijkt en ik vraag om te glimlachen, zegt ze: Jongen, om mijn leeftijd gaat dat niet meer zo gemakkelijk hoor. We liggen allemaal in een deuk. Ze wil zich ook laten fotograferen op haar bed, alsof haar laatste uur geslagen heeft. Ze is zo gerimpeld dat de foto net echt lijkt. Ik laat haar de foto zien en ze knikt bevestigend. Zo zie ik eruit als mijn laatste wens in vervulling gaat, zegt ze. Als vader en moeder voor de lens gaan staan, is dat natuurlijk heel braaf. Als ik vader vraag om achter zijn vrouw te gaan staan en haar schouders vast te pakken, beginnen ze allebei verlegen te lachen en al gauw zwaaien ze schaterlachend naar mij dat ik mijn camera weg moet doen. Dat levert de leukste kiekjes op. We maken natuurlijk ook nog wat familiefoto’s. Ik ben er nu toch.

BEDANKT
Dan is het tijd om afscheid te nemen. Het is inmiddels 16:30 uur en onze chauffeur wil gaan rijden. Er komen buien aan en anders is de weg vanuit het dorp naar de stad Shwebo straks onbegaanbaar. Vader en moeder komen me heel hartelijk bedanken voor het feit dat ik ze zo’n leuke middag heb bezorgd door te vragen naar hun jeugd, hun leven en hun dromen. Vader vraagt of ik de volgende keer alsjeblieft minstens een week wil blijven. En ik zie aan zijn ogen dat hij het meent. Oma drukt me stevig de hand. Tja, zegt ze, op mijn leeftijd weet je nooit of je iemand de volgende keer nog terug zult zien. Ik druk haar op ’t hart dat ze er nog heel gezond uitziet en dat ik hoop om haar snel weer te ontmoeten. Ik bedankt iedereen op z’n Birmees hartelijk voor de fijne dag en beloof dat ik gauw weer terugkom. Het halve dorp staat inmiddels weer om ons heen en we worden liefdevol uitgezwaaid.

ACHTERBANKGESPREK
Als we terugrijden, rollen de tranen over de wangen van Nann Myint. Ze mist haar ouders heel erg. En dat kan ik me levendig voorstellen met zulke schatten van mensen. Ik knijp even in haar schouder en geef haar een aai over haar bol. Ze zit op de bijrijderstoel, dus meer kan ik niet doen. Yi Mon kan veel beter omgaan met afscheid nemen. Knap hoor! Als het donker wordt en de twee meisjes die we in de achterbak meegenomen hebben, liggen te slapen, hebben Yi Mon en ik een fijn gesprek over vriendschap, amicaiteit, verliefdheid, relaties en hoe enorm de verschillen zijn op onze aardbol. Een mooi gespreksonderwerp op de achterbank van een auto, terwijl het buiten donker is. Het is veel rustiger dan vanmorgen en om 20:15 uur zijn we terug in Mandalay. Ik laat me bij het hotel afzetten en hoor van de eigenaar dat Harm en Suzanne net terug zijn, hun avondeten besteld hebben en zich nu aan het douchen zijn. Ik bestel een portie zoetzure kip met groente en rijst en ga alvast op het overdekte terras zitten.

ETEN MET HARM EN SUZANNE
Harm en Suzanne zijn blij verrast om me nog te zien. In eerste instantie zou ik namelijk wat later terug zijn. Ze vertellen geanimeerd over de leuke dag die ze gehad hebben. Ze zijn op de scooter in het zuiden van de stad over de enorme boogbrug naar de heuvels van Saigan gereden, hebben daar geluncht en zijn toen doorgereden naar Mingun. Daar hebben ze ongestoord de grootste onafgebouwde pagode van de wereld kunnen bekijken. De hausse met toeristen komt namelijk ’s morgens met de boot aan en is om 13:00 uur alweer weg. Ze hebben nog wat andere zaken bekeken en hebben zich toen met een bootje met scooter en al laten overzetten. Mingun ligt namelijk aan de overzijde van de Ayyeyarwaddy rivier. Ze laten me het bootje zien met de scooter erop. Dat ziet er komisch uit. Wel slim, want dit heeft ze twee uur rijden gescheeld en een mooi boottochtje opgeleverd. Daarna zijn ze naar Mandalay Hill gescheurd, een mooi tempelcomplex op een heuvel aan de noordkant van de stad en hebben daar de zonsondergang bekeken. Daarna zijn ze naar The Golden House gegaan en hebben zelf het fruit mee uit mogen delen aan de kinderen dat Cho Cho overdag gekocht had van hun sponsorgeld. Ze hebben twee fantastische dagen gehad en bedanken mij voor alle goede tips en hulp. Ik ben een beetje verrast, want ik zie dat als vanzelfsprekend. Het dringt tot me door dat zij dat vast anders ervaren hebben. Ze waren graag nog langer gebleven in Mandalay, maar ze willen nog naar de tempels in Bagan, het Inle meer en het strand in de buurt van Yangon. We nemen afscheid van elkaar en als zij gaan slapen, ga ik nog even naar The Golden House om te kletsen en mijn mail te checken.

Maandag 15 oktober 2012

YANKIN PAYA
De ochtend staat in het teken van de fotoreportage die ik ga maken van alle kinderen die geïnterviewd zijn. We gaan met de schooltruck naar de Yankin Paya. Dat is een mooi en sereen tempelcomplex op de heuvels aan de oostzijde van de stad. Er komen nooit toeristen en het is een favoriete plek van me. Ik ga er ook wel eens zitten schrijven als ik met mijn ziel onder mijn arm loop omdat het einde van mijn werkbezoek eindigt. Maar vandaag ben ik er voor een vrolijke activiteit: foto’s maken. Alle tien de kinderen zien er op z’n paasbest uit. Ze hebben hun mooiste kleren aangetrokken en de meisjes hebben tanaka op hun gezicht gesmeerd. Ik heb gevraagd om niet teveel op te smeren, want anders kun je de gezichtjes bijna niet meer zien. Met de name de kleintjes hebben daar een handje van. Logisch, want tanaka gebruik je niet alleen om er mooi uit te zien, maar ook omdat het werkt als zonnebrandcrème. Na enige vertraging, omdat de chauffeur niet komt opdagen, worden we door iemand anders naar de Yankin Paya gereden. Het is een Boeddhistische feestdag en langs de weg is er overal muziek. Ik zie ook een podium waar een toespraak gehouden wordt door The National League for Democracy. Dat is de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi. Dit was een jaar geleden nog ondenkbaar.

FOTOREPORTAGE
Het is een hete dag en de zon schijnt ongenadig op de enorme trappengalerij. We moeten eerst een paar honderd meter naar boven klimmen om de eerste heuveltop te bereiken. De Yankin Paya is een aaneenschakeling van kleine tempeltjes en pagodes met Boeddhabeelden en natuurgeesten, aan elkaar verbonden met overdekte wandelpaden en trappengalerijen. Er wonen ook monniken in bamboe huizen. Maar de kinderen klagen niet en dragen gewillig hun slippers en een paar flessen water mee naar boven. Op elk mooi plekje wat ik zie, portretteer ik één van de kinderen. De kinderen vangen in een onopgemerkte pose is onmogelijk. Ze zijn zo spontaan en gaan zo graag op de foto dat het niet te doen is om ze stiekem te fotograferen. Maakt ook niet uit. Poseren hoort bij hen en levert veel mooie foto’s op. Genoeg om er enkele te kiezen om straks in het boek bij hun interview te plaatsen. We hebben een hoop lol samen en veel bekijks van de lokale bevolking, die de Yankin Paya bezoekt omdat het vandaag een Boeddhistische feestdag is.

ZOETE MELK MET IJSBLOKJES
Om 12:00 uur hebben de kinderen het wel voort gehad. En dat kan ik me helemaal voorstellen in deze warmte. Normaal lunchen ze al om 11:00 uur, dus ze krijgen ook honger. Ik pep ze op om nog een paar mooie groepsfoto’s te maken en die zien er echt leuk en kleurrijk uit. Ik stap op ze af en zeg: Djee Zu Di Ma Dè. Ze moeten allemaal lachen en roepen in koor Jà Bà Dè, oftewel: Graag gedaan. Dan nemen we de kortste route naar beneden, via een rotspad. Yi Mon heeft de chauffeur van de schooltruck al gebeld en die is onderweg. Een mooi moment om de kinderen te trakteren op een lekker glaasje drinken. Dat hebben we wel verdiend na al dat geklauter. Als de glazen op tafel gezet worden, zijn ze gevuld met zoete koeienmelk met ijsblokjes. Dat heb ik nog nooit gezien, maar vinden de ze hier schijnbaar heerlijk. Ik ben namelijk de enige met een glaasje Star Cola. Zelfs Yi Mon zit aan de melk. Dat stilt gelukkig de ergste honger en luid zingend rijden we terug naar school. Missie geslaagd!

MIDDAGDUTJE
Ik puf nog even wat uit in The Golden House, waar een flinke groep kinderen muziek DVD’s draait en luidkeels meezingt. Omdat het een feestdag is, mag dat een keertje overdag. Terug in het hotel eet ik een groot bord fruit leeg en sorteer ondertussen de gemaakte foto’s. Mijn ogen vallen dicht en ik besluit om na het douchen eens een middagdutje te doen. Ik vind dat ik dat wel verdiend heb. Als ik weer wakker wordt, schemert het al buiten en is het al 17:30 uur. Zo, dit dutje was blijkbaar nodig! Ik werk het reisverslag bij en ga dan wat eten, om vervolgens deel 2 van mijn reisverslag naar jullie allen te sturen. Tot snel maar weer!

Dinsdag 16 oktober 2012

CADEAUTJES
Gisterenavond hebben Yi Mon, Tsai Tsai en ik de cadeautjes uitgezocht voor de jongste kinderen. Veel sponsorouders hebben op het laatste moment nog een kleinigheidje opgestuurd of afgegeven voor het kind dat ze sponsoren. Die cadeautjes hebben we nog niet uitgedeeld. Nog niet alle jongere kinderen hebben een kindsponsor. Daarom ben ik ben voor mijn vertrek met Frederique nog even naar de Action geweest om allerlei andere leuke attenties te kopen, zoals doosjes met houten kraaltjes, waar de kinderen zelf een kettinkje van kunnen maken, stickers om hun hutkoffers mee te versieren en kleine knuffelbeertjes. We maken briefjes met de namen van de kinderen erop en blijken dan precies genoeg te hebben om iedereen blij te kunnen maken. We gaan ze de cadeautjes de komende dagen een keer uitdelen.

FOTO’S BEWERKEN
Vandaag zal dat echter nog niet het geval zijn. Geen tijd voor! Ik begin ’s morgens aan het uitzoeken en bewerken van alle foto’s die ik inmiddels gemaakt heb. Dat zijn niet alleen de foto’s die ik maandag van de kinderen gemaakt heb bij de Yankin Paya, maar ook de foto’s van U Nayaka, de foto’s van mijn bezoek aan de ouders en oma van Yi Mon en Nann Myint, de foto’s van het zwemavontuur in de Horti Culture, het bezoek aan de U Bein Bridge en heel veel algemene foto’s. Tijdens de ochtend doe ik dat op mijn hotelkamer, ’s middags in The Golden House en na het avondeten weer op mijn hotelkamer. Het zijn honderden foto’s die allemaal bijgewerkt moeten worden m.b.t. contrast, kleurbalans en uitsnede. Ik maak ook nog een overzicht van de kleine klusjes en grotere klussen die ik de komende drie dagen nog moet afwerken. Dat zijn er minstens vijftien. Uiteindelijk ben ik om 23:30 uur klaar. Ik ben gebroken en besluit nog een flink stuk te gaan lopen. Het is nog broeierig warm buiten, zeker als je de hele avond met airco hebt zitten werken.

STRAATLEVEN
Als je rond middernacht door de 19th Street loopt, de oostelijke uitvalsweg van de stad, waaraan de Phaung Daw Oo High School en ook mijn hotelletje ligt, is het contrast met overdag enorm. ’s Morgens rijden er - en ik overdrijf niet - ruim tienduizend fietsers, scooters en auto’s richting de stad. En evenzoveel mensen komen lopend naar de plek waar ze hun kostje verdienen. Sommigen werken in een werkplaats of winkeltje en anderen nemen goederen of voedsel mee wat ze hopen te kunnen slijten in de stad. Er wordt in Myanmar veel op straat gegeten in kleine stalletjes of slonzige restaurantjes. Eten afhalen is ook heel normaal. Alleen al in de 19th Street zijn er tientallen van deze plekken. Bij één daarvan is het altijd druk. Geen wonder, want het eten wat daar verkocht wordt ziet er uitstekend uit en ligt netjes in roestvrijstalen bakjes. Dat is bij veel straatstalletjes wel anders. Ik heb in Azië op veel plaatsen bij straatstalletjes gegeten, maar hier in Myanmar durf ik het niet. Maar de lokale bevolking wel. Er wordt de hele dag door gegeten. Tussen 17:00 en 20:00 uur vindt er een ware exodus plaats en loopt en rijdt iedereen weer de stad uit. En zo gaat dat dag in dag uit. Tegen 22:00 uur begint iedereen die in de straat een winkeltje of een stalletje heeft zijn handeltje op te ruimen. Als je denkt dat ze dan thuis gaan slapen, heb je het mis. Voor honderden mensen is hun winkeltje of stalletje ook meteen hun huis. Het koopwaar wordt binnengezet of ingepakt, de klamboe wordt opgehangen en op de tafel of toonbank wordt geslapen. Is dit armoede? Ja, dat is het. Deze mensen hebben vaak geen toilet, geen stromend water om zich te wassen, slechts enkele kledingstukken, geen elektriciteit, kortom: geen enkele voorzieningen.

HONDENLEVEN
Nu loop ik door een verlaten straat. Op de straathoeken hangen nog wat groepjes jongemannen rond. In enkele restaurantjes zie ik jongelui voetbal kijken. Voor hen staat een fles bier. Ze zitten hier steevast elke avond. Het is het enige vertier wat ze hebben. De 19th Street is overgenomen door de honden. Straathonden om precies te zijn. De één is kreupel, de ander mager en weer een ander zo smerig dat je ‘m niet aan durft te raken. Ze snuffelen tussen het afval dat de mensen op straat gegooid hebben of achtergelaten hebben op de plek waar een uur geleden nog hun kraampje stond. Er wordt geblaft en territoria worden bewaakt. Aanvallen zullen ze je nooit, want ze zijn schuchter. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat iedereen overdag naar ze schopt. Ze hebben een echt hondenleven. Ik begon mijn reisverslag met de veranderingen die in Myanmar gaande zijn. Het zal nog vele jaren duren voordat de eenvoudige man die elke dag zijn kostje verdient in deze stad, in deze straat, er iets van zal merken. De kloof tussen arm en rijk zal de komende tijd alleen nog maar groter worden. De aankomende generatie volwassenen, die nu nog op school zit, gaat de veranderingen meemaken. Kinderen, zoals op de PDO High School, gaan straks het verschil maken. Zij krijgen de mogelijkheid om het anders te doen. Als ik na een stevige wandeling de hotelpoort aan de 19th Street in loop, probeer ik me een voorstelling te maken hoe deze straat er over 20 jaar uit zal zien. Ik hoop in elk geval een stuk netter en schoner. En met die gedachte stap ik onder de douche en spoel ik het zweet en het stof van deze dag van me af.

Woensdag 17 oktober 2012

CADEAUTJES
De dag start vandaag met het uitdelen van alle meegebrachte cadeautjes aan de kinderen. De sponsorouders hebben leuke spulletjes meegegeven. Soms valt een t-shirt nog wat te groot uit, maar dat is niet erg. De kinderen groeien er wel in. Yi Mon bergt ze keurig op. Als ik even later door The Pandaw House loop om foto’s te maken voor Brian Pringle en filmopnames voor onze eigen stichting, zie ik Zuu Zuu Han, de jongste van het spul, al met haar teddybeertje spelen. Missie geslaagd, zullen we maar zeggen.

SAUNA
Het is inmiddels middag en Poe Dè, oftewel: bloedheet. De zon schijnt ongenadig op de stenen gebouwen en de asfaltweg die op het schoolterrein ligt. Als je je ook maar even in de zon begeeft, ben je direct drijfnat. In de schaduw is het best te hebben en zeker als er een zacht briesje staat. Helaas moet ik voor mijn foto’s en film de nodige keren in de zon staan. Ik vraag de meisjes van The Pandaw House om op het balkon te komen staan. Dat is leuk voor de foto- en filmopnamen. Zelf klim ik op het toilethuisje van huis 1 voor de beste shots. Als ik na tien minuten weer naar beneden klim, ben ik drijfnat. Myanmar is echt de beste sauna die je je kunt voorstellen.

FOTO’S VOOR BRIAN
Om bij te blijven, bewerk ik de foto’s maar direct. Aanstaande maandagavond ga ik samen met Flower (Frederique) en onze voorzitter Nanneke van Drunen Brian Pringle en zijn vrouw ontmoeten in Amsterdam. Brian heeft me gevraagd om een aantal mooie foto’s van The Pandaw House te maken en aan die opdracht voldoe ik graag. Hij sponsort per slot van rekening de nieuwbouw van huis 2 - samen met zijn vriend Mr. Cruse - voor 20.000 euro. Dankzij een extra donatie heb ik tijdens dit werkbezoek een nieuwe laptop, een koelkast en een fiets kunnen kopen voor The Golden House en kunnen we een fraai hek plaatsen voor The Pandaw House. Dat huis is grotendeels gefinancierd door Brian Pringle. Met een klein beetje hulp van onze stichting heeft huis 1 straks ook een goede toegangspoort en geeft dat de huizen een veel fraaiere aanblik.

KLEINE KLUSJES
De volgende klus die ik doe is de eindafrekening maken in Excel van al het bestede en gereserveerde sponsorgeld dat ik meegenomen heb. Yi Mon kopieert morgen alle aankoopnota’s voor onze administratie. Een ander leuk klusje is dat alle kinderen die geïnterviewd zijn hun naam in het Birmees moeten opschrijven. Die namen komen straks onder de interviews in het boek ‘I have a dream…’ te staan. Terwijl ik bezig ben, actualiseert Yi Mon de grote Excel sheet van de (wees)kinderen, door met iedereen apart een kort gesprekje te houden. Die gegevens plaatsen we straks allemaal op de website van World Child Care. Hopelijk trekt dat nieuwe mensen over de streep om ook een kind te ondersteunen. Vandaag stuurde Flower me een email door van een stel dat ook weer een kind wil gaan sponsoren. Inmiddels hebben al zo’n 25 kinderen een sponsorouder.

CHAN CHAN
Voor het avondeten schuift de schoolarchitect Chan Chan nog even aan. Ze heeft de berekening van het stalen hek klaar, dat voor The Pandaw House komt te staan. Het valt ongeveer binnen het bedrag dat nog over is van de extra donatie van Brain Pringle. Ik besluit terplekke dat wij als World Child Care het hek voor huis 1 zullen betalen. Dat is verhoudingsgewijs een klein bedrag. Het geeft Yi Mon een veilig gevoel en het maakt de aanblik op de twee huizen een stuk fraaier. Volgende week wordt het al gemaakt. Na het avondeten loop ik nog even terug naar de kinderen. Terwijl ik de mail check, krijg ik een stevige massage van Thae Nu Khaing. Dat doet ze goed. Nu ik ’s avonds niet aan Nordic Walking kan doen - dat doe ik in Nederland trouw elke avond - doen mijn nekspieren aardig pijn. En laat ze nou precies al die pijnlijke plekjes weten te zitten. Bedankt lieve meid! Om 23:00 uur is het tijd om afscheid te nemen. Nog twee dagen te gaan. Ik hoop dat ik morgen zoveel klusjes kan afwerken dat ik vrijdag nog een keer kan koken voor de 114 kinderen. Dat vinden ze geweldig. En ik ook natuurlijk!

Donderdag 18 oktober 2012

OVERLEG
Mijn ochtend begint niet met het gebruikelijke ontbijtje, maar met een overleg met U Nayaka. Er moeten nog een aantal zaken geregeld worden en de tijd begint te dringen. Eerst maar even het goede nieuws vertellen aan U Nayaka: Brian Pringle en World Child Care hebben deze week bijna 3.000 euro gespendeerd aan kleding, schoolspullen, slaapspullen, toiletartikelen, een nieuwe laptop voor Yi mon, een nieuwe fiets, een nieuwe koelkast, een fraai smeedijzeren hek voor The Pandaw House en een toegangspoort voor huis nr. 1. U Nayaka bedankt me daar hartelijk voor.

CARE FOR CHILDREN
Het tweede wat ik met hem bespreek is een vraag van onze collega-stichting Care for Children uit Landsmeer. Zij beheren twee weeshuizen in de buurt van het Inle meer en hebben gevraagd of een aantal jongeren die afgestudeerd zijn aan de middelbare school ter plaatse (c.q. dat niet gehaald hebben) een beroepsopleiding in Mandalay zouden kunnen volgen. En of het dan mogelijk is dat die jongeren een aantal jaren op de PDO High School wonen, bijvoorbeeld in The Golden House, en van daaruit naar school gaan. Care for Children betaalt alle studie- en verblijfskosten voor deze jongeren. Het gaat om een zestal jongens en meisjes. U Nayaka zegt dat dit in principe zeker mogelijk is. Hij wil wel graag meer weten over de leeftijd, achtergrond, studie-interesses en discipline van de jongeren. Ik vertel hem dat het met dat laatste wel goed zit. Laat de weeshuisvader of iemand van de stichting maar rechtstreeks contact met mij opnemen, zegt U Nayaka, terwijl hij voor de zekerheid nog even zijn emailadres voor mij opschrijft. Eén ding is wel belangrijk, zegt hij: als de jongeren klaar zijn met hun studie kunnen ze niet op PDO blijven. Ze zullen dan of terug moeten of op zichzelf gaan wonen en werken in de stad. Ik knik bevestigend. Dat lijkt me logisch!

CONTRACTUELE ZAKEN
Tim heeft in overleg met Nanneke en mij een contract opgesteld voor het herbouwen van huis nr. 2. We hadden oorspronkelijk in gedachte om de 60.000 euro in zes termijnen te betalen. U Nayaka heeft er echter op aangedrongen om er daar maximaal drie van te maken. Het liefste met een groot bedrag vooraf, zodat hij nu al het materiaal in één keer kan kopen. Het materiaal kan in Myanmar over een half jaar zomaar 5 tot 10 procent duurder zijn. We hebben echter de ervaring met The Pandaw House (huis 4, gesponsord door Brian Pringle uit Australië) dat het geld op was voordat het huis geschilderd en ingericht was. In februari hebben Brian Pringle en wij als World Child Care nog 10.000 euro bij kunnen lappen om het huis bewoonbaar te maken. Dat willen we ditmaal voorkomen. Daarom zal de laatste betalingstermijn van 10.000 euro achteraf gebeuren. Verder investeert U Nayaka zelf ook 10.000 euro in het huis. De totale begroting komt daarmee neer op 70.000 euro. U Nayaka moet dus 10.000 euro zelf investeren en 10.000 euro voorschieten, omdat we die pas achteraf betalen. Hij is daar niet blij mee en vraagt me waarom we hem niet vertrouwen. Ik vertel hem vriendelijk dat we niet zo’n goede ervaringen hebben met The Pandaw House en dat het bestuur het daarom op deze manier wil. Hij wil zich gaan verdedigen, maar bedenkt zich en zegt ‘okay, let’s do it this way’. Ik beloof hem dat we z.s.m. de eerste 40.000 euro over zullen maken en dat hij wat ons betreft per direct kan starten. Hij vraagt me of ik de contracten wil geven ter ondertekening. We maken een foto van de ondertekening met een PDO-camera en met mijn camera, zodat ik een bericht op onze website kan plaatsen. Daarna nemen we afscheid en bedanken we elkaar voor de vruchtbare samenwerking.

BUIKGRIEP
Terwijl we ons gesprek voerden, voel ik me steeds misselijke worden. Mijn maag is aan het borrelen. Nadat ik in het naaiatelier de bestelde schooltassen en schooluniformen opgehaald heb, besluit ik om toch maar te ontbijten. Maar dat valt niet goed. Niet echt handig om nu ziek te worden, want ik heb nog een hoop af te werken. Als ik The Golden House binnenloop, ziet Yi Mon meteen dat ik niet lekker ben. Bai Naa Dè, zeg ik, oftewel: buikpijn. We zouden eigenlijk samen gaan shoppen om een aantal typisch Birmese zaken te kopen voor de educatiekoffers voor onze sponsoracties in Nederland. Schrijf maar op wat je allemaal nodig hebt, zegt Yi Mon, en dan ga ik wel alleen shoppen. Dan kun jij wat medicijnen nemen en even plat gaan liggen. Dat is een aanbod wat ik maar al te graag accepteer. Gelukkig heb ik altijd een zogenaamde reis-antibiotica-pil, die afrekent met de meest gangbare maag- en darmbacteriën. Ik neem de pil en ga een paar uurtjes pitten.

HARTELIJK
Als ik om 16:00 uur wakker word, voel ik me stukken beter. Ik pak mijn spullen bij elkaar en loop het schoolterrein op. Tot mijn grote verrassing zie ik daar Nann Myint met haar ouders staan. Die zijn vanuit Shwebo een dagje naar Mandalay gekomen om een zieke tante op te zoeken. Moeder zal nog wat langer blijven, omdat ze naar een meditatiecentrum gaat. Vader begint meteen weer tegen me aan te kletsen over hoe geweldig hij mijn bezoek en interview heeft gevonden. Ik vertel hem dat ik het net zo speciaal heb gevonden. Wat een sympathieke mensen zijn dit toch. Geen wonder dat ik zoveel ben gaan geven om Nann Myint en Yi Mon. Ze komen uit een warm nest en hebben het hart op de juiste plaats.

EEN, TWEE, DRIE…
Hoog tijd om een foto te maken van The Golden House met een hoop enthousiaste kinderen ervoor. Die foto kunnen we hopelijk gebruiken voor de cover van ons boek ‘I have a dream…’. Tsai Tsai trommelt de kinderen op die klaar zijn met eten en ik plaats ze overal voor, op en in het huis. Ik zeg: Als ik tot drie tel, trekken we allemaal een blij gezicht, zwaaien we of springen we in de lucht. Tsai Tsai vertaalt het en hup daar gaan we. Ti, Ni, Thò… en nog een keer… en nog een keer. Na een keer of tien heb ik genoeg leuke foto’s. En dat is maar goed ook, want het begint al te schemeren. Om 18:00 uur is het hier pikdonker.

BOODSCHAPPENLIJSTJE
Ik heb helemaal geen zin in avondeten, dus ik beperk me tot een appel en een paar bananen. Samen met de staf maak ik het boodschappenlijstje voor morgenvroeg. Dan ga ik voor de kinderen koken. Uiteraard met hulp van de staf en van de kinderen die vrij zijn om mee te helpen. Het wordt een salade van Chinese kool met spekjes en blokjes appel. En een curry van varkensvlees, aardappelen, pompoen en Chinese kool met Indiase kruiden. Yi Mon zal morgenvroeg om 7:00 uur de boodschappen doen op de lokale markt in onze 19th Street en om 9:30 uur gaan we alles klaarmaken. Normaal eten de kinderen in drie groepen tussen 11:30 en 12:30 uur. Als we 11:30 uur maar halen. Volgens de dames is dat geen probleem.

INTERVIEW MET YI MON
De laatste activiteit van vanavond is het interviewen van Yi Mon voor het boek. Ze vertelt enthousiast over haar kindertijd. Ze was een grappenmaker en een wildebras op de lagere school. Vanaf groep 7 moest ze naar een ander dorp. Dat was een leuke tijd, vertelt ze. We liepen met 15 vriendinnen elke dag ruim drie kilometer naar school en weer terug. Dat was dwars door de rijstvelden en boomgaarden. Onderweg plukten we fruit en hadden we de grootste lol. Het werd een stuk zwaarder toen ze de laatste twee jaren van haar middelbare school naar de stad Shwebo moest. Ze kwam samen met vriendinnen bij hospita’s terecht die de jongeren de rotklusjes lieten opknappen na schooltijd. Ik had veel heimwee, maar vader stimuleerde me keer op keer om mijn best te doen, vertelt ze. Uiteindelijk ben ik geslaagd en kon ik Natuurkunde gaan studeren aan de universiteit. De eerste drie jaren waren gelukkige jaren. Ik had veel vriendinnen. Het laatste jaar was moeilijk, omdat mijn vader mijn studiekosten niet kon betalen vanwege een slechte oogst. Ik ben toen in het weekend bijles gaan geven aan rijkeluiskinderen en heb mijn laatste studiejaar grotendeels zelf betaald. Dat lesgeven vond ik erg leuk. Ik wilde docent worden op de universiteit, maar dat was natuurlijk maar voor weinigen weggelegd. Ik ben uiteindelijk geen master gaan doen, omdat ik mijn ouders financieel wilde ondersteunen. Via via ben ik op de PDO High School terecht gekomen. Oh, wat heb ik in het begin heimwee gehad. U Nayaka heeft me uiteindelijk de mogelijkheid geboden om toch mijn master te gaan doen. Tussendoor werkte ik als staflid voor de straatkinderen. Toen in mei 2008 de cycloon Nargis plaatsvond en onze school een groep weeskinderen wilde opvangen, heb ik me samen met Cho Cho aangemeld om die groep te gaan begeleiden. Toen kwam Frank in het spel, en even later Tim, Nico en Flower. Begin 2009 kwam Tsai Tsai erbij als staflid. De rest van het verhaal kennen jullie!

LEVENSGELUK
Als ik Yi Mon vraag of ze gelukkig is, komen er wat tranen. Ze maken mooie streepjes over haar met tanaka ingesmeerde gezicht. Meestal wel, zegt ze. Alles draait inmiddels als een geoliede machine en we kunnen de kinderen goed helpen bij hun opvoeding en studie. Een aantal jonge kinderen beschouwen mij echt als hun moeder en dat doet wel wat met me. Weer rolt er een traan over haar wang. Ik voel me niet gelukkig als het in meetings met andere groepsleiders en projectleiders alleen maar over geld gaat. Het moet over de zorg en het onderwijs voor kinderen gaan en de rest is bijzaak. Daarom werk ik ook zo ontzettend graag met de mensen van World Child Care samen. Zij stellen het levensgeluk van de kinderen voorop en houden ook echt van hen. Geld is natuurlijk wel belangrijk, maar speelt nooit de hoofdrol. Het zijn echt vrienden geworden. In het opvanghuis voor de straatkinderen had ik hele andere ervaringen met buitenlandse NGO’s.

VERDRIET
Er komen nogmaals wat tranen als ik Yi Mon vraag hoelang ze dit nog blijft doen. Ik weet het niet, Nico, zegt ze. Het is mijn droom om het mijn ouders wat makkelijker te maken. Ze worden oud en het doet me verdriet om ze zo hard te zien werken. Ik heb een tijdje geleden de stap gewaagd om projectleider te worden van een project hier op school. Ik zou dan veel meer gaan verdienen en mijn ouders echt kunnen helpen. Op termijn zou ik dan echter geen hoofdleidster van The Golden House meer kunnen zijn. Ik heb het een maand geprobeerd, maar was zo ongelukkig, dat ik per direct gestopt ben. Ik kan niet zonder de kinderen en zij kunnen niet zonder mij. En met die mooie woorden sluiten we het interview af. Tijd om te gaan slapen, zowel voor mij als voor de staf. Het is inmiddels 23:00 uur.

Vrijdag 19 oktober 2012

KOOKAVONTUUR
Ik voel me weer een stuk beter vandaag. De medicijnen en de nachtrust hebben hun werk gedaan. Als ik om 9:30 uur bij The Golden House kom, is Tsai Tsai net alles aan het klaarzetten om te gaan koken. We overleggen samen even hoe we het zullen doen en een kwartier later zitten we met een stuk of zes kinderen alle vlees en groente te snijden. En dat is een heel werk voor 114 kinderen. Ditmaal is er sowieso wat meer snijwerk omdat we ook een salade maken. Een paar grote jongens komen de vuurpotten in de keuken opstoken en helpen met roeren in de enorme pan waarin we de curry maken. Erg leuk om dit zo samen te doen. Het is de derde keer dat ik voor de groep kook. Het zijn ook de enige drie keer dat ik mee durf te eten. Niet dat het allemaal onhygiënisch gebeurd, integendeel, maar ik wil geen risico nemen. Nu ik precies zie hoe het bereid wordt en zelf meehelp, eet ik dadelijk met een gerust hart mee.

HONGER!
Om 11:30 uur komen de eerste kinderen al kijken of het eten klaar is. Nee, nog een half uurtje. Bai Saa Dè, Nico, roepen ze lachend. Ik kan me voorstellen dat ze honger hebben. Ze hebben vanmorgen om 6:30 uur al gegeten en er al een halve dag op school opzitten. Om 12:00 uur wordt de schoolbel geluid en komt iedereen met zijn bord of bakje en lepel aanzetten. De pan met curry zit boordevol en dat geldt ook voor de pan met salade. En na 45 minuten is alles op. Yi Mon lacht en zegt: Ze hebben echt anderhalf keer zoveel gegeten als normaal. En natuurlijk krijg ik veel complimentjes van de kinderen. Jà Baa Dè, zeg ik. Ik heb ervan genoten om deze laatste dag voor iedereen te kunnen koken. Terwijl om ons heen alles opgeruimd wordt, puf ik nog even na. Het was aardig heet in de keuken. En dan te bedenken dat er elke dag drie maaltijden gekookt moeten worden. Normaal wordt er ’s Morgens gekookt voor de lunch, het avondeten en het ontbijt van de daaropvolgende morgen. Nu is alles op en moeten Cho Cho en Tsai Tsai vanmiddag opnieuw aan de slag. Maar dat is hun taak en die doen ze met veel toewijding.

SPULLEN PAKKEN
Morgenvroeg om 10:45 uur vlieg ik van Mandalay terug naar Bangkok. Tijd om mijn rugzak in te gaan pakken. Dat wordt nog een hele toer, want ik heb veel extra spulletjes om mee terug te nemen, waarmee we de educatiekoffers gaan vullen voor de sponsoracties op de scholen. En natuurlijk moet alles heel aankomen. Nu maar hopen dat mijn rugzak niet meer dan 20 kilo weegt. We zullen het zien morgen. Na een uurtje of twee is alles zover mogelijk ingepakt. Ik loop nog even naar The Golden House om de laatste zaken van mijn actielijst af te werken. Yi Mon heeft de complete sponsoradministratie van alle kinderen bijgewerkt. Een knappe prestatie die haar de afgelopen dagen vele uren gekost heeft. Als ik terug ben in Nederland kunnen we alle kinderen met hun biografie op de website plaatsen. Hopelijk levert dat weer een aantal nieuwe kindsponsors op. Cho Cho en Tsai Tsai zijn net terug uit de stad. Ze hebben drie t-shirts gekocht met het Birmese alfabet erop. Omdat ze een beetje vies waren, hebben ze de t-shirts maar meteen gewassen. De schatten! Dan is het tijd om voor de laatste keer warm te eten in het hotel. Ik ben gelukkig niet alleen. Lother en Wolfrahm, beide werkzaam in opdracht van de Duitse NGO Förderverein Myanmar, zitten er ook en schuiven meteen een stoel bij. Het zijn twee gepensioneerde mannen, die allebei voor een technisch project naar PDO zijn gekomen. Fijn om tijdens de laatste avond wat gezelschap te hebben. Om 20:00 uur zeg ik ze gedag en ga ik naar The Golden House. Daar zitten de kinderen te wachten om samen met mij de laatste avond door te brengen. Gewoon lekker voor de televisie, een Birmese soap kijken en wat kletsen en gek doen.

AFSCHEID
Over een uurtje of drie neem ik afscheid van al deze schattige kinderen. Voor de achtste keer alweer. Iedere keer opnieuw valt me dat zwaar. Zeker nu het contact met een flink aantal van de kinderen steeds leuker en gemakkelijker wordt, omdat de meesten al een aardig woordje Engels spreken. Er zijn geen drempels meer. Zij zijn mijn ‘tsi de mie lee’s’ en ‘tsi ta lee’s’ (lieve dochters en lieve zonen) en ik ben hun tsi peepee. Hoe vaak ik dat niet hoor op een dag?! En dat doet wel wat met me. Eén voor één zullen ze nog even komen knuffelen, briefjes en knutselwerkjes afgeven en vragen wanneer ik weer terug kom. En of Flower dan ook mee komt? Ook Yi Mon, Cho Cho, Tsai Tsai en Nann Myint zal ik erg missen. Je vrienden maar twee keer per jaar kunnen zien is vreemd en onwerkelijk. Maar ik kan opnieuw terugkijken op een heel fijn, vruchtbaar en intensief werkbezoek. Ik heb veel kunnen regelen, veel kunnen aanschaffen, veel kunnen fotograferen en veel mooie interviews af mogen nemen. Ik moet het als een zegen zien dat ik dit kan doen. En toch ben ik een beetje verdrietig. Ach, logisch toch?! De komende twee dagen zal ik nog veel met mijn gedachten in Myanmar en The Golden House zijn, als ik alle interviews ga uitwerken. Daar heb ik alle tijd voor. En heel geleidelijk keer ik dan terug naar mijn andere leven. Thuiskomen zal ook weer heerlijk zijn!

Zaterdag 20 oktober 2012

HARTVERWARMEND
We hadden gisteren afgesproken dat de stafleden Cho Cho en Tsai Tsai me naar het vliegveld zouden brengen. Yi Mon had een schooltaxi met chauffeur geregeld. Het zou gewoon een luxe wagen zijn. Wat schetst mijn verbazing als ik vanmorgen met mijn tassen richting hotelreceptie loop: Er staat een minibusje klaar, met daarin niet alleen Cho Cho en Tsai Tsai, maar ook nog eens vijf lachende meiden. Mijn grootste vriendinnen uit The Golden House! Ze willen me allemaal mee wegbrengen. Als ik ze stuk voor stuk een knuffel heb gegeven, komt Yi Mon aanlopen met de drie kleinsten van het spul. Die willen óók nog mee. Kom d'r maar bij. En zo word ik even later door Cho Cho en Tsai Tsai én acht kinderen naar het vliegveld gebracht.

Onderweg hebben we de grootste lol en wordt er uit volle borst gezongen. Alle grote hits van Justin Bieber passeren de revue. Als we een uur later arriveren, willen ze allemaal mee naar binnen. Een vliegveld is best spannend, toch? Cho Cho en Tsai Tsai halen hun mobiele telefoons tevoorschijn en er worden nog diverse foto’s gemaakt. Het is zo gezellig dat op een gegeven moment iemand van het vliegveld komt vragen of ik alsjeblieft wil gaan inchecken. O, is het al zo laat? Nog even een groepsknuffel en dan word ik uitgezwaaid totdat ik helemaal door de douanecontrole ben. Is dat nou niet super gaaf? Het maakt het afscheid in elk geval een stukje draaglijker!